Programmadecreet betreffende de economische heropleving en de administratieve vereenvoudiging
Kort samengevat
Dit decreet van 3 februari 2005 heeft als doel de economische heropleving en administratieve vereenvoudiging in het Waalse Gewest te bevorderen. Het geeft de Regering de bevoegdheid om bestaande wetgeving aan te passen om de interactie tussen burgers en het bestuur te vergemakkelijken en introduceert maatregelen voor economie en werkgelegenheid.
Wat het reguleert
- De aanpassing van bestaande decreten om de administratieve procedures te vereenvoudigen.
- De oprichting van een "Uitwisselingsbeurs voor ondernemingen" en een bijzondere regeling voor microkredieten door SOWALFIN.
- De wijziging van de samenstelling en werking van het technisch comité en de opvolgingscommissie voor incentives aan grote ondernemingen.
- De financiering van het Fonds voor Industriële Vernieuwing (F.I.V.) en de uitbreiding van de doelgroep voor tewerkstellingsmaatregelen.
Wie het aanbelangt
- De Waalse Regering en het bestuur.
- Kleine, middelgrote en grote ondernemingen in het Waalse Gewest.
- Werkzoekenden, inclusief deeltijds tewerkgestelde werkzoekenden en zij die een erkende opleiding hebben gevolgd.
Kernpunten
- De Regering mag bestaande decreten wijzigen om administratieve procedures te vereenvoudigen, zoals het herzien van bewijsstukken, termijnen, inzagemogelijkheden, betalingsmodaliteiten en documentoverdracht.
- Besluiten van de Regering hierover moeten binnen achttien maanden na inwerkingtreding van dit decreet goedgekeurd worden en vervallen van rechtswege als ze niet binnen achttien maanden na hun inwerkingtreding door decreet bekrachtigd zijn.
- SOWALFIN krijgt de opdracht om een "Uitwisselingsbeurs voor ondernemingen" op te zetten en een bijzondere regeling voor gedeeltelijke en aanvullende waarborg voor microkredieten, waarbij de contragarantie tot 75% van de borgstellingen kan bedragen.
- Microkredieten zijn kredieten van maximaal 25.000 euro voor micro-ondernemingen.
- Het Fonds voor Industriële Vernieuwing (F.I.V.) ontvangt jaarlijks een maximumbedrag van vijf miljoen euro voor financiering.
- De doelgroep voor tewerkstellingsmaatregelen wordt uitgebreid met deeltijds tewerkgestelde werkzoekenden, werkzoekenden die een erkende opleiding van minstens zes maanden hebben gevolgd, en werkzoekenden die begeleiding van een reconversiecel hebben genoten.
Wettekst
3 FEBRUARI 2005. - Programmadecreet betreffende de economische heropleving en de administratieve vereenvoudiging (1) De Waalse Gewestraad heeft aangenomen en Wij, Regering, bekrachtigen hetgeen volgt
technisch comité opgericht dat ermee belast wordt een gemotiveerd advies aan de Regering uit te brengen over het voorstel van de premietoekenning binnen een termijn van tien dagen te rekenen van het tijdstip waarop de aangelegenheid door de Minister van economie aanhangig wordt gemaakt op grond van de volgende criteria : 1° het al dan niet noodzakelijk karakter van de toekenning van de incentives;2° de positieve elementen van het dossier betreffende de aanvraag van de incentives;3° de negatieve elementen of de zwakke punten van het dossier betreffende de aanvraag van de incentives. Wanneer het bestuur zijn voorstel van beslissing tot toekenning van de premie aan de Minister van Economie zendt, stelt het bij aangetekend schrijven de onderneming in kennis van zijn voorstel en van de mogelijkheid waarover ze beschikt om binnen vijf dagen de Minister er als voorafgaand advies om te verzoeken de aangelegenheid bij het technisch comité aanhangig te maken. Na deze termijn kan de Minister van Economie op eigen initiatief de zaak bij het technisch comité aanhangig maken alvorens een beslissing tot toekenning of weigering van de premie te nemen. Het technisch comité bestaat uit : 1° een vertegenwoordiger van de Minister van Economie die het voorzitterschap waarneemt;2° vier leden uit de "Conseil économique et social de la Région Wallonne" (Sociaal-Economische Raad van het Waalse Gewest);3° een vertegenwoordiger van het Directoraat-generaal Economie en Tewerkstelling van het Ministerie van het Waalse Gewest. De Regering wijst de gewone en de plaatsvervangende leden van dit comité aan. De leden bedoeld in 2° van het vorige lid worden door de Regering aangewezen op grond van een dubbellijst voorgedragen door de "Conseil économique et social de la Région Wallonne". Het in 3° van het vierde lid van deze paragraaf bedoelde lid neemt het secretariaat van het technisch comité waar. Het technisch comité kan een beroep doen op deskundigen of technici al naargelang van de dossiers die het voorgelegd krijgt en op voorstel van één van zijn leden. §
- Binnen de door de Regering aangewezen dienst wordt een opvolgingscommissie opgericht om de impact van de beslissingen betreffende de toekenning van premies aan de grote ondernemingen te onderzoeken. Ze wordt ermee belast een jaarlijks activiteitenverslag op te stellen dat ze meedeelt aan de Regering, aan de " Conseil économique et social de la Région wallonne " en aan het " Institut wallon de l'Evaluation, de la Prospective et de la Statistique " (Waals Instituut voor evaluatie, toekomstverwachting en statistiek). De opvolgingscommissie bestaat uit : 1° vier leden uit de "Conseil économique et social de la Région wallonne";2° een lid uit de "'Conseil wallon de l'Environnement pour le Développement durable"' (Waalse Raad voor het Leefmilieu voor Duurzame Ontwikkeling);3° drie vertegenwoordigers van het Directoraat-generaal Economie en Tewerkstelling van het Ministerie van het Waalse Gewest;4° een vertegenwoordiger van het Directoraat-generaal Natuurlijke Hulpbronnen en Leefmilieu van het Ministerie van het Waalse Gewest;5° een vertegenwoordiger van het Directoraat-generaal Technologieën, Onderzoek en Energie van het Ministerie van het Waalse Gewest. De Regering wijst de gewone en de plaatsvervangende leden van deze opvolgingscommissie aan. De leden bedoeld in het tweede lid, 1°, van deze paragraaf worden door de Regering aangewezen op grond van een lijst van twaalf personen voorgedragen door de instelling die ze vertegenwoordigen. De leden bedoeld in het tweede lid, 2° tot 5°, van deze paragraaf worden op voorstel van de bevoegde Minister door de Regering aangewezen. §
- De leden van het technisch comité en van de opvolgingscommissie worden voor een verlengbare termijn van vier jaar benoemd. Het lid dat ophoudt zijn mandaat uit te oefenen vóór verstrijken ervan wordt vervangen door zijn plaatsvervanger voor de overblijvende periode. De leden van het technisch comité en van de opvolgingscommissie, evenals de deskundigen of de technici waarop een beroep wordt gedaan, zijn ertoe verplicht de feiten, handelingen of inlichtingen waarvan ze kennis hebben gehad in de uitoefening van hun ambt, geheim te houden zowel tijdens de duur van hun mandaat als na verstrijken ervan. Elke overtreding van die regel wordt bestraft met één van de straffen bepaald bij artikel 458 van het Strafwetboek. Het technisch comité en de opvolgingscommissie stellen hun huishoudelijk reglement vast, dat ze binnen zes maanden na hun installatie aan de Minister van Economie mededelen". Afdeling
- - Onderzoek Art. 6.Artikel 8 van het koninklijk besluit nr. 31 van 15 december 1978 tot instelling van een Fonds voor Industriële Vernieuwing, vervangen bij het decreet van 7 december 1989, wordt aangevuld met het volgende lid : « In hoofde van de dotatie bedoeld in 3° van het vorige lid wordt een maximumbedrag van vijf miljoen euro jaarlijks voor de financiering van het F.I.V. opgenomen van het Fonds voor de financiering van de bijstand en de tussenkomsten van het Waalse Gewest voor het Onderzoek en de Technologieën, zoals opgericht bij artikel 5 van het decreet van 5 juli 1990 betreffende de bijstand en de tussenkomsten van het Waalse Gewest voor het onderzoek en de technologieën. » Afdeling
- - Tewerkstelling Onderafdeling
- - Tewerkstelling Wijzigingen van het decreet van april 2002 betreffende de tegemoetkomingen ter bevordering van de indienstneming van niet-werkende werkzoekenden door de plaatselijke, gewestelijke en gemeenschapsoverheden, door bepaalde werkgevers in de niet-commerciële sector, het onderwijs en de commerciële sector Art. 7.In artikel 7 van het decreet van april 2002 betreffende de tegemoetkomingen ter bevordering van de indienstneming van niet-werkende werkzoekenden door de plaatselijke, gewestelijke en gemeenschapsoverheden, door bepaalde werkgevers in de niet-commerciële sector, het onderwijs en de commerciële sector wordt een punt 12° toegevoegd, luidend als volgt : « 12° de deeltijds tewerkgestelde werkzoekenden. » Art. 8.In artikel 8 van hetzelfde decreet wordt een tweede lid ingevoegd, luidend als volgt : « De betrekkingen bedoeld bij dit decreet kunnen eveneens bekleed worden door : 1° de werkzoekenden die gedurende minstens zes maanden tijdens de laatste twaalf maanden een door het Waalse Gewest erkende opleiding hebben genoten;2° de werkzoekenden die de begeleiding van een reconversiecel hebben genoten, zoals bedoeld in het decreet van 29 januari 2004Relevante gevonden documenten type wet prom. 26/07/1962 pub. 26/02/2010 numac 2010000080 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de rechtspleging bij hoogdringende omstandigheden inzake onteigening ten algemenen nutte. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten5 betreffende het begeleidingsplan inzake omschakelingen ". Art. 9.In artikel 9 van hetzelfde decreet wordt een lid in fine toegevoegd, luidend als volgt : « De betrekkingen bedoeld bij dit decreet kunnen eveneens bekleed worden door niet-werkende werkzoekenden die gedurende minstens zes maanden tijdens de laatste twaalf maanden een door het Waalse Gewest erkende opleiding hebben genoten. ». Art. 10.In artikel 10 van hetzelfde decreet worden de punten 8°, 9°, 10° en 11° ingevoegd, luidend als volgt : « 8° de periodes waarin de werkzoekende de vergoedingen van de ziekte- en invaliditeitsverzekering geniet;9° de periodes van tewerkstelling in het kader van het programma "Plan Opleiding-inschakeling), zoals bedoeld in het decreet van 18 juli 1997Relevante gevonden documenten type decreet prom. 18/07/1997 pub. 09/08/1997 numac 1997027410 bron ministerie van het waalse gewest Decreet betreffende de inschakeling van werkzoekenden bij werkgevers die een beroepsopleiding organiseren om in een vacature te voorzien type decreet prom. 18/07/1997 pub. 09/08/1997 numac 1997027408 bron ministerie van het waalse gewest Decreet houdende creatie van een doorstromingsprogramma sluiten betreffende de inschakeling van werkzoekenden bij werkgevers die een beroepsopleiding organiseren om in een vacature te voorzien;10° de periodes van gevangenzetting in een penitentiaire instelling of een instelling tot de bescherming van de maatschappij;11° de periodes van tewerkstelling in het kader van een arbeidsovereenkomst Activa of SINA, gesloten krachtens het koninklijk besluit van 16 mei 2003 tot uitvoering van het Hoofdstuk 7 van Titel IV van de programmawet van 24 december 2002 betreffende de harmonisering en vereenvoudiging van de regelingen inzake verminderingen van de sociale zekerheidsbijdragen". Art. 11.In artikel 15, § 3, eerste lid, 1° en 2° van hetzelfde decreet worden de woorden "te rekenen van de datum waarop de beslissingen bedoeld in artikel 23 worden bekendgemaakt" vervangen door de woorden "te rekenen van 31 december 2003". Art. 12.Artikel 22 van hetzelfde decreet wordt gewijzigd als volgt :
- In paragraaf 1 worden het derde en het vierde lid vervangen als volgt : « De gemeenten en de openbare centra voor maatschappelijk welzijn kunnen de punten die hen werden toegekend, afstaan aan de werkgevers bedoeld in artikel 3, § 1, 1°, indien deze overheden vertegenwoordigd zijn in de raad van bestuur van bedoelde werkgevers.».
- In paragraaf 2 worden het tweede en het derde lid vervangen als volgt : « De provincies kunnen de punten die hen werden toegekend afstaan aan, enerzijds, de verenigingen van gemeenten en de verenigingen bedoeld in hoofdstuk XII van de organieke wet van 8 juli 1976Relevante gevonden documenten type wet prom. 08/07/1976 pub. 18/04/2016 numac 2016000231 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Organieke wet betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn. - Officieuze coördinatie in het Duits van de versie toepasselijk op de inwoners van het Duitse taalgebied sluiten betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn waarvan ze lid zijn, indien deze overheden vertegenwoordigd zijn in de raad van bestuur van bedoelde werkgevers ».
