Artikel 110 Rv – Onbevoegdheidsverweer en verwijzing bij relatieve onbevoegdheid
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) · niet-officieel opschrift
1Het verweer dat de rechter niet relatief bevoegd is, wordt op straffe van verval van het recht daartoe gevoerd vóór alle weren ten gronde. In zaken waarin de vordering ten hoogste € 25.000 beloopt, zaken betreffende een individuele arbeidsovereenkomst en zaken als bedoeld in artikel 101 en 103, tweede zin, beoordeelt de rechter ook zonder daartoe strekkend verweer of hij relatief bevoegd is.
2Indien de rechter beslist dat niet hij, maar een andere rechter relatief bevoegd is, verwijst hij de zaak naar deze rechter. Artikel 74, eerste lid en derde lid, eerste zin, zijn van toepassing.
3Tegen een vonnis waarbij een verweer als bedoeld in het eerste lid wordt verworpen of de zaak naar een andere rechter wordt verwezen, is geen hogere voorziening toegelaten. De rechter naar wie de zaak is verwezen, is aan die verwijzing gebonden. De vorige zin mist toepassing indien de rechter zich tevens absoluut onbevoegd verklaart en de zaak verwijst naar een hogere rechter.
Vierde afdeling Dagvaarding
Rechtspraak over Artikel 110 Rv
136
2026-05-20
2026-04-22
2026-02-11
2026-02-11
2026-02-11
2025-11-26
2025-11-05
2025-10-29
Verwijzingen in dit artikel
3
- Artikel 74Voortzetting van de procedure na verwijzing
- Artikel 101Bevoegde rechter bij consumentenovereenkomsten
- Artikel 103Bevoegdheid in zaken betreffende onroerende zaken
Artikelen die naar dit artikel verwijzen
2