Artikel 278 Rv – Vereisten van het verzoekschrift
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) · niet-officieel opschrift
Kort uitgelegd
Artikel 278 Rv bepaalt dat het verzoekschrift de voornamen, naam en woonplaats van de verzoeker vermeldt, of bij ontbreken daarvan zijn werkelijk verblijf, met een duidelijke omschrijving van het verzoek en de gronden. Bij nalatenschapszaken moet ook de laatste woonplaats van de overledene worden vermeld, of waarom dat niet mogelijk is. De artikelen 111 lid 3 en 120 lid 4 zijn van overeenkomstige toepassing, tenzij de aard van de zaak of procedure zich daartegen verzet. Het verzoekschrift wordt ondertekend en bij de griffie ingediend, of overhandigd aan de voorzieningenrechter. Behalve bij de kantonrechter of bijzondere wettelijke uitzondering tekent een advocaat, wiens kantoor als gekozen woonplaats geldt. De griffier tekent de datum van indiening of terhandstelling op het verzoekschrift aan.
Begrijpelijke samenvatting. Alleen de tekst van het artikel is juridisch bindend.
Rechtspraak over Artikel 278 Rv
Verwijzingen in dit artikel
Artikelen die naar dit artikel verwijzen
- Artikel 282Verweerschrift en zelfstandig verzoek
- Artikel 359Beroepschrift bij hoger beroep
- Artikel 799
- Artikel 815Inhoud verzoekschrift echtscheiding en ouderschapsplan
- Artikel 995Bevoegde rechter bij rechtspersonen
- Artikel 1004Verzoekschrift namens verenigingsleden
- Artikel 1019xVerzoekschrift tot deelgeschilbehandeling