- een paragraaf 3 wordt ingevoegd, luidend als volgt : « § 3.De verenigingen van gemeenten kunnen de punten die hen werden toegekend afstaan aan de werkgevers bedoeld in artikel 3, § 1, 3° en 4°. De verenigingen van gemeenten kunnen de punten die hen werden toegekend, afstaan aan de werkgevers bedoeld in artikel 3, § 1, 1°, indien deze overheden vertegenwoordigd zijn in de raad van bestuur van bedoelde werkgevers. »
- een paragraaf 4 wordt ingevoegd, luidend als volgt : « § 4.De gemeenten, de openbare centra voor maatschappelijk welzijn, de provincies en de verenigingen van gemeenten moeten volgens de door de Regering bepaalde modaliteiten het overlegcomité in kennis stellen van het afstaan van punten aan de werkgevers bedoeld in artikel 3, § 1, 1°". Art. 13.Artikel 24 van hetzelfde decreet wordt gewijzigd als volgt :
- In het tweede lid, in fine, worden de woorden "rekening houdend met de hierna vermelde modaliteiten" opgeheven.
- De leden 3 tot 7 worden opgeheven. Onderafdeling
- - Wijziging van het decreet van 18 juli 1997Relevante gevonden documenten type decreet prom. 18/07/1997 pub. 09/08/1997 numac 1997027410 bron ministerie van het waalse gewest Decreet betreffende de inschakeling van werkzoekenden bij werkgevers die een beroepsopleiding organiseren om in een vacature te voorzien type decreet prom. 18/07/1997 pub. 09/08/1997 numac 1997027408 bron ministerie van het waalse gewest Decreet houdende creatie van een doorstromingsprogramma sluiten houdende creatie van een doorstromingsprogramma Art. 14.In artikel 2 van het decreet van 18 juli 1997Relevante gevonden documenten type decreet prom. 18/07/1997 pub. 09/08/1997 numac 1997027410 bron ministerie van het waalse gewest Decreet betreffende de inschakeling van werkzoekenden bij werkgevers die een beroepsopleiding organiseren om in een vacature te voorzien type decreet prom. 18/07/1997 pub. 09/08/1997 numac 1997027408 bron ministerie van het waalse gewest Decreet houdende creatie van een doorstromingsprogramma sluiten houdende creatie van een doorstromingsprogramma wordt § 1 vervangen als volgt : « §
- De in dit decreet bedoelde arbeidsplaatsen kunnen worden voorbehouden aan werkzoekenden bedoeld in artikel 6 van het samenwerkingsakkoord gesloten op 4 maart 1997 tussen de federale Staat en de Gewesten betreffende het doorstromingsprogramma". Art. 15.In artikel 4 van hetzelfde decreet wordt het tweede lid vervangen als volgt : « De bepalingen van dit decreet kunnen op de werkgever toegepast worden tijdens de in artikel 9 van dit decreet bepaalde periode van het arbeidscontract ». Art. 16.In artikel 5 van hetzelfde decreet wordt het eerste lid gewijzigd als volgt :
- in 1° worden de volgende littera's toegevoegd : « f.zich verbinden de werknemer in kennis te stellen van het voorlopige karakter van het stelsel en van de begeleidings- en opleidingsinstrumenten die door de "Forem" ter beschikking worden gesteld; g. zich verbinden het dienstrooster indien nodig aan te passen zodat de werknemer kan deelnemen aan opleidingen en, gedurende de zes laatste maanden van zijn contract, zijn doorstroming kan uitwerken in samenwerking met de diensten van de "Forem".
- in 2° in fine worden de woorden "en die inspelen op een sociale voorrangsbehoefte bepaald door de in artikel 7, § 2, van dit decreet bedoelde commissie" toegevoegd. Art. 17.Artikel 7 van hetzelfde decreet wordt vervangen als volgt : « Art. 7.§
- De Regering bepaalt de procedure voor de indiening, de behandeling, de controle en de evaluatie van de aanvragen. De Regering kan, in de gevallen en onder de voorwaarden die ze bepaalt, een einde maken aan de tegemoetkoming van het Gewest en eisen dat de werkgever ze geheel of gedeeltelijk terugbetaalt. §
- Een adviescommissie waarvan de samenstelling door de Regering wordt bepaald, wordt opgericht. De commissie wordt ermee belast de Regering adviezen of aanbevelingen op eigen initiatief of op verzoek uit te brengen over : 1° de werking van het stelsel;2° de sociale voorrangsbehoeften in het kader van dit decreet ». Afdeling
- - Sociale economie - Wijzigingen van het decreet van 27 mei 2004 betreffende de adviesverlenende agentschappen inzake sociale economie Art. 18.In artikel 5 van het decreet van 27 mei 2004Relevante gevonden documenten type wet prom. 26/07/1962 pub. 26/02/2010 numac 2010000080 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de rechtspleging bij hoogdringende omstandigheden inzake onteigening ten algemenen nutte. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten4 betreffende de adviesverlenende agentschappen inzake sociale economie wordt een tweede lid ingevoegd, luidend als volgt : « De Regering kan de voorwaarden bedoeld in het eerste lid van dit artikel nader bepalen. » Art. 19.In artikel 13 van hetzelfde decreet worden de woorden "door de in artikel 16 bedoelde commissie" toegevoegd tussen de woorden "De aanvrager kan vragen om" en de woorden "gehoord te worden". Art. 20.De eerste zin van artikel 14 van hetzelfde decreet wordt gewijzigd als volgt : "In voorkomend geval en na advies van de in artikel 16 bedoelde commissie spreekt de Regering zich uit over het beroep en stuurt haar beslissing naar de aanvrager binnen een termijn van vier maanden, met ingang van de datum van de verzending door de administratie van het bericht van ontvangst bedoeld in artikel
- » Art. 21.In artikel 15, tweede lid, in fine, van hetzelfde decreet worden de woorden "wordt het voorwerp van het verzoek om beroep geacht gunstig te zijn" vervangen door de woorden "wordt de Regering geacht gunstig beslist te hebben". Art. 22.In artikel 17 van hetzelfde decreet wordt een punt 5° ingevoegd, luidend als volgt : « 5° ze brengt in voorkomend geval adviezen op beroep aan de Regering uit. ». Art. 23.Artikel 22 van hetzelfde decreet wordt gewijzigd als volgt : 1° De inleidende zin van het eerste lid wordt vervangen door de woorden "
basissubsidie verleend op voorwaarde dat het bestuur een verslag goedkeurt, waaruit blijkt dat het adviesverlenend agentschap de volgende voorwaarden vervult.»; 2° Punt 2° wordt vervangen als volgt : « 2° een activiteitenverslag overleggen over de hoeveelheid, de kwaliteit en de duurzaamheid en het aantal gecreëerde banen van de projecten betreffende de bedrijven voor sociale handelseconomie begeleid door het adviesverlenende agentschap gedurende het jaar voor het jaar in de loop waarvan het de subsidie aanvraagt;". Art. 24.Artikel 24, derde lid, van hetzelfde decreet wordt vervangen als volgt : « Het bedrag van de subsidie wordt jaarlijks door de Regering aangepast op grond van de evolutie van de index der consumptieprijzen. Deze indexering is evenwel beperkt tot de door de Waalse Gewestraad bepaalde groei van de algemene begroting van de primaire uitgaven. » Art. 25.Artikel 25 van hetzelfde decreet wordt gewijzigd als volgt :
- in het eerste lid, in fine, worden de woorden "wordt de bijkomende subsidie bedoeld in artikel 23 op maximum 10.000 euro vastgelegd" vervangen door de woorden "kent de Regering binnen de perken van de begrotingskredieten een bijkomende toelage toe aan het adviesverlenende agentschap".
- Het tweede lid wordt vervangen als volgt : « Het bedrag van de toelagen wordt jaarlijks door de Regering aangepast naar gelang van de evolutie van de index der consumptieprijzen.Deze indexering is evenwel beperkt tot de door de Waalse Gewestraad bepaalde groei van de algemene begroting van de primaire uitgaven. » Art. 26.De artikelen 27 en 29 van hetzelfde decreet worden opgeheven. Art. 27.Artikel 30 van hetzelfde decreet wordt vervangen als volgt : « Art. 30.De in artikel 24 bedoelde subsidie kan naar rato van 70 % uitbetaald worden vanaf de goedkeuring van het in artikel 22 bedoelde verslag en op grond van het overleggen door het erkende adviesverlenende agentschap van een aangifte van schuldvorderingen overeenstemmend met het bepaalde bedrag. Het saldo van de in artikel 24 bedoelde subsidie wordt betaald na overlegging door het adviesverlenende agentschap van een financieel verslag over het gebruik van de toelagen en van een aangifte van schuldvordering overeenstemmend met het saldo. Dit verslag moet binnen vier maanden na de afsluiting van het betrokken boekjaar aan het bestuur medegedeeld worden. Het bestuur wordt ermee belast de overeenstemming van de voorgelegde uitgaven en de naleving van de bepalingen van dit decreet te verifiëren. Deze termijn kan door de Regering met twee maanden verlengd worden op grond van een gerechtvaardigde aanvraag die door het adviesverlenende agentschap bij het bestuur wordt ingediend. De in artikel 25 bijkomende toelage wordt vanaf de kennisgeving geheel uitbetaald op grond van het overleggen door het erkende adviesverlenende agentschap van een aangifte van schuldvorderingen overeenstemmend met het bepaalde bedrag. ». HOOFDSTUK III. - Fiscaliteit Afdeling
- - Successierechten en schenkingsrechten op de overdrachten van ondernemingen Art. 28.Artikel 60bis van het Wetboek der Successierechten ingevoegd bij het decreet van 17 december 1997Relevante gevonden documenten type decreet prom. 17/12/1997 pub. 25/06/1998 numac 1998027233 bron ministerie van het waalse gewest Decreet houdende de algemene uitgavenbegroting van het Waalse Gewest voor het begrotingsjaar 1998 type decreet prom. 17/12/1997 pub. 20/12/1997 numac 1997027678 bron ministerie van het waalse gewest Decreet houdende de ontvangstenbegroting van het Waalse Gewest voor het begrotingsjaar 1998 sluiten en gewijzigd bij het decreet van 16 december 1998 wordt gewijzigd als volgt :
- in § 1 : A.worden de woorden "vastgesteld op 3 % van het netto-aandeel in een onderneming die bij de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid ingeschreven personeelsleden tewerkstelt, voor zover de nalatenschap of de vereffening van het huwelijksvermogensstelsel ten gevolge van een overlijden betrekking heeft op" vervangen als volgt "teruggebracht tot het in § 1bis bedoelde verminderde tarief van het netto-aandeel in een onderneming : - die ofwel bij de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid ingeschreven personeelsleden tewerkstelt; - waarin de uitbater(s) en hun echtgenote, hun wettelijk samenwonende, hun bloed- en aanverwanten in de eerste graad de enige werknemers van de onderneming zijn, aangesloten zijn bij een Sociale Verzekeringskas voor Zelfstandigen bedoeld in artikel 20 van het koninklijk besluit nr. 38 van 27 juli 1967 houdende inrichting van het sociaal statuut der zelfstandigen en hun bijdrage in het kader van het sociaal statuut der zelfstandigen hebben betaald, voor zover de nalatenschap of de vereffening van het huwelijksvermogensstelsel ten gevolge van een overlijden betrekking heeft op"; B. in 1° worden de - woorden "goederen" vervangen door de woorden "een zakelijk recht op goederen" - woorden "waarmee de de cujus of zijn echtgenoot tot de dag van zijn overlijden een industriële, handels-, ambachts-, landbouw- of bosbouwonderneming uitbaatte" vervangen door de woorden " waarmee de cujus of zijn wettelijk samenwonende tot de dag van zijn overlijden een industriële, handels-, ambachts-, landbouw- of bosbouwonderneming uitbaatte of een vrij beroep of een last of post uitoefende;" C. punt 2° wordt vervangen als volgt : « 2° een zakelijk recht op : a. effecten : - van een vennootschap waarvan de effectieve directiezetel gevestigd is in een Lidstaat van de Europese Unie en die een industriële, handels-, ambachts-, landbouw- of bosbouwonderneming uitbaat of een vrij beroep, een ambt of een post uitoefent; - van een vennootschap bedoeld in artikel 16 van het Wetboek der vennootschappen waarvan de effectieve directiezetel gevestigd is in een Lidstaat van de Europese Unie en die een industriële, handels-, ambachts-, landbouw- of bosbouwonderneming uitbaat of een vrij beroep, een ambt of een post uitoefent; Het geheel van de overgedragen effecten moet ten minste 10 % van de stemrechten in de algemene vergadering bedragen. Als het geheel van de overgedragen effecten minder bedraagt dan 50 % van de stemrechten in de algemene vergadering moet bovendien een aandeelhouderschapsovereenkomst gesloten worden voor ten minste 50 % van de stemrechten in de algemene vergadering. Door het sluiten van deze overeenkomst verplichten de partijen zich ertoe de in paragraaf 3 van dit artikel bedoelde voorwaarden in acht te nemen. b. schuldvorderingen op een in a.bedoelde vennootschap". 2.
