Artikel 111 Rv – Vereisten van de dagvaarding
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) · niet-officieel opschrift
Kort uitgelegd
Deze bepaling houdt in dat dagvaarding bij exploot geschiedt en somt op welke gegevens het exploot moet bevatten: de woonplaats van eiser, gegevens van gemachtigde of advocaat afhankelijk van het soort zaak, de eis met gronden, de bevoegde rechter en zittingsplaats, de roldatum, de wijze van verschijnen en antwoorden door gedaagde, de rechtsgevolgen van niet-verschijnen of niet tijdig betalen van griffierecht, griffierechtregels inclusief voor onvermogenden en meerdere gedaagden met dezelfde advocaat. Ook vermeldt het exploot verweren van gedaagde tegen de eis met gronden, en de bewijsmiddelen en getuigen waarover eiser beschikt ter staving van de betwiste gronden.
Begrijpelijke samenvatting. Alleen de tekst van het artikel is juridisch bindend.
a. de door eiser gekozen woonplaats in Nederland;
b. in zaken waarin partijen in persoon kunnen procederen, indien de eiser bij gemachtigde procedeert, de naam en het adres van de gemachtigde;
c. in zaken waarin partijen niet in persoon kunnen procederen, de naam en het kantooradres van de advocaat die door de eiser wordt gesteld;
d. de eis en de gronden daarvan;
e. de aanwijzing van de rechter die van de zaak kennisneemt, onder vermelding van het adres van de zittingsplaats waar de zaak moet worden behandeld alsmede, indien de zaak moet worden behandeld in een zittingsplaats waar geen stukken kunnen worden ingediend, het adres waar stukken kunnen worden ingediend;
f. de roldatum waartegen wordt gedagvaard en, indien alsdan een terechtzitting plaatsvindt, het uur daarvan;
g. in zaken waarin partijen in persoon kunnen procederen: de wijze waarop de gedaagde in het geding moet verschijnen, te weten in persoon of vertegenwoordigd door een gemachtigde en de wijze waarop de gedaagde kan antwoorden, zoals bepaald in artikel 82, eerste en tweede lid;
h. in zaken waarin partijen niet in persoon kunnen procederen: de wijze waarop de gedaagde in het geding moet verschijnen, te weten vertegenwoordigd door een advocaat;
i. de in artikel 139 genoemde rechtsgevolgen die intreden indien de gedaagde niet op de voorgeschreven wijze in het geding verschijnt of, behalve in kantonzaken of zaken in kort geding, het door zijn verschijning verschuldigde griffierecht niet tijdig voldoet;
j. indien er meer gedaagden zijn, het in artikel 140, derde lid, genoemde rechtsgevolg dat intreedt indien niet alle gedaagden op de voorgeschreven wijze in het geding verschijnen;
k. de mededeling of van gedaagde bij verschijning in de procedure griffierecht zal worden geheven en binnen welke termijn dit griffierecht betaald dient te worden met verwijzing naar een vindplaats van de meest recente bijlage behorende bij de Wet griffierechten burgerlijke zaken waarin de hoogte van de griffierechten staan vermeld. Hierbij wordt vermeld dat van een persoon die onvermogend is, een bij of krachtens de wet vastgesteld griffierecht voor onvermogenden wordt geheven, indien hij op het tijdstip waarop het griffierecht wordt geheven, heeft overgelegd:
1°. een afschrift van het besluit tot toevoeging, bedoeld in artikel 29 van de Wet op de rechtsbijstand, of indien dit niet mogelijk is ten gevolge van omstandigheden die redelijkerwijs niet aan hem zijn toe te rekenen, een afschrift van de aanvraag als bedoeld in artikel 24, tweede lid, van de Wet op de Rechtsbijstand, dan wel
2°. een verklaring van het bestuur van de raad voor rechtsbijstand als bedoeld in artikel 7, derde lid, onderdeel e, van de Wet op de rechtsbijstand waaruit blijkt dat zijn inkomen niet meer bedraagt dan de inkomens, bedoeld in de algemene maatregel van bestuur krachtens artikel 35, tweede lid, van die wet;
l. indien het exploot van dagvaarding een zaak betreft waarbij meerdere gedaagden zijn betrokken, de mededeling dat van partijen die bij dezelfde advocaat verschijnen en gelijkluidende conclusies nemen of gelijkluidend verweer voeren, op basis van artikel 15 van de Wet griffierechten burgerlijke zaken slechts eenmaal een gezamenlijk griffierecht wordt geheven;
m. de in artikel 21 genoemde verplichting en de in artikel 149 genoemde rechtsgevolgen die intreden indien de in de dagvaarding gestelde feiten en rechten door de gedaagde niet of onvoldoende worden betwist.
Rechtspraak over Artikel 111 Rv
Verwijzingen in dit artikel
- Artikel 21Waarheidsplicht van partijen
- Artikel 45Inhoud van het exploot
- Artikel 82Wijze van concluderen en aktenemen
- Artikel 139Verstekverlening en toewijzing bij niet-verschijnen
- Artikel 140Verstek tegen niet verschenen medegedaagden
- Artikel 149Feiten ten grondslag aan de beslissing
Artikelen die naar dit artikel verwijzen
- Artikel 71Verwijzing tussen kantonzaken en andere zaken
- Artikel 118Oproeping van derden in het geding
- Artikel 120Nietigheid van exploten en herstel van gebreken
- Artikel 137Instellen van eis in reconventie
- Artikel 146
- Artikel 278Vereisten van het verzoekschrift
- Artikel 343Vereisten van de appeldagvaarding
- Artikel 385Inleiding van het geding bij dagvaarding
- Artikel 407Procesinleiding bij cassatieberoep
- Artikel 407aOproepingsbericht door de griffier
- Artikel 1003Afwijkende exploitvereisten bij collectieve vorderingen
- Artikel 1018cInhoud dagvaarding collectieve vordering
- Artikel 1018nToepasselijkheid op collectieve vorderingen