Artikel 8:573 BW – Voorschot op hulploon
Burgerlijk Wetboek (BW) · Boek 8. Verkeersmiddelen en vervoer › Titel 6. Ongevallen › Afdeling 2. Hulpverlening · niet-officieel opschrift
1De rechter kan, voordat hij het hulploon of de bijzondere vergoeding vaststelt, bevelen dat aan degene die gerechtigd is de vaststelling daarvan te vorderen, een naar billijkheid te bepalen bedrag bij wijze van voorschot wordt betaald. De rechter kan aan dit bevel voorwaarden verbinden die gezien de omstandigheden billijk zijn, daaronder begrepen de voorwaarde dat voor de gehele of gedeeltelijke terugbetaling van het voorschot zekerheid zal worden gesteld.
2Is krachtens artikel 572 zekerheid gesteld, dan wordt het bedrag van de gestelde zekerheid verminderd met het bedrag van het betaalde voorschot.
Verwijzingen in dit artikel
1
Andere artikelen in dit onderdeel
- Artikel 8:561Recht op hulploon
- Artikel 8:562Aansprakelijkheid bij hulpverlening
- Artikel 8:563Vaststelling van het hulploon
- Artikel 8:564Bijzondere vergoeding bij milieuschade
- Artikel 8:565Hulploon bij redding van mensenlevens
- Artikel 8:566Gerechtigden tot hulploon
- Artikel 8:567Afstand van aandeel in hulploon
- Artikel 8:568Uitsluiting en vermindering van betaling voor hulpverlening
- Artikel 8:569Vaststelling van hulploon
- Artikel 8:570Verdeling van hulploon en vergoeding
- Artikel 8:571Retentierecht ter zake van hulploon
- Artikel 8:572Zekerheidstelling voor hulploon
- Artikel 8:574Bewaring van onbeheerde geborgen zaken
- Artikel 8:575Verkoop van bewaarde zaken bij hulpverlening
- Artikel 8:576Eigendomsverkrijging van geborgen zaak
- Artikel 8:577Uitsluiting van zaakwaarneming