§ 1b
is ingevoegd, luidend als volgt : « § 1bis.Het in § 1 bedoelde verminderde tarief bedraagt : 1° 0 % wanneer de volgende voorwaarden worden vervuld : a.het netto-aandeel van de in § 1 bedoelde vennootschap geheel of gedeeltelijk geërfd wordt door een erfgenaam in rechte linie, door de overlevende echtgenote of door de overlevende wettelijk samenwonende of door personen die deel uitmaken van het personeel van de ondernemingen en die ingeschreven zijn bij de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid, en dit, ten belope van hun netto-aandeel; b. het in § 1 bedoelde netto-aandeel heeft betrekking op een onderneming : 1.die minder dan 250 personen tewerkstelt;
- en waarvan : - de jaarlijkse omzet niet hoger is dan 40 miljoen euro; - het totaal van de jaarlijkse balans niet hoger is dan 27 miljoen euro;
- die het onafhankelijkheidscriterium naleeft;onafhankelijk is, de onderneming waarvan het kapitaal of de stemrechten ten belope van 25 % of meer niet in handen is van een onderneming of verschillende ondernemingen die niet overeenstemmen met bovenbedoelde criteria 1 en
- Deze drempel mag in beide gevallen overschreden worden : - als de onderneming in handen is van openbare participatiemaatschappijen, maatschappijen met risicodragend kapitaal of institutionele investeerders met inbegrip van gewestelijke ontwikkelingsfondsen of universitaire instellingen en op voorwaarde dat deze individueel of gezamenlijk geen controle uitoefenen op de onderneming; - als uit de kapitaalverspreiding voortvloeit dat het onmogelijk is te weten wie dit kapitaal in handen heeft en dat de onderneming verklaart dat ze legitiem kan aannemen dat ze niet tegen 25 % of meer in handen is van een onderneming of verschillende ondernemingen die niet overeenstemmen met bovenbedoelde criteria 1 en
- Voor de berekening van hierbovenvermelde drempels worden de gegevens van de in § 1 bedoelde onderneming en van alle ondernemingen waarvan ze al dan niet rechtstreeks 25 % of meer van het kapitaal of van de stemrecht bezit, bij elkaar opgeteld. Het aantal tewerkgestelde personen stemt overeen met het jaarlijkse gemiddelde van het aantal personen die in het kader van een arbeidsovereenkomst voltijds worden tewerkgesteld in de in § 1 bedoelde onderneming, dat gelijk is aan het aantal werkeenheden per jaar. De voor de omzet of voor het totaalbalans overgewogen drempels zijn de drempels m.b.t. het laatst afgesloten boekjaar van twaalf maanden vóór het overlijden. In geval van een oprichting van een onderneming waarvan de rekeningen op de datum van het overlijden nog niet afgesloten zijn, maken de te overwegen drempels het voorwerp uit van een schatting te goeder trouw in de loop van het boekjaar; 2° 3 % wanneer de in 1° bedoelde voorwaarden niet vervuld zijn".3.
§ 1ter ingevoegd, luidend als volgt : « § 1ter.Onder effecten wordt verstaan : a.
de aandelen, winstaandelen, intekeningsrechten en aandelen van een vennootschap; b. de certificaten m.b.t. de in a. bedoelde effecten : - wanneer ze worden uitgegeven door rechtspersonen die gevestigd zijn in één van de lidstaten van de Europese economische ruimte en die houder zijn van de effecten waarop de certificaten betrekking hebben; - wanneer de uitgever van de certificaten alle rechten gebonden aan de effecten waarop ze betrekking hebben, met inbegrip van het stemrecht, uitoefent; - wanneer dit certificaat bepaalt dat zijn titularis elk product of inkomen gebonden aan de effecten onderworpen aan de certificering van de uitgever van de effecten kan eisen". 1.
§ 1q
uater ingevoegd, luidend als volgt : § 1 quater.Onder schuldvorderingen wordt verstaan elk geldlening al dan niet in de vorm van effecten, gegeven door de overledene aan de vennootschap waarvan hij aandelen of deelbewijzen bezit, wanneer deze lening rechtstreeks is gebonden aan de behoeften van de industriële, handels-, ambachts-, landbouw- of bosbouwactiviteit, van het vrij beroep of van het ambt of post uitgeoefend ofwel door de vennootschap zelf in het geval van een vennootschap bedoeld in § 1, 2°, a., eerste streepje, ofwel door de vennootschap zelf en haar dochtervennootschappen en in het kader van een vennootschap bedoeld in § 1, 2°, a., tweede streepje. De bovenvermelde schuldvorderingen worden nochtans uitgesloten voor zover het totale nominale bedrag van de schuldvorderingen hoger is dan het deel van het sociaal kapitaal dat werkelijk volstort wordt en dat niet het voorwerp uitmaakt van een vermindering, noch van een terugbetaling in hoofde van de overledene op datum van diens overlijden. De andere winsten dan de verdeelde en als dusdanig belaste winsten die in het kapitaal worden ingelijfd, worden niet beschouwd als volstort kapitaal. ».
- in § 2 worden de woorden "van de in paragraaf 1, 1°, bedoelde goederen, of de waarde van de in paragraaf 1, 2°, bedoelde effecten" vervangen door de woorden "van de zakelijke rechten op de in paragraaf 1, 1° bedoelde goederen of de waarden van de zakelijke rechten op de effecten en schuldvorderingen bedoeld in paragraaf 1, 2°,".
- in § 3 : a.in 1° worden de woorden "ofwel in hoofde van de in § 1, 1° bedoelde onderneming, ofwel in hoofde van de vennootschap zelf in het kader van een vennootschap bedoeld in § 1, 2°, a., eerste streepje, ofwel in hoofde van de vennootschap zelf en van haar dochtervennootschappen in het kader van een vennootschap bedoeld in § 1, 2°, a., tweede streepje", ingevoegd na de woorden "de onderneming gedurende minstens vijf jaar na het overlijden een activiteit voortzet"; b. punt 2° wordt vervangen als volgt : « 2° het aantal werknemers in de onderneming, wanneer de onderneming personeelsleden ingeschreven bij de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid tewerkstelt, of het aantal zelfstandigen die in hoofdberoep gebonden zijn aan de onderneming en die hun bijdrage in het kader van het sociaal statuut der zelfstandigen hebben betaald, wanneer de uitbater(s) en hun echtgenote, hun wettelijk samenwonende, hun bloed- en aanverwanten in de eerste graad de enige werknemers van de onderneming zijn, uitgedrukt in voltijdse eenheden, tijdens de eerste vijf jaar na het overlijden gelijk blijft aan ten minste 75 %, ofwel in hoofde van de vennootschap zelf in het kader van een vennootschap bedoeld in § 1, 2°, a., eerste streepje, ofwel in hoofde van de vennootschap zelf en van haar dochtervennootschappen in het kader van een vennootschap bedoeld in § 1, 2°, a., tweede streepje; c. in 3° worden de woorden "dat geïnvesteerd is in een in paragraaf 1, 1°, bedoelde onderneming" vervangen door de woorden "dat geïnvesteerd is in een in paragraaf 1, 1°, bedoelde onderneming, vrij beroep, ambt of post,";d. in 4° : - wordt het woord "erfgenamen" vervangen door het woord "opvolgers"; - worden de woorden "en dat het toepasselijke verminderde tarief volgens de erfgenamen, legatarissen en begiftigden bepaalt" ingevoegd na de woorden "dat ze aan de vereisten voldoen"; e. in 5° worden de woorden "erfgenamen" vervangen door de woorden "opvolgers".7.
§ 4
ingevoegd, luidend als volgt : « § 4.Behalve in geval van overmacht zijn de successierechten overeenkomstig de artikelen 48 tot 60 verschuldigd als de in § 3 bedoelde bepalingen niet worden nageleefd. » . Art. 29.Artikel 140bis van het Wetboek van registratie-, hypotheek- en griffierechten, ingevoegd bij de wet van 22 december 1998Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/12/1998 pub. 15/01/1999 numac 1998003665 bron ministerie van financien Wet houdende fiscale en andere bepalingen sluiten, waarvan de actuele tekst paragraaf 1 vormt, wordt gewijzigd als volgt : 1. In § 1 : A.worden de woorden "verlaagd tot 3 pct. Voor" vervangen door de woorden "teruggebracht tot het in § 2 bedoelde verminderde tarief" voor de schenkingen van ondernemingen, wanneer deze schenkingen betrekking hebben op"; B. in 1° - worden de woorden "van de volle eigendom van een universaliteit van goederen of " vervangen door de woorden "van een zakelijk recht op een universaliteit van goederen of een"; - worden de woorden "ambachts- of landbouwactiviteit" vervangen door de woorden "ambachts-, landbouw- of bosbouwactiviteit"; C. wordt 2 ° vervangen als volgt : « 2° de bij authentieke akte vastgestelde overeenkomsten die de overdracht ten kosteloze titel vaststellen van een zakelijk recht op : a. aandelen of deelbewijzen : - van een vennootschap waarvan de effectieve directiezetel gevestigd is in een Lidstaat van de Europese Unie en die een industriële, handels-, ambachts-, landbouw- of bosbouwonderneming uitbaat of een vrij beroep, een ambt of een post uitoefent; - van een vennootschap bedoeld in artikel 16 van het Wetboek der vennootschappen waarvan de effectieve directiezetel gevestigd is in een Lidstaat van de Europese Unie en waarvan de dochtervennootschappen een industriële, handels-, ambachts-, landbouw- of bosbouwonderneming uitbaten of een vrij beroep, een ambt of een post uitoefenen; b.schuldvorderingen op een in a. bedoelde vennootschap ". 2.
§ 2
ingevoegd, luidend als volgt : « § 2.Het in § 1 bedoelde verminderde tarief bedraagt : 1° 0 % wanneer de volgende voorwaarden vervuld worden : a.de in § 1 bedoelde onderneming wordt geheel of gedeeltelijk in rechte linie overgedragen tussen echtgenoten of wettelijk samenwonenden of nog aan personen die deel uitmaken van het personeel van de onderneming en die ingeschreven zijn bij de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid, en dit, ten belope van hun netto-aandeel; b. de in § 1 bedoelde schenking heeft betrekking op een onderneming : - die personeelsleden ingeschreven bij de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid tewerkstelt; - waarin de uitbater(s) en hun echtgenote, hun wettelijk samenwonende, hun bloed- en aanverwanten in de eerste graad de enige werknemers van de onderneming zijn, aangesloten zijn bij een Sociale Verzekeringskas voor Zelfstandigen bedoeld in artikel 20 van het koninklijk besluit nr. 38 van 27 juli 1967 houdende inrichting van het sociaal statuut der zelfstandigen en hun bijdrage in het kader van het sociaal statuut der zelfstandigen hebben betaald; c. de in § 1 bedoelde schenking heeft betrekking op een onderneming : 1.die minder dan 250 personen tewerkstelt;
- en waarvan : - de jaarlijkse omzet niet hoger is dan 40 miljoen euro; - het totaal van de jaarlijkse balans niet hoger is dan 27 miljoen euro;
- die het onafhankelijkheidscriterium naleeft;onafhankelijk is, de onderneming waarvan het kapitaal of de stemrechten ten belope van 25 % of meer niet in handen is van een onderneming of verschillende ondernemingen die niet overeenstemmen met bovenbedoelde criteria 1 en
- Deze drempel mag in beide gevallen overschreden worden : - als de onderneming in handen is van openbare participatiemaatschappijen, maatschappijen met risicodragend kapitaal of institutionele investeerders met inbegrip van gewestelijke ontwikkelingsfondsen of universitaire instellingen en op voorwaarde dat deze individueel of gezamenlijk geen controle uitoefenen op de onderneming; - als uit de kapitaalspreiding voortvloeit dat het onmogelijk is te weten wie dit kapitaal bezit en dat de onderneming verklaart dat ze legitiem kan aannemen dat ze niet tegen 25 % of meer in handen is van een onderneming of verschillende ondernemingen die niet overeenstemmen met bovenbedoelde criteria 1 en
- Voor de berekening van hierbovenvermelde drempels worden de gegevens van de in § 1 bedoelde onderneming en van alle ondernemingen waarvan ze al dan niet rechtstreeks 25 % of meer van het kapitaal of van de stemrecht bezit, bij elkaar opgeteld. Het aantal tewerkgestelde personen stemt overeen met het jaarlijkse gemiddelde van het aantal personen die in het kader van een arbeidsovereenkomst voltijds worden tewerkgesteld in de in § 1 bedoelde onderneming, dat gelijk is aan het aantal werkeenheden per jaar. De voor de omzet of voor het totaalbalans overgewogen drempels zijn de drempels m.b.t. het laatste afgesloten boekjaar van twaalf maanden vóór de authentieke akte van de schenking. In geval van een oprichting van een onderneming waarvan de rekeningen op de datum van de authentieke akte van de schenking nog niet afgesloten zijn, maken de te overwegen drempels het voorwerp uit van een schatting te goeder trouw in de loop van het boekjaar; 2° 3 % wanneer de in 1° bedoelde voorwaarden niet vervuld zijn".1.
