Artikel 811 Rv – Inzage en afschrift van overgelegde bescheiden
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) · niet-officieel opschrift
1In zaken betreffende minderjarigen worden als belanghebbenden bij het recht op inzage en afschrift, als bedoeld in artikel 290, van door de raad voor de kinderbescherming of het openbaar ministerie overgelegde bescheiden alsmede van door een deskundige op verzoek van de rechter overgelegde bescheiden aangemerkt:
a. de verzoekers,
b. de ouders en voogden,
c. degenen die de minderjarige als behorende tot hun gezin verzorgen en opvoeden en die uit dien hoofde een nauwe persoonlijke betrekking met het kind hebben, en
d. de minderjarige van twaalf jaren of ouder, tenzij de rechter is gebleken dat hij niet in staat is tot een redelijke waardering van zijn belangen ter zake.
2Inzage of afschrift kan evenwel worden geweigerd door de rechter aan wie de bescheiden zijn overgelegd, op een van de gronden, genoemd in artikel 5.1, tweede lid, onderdeel e, en vijfde lid, van de Wet open overheid.
3Tegen de beschikking staat geen andere voorziening open dan cassatie in het belang der wet.
Rechtspraak over Artikel 811 Rv
10
2025-09-25
2024-01-22
2014-03-27
Verwijzingen in dit artikel
2
- Artikel 5Rechtsmacht inzake ouderlijke verantwoordelijkheid
- Artikel 290Inzage en afschrift van processtukken
Artikelen die naar dit artikel verwijzen
1