Officiële bronnenwetten.overheid.nl · EUR-Lex
Europaius

Artikel 149 Rv – Feiten ten grondslag aan de beslissing

Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) · niet-officieel opschrift

Kort uitgelegd

Artikel 149 Rv bepaalt dat de rechter zijn beslissing alleen mag baseren op feiten of rechten die in de procedure naar voren zijn gebracht of hem bekend zijn geworden en die volgens de bewijsregels vaststaan, tenzij de wet iets anders voorschrijft. Stelt de ene partij iets en betwist de ander dit niet of onvoldoende, dan moet de rechter dat als vaststaand aannemen, behalve wanneer aanvaarding zou leiden tot een rechtsgevolg waarover partijen niet vrij mogen beschikken; dan mag de rechter alsnog bewijs verlangen. Algemeen bekende feiten en algemene ervaringsregels mag de rechter zonder bewijs meenemen, ook als niemand ze heeft gesteld.

Begrijpelijke samenvatting. Alleen de tekst van het artikel is juridisch bindend.

1Tenzij uit de wet anders voortvloeit, mag de rechter slechts die feiten of rechten aan zijn beslissing ten grondslag leggen, die in het geding aan hem ter kennis zijn gekomen of zijn gesteld en die overeenkomstig de voorschriften van deze afdeling zijn komen vast te staan. Feiten of rechten die door de ene partij zijn gesteld en door de wederpartij niet of niet voldoende zijn betwist, moet de rechter als vaststaand beschouwen, behoudens zijn bevoegdheid bewijs te verlangen, zo vaak aanvaarding van de stellingen zou leiden tot een rechtsgevolg dat niet ter vrije bepaling van partijen staat.
2Feiten of omstandigheden van algemene bekendheid, alsmede algemene ervaringsregels mogen door de rechter aan zijn beslissing ten grondslag worden gelegd, ongeacht of zij zijn gesteld, en behoeven geen bewijs.

Officiële bron: wetten.overheid.nl · Geldend: · Volledige tekst · Inhoudsopgave

Rechtspraak over Artikel 149 Rv

676

Artikelen die naar dit artikel verwijzen

2

Tekst volgens de officiële bron. Alleen de officiële bekendmaking is rechtsgeldig.