§ 3
ingevoegd, luidend als volgt : « § 3.Onder "aandelen en deelbewijzen" wordt verstaan : a. de aandelen, winstaandelen, intekeningsrechten en aandelen van een vennootschap; b. de certificaten m.b.t. de in a. bedoelde effecten : - wanneer ze worden uitgegeven door rechtspersonen die gevestigd zijn in één van de lidstaten van de Europese economische ruimte en die houder zijn van de effecten waarop de certificaten betrekking hebben; - wanneer de uitgever van de certificaten alle rechten gebonden aan de effecten waarop ze betrekking hebben, met inbegrip van het stemrecht, uitoefent; - wanneer dit certificaat bepaalt dat zijn titularis elk product of inkomen gebonden aan de effecten onderworpen aan de certificering van de uitgever van de effecten kan eisen ». 2.
§ 4
ingevoegd, luidend als volgt : « § 4.Onder "schuldvorderingen" wordt verstaan elk geldlening al dan niet in de vorm van effecten, gegeven door de schenker aan de vennootschap waarvan hij aandelen of deelbewijzen bezit, wanneer deze lening rechtstreeks is gebonden aan de behoeften van de industriële, handels-, ambachts-, landbouw- of bosbouwactiviteit, van het vrij beroep of van het ambt of post uitgeoefend ofwel door de vennootschap zelf in het geval van een vennootschap bedoeld in § 1, 2°, a., eerste streepje, ofwel door de vennootschap zelf en haar dochtervennootschappen en in het kader van een vennootschap bedoeld in § 1, 2°, a., tweede streepje. De bovenvermelde schuldvorderingen worden nochtans uitgesloten voor zover het totale nominale bedrag van de schuldvorderingen hoger is dan het deel van het sociaal kapitaal dat werkelijk vrijgemaakt wordt en dat niet het voorwerp uitmaakt van een vermindering, noch van een terugbetaling in hoofde van de schenker op de datum van de authentieke akte van schenking. De andere winsten dan de verdeelde en als dusdanig belaste winsten die in het kapitaal worden ingelijfd, worden niet beschouwd als vrijgemaakt kapitaal. ». Art. 30.Artikel 140ter van het Wetboek van registratie-, hypotheek- en griffierechten, ingevoegd bij de wet van 22 december 1998Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/12/1998 pub. 15/01/1999 numac 1998003665 bron ministerie van financien Wet houdende fiscale en andere bepalingen sluiten, waarvan de actuele tekst paragraaf 1 vormt, wordt gewijzigd als volgt :
- in 2° - eerste streepje wordt littera a.vervangen als volgt : « a. dat de schenking betrekking heeft op een zakelijk recht op een universaliteit van goederen of van een bedrijfstak, waarmee een nijverheids-, handels-, ambachts-, landbouw- of bosbouwactiviteit, een vrij beroep of een ambt of post wordt uitgeoefend;"; - wordt een derde streepje toegevoegd, luidend als volgt : « - indien de toepassing van het verminderde tarief bedoeld in artikel 140bis, § 2, 1° wordt aangevraagd : a. moet de begiftigde een aangifte overleggen dat getekend is door een notaris, een bedrijfsrevisor of een accoutant en waaruit blijkt dat de overgedragen onderneming de voorwaarden van artikel 140bis, § 2, 1°, b.en c. vervult; b. moet de akte of een door de schenker en de begiftigde gewaarmerkte en ondertekende verklaring onderaan op de akte de in artikel 140bis, § 2, 1°, a.bedoelde band tussen de schenker en de begiftigde bovendien uitdrukkelijk vermelden; Benevens het ontdoken recht zijn de schenker en begiftigde een ondeelbare boete, gelijk aan dat recht verschuldigd bij een onjuiste opgave van deze band ».
- in 3°, - wordt het eerste streepje vervangen als volgt : « - moet de begiftigde een door een notaris, een bedrijfsrevisor of een accountant ondertekend attest afleveren dat bevestigt dat : a.de schenking betrekking heeft op een geheel van aandelen of deelbewijzen, dat minstens 10 pct. Van de stemrechten in de algemene vergadering vertegenwoordigt; b. indien de toepassing van het verminderde tarief bedoeld in artikel 140bis, § 2, 1° wordt aangevraagd, de overgedragen onderneming de voorwaarden van artikel 140bis, § 2, 1°, b.en c. vervult; c. wanneer de in artikel 140bis, § 1, 2°, bedoelde aandelen en deelbewijzen certificaten zijn die betrekking hebben op aandelen, winstaandelen, intekeningsrechten en deelbewijzen van de onderneming waarvoor het in artikel 140bis bedoelde voordeel wordt aangevraagd, deze certificaten de in artikel 140bis, § 3, b.bedoelde voorwaarden vervullen;"; - tweede streepje worden de woorden "waarvan de modaliteiten door de Koning worden vastgesteld" vervangen door de woorden "en die de volgende voorwaarden vervult : - de aandeelhouderschapsovereenkomst moet voor minstens vijf jaar te rekenen van de datum van de authentieke akte van schenking gesloten worden; - de ondertekenaars van de aandeelhouderschapsovereenkomst moeten er zich toe verbinden gedurende vijf jaar te rekenen van de datum van de authentieke akte van schenking de directiezetel van de vennootschap in een Staat die geen lid is van de Europese Unie, niet over te dragen; - ze moeten er zich toe verbinden gedurende vijf jaar te rekenen van de akte van schenking minstens de helft van de stemrechten in de algemene vergadering te vertegenwoordigen; - derde streepje, a. worden de woorden "de volle eigendom van de" vervangen door de woorden "het zakelijk recht waarvan hij houder is op"; - derde streepje, wordt in plaats van b. die nieuw punt c. wordt, een nieuw punt b. ingevoegd, luidend als volgt : « b. in geval van toepassing van het verminderde tarief van 0 % bedoeld in artikel 140bis, § 2, 1°, dat de begiftigde zich er toe verbindt een activiteit gedurende en ononderbroken periode van vijf jaar te rekenen van de datum van de authentieke akte van schenking wordt voortgezet ofwel door de vennootschap zelf in geval van een vennootschap bedoeld in artikel 140bis, § 1, 2°, a. eerste streepje, ofwel door de vennootschap zelf of haar dochtvennootschappen in geval van een vennootschap bedoeld in artikel 140bis, § 1, 2°, a. tweede streepje;"; - derde streepje, nieuw c. worden de woorden "de volle eigendom van de geschonken aandelen of deelbewijzen" vervangen door de woorden "het zakelijk recht op de geschonken aandelen of deelbewijzen of een activiteit"; - wordt een vierde streepje ingevoegd, luidend als volgt : « de akte of een door de schenker en de begiftigde gewaarmerkte en ondertekende verklaring onderaan op de akte moet uitdrukkelijk vermelden dat : a. de schenking betrekking heeft op een zakelijk recht op aandelen of deelbewijzen : - van een vennootschap die een industriële, handels-, ambachts-, landbouw- of bosbouwonderneming uitbaat of een vrij beroep of een last of post uitoefent; - van een vennootschap bedoeld in artikel 16 van het Wetboek der vennootschappen waarvan de effectieve directiezetel gevestigd is in een Lidstaat van de Europese Unie en die een industriële, handels-, ambachts-, landbouw- of bosbouwonderneming uitbaat of een vrij beroep, een ambt of een post uitoefent; b. indien de schenking schuldvorderingen omvat : - het nominale bedrag van deze schulvorderingen; - het feit dat deze schuldvorderingen een rechtstreekse band hebben met de behoeften van de industriële, handels-, ambachts-, landbouw- of bosbouwactiviteit, het vrij beroep, het ambt of de post, uitgeoefend ofwel door de vennootschap zelf in geval van een vennootschap bedoeld in artikel 140bis, § 1, 2°, a., eerste streepje, ofwel door de vennootschap zelf en door haar dochtervennootschappen in geval van een vennootschap bedoeld in artikel 140bis, § 1, 2°, a., tweede streepje; - het bedrag van het sociaal kapitaal dat werkelijk vrijgemaakt wordt en dat niet het voorwerp uitmaakt van een vermindering, noch van een terugbetaling in hoofde van de schenker op de datum van de authentieke akte van schenking; a. indien de toepassing van het verminderde tarief bedoeld in artikel 140bis, § 2, 1°, wordt aangevraagd, de in artikel 140bis, § 2, 1°, a. bedoelde band tussen de schenker en de begiftigde; benevens het ontdoken recht zijn de schenker en begiftigde een ondeelbare boete, gelijk aan dat recht verschuldigd bij een onjuiste opgave van deze band;". Art. 31.Artikel 140quinquies van het Wetboek van registratie-, hypotheek- en griffierechten, ingevoegd bij de wet van 22 december 1998Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/12/1998 pub. 15/01/1999 numac 1998003665 bron ministerie van financien Wet houdende fiscale en andere bepalingen sluiten wordt gewijzigd als volgt : A. in b., - worden de woorden "zijn zakelijk recht op" ingevoegd tussen de woorden "de goederen" en de woorden "die dienen"; - worden de woorden "ambachts- of landbouwactiviteit" vervangen door de woorden "ambachts-, landbouw- of bosbouwactiviteit"; B. in c worden de woorden "zijn zakelijk recht op" ingevoegd tussen de woorden de aandelen of deelbewijzen en de woorden "geheel of gedeeltelijk". Art. 32.In artikel 140sexies van het Wetboek van registratie-, hypotheek- en griffierechten, ingevoegd bij de wet van 22 december 1998Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/12/1998 pub. 15/01/1999 numac 1998003665 bron ministerie van financien Wet houdende fiscale en andere bepalingen sluiten, worden de woorden "of de volle eigendom van de aandelen of deelbewijzen behouden moet blijven" vervangen door de woorden "of het zakelijk recht op de aandelen of deelbewijzen behouden moet blijven". Art. 33.Artikel 140septies van het Wetboek van registratie-, hypotheek- en griffierechten, ingevoegd bij de wet van 22 december 1998Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/12/1998 pub. 15/01/1999 numac 1998003665 bron ministerie van financien Wet houdende fiscale en andere bepalingen sluiten, wordt gewijzigd als volgt : A. de woorden "de volle eigendom van " worden vervangen door de woorden "het zakelijk recht op"; B. de woorden "de volle eigendom van de aandelen of deelbewijzen moet behouden blijven" worden vervangen door de woorden "het zakelijk recht op de aandelen of deelbewijzen moet behouden blijven". Afdeling
- - Onroerende voorheffing op het materiaal en het gereedschap Art. 34.Artikel 253 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, vervangen bij de wet van 6 juli 1994 en gewijzigd bij de wet van 22 december 1998Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/12/1998 pub. 15/01/1999 numac 1998003665 bron ministerie van financien Wet houdende fiscale en andere bepalingen sluiten, alsmede bij de decreten van 6 december 2001, 22 oktober 2003 en 18 december 2003 wordt gewijzigd als volgt : 1.
