Artikel 149 Rv – Feiten ten grondslag aan de beslissing
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) · niet-officieel opschrift
Kort uitgelegd
Artikel 149 Rv bepaalt dat de rechter zijn beslissing alleen mag baseren op feiten of rechten die in de procedure naar voren zijn gebracht of hem bekend zijn geworden en die volgens de bewijsregels vaststaan, tenzij de wet iets anders voorschrijft. Stelt de ene partij iets en betwist de ander dit niet of onvoldoende, dan moet de rechter dat als vaststaand aannemen, behalve wanneer aanvaarding zou leiden tot een rechtsgevolg waarover partijen niet vrij mogen beschikken; dan mag de rechter alsnog bewijs verlangen. Algemeen bekende feiten en algemene ervaringsregels mag de rechter zonder bewijs meenemen, ook als niemand ze heeft gesteld.
Begrijpelijke samenvatting. Alleen de tekst van het artikel is juridisch bindend.