Artikel 1028 Rv – Benoeming van arbiters bij bevoorrechte positie
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) · niet-officieel opschrift
1Indien bij overeenkomst of anderszins aan een der partijen een bevoorrechte positie bij de benoeming van de arbiter of arbiters is toegekend, kan ieder der partijen, in afwijking van de overeengekomen benoemingsregeling, de voorzieningenrechter van de rechtbank verzoeken de arbiter of arbiters te benoemen.
2Een partij zal het verzoek als bedoeld in het eerste lid moeten indienen binnen drie maanden nadat de zaak aanhangig is, op straffe van verval van recht om zich later te beroepen op de bevoorrechte positie bij de benoeming van de arbiter of arbiters in het arbitraal geding of bij de gewone rechter. De partijen kunnen de termijn bij overeenkomst verlengen.
3De wederpartij van de verzoeker wordt in de gelegenheid gesteld, te worden gehoord. Artikel 1027, vierde lid, is van overeenkomstige toepassing.
Rechtspraak over Artikel 1028 Rv
4
2011-04-08
2009-02-25
2006-10-16
Verwijzingen in dit artikel
1
Artikelen die naar dit artikel verwijzen
1