punt 3bis ingevoegd, luidend als volgt : « 3°bis.Nieuwe investeringen van materiaal en gereedschap bedoeld in artikel 471, § 3, verkregen of in nieuwe staat tot stand gebracht vanaf 1 januari 2005, volgens het volgende verschil : a. als deze nieuwe investeringen in materiaal en gereedschap verkregen worden of in nieuwe staat tot stand worden gebracht op een kadastraal perceel dat op 31 december 2004 geen materiaal en gereedschap bevatte, wordt het op 1 januari 2005 bepaalde kadastraal inkomen volledig vrijgesteld van dit materiaal en gereedschap en dit overeenkomstig de artikelen 483 en 484;b. als deze nieuwe investeringen in materiaal en gereedschap verkregen worden of in nieuwe staat tot stand worden gebracht op een kadastraal perceel dat op 31 december 2004 reeds materiaal en gereedschap bevatte, wordt de na 1 januari 2005 toegepaste verhoging van het kadastraal inkomen betreffende het materiaal en het gereedschap van dit perceel overeenkomstig de artikelen 483 en 484 vrijgesteld ten opzichte van het kadastraal inkomen betreffende het materiaal en het gereedschap van dit perceel op 1 januari
- In geval van verandering van belastingplichtige van de onroerende voorheffing voor het materiaal en het gereedschap van dit perceel vanaf 1 januari 2005 wordt het kadastraal inkomen van het materiaal en van het gereedschap van dit perceel op 1 januari 2005 verminderd met het kadastraal inkomen van het materiaal en het gereedschap dat op 31 december 2004 bestond, wanneer dit materiaal en gereedschap sindsdien volledig buiten gebruik is gesteld met het oog op een herbestemming van het perceel ». in 4° worden de woorden "na aftrek van het overeenkomstig 3°bis vrijgesteld kadastraal inkomen" ingevoegd tussen de woorden "overeenkomstig de artikelen 483 en 484" en de woorden "niet hoger is". HOOFDSTUK IV. - De oprichting en de uitbating van de onder het Waalse Gewest ressorterende luchthavens en vliegvelden Art. 35.Artikel 5 van het decreet van 23 juni 1994 betreffende de oprichting en de uitbating van de onder het Waalse Gewest ressorterende luchthavens en vliegvelden wordt vervangen door de volgende bepaling : « Art. 5.De Regering wordt ertoe gemachtigd de heffingen voor het gebruik van de luchthavens of vliegvelden vast te stellen en te innen onder de door haar vastgestelde voorwaarden. Indien de Regering gebruik maakt van de in artikel 2 bedoelde concessie, bepaalt de concessiehouder het bedrag van de heffingen voor het gebruik van de luchthavens of vliegvelden waarvaan de uitbating hem door de Regering werd toevertrouwd conform de richtlijnen opgenomen in de concessieovereenkomst. De concessieovereenkomst bepaalt ook de manier waarop de heffingen worden bekendgemaakt. Een reguleringscomité wordt opgericht waarvan de samenstelling en de werkingsregels worden bepaald door de Regering. Dit comité geeft een voorafgaandelijk advies i.v.m. de heffingen betreffende de luchthavens en de vliegvelden als deze door de concessiehouder worden bepaald. Dit advies wordt aan de Regering en aan de concessiehouder overgemaakt ». Art. 36.De besluiten van 9 april 1998 tot vaststelling van de bijdragen voor het gebruik van de vliegvelden die onder het Waalse Gewest ressorteren en van 16 juli 1998 tot vaststelling van de heffingen voor het gebruik van de luchthavens die onder het Waalse Gewest ressorteren blijven van toepassing op elk betrokken vliegveld of luchthaven tot de bekendmaking van de eerste heffingen overeenkomstig lid 2 van artikel 5 van het decreet van 23 juni 1994 betreffende de oprichting en de uitbating van de onder het Waalse Gewest ressorterende luchthavens en vliegvelden. HOOFDSTUK IVbis. - Het openbaar domaniaal zijn van de onder het Waalse Gewest ressorterende luchthavens en vliegvelden Art. 37.Dit besluit regelt een aangelegenheid bedoeld in artikel 39 van de Grondwet. Art. 38.Een artikel 4bis, luidend als volgt, wordt ingevoegd in het decreet van 23 juni 1994 betreffende de oprichting en de uitbating van de onder het Waalse Gewest ressorterende luchthavens en vliegvelden : « Art. 4bis.- §
- Het Waals gewest en, desgevallend, de publiekrechtelijke rechtspersoon die van het Gewest afhangt en bevoegd is voor de financiering van de luchthaveninfrastructuur als eigenaar van de gronden, infrastructuur of gebouwen die onder het openbaar domein ressorteren van de luchthavens en vliegvelden, kunnen hiervoor zakelijke rechten verlenen om de financiering van de luchthaveninfrastructuur te vergemakkelijken of voor de uitbating van de luchthavens of vliegvelden. Deze zakelijke rechten doen geen afbreuk aan de exclusieve rechten verleend door het Gewest in het kader van de concessies bedoeld in artikel
- §
- De vennootschappen die de uitbating van de luchthavens of vliegvelden in concessie gekregen hebben, kunnen op hun beurt de hen toevertrouwde zakelijke rechten geheel of gedeeltelijk verlenen of afstaan. §
- De krachtens dit artikel gestelde rechten mogen de duur van de overeenkomstig artikel 2 toegekende concessie of concessies niet overschrijden en worden hiermee beëindigd ». HOOFDSTUK V. - Het Waalse Wetboek van Ruimtelijke Ordening, Stedenbouw en Patrimonium, het decreet van 1 april 2004Relevante gevonden documenten type wet prom. 26/07/1962 pub. 26/02/2010 numac 2010000080 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de rechtspleging bij hoogdringende omstandigheden inzake onteigening ten algemenen nutte. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten7 betreffende de sanering van verontreinigde bodems en te herontwikkelen bedrijfsruimten, het decreet van 11 maart 2004Relevante gevonden documenten type wet prom. 26/07/1962 pub. 26/02/2010 numac 2010000080 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de rechtspleging bij hoogdringende omstandigheden inzake onteigening ten algemenen nutte. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten6, het decreet van 11 maart 2004Relevante gevonden documenten type wet prom. 26/07/1962 pub. 26/02/2010 numac 2010000080 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de rechtspleging bij hoogdringende omstandigheden inzake onteigening ten algemenen nutte. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten6 betreffende de ontsluitingsinfrastructuur voor economische bedrijvigheid, het Milieuwetboek, het decreet van 11 maart 1999Relevante gevonden documenten type decreet prom. 11/03/1999 pub. 08/06/1999 numac 1999027439 bron ministerie van het waalse gewest Decreet betreffende de milieuvergunning sluiten betreffende de milieuvergunning en de Huisvestingscode Afdeling
- - Bepalingen tot wijziging van het Waalse Wetboek van Ruimtelijke Ordening, Stedenbouw en Patrimonium Art. 39.Artikel 2 van het Waalse Wetboek van Ruimtelijke Ordening, Stedenbouw en Patrimonium wordt aangevuld als volgt : « Het rapport bedoeld in het eerste lid bevat de opvolging van de aanzienlijke milieueffecten van de tenuitvoerlegging van de ruimtelijke plannen en de plannen van aanleg die aan een milieuevaluatie onderworpen zijn. Het rapport maakt het voorwerp uit van een jaarlijkse voor het publiek toegankelijke publicatie. ». Art. 40.Artikel 3 van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij het decreet van 18 juli 2002Relevante gevonden documenten type wet prom. 26/07/1962 pub. 26/02/2010 numac 2010000080 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de rechtspleging bij hoogdringende omstandigheden inzake onteigening ten algemenen nutte. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten1, wordt vervangen door de volgende tekst : « Art. 3.De Regering, voor het deel van het grondgebied waartoe de gemeente behoort, wijst ambtenaren van het Directoraat-Generaal Ruimtelijke Ordening, Huisvesting en Patrimonium van het Ministerie van het Waalse Gewest aan om de in dit Wetboek bedoelde opdrachten te vervullen. Deze ambtenaren worden hierna "gemachtigde ambtenaren" genoemd ». Art. 41.De titel van hoofdstuk III van titel I van boek I van hetzelfde Wetboek wordt vervangen als volgt : « HOOFDSTUK III. - Informatie, openbaarmaking, openbaar onderzoek en terinzagelegging ». Art. 42.Artikel 4 van hetzelfde Wetboek wordt vervangen als volgt : « Art. 4.Volgende regels zijn van toepassing op de informatie, openbaarmaking, openbaar onderzoek en terinzagelegging : 1° tenzij anders bepaald, duurt het openbaar onderzoek vijftien dagen als het gaat om een vergunning of een stedenbouwkundig en leefmilieuverslag;het bedraagt dertig dagen als het gaat om een gemeentelijk structuurplan of een gemeentelijk plan van aanleg, en vijfenveertig dagen als het gaat om het ontwikkelingsplan van de gewestelijke ruimte of het gewestplan; 2° de voorgeschreven termijn voor een openbaar onderzoek of voor de raadpleging van de diensten en commissies bedoeld in dit Wetboek wordt opgeschort tussen 16 juli en 15 augustus;3° tenzij anders bepaald, duurt de raadpleging van de diensten en commissies dertig dagen;na afloop van die termijn wordt het advies geacht gunstig te zijn; De Regering kan de gevallen bepalen die de raadpleging van diensten en commissies verplichtend maken; 4° tijdens het openbaar onderzoek liggen de dossiers ter inzage in het gemeentehuis op werkdagen en één keer in de week tot 20 uur, of op zaterdagmorgen, of na afspraak;5° technische uitleg kan door elke belanghebbende derde verkregen worden;6° elke belanghebbende derde kan opmerkingen en bezwaren per schrijven indienen vóór de einddatum van het openbaar onderzoek of, desnoods, mondeling meedelen op de laatste dag van het onderzoek; 7° tenzij anders bepaald, als het gaat om een plan of een stedenbouwkundig en leefmilieuverslag wordt de openbare oproep gedaan zowel door aanplakking als d.m.v. een bericht op de pagina's voor plaatselijk nieuws van drie Frans- of Duitstalige dagbladen, al naar gelang het geval; het bericht kan ook bekendgemaakt worden in gemeentelijke informatiebladen of in reclamekranten die gratis aan de bevolking worden uitgedeeld; 8° minstens één vergadering toegankelijk voor het publiek vindt plaats tijdens het openbaar onderzoek volgens de modaliteiten vastgelegd door de Regering of de gemeente;9° de besluiten worden door aanplakking bekendgemaakt. De Regering of de gemeente mag over elke andere vorm van informatie, bekendmaking of raadpleging beslissen. De opschorting van de voorgeschreven termijn overeenkomstig het eerste lid, 2° wordt uitgebreid tot de termijnen inzake raadpleging, aanneming, goedkeuring, beslissing en aanhangigmaking bedoeld in dit Wetboek. Als de gemeente niet gestart is met de voorgeschreven maatregelen inzake bekendmaking, worden zij overgenomen door de provinciegouverneur op uitnodiging van de Regering of de gemachtigde ambtenaar ». Art. 43.Artikel 6 van hetzelfde Wetboek wordt aangevuld als volgt : « De gewestelijke commissie wordt door de Regering geraadpleegd voor elk ontwerp van decreet of besluit van algemene draagwijdte die onder Ruimtelijke Ordening of Stedenbouw ressorteert ». Art. 44.Het eerste lid van artikel 8 van hetzelfde Wetboek wordt vervangen als volgt : « Op straffe van nietigheid moet elke zending met vaste dagtekening van de verzending en de ontvangst van de akte gebeuren, welke uitreikingsdienst er ook gebruikt wordt. De Regering kan een lijst opstellen van de verzendingsprocédés die zij aanvaardt om een vaste dagtekening van de verzending en de ontvangst te verzekeren ». Art. 45.In artikel 12, eerste lid, 1°, van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij het decreet van 18 juli 2002Relevante gevonden documenten type wet prom. 26/07/1962 pub. 26/02/2010 numac 2010000080 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de rechtspleging bij hoogdringende omstandigheden inzake onteigening ten algemenen nutte. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten1, worden de woorden "of van een gemeentelijk programma bedoeld in artikel 33" opgeheven. Onder 2° van hetzelfde lid, worden de woorden "voor een effectenonderzoek i.v.m. » vervangen door "voor een milieueffectenrapport i.v.m. ». Punt 6° in hetzelfde lid wordt vervangen als volgt : « 6° voor de jaarlijkse indienstneming, op verzoek van een gemeente of verschillende aangrenzende gemeenten of vereniging van gemeenten, van één of verschillende adviseurs ter zake van ruimtelijke ordening en stedenbouw ». In het derde lid van hetzelfde artikel, worden de woorden "en milieuzaken" opgeheven. Art. 46.Artikel 13 van hetzelfde Wetboek wordt vervangen door volgende tekst : « Art. 13.- §
- Het gewestelijk ruimtelijk ontwikkelingsplan biedt inrichtings- en duurzame ontwikkelingsmogelijkheden voor het hele grondgebied van het Waalse Gewest ». §
- Het plan bevat : 1° de evaluatie van de sociale, economische, patrimoniale en milieubehoeften, alsmede een analyse van de eisen en mogelijkheden van het grondgebied van het Waalse Gewest;2° de algemene doelstellingen inzake harmonisatie van de activiteiten, mobiliteit, zuinig bodembeheer, instandhouding en uitbreiding van het patrimonium met het oog op de duurzame ontwikkeling, zoals bedoeld in het decreet van 21 april 1994 betreffende de milieuplanning in het kader van de duurzame ontwikkeling;3° de te nemen opties en te bereiken sectorale doelstellingen, met name inzake mobiliteit, uitrustingen en infrastructuren van supraregionaal of regionaal belang;4° een omschrijving van de doelstellingen van het voorontwerp van gewestelijk ruimtelijk ontwikkelingsplan, evenals diens verband met andere relevante plannen en programma's;5° de relevante aspecten van de milieutoestand, evenals diens vermoedelijke evolutie indien het gewestelijk ruimtelijk ontwikkelingsplan niet ten uitvoer wordt gebracht;6° de relevante doelstellingen ter zake van de milieubescherming en de wijze waarop zij in overweging worden genomen in het kader van de opstelling van het plan;7° de vermoedelijke niet te verwaarlozen milieu-effecten, namelijk de secundaire, cumulatieve, synergische effecten, de effecten op korte, middellange en lange termijn, de permanente en tijdelijke, zowel positieve als negatieve effecten, daarbij inbegrepen de biologische diversiteit, de bevolking, de menselijke gezondheid, de fauna, de flora, de bodem, het water, de lucht, de klimaatfactoren, de materiële goeden, het cultureel erfgoed daarbij inbegrepen het architectonisch en archeologisch erfgoed, de landschappen en de interacties tussen bedoelde factoren;8° de impact op de land- en bosbouwbedrijvigheid;9° de maatregelen die ten uitvoer gebracht dienen te worden om de negatieve effecten bedoeld onder 7° en 8° te voorkomen, te verminderen of op te heffen;10° een omschrijving van de gekozen evaluatiemethode en van de opgetreden problemen;11° de maatregelen die in acht worden genomen om te zorgen voor de opvolging van de tenuitvoerlegging van het gewestelijk ruimtelijk ontwikkelingsplan;12° een niet-technische samenvatting van bovenbedoelde informaties. §
- Het plan kan ook de volgende gegevens bevatten :
- de afbakening van gebieden voor ruimtelijke ordening;
- de aan te wenden middelen ». Art. 47.Artikel 14 van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij het decreet van 18 juli 2002Relevante gevonden documenten type wet prom. 26/07/1962 pub. 26/02/2010 numac 2010000080 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de rechtspleging bij hoogdringende omstandigheden inzake onteigening ten algemenen nutte. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten1, wordt vervangen door volgende tekst : « Art. 14.- §
- Het gewestelijk ruimtelijk ontwikkelingsplan wordt op initiatief van de Regering opgemaakt. De gewestelijke commissie en de "Conseil wallon de l'Environnement pour le Développement durable" (Waalse Raad voor het Leefmilieu voor Duurzame Ontwikkeling) worden op de hoogte gebracht van de voorafgaande studies en kunnen voorstellen doen telkens als ze het nodig achten. §
- De Regering neemt het ontwerp-plan voorlopig aan, onderwerpt het aan een openbaar onderzoek overeenkomstig artikel 4 en legt het voor aan de gewestelijke commissie, de "Conseil wallon de l'Environnement pour le Développement durable" en aan de personen en instanties waarvan zij het advies nuttig acht. Het openbaar onderzoek wordt aangekondigd door aanplakking in elke gemeente, door een bericht in ten minste drie dagbladen die in het Waalse Gewest worden verspreid, waarvan één in het Duits, door een bericht dat drie keer wordt uitgezonden door de R.T.B.F. en door het Belgische Radio- en Televisiecentrum voor uitzendingen in de Duitse taal. Kort na de aankondiging van het openbaar onderzoek organiseert de Regering een informatievergadering in de hoofdplaats van elk arrondissement en op de zetel van de Duitstalige Gemeenschap. §
- De gemeenteraden, de gewestelijke commissie, de "Conseil wallon de l'environnement pour le développement durable" alsmede de in paragraaf 2 bedoelde personen en instanties brengen advies uit aan de Regering binnen vijfenveertig dagen na de einddatum van het openbaar onderzoek; bij gebrek worden de adviezen geacht gunstig te zijn. §
- De Regering neemt het plan definitief aan. Bovendien wordt door de Regering een milieuverklaring overlegd die een samenvatting weergeeft van de manier waarop de milieubeschouwingen werden opgenomen in het plan en waarop de adviezen, bezwaren en opmerkingen uitgebracht overeenkomstig de paragrafen 2 en 3 in beschouwing werden genomen Het besluit van de Regering en de milieuverklaring worden in het Belgisch Staatsblad bekendgemaakt. Afschriften van het plan worden binnen tien dagen na de bekendmaking in het Belgisch Staatsblad naar de gemeenten, de gewestelijke commissie en de Waalse Raad voor het Leefmilieu voor Duurzame Ontwikkeling gestuurd ». Art. 48.Artikel 16 van hetzelfde Wetboek wordt vervangen door volgende tekst : « Art. 16.Het gemeentelijk structuurplan is een richtinggevend, evaluatie-, beheers- en programmeringsdocument voor de duurzame ontwikkeling van het gemeentelijke grondgebied in zijn geheel. Het bevat de volgende gegevens : 1° de volgens de vastgestelde prioriteiten beoogde inrichting, alsmede de in kaart gebrachte maatregelen die daarmee gepaard gaan;2° de vestiging van uitrustingen en infrastructuren;3° de algemene richtlijnen voor de harmonisatie en de integratie van de verkeersstromen;4° de regels voor de uitvoering van de inrichtingsmaatregelen;5° een omschrijving van de doelstellingen van het voorontwerp van gemeentelijk structuurplan, evenals diens verband met andere relevante plannen en programma's;6° de relevante aspecten van de milieutoestand, evenals diens vermoedelijke evolutie indien het gemeentelijk structuurplan niet ten uitvoer wordt gebracht;7° de relevante doelstellingen ter zake van de milieubescherming en de wijze waarop zij in overweging worden genomen in het kader van de opstelling van het plan;8° de vermoedelijke niet te verwaarlozen milieueffecten, namelijk de secundaire, cumulatieve, synergische effecten, de effecten op korte, middellange en lange termijn, de permanente en tijdelijke, zowel positieve als negatieve effecten, daarbij inbegrepen de biologische diversiteit, de bevolking, de menselijke gezondheid, de fauna, de flora, de bodem, het water, de lucht, de klimaatfactoren, de materiële goeden, het cultureel erfgoed daarbij inbegrepen het architectonisch en archeologisch erfgoed, de landschappen en de interacties tussen bedoelde factoren;9° de impact op de land- en bosbouwbedrijvigheid;10° de maatregelen die ten uitvoer gebracht dienen te worden om de negatieve effecten bedoeld onder 7° en 8° te voorkomen, te verminderen of op te heffen;11° een omschrijving van de gekozen evaluatiemethode en van de opgetreden problemen;12° de maatregelen die in acht worden genomen om te zorgen voor de opvolging van de tenuitvoerlegging van het gemeentelijk structuurplan;13° een niet-technische samenvatting van bovenbedoelde informaties. Het gemeentelijke structuurplan kan meer bepaald gegrond worden op nuttige inlichtingen die verkregen zijn tijdens andere, eerder verwezenlijkte milieueffectenrapportages en, in het bijzonder, tijdens de aanneming van een gewestplan of een gemeentelijk inrichtingsplan. De Regering kan de inhoud van het dossier i.v.m. het plan bepalen ». Art. 49.Artikel 17 van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij het decreet van 18 juli 2002Relevante gevonden documenten type wet prom. 26/07/1962 pub. 26/02/2010 numac 2010000080 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de rechtspleging bij hoogdringende omstandigheden inzake onteigening ten algemenen nutte. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten1, wordt vervangen door volgende tekst : « Art. 17.§
- Het gemeentelijk structuurplan wordt op initiatief van de gemeenteraad opgemaakt na een analyse van de feitelijke en rechtstoestand. De gemeenteraad kiest onder de krachtens artikel 11 erkende personen de privaat- of publiekrechtelijke natuurlijke of rechtspersonen die het ontwerp-plan moeten opmaken. De gemeentelijke commissie en de "Conseil wallon de l'Environnement pour le Développement durable" worden op de hoogte gebracht van voorafgaande studies en kunnen voorstellen doen telkens als ze het nodig achten. De gemeenteraad neemt het ontwerp-plan voorlopig aan. §
- Het College van burgemeester en schepenen onderwerpt het ontwerp-plan aan een openbaar onderzoek overeenkomstig artikel
- Tegelijkertijd onderwerpt het College van burgemeester en schepenen het ontwerp-plan aan het advies van de gemachtigde ambtenaar. Het advies wordt toegezonden binnen dertig dagen na het verzoek van het College van burgemeester en schepenen; bij gebreke hiervan wordt het geacht gunstig te zijn. §
- Het ontwerp-plan wordt, evenals de bezwaren en opmerkingen, vervolgens onderworpen aan het advies van de gemeentelijke commissie en aan de "Conseil wallon de l'Environnement pour le Développement durable". Het advies moet worden toegezonden binnen vijfenveertig dagen na het verzoek van het College van burgemeester en schepenen; bij gebreke hiervan wordt het geacht gunstig te zijn. §
- De gemeenteraad neemt het plan definitief aan, samen met een milieuverklaring waarin samenvattend uiteengezet wordt hoe de milieuoverwegingen in het plan zijn opgenomen en hoe de adviezen, de bezwaren en de opmerkingen uitgebracht in toepassing van de paragrafen 2 en 3 in overweging zijn genomen. De gemeenteraad richt het plan samen met het dossier aan de Regering.Laatstgenoemde kan de beslissing van de gemeenteraad vernietigen bij gemotiveerd besluit dat binnen een termijn van zestig dagen na ontvangst van het volledige dossier toegezonden dient te worden. Het plan, evenals de milieuverklaring of, in voorkomend geval, de beslissing van de gemeenteraad, liggen voor een ieder ter inzage op het gemeentehuis. Het publiek wordt hierover ingelicht op de wijze bepaald bij artikel 112 van de nieuwe gemeentewet. Het plan en de milieuverklaring worden aan de gemeentelijke commissie, de "Conseil wallon de l'Environnement pour le Développement durable" en, in voorkomend geval, aan de geraadpleegde personen en instanties overgemaakt. ». Art. 50.In artikel 23, eerste lid, 2°, van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij het decreet van 18 juli 2002Relevante gevonden documenten type wet prom. 26/07/1962 pub. 26/02/2010 numac 2010000080 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de rechtspleging bij hoogdringende omstandigheden inzake onteigening ten algemenen nutte. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten1, worden na de woorden "het bestaande en het geplande tracé" de woorden "of de oppervlakte voor reservatie die daarvoor in de plaats staat" ingevoegd. In hetzelfde lid wordt een 3° ingevoegd luidend als volgt : « 3° de oppervlakten ter bescherming van ondergrondse netwerken voor het vervoer van vloei- en brandstoffen waar uitsluitend handelingen en werken van openbaar nut of die betrekking hebben op netwerken worden toegelaten; de Regering kan de kenmerken van deze oppervlakten bepalen en aan welke voorwaarden de handelingen en werken moeten voldoen ». Punt 2° van het tweede lid van hetzelfde artikel wordt vervangen als volgt : « 2° bijkomende voorschriften van stedenbouwkundige of planologische aard die o.a. kunnen gegrond zijn op de volgende gegevens : a. een samenvattende studie van de dwangmatigheden en de potentialiteiten;b. de omschrijving van de algemene doelstellingen van de ontsluiting van het gebied;c. de omschrijving van de opties inzake aanleg van het gebied voor elkeen der volgende aspecten : - de integratie in het leefmilieu en in diens menselijke kenmerken; - de mobiliteit van de goederen en de personen; - de uitrustingen en de technische netten, meer bepaald ten opzichte van de geologie, de hydrogeologie en de orohydrologie; - de stedenbouw en de architectuur; - het landschap. d. maatregelen met betrekking tot de bevordering van hernieuwbare energie en het eventuele programma voor de geleidelijke bezetting van het gebied". Art. 51.In artikel 25 van hetzelfde Wetboek wordt punt 8° van het tweede lid opgeheven. Punt 9° van hetzelfde lid wordt punt 8°. In hetzelfde artikel wordt een vierde lid ingevoegd luidend als volgt : « Het gebied waarvan de inrichting door de gemeente onderworpen is aan een overleg moet elke bestemming bedoeld in het tweede en derde lid krijgen, met uitzondering van de bedrijfsruimte met een industrieel karakter en het ontginningsgebied ». Art. 52.Artikel 31bis van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij het decreet van 18 december 2002Relevante gevonden documenten type wet prom. 26/07/1962 pub. 26/02/2010 numac 2010000080 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de rechtspleging bij hoogdringende omstandigheden inzake onteigening ten algemenen nutte. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten2, wordt opgeheven. Art. 53.Het derde lid van artikel 32 van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij het decreet van 18 juli 2002Relevante gevonden documenten type wet prom. 26/07/1962 pub. 26/02/2010 numac 2010000080 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de rechtspleging bij hoogdringende omstandigheden inzake onteigening ten algemenen nutte. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten1, wordt opgeheven. Art. 54.Artikel 33 van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij het decreet van 18 juli 2002Relevante gevonden documenten type wet prom. 26/07/1962 pub. 26/02/2010 numac 2010000080 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de rechtspleging bij hoogdringende omstandigheden inzake onteigening ten algemenen nutte. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten1, wordt vervangen als volgt : « Art. 33.§
- De bestemming van het gebied waarvan de inrichting door de gemeente onderworpen is aan een overleg wordt bepaald in functie van de ligging, de buurt, de nabijheid van bevoorrechte initiatiefgebieden bedoeld in artikel 174 en woonkernen bedoeld in de Huisvestingscode, de prestatie van de communicatie en distributienetwerken, de kosten die de verstedelijking op korte, middellange en lange termijn met zich meebrengen, alsook de behoeften van de gemeente en de bestemming van het geheel of deel van een gebied waarvan de inrichting door de gemeente onderworpen is aan een overleg, en dat zich bevindt op het betrokken gemeentelijk grondgebied en op de aangrenzende gemeentelijke grondgebieden, indien het bestaat. §
- Als de tenuitvoerlegging van een gebied of deel van een gebied waarvan de inrichting door de gemeente onderworpen is aan een overleg, betrekking heeft op één of meerdere bestemmingen bedoeld in artikel 25, tweede lid, wordt zij onderworpen aan de goedkeuring door de gemeenteraad van een stedenbouwkundig en leefmilieuverslag dat het volgende bevat : a. de inrichtingsopties inzake infrastructuur en technische netwerken, landschap, stedenbouwkunde, architectuur en groengebieden;b. de evaluatie van de vermoedelijke effecten van de uitvoering van het gebied of deel van een gebied waarvan de inrichting door de gemeente onderworpen is aan een overleg, daarbij inbegrepen de biologische diversiteit, de mens en zijn activiteiten, de fauna, de flora, de bodem, de ondergrond, het water, de lucht, het klimaat en de landschappen, het cultureel patrimonium alsmede de wisselwerking tussen deze factoren, een analyse van de maatregelen die genomen moeten worden om de negatieve effecten te voorkomen of te beperken, de mogelijke alternatieven en hun rechtvaardiging, alsmede de maatregelen die in acht worden genomen om te zorgen voor de opvolging van de tenuitvoerlegging van het stedenbouwkundig en leefmilieuverslag;c. een niet-technische samenvatting van bovenbedoelde informaties. Het stedenbouwkundig en leefmilieuverslag kan meer bepaald gegrond worden op de nuttige inlichtingen die verkregen zijn tijdens andere, eerder verwezenlijkte milieueffectenrapportages. Het stedenbouwkundig en leefmilieuverslag is een oriënteringsdocument dat de opties inzake aanleg en duurzame ontwikkeling tot uiting brengt voor het geheel of voor een deel van het gebied waarvan de inrichting door de gemeente onderworpen is aan een overleg. De Regering kan het stedenbouwkundig en leefmilieuverslag bepalen. §
- Het College van burgemeester en schepenen onderwerpt het stedenbouwkundig en leefmilieuverslag aan een openbaar onderzoek overeenkomstig artikel 4 en aan het advies van de gemeentelijke commissie of, bij ontstentenis, aan de gewestelijke commissie, aan de "Conseil wallon de l'Environnement pour le Développement durable" en aan de personen en instanties die hij nuttig acht te raadplegen. §
- De gemeenteraad neemt het stedenbouwkundig en leefmilieuverslag aan, samen met een milieuverklaring waarin samenvattend uiteengezet wordt hoe de milieuoverwegingen in het verslag zijn opgenomen en hoe de adviezen, de bezwaren en de opmerkingen uitgebracht in toepassing van paragraaf 3 in overweging zijn genomen. De gemeenteraad richt het plan samen met het dossier aan de gemachtigde ambtenaar. Binnen dertig dagen na ontvangst van het verslag richt de gemachtigde ambtenaar het dossier aan de Regering. De Regering verifieert of het stedenbouwkundig en leefmilieuverslag conform is aan de bepalingen bedoeld in de paragrafen 1 en
- De Regering kan, desgevallend, de beslissing van de gemeenteraad vernietigen bij gemotiveerd besluit dat binnen een termijn van dertig dagen na ontvangst van het volledige dossier door de gemachtigde ambtenaar toegezonden dient te worden. Na afloop van die termijn wordt het stedenbouwkundig en leefmilieuverslag geacht goedgekeurd te zijn. Het stedenbouwkundig en leefmilieuverslag, evenals de milieuverklaring liggen voor een ieder ter inzage op het gemeentehuis. Het publiek wordt hierover ingelicht op de wijze bepaald bij artikel 112 van de nieuwe gemeentewet. Het verslag en de milieuverklaring worden aan de gemeentelijke commissie, of, bij ontstentenis, aan de "Conseil wallon de l'Environnement pour le Développement durable" en aan de geraadpleegde personen en instanties overgemaakt. §
- De artikelen 110 à 112 zijn van toepassing op elk gebied of deel van een gebied waarvan de inrichting door de gemeente onderworpen is aan een overleg overeenkomstig de paragrafen 2, 3 en 4 en waarvan de tenuitvoerlegging nog niet bepaald werd overeenkomstig dezelfde paragrafen of wanneer het gebied waarvan de inrichting door de gemeente onderworpen is aan een overleg één of meerdere bestemmingen bestrijkt bedoeld in artikel 25, derde lid. §
- Periodiek dient het college van burgemeester en schepenen bij de gemeenteraad een verslag in over de opvolging van de significante milieu-impact van de tenuitvoerlegging van de gebieden of delen van gebieden waarvan de inrichting door de gemeente onderworpen is aan een overleg. Het publiek wordt daarover ingelicht volgens de regels bepaald bij artikel 112 van de gemeentewet. §
- De bepalingen met betrekking tot het opstellen van het stedenbouwkundig en leefmilieuverslag zijn van toepassing op zijn herziening ». Art. 55.Artikel 34 van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij het decreet van 18 juli 2002Relevante gevonden documenten type wet prom. 26/07/1962 pub. 26/02/2010 numac 2010000080 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de rechtspleging bij hoogdringende omstandigheden inzake onteigening ten algemenen nutte. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten1, wordt vervangen door volgende tekst : « Art. 34.De gebieden met een industrieel karakter, waarvan de bestemming nog niet vaststaat, zijn bestemd voor de activiteiten bedoeld in artikel 30 en artikel 31, met uitzondering van de agro-economische buurtactiviteiten en de groothandelsdistributie. Bedoeld gebied bevat een afzonderingsoppervlakte of -marge. De exploitant of het bewakingspersoneel mogen er gehuisvest worden wanneer de veiligheid of de goede werking van het bedrijf het vereist. De woning maakt noodzakelijk deel uit van de exploitatie. De inrichting van een gebied met een industrieel karakter waarvan de bestemming nog niet vaststaat, wordt bepaald in functie van de ligging van het gebied, de buurt, de kosten en behoeften van de betrokken regio, de bestaande vervoerinfrastructuren, met het oog op het ontwikkelen van de multimodale mogelijkheden, alsmede de synergieën met aangrenzende gebieden ». Art. 56.In het vierde lid van artikel 35 van hetzelfde Wetboek worden de woorden "en kleine schuilplaatsen voor dieren" ingevoegd na het woord "Vissershutten". Art. 57.In het derde lid van artikel 39 van hetzelfde Wetboek worden de woorden "De Regering maakt de lijst op" vervangen door de woorden "De Regering mag de lijst opmaken". Art. 58.Artikel 39bis van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij het decreet van 18 juli 2002Relevante gevonden documenten type wet prom. 26/07/1962 pub. 26/02/2010 numac 2010000080 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de rechtspleging bij hoogdringende omstandigheden inzake onteigening ten algemenen nutte. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten1, wordt opgeheven. Art. 59.In artikel 46, tweede lid, van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij het decreet van 18 juli 2002Relevante gevonden documenten type wet prom. 26/07/1962 pub. 26/02/2010 numac 2010000080 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de rechtspleging bij hoogdringende omstandigheden inzake onteigening ten algemenen nutte. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten1, wordt punt 3° vervangen als volgt : « 3° de opneming van een nieuw bebouwingsgebied wordt gecompenseerd door een gelijkwaardige wijziging van een bestaande bebouwingsgebied in een niet-bebouwingsgebied of door een alternatieve compensatie bepaald door de Regering". Punt 4° van hetzelfde lid wordt opgeheven. Art. 60.Artikel 50 van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij het decreet van 18 juli 2002Relevante gevonden documenten type wet prom. 26/07/1962 pub. 26/02/2010 numac 2010000080 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de rechtspleging bij hoogdringende omstandigheden inzake onteigening ten algemenen nutte. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten1, wordt vervangen door volgende tekst : « Art. 50.§
- De gemeenteraad kiest onder de krachtens artikel 11 erkende personen een privaat- of publiekrechtelijk natuurlijke of rechtspersoon die het voorontwerp van het gemeentelijk plan zal opmaken. §
- De gemeenteraad beslist over de opstelling van een gemeentelijk plan van aanleg en neemt het voorontwerp ervan aan, dat vastgesteld is op grond van een analyse van de feitelijke en de rechtstoestand meer bepaald van de beschermingsomtrekken bedoeld in dit Wetboek of andere wetgevingen. De gemeenteraad stelt een milieueffectenstudie op waarvan hijzelf de omvang en de mate van nauwkeurigheid van de inhoud bepaalt welke betrekking heeft op : 1° een samenvatting van de inhoud, een omschrijving van de doelstellingen van het voorontwerp van plan, evenals diens verband met andere relevante plannen of programma's;2° de verantwoording van het voorontwerp van plan tegenover artikel 1, § 1;3° de menselijke en milieukenmerken van het betrokken grondgebied en van diens mogelijkheden, evenals de vermoedelijke ontwikkeling van de milieutoestand indien het plan niet ten uitvoer wordt gebracht;4° de milieukenmerken van de gebieden die op een niet te verwaarlozen wijze getroffen zouden kunnen worden;5° de milieuproblemen verbonden met het voorontwerp van gemeentelijk plan van aanleg die betrekking hebben op de gebieden die van bijzonder belang zijn voor het milieu zoals de gebieden die aangewezen zijn overeenkomstig de Richtlijnen 79/409/EEG en 92/43/EEG;6° de milieuproblemen die betrekking hebben op de gebieden waarin bedrijven zich zouden kunnen vestigen die een belangrijk risico inhouden voor de personen, de goeden of het milieu in de zin van de Richtlijn 96/82/EG of indien het voorontwerp van het plan in de opneming voorziet van gebieden die bestemd zijn als woongebieden, evenals van gebieden of infrastructuren die door het publiek worden bezocht en zich in de nabijheid van zulke bedrijven bevinden;7° de relevante doelstellingen ter zake van de milieubescherming en de wijze waarop zij in overweging worden genomen in het kader van de opstelling van het plan;8° de vermoedelijke niet te verwaarlozen milieueffecten, namelijk de secundaire, cumulatieve, synergische effecten, de effecten op korte, middellange en lange termijn, de permanente en tijdelijke, zowel positieve als negatieve effecten, daarbij inbegrepen de biologische diversiteit, de bevolking, de menselijke gezondheid, de fauna, de flora, de bodem, het water, de lucht, de klimaatfactoren, de materiële goeden, het cultureel erfgoed daarbij inbegrepen het architectonisch en archeologisch erfgoed, de landschappen en de interacties tussen bedoelde factoren;9° de impact op de land- en bosbouwbedrijvigheid;10° de maatregelen die ten uitvoer gebracht dienen te worden om de negatieve effecten bedoeld onder 8° en 9° te voorkomen, te verminderen of op te heffen;11° het voorstellen van mogelijke alternatieven en de verantwoording ervan al naar gelang van de punten 1° tot en met 10°;12° een omschrijving van de gekozen evaluatiemethode en van de voorgekomen problemen;13° de maatregelen die in acht worden genomen om te zorgen voor de opvolging van de tenuitvoerlegging van het gemeentelijk plan van aanleg;14° een niet-technische samenvatting van bovenbedoelde informaties. De gemeenteraad legt het ontwerp van de inhoud van het milieueffectenverslag, evenals het voorontwerp van het plan, ter advies voor aan de gemeentelijke commissie of, bij ontstentenis, aan de gewestelijke commissie, aan de "Conseil wallon de l'Environnement pour le Développement durable", aan de personen en instanties die hij nuttig acht te raadplegen, evenals, indien in het voorontwerp van plan gebieden vermeld zijn waarin bedrijven zich zouden kunnen vestigen die een belangrijk risico inhouden voor de personen, de goeden of het milieu in de zin van de Richtlijn 96/82/EG of indien hij in de opneming voorziet van gebieden die bestemd zijn als woongebieden, evenals gebieden of infrastructuren die door het publiek bezocht worden en die zich in de nabijheid van zulke bedrijven bevinden, aan het Directoraat-generaal Natuurlijke Hulpbronnen en Leefmilieu. De adviezen hebben betrekking op de omvang en de nauwkeurigheid van de verplichte inhoud van de studie. Indien de gemeenteraad, rekening houdend met de kenmerken van de ontwerpen of activiteiten waarvan de opstelling of de herziening het kader vormen en rekening houdend met de effecten en met de gebieden die getroffen zouden kunnen worden, uitmaakt dat het herziene vooropgestelde gemeentelijk plan van aanleg geen niet te verwaarlozen effecten zou kunnen hebben op het milieu, of het gebruik van een kleine zone op plaatselijk vlak bepaalt, beslist de gemeenteraad na advies van de gemeentelijke commissie of, bij ontstentenis, van de gewestelijke commissie en van de "Conseil wallon de l'Environnement pour le Développement durable" dat over het plan geen milieueffectenverslag moet worden opgesteld. Het vooropgestelde gemeentelijk plan van aanleg in de oppervlakte waarvan er zich een gebied bevindt dat aangewezen is overeenkomstig de Richtlijnen 79/409/EEG en 92/43/EEG of die de verwezenlijking van een aan een milieueffectenstudie onderworpen ontwerp beoogt mogelijk te maken of nog die betrekking heeft op gebieden waarin bedrijven zich zouden kunnen vestigen die een belangrijk risico inhouden voor de personen, de goeden of het milieu in de zin van de Richtlijn 96/82/EG of die in de opneming voorziet van gebieden die bestemd zijn als woongebieden, evenals van gebieden of infrastructuren die door het publiek worden bezocht en zich in de nabijheid van zulke bedrijven bevinden, wordt geacht niet te verwaarlozen effecten te hebben op het milieu. De milieueffectenstudie kan meer bepaald gegrond worden op de nuttige inlichtingen die verkregen zijn tijdens andere, eerder verwezenlijkte milieueffectenrapportages. §
- Het college van burgemeester en schepenen licht de gemeentelijke commissie, indien deze bestaat, geregeld in over de ontwikkeling van de voorafgaande studies en deelt de resultaten aan laatstgenoemde mede. De gemeentelijke commissie kan te allen tijde de opmerkingen of voorstellen die zij nuttig acht, uitbrengen ». Art. 61.Artikel 51 van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij het decreet van 18 juli 2002Relevante gevonden documenten type wet prom. 26/07/1962 pub. 26/02/2010 numac 2010000080 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de rechtspleging bij hoogdringende omstandigheden inzake onteigening ten algemenen nutte. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten1, wordt vervangen door volgende tekst : « Art. 51.§
- Op grond van een analyse van de feitelijke en de rechtstoestand en na advies van de gemachtigde ambtenaar keurt de gemeenteraad het ontwerp van het gemeentelijk plan van aanleg voorlopig goed, samen met, in voorkomend geval, het milieueffectenverslag en belast er het college van burgemeester en schepenen mee bedoeld ontwerp aan een openbaar onderzoek te onderwerpen overeenkomstig artikel
- Desnoods bepaalt de gemeenteraad dat het gemeentelijk ontwerp-plan mag afwijken van het gewestplan en vermeldt hij de punten waarvoor het ontwerp van de voorschriften van het gewestplan afwijkt. §
- Indien de inrichting die in het ontwerp-plan wordt voorgesteld, een significante impact zou kunnen hebben op het milieu van een ander Gewest, van een andere lidstaat van de Europese Unie of van een andere staat die verdragsluitende partij is van het Verdrag van Espoo van 25 februari 1991 inzake milieueffectrapportage in grensoverschrijdend verband, wordt het ontwerp-plan samen met het milieueffectenverslag bedoeld in paragraaf 1 en de eventuele informaties over de grensoverschrijdende effecten overgemaakt aan de bevoegde autoriteiten van bedoeld ander Gewest, bedoelde andere lidstaat van de Europese Unie of bedoelde andere staat die verdragsluitende partij is van het Verdrag van Espoo. De Regering bepaalt : 1° welke de instanties zijn die belast worden met het overmaken van de stukken aan de autoriteiten bedoeld in het eerste lid;2° de wijze waarop de bevoegde autoriteiten van het Gewest of de staat die er de invloed van zouden kunnen ondergaan, aan de milieueffectenrapportage deel kunnen nemen;3° de wijze waarop plan, milieuverklaring en uitgebrachte adviezen als bedoeld in paragraaf 3 van dit artikel medegedeeld worden aan de autoriteiten bedoeld onder het eerste lid. §
- Het dossier bevattende het ontwerp-plan wordt met het verslag bedoeld in paragraaf 1, de bezwaren, opmerkingen, notulen en adviezen binnen acht dagen na afloop van het openbaar onderzoek door het college van burgemeester en schepenen ter advies aan de gemeentelijke commissie of, bij ontstentenis, de gewestelijke commissie en aan de " Conseil wallon de l'Environnement pour le Développement durable " voorgelegd, evenals aan de andere personen en instanties en aan het Directoraat-generaal Natuurlijke Hulpbronnen en Leefmilieu indien bedoelde personen, instanties en bestuur zijn geraadpleegd in toepassing van artikel 50, § 2, tweede lid. De adviezen wordt binnen zestig dagen na het verzoek van het college van burgemeester en schepenen overgemaakt; bij ontstentenis worden ze geacht gunstig te zijn. §
- Binnen de daarop volgende vijfenveertig dagen neemt de gemeenteraad kennis van het volledige dossier. Hij kan ofwel het gemeentelijk plan definitief aannemen ofwel beslissen het te wijzigen. In het laatste geval wordt, behalve indien de besloten wijziging van gering belang is, overgegaan tot een nieuw openbaar onderzoek overeenkomstig artikel
- Daarnaast legt de gemeenteraad een milieuverklaring af waarin samenvattend uiteengezet wordt hoe de milieuoverwegingen in het plan zijn opgenomen en hoe het verslag bedoeld in paragraaf 1, de adviezen, de bezwaren en de opmerkingen uitgebracht in toepassing van de paragrafen 2 en 3 van dit artikel in overweging zijn genomen, evenals samenvattend melding wordt gemaakt van de redenen voor de keuze van het plan zoals aangenomen, rekening houdend met de andere in acht genomen redelijke oplossingen. Indien het gemeentelijk plan van aanleg niet aan een milieueffectenverslag wordt onderworpen, wordt de beslissing bedoeld in artikel 50, § 2, derde lid, en diens motivering in de milieuverklaring opgenomen ». Art. 62.In artikel 54 van hetzelfde Wetboek, gewijzigd door het decreet van 18 juli 2002Relevante gevonden documenten type wet prom. 26/07/1962 pub. 26/02/2010 numac 2010000080 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de rechtspleging bij hoogdringende omstandigheden inzake onteigening ten algemenen nutte. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten1 :
- punt 3° wordt geschrapt;
- punt 4° wordt vervangen als volgt : « 3° de herziening van een gemeentelijk plan dat afwijkt van het gewestplan »;
- punt 5° wordt geschrapt;
- punt 6° wordt punt 4°;
- punt 7° wordt punt 5°. Art. 63.In artikel 56, eerste lid, van hetzelfde Wetboek worden de woorden "en, onder de personen erkend krachtens dit Wetboek en de wetgeving op de milieueffectenevaluatie, degenen die in voorkomend geval het in artikel 50, § 2, bedoelde effectenonderzoek zullen uitvoeren" vervangen door de woorden "en hij voert het milieueffectenverslag bedoeld in artikel 50, § 2, uit". Art. 64.In artikel 57bis van hetzelfde Wetboek, gewijzigd door het decreet van 18 juli 2002Relevante gevonden documenten type wet prom. 26/07/1962 pub. 26/02/2010 numac 2010000080 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de rechtspleging bij hoogdringende omstandigheden inzake onteigening ten algemenen nutte. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten1, worden na de woorden "de gemeentelijke plannen van aanleg" de woorden "die het voorwerp hebben uitgemaakt van een voorafgaandelijk milieueffectenverslag" ingevoegd. Art. 65.In artikel 58, van hetzelfde Wetboek wordt het eerste lid vervangen door volgende tekst : « De onroerende goederen die nodig zijn voor de uitvoering of de tenuitvoerlegging van de voorschriften van de gewestplannen, de gemeentelijke plannen van aanleg of de gebieden waarvan de inrichting door de gemeente onderworpen is aan een overleg kunnen verworven worden door onteigening ten algemenen nutte ». In artikel 58, tweede lid, van hetzelfde Wetboek, worden tussen de woorden "de autonome gemeentebedrijven" en de woorden "en de openbare inrichtingen" de woorden ", de intercommunales die ruimtelijke ordening of huisvesting tot maatschappelijk doel hebben" ingevoegd. Art. 66.In artikel 84, § 1, eerste lid, van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij het decreet van 18 juli 2002Relevante gevonden documenten type wet prom. 26/07/1962 pub. 26/02/2010 numac 2010000080 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de rechtspleging bij hoogdringende omstandigheden inzake onteigening ten algemenen nutte. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten1 :
- punt 5°bis wordt punt 6°;
- punt 6° wordt punt 7°;
- punt 7° wordt punt 8°;
- punt 8°wordt vervangen als volgt : « 9 a.bebossen of ontbossen; er is evenwel geen vergunning nodig voor de bosbouw in bosgebieden; 9° b.de kerstbomenteelt ». In paragraaf 2 van hetzelfde artikel, wordt het tweede lid vervangen als volgt : « De Regering bepaalt de lijst van de minder belangrijke handelingen en werken waarvoor niet moet worden voldaan aan de onderstaande vereisten : 1° een stedenbouwkundige vergunning;2° de medewerking van een architect;3° het voorafgaandelijk advies van de gemachtigde ambtenaar;4° een stedenbouwkundige vergunning en de eis om een voorafgaandelijke stedenbouwkundige verklaring per zending op te sturen naar het college van burgemeester en schepenen waarvan de modaliteiten en inhoud door de Regering worden vastgelegd ». Art. 67.In artikel 85 van hetzelfde Wetboek, gewijzigd door het decreet van 18 juli 2002Relevante gevonden documenten type wet prom. 26/07/1962 pub. 26/02/2010 numac 2010000080 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de rechtspleging bij hoogdringende omstandigheden inzake onteigening ten algemenen nutte. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten1, wordt paragraaf 3 geschrapt. Art. 68.Artikel 88, eerste lid, van hetzelfde Wetboek, gewijzigd door het decreet van 18 juli 2002Relevante gevonden documenten type wet prom. 26/07/1962 pub. 26/02/2010 numac 2010000080 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de rechtspleging bij hoogdringende omstandigheden inzake onteigening ten algemenen nutte. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten1, wordt vervangen door een 3° luidend als volgt : « 3° voor projecten betreffende tijdelijke of testinrichtingen in de zin van het decreet betreffende de milieuvergunning ». Het derde lid van hetzelfde artikel wordt aangevuld met volgende tekst : « Het college van burgemeester en schepenen, de gemachtigde ambtenaar of de Regering kan de nodige waarborgen eisen inzake de uitvoering van de verplichting om de plaats in haar staat te herstellen". Art. 69.In artikel 89, § 1, van hetzelfde Wetboek, wordt het tweede lid vervangen door volgende tekst : « Onder "verkavelen" wordt verstaan de verdeling van een goed in minstens twee onbebouwde percelen om minstens één van beide te verkopen, voor meer dan 9 jaar te verhuren, in erfpacht of in opstal te geven, met het oog op de bouw van een woning, de oprichting van een vaste of mobiele installatie die als woning kan worden gebruikt ». Art. 70.In artikel 107, § 3, van hetzelfde Wetboek, worden de woorden "spreekt het college van burgemeester en schepenen zich na advies van de gemeentelijke commissie, indien deze bestaat, uit" vervangen door "kan het college van burgemeester en schepenen het advies van de gemeentelijke commissie vragen, indien deze bestaat". Art. 71.Artikel 108, § 1, van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij het decreet van 18 juli 2002Relevante gevonden documenten type wet prom. 26/07/1962 pub. 26/02/2010 numac 2010000080 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de rechtspleging bij hoogdringende omstandigheden inzake onteigening ten algemenen nutte. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten1, wordt vervangen als volgt : « §
- De gemachtigde ambtenaar gaat na of de procedure regelmatig is geweest en of de vergunning met redenen omkleed is en conform is : 1° met het gewestplan, als er noch een gemeentelijk plan van aanleg noch een verkavelingsvergunning bestaat;2° met het gemeentelijk structuurplan, het gemeentelijk plan, de verkavelingsvergunning of het stedenbouwkundig of leefmilieuverslag bedoeld in artikel 33;3° met een gewestelijk stedenbouwkundig reglement of met het gemeentelijk stedenbouwkundig reglement;4° met de wet van 12 juli 1956Relevante gevonden documenten type wet prom. 12/07/1956 pub. 06/07/2011 numac 2011000414 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot vaststelling van het statuut der autosnelwegen sluiten tot vaststelling van het statuut der autosnelwegen en met de perceelsgewijze plannen die de Regering heeft goedgekeurd krachtens artikel 6 van bedoelde wet;5° met de toegestane afwijking in toepassing van de artikelen 110 tot en met
- Bij ontstentenis wordt de beslissing van het college van burgemeester en schepenen door de gemachtigde ambtenaar geschorst. Binnen dertig dagen na ontvangst van de beslissing van het college van burgemeester en schepenen wordt de schorsing door de ambtenaar per schrijven meegedeeld aan de aanvrager, het college van burgemeester en schepenen en de Regering. De gemachtigde ambtenaar bepaalt de aard van de onregelmatigheid in de procedure, het gebrek aan redenen, of de bepaling waarmee de vergunning niet conform is. In zijn schrijven gericht aan het college van burgemeester en schepenen, nodigt de gemachtigde ambtenaar het college uit om zijn beslissing in te trekken. Bij ontstentenis kan de Regering de schorsing opheffen of de vergunning nietig verklaren. Binnen veertig dagen na ontvangst van de schorsing wordt de opheffing van de schorsing of de nietigverklaring van de vergunning door de Regering per schrijven meegedeeld aan de aanvrager, het college van burgemeester en schepenen en de gemachtigde ambtenaar. Bij ontstentenis van mededeling binnen de voorziene termijn wordt de vergunning vernietigd. ». In het eerste lid van paragraaf 2 van hetzelfde artikel wordt het woord "eveneens" geschrapt. Art. 72.Artikel 110 van hetzelfde Wetboek wordt vervangen als volgt : « Art. 110.Buiten de gebieden die daarvoor speciaal bestemd zijn, zijn openbare nutsvoorzieningen of gemeenschapsvoorzieningen toegelaten op voorwaarde dat hun vestiging de krachtlijnen van het landschap ofwel eerbiedigt ofwel structuur of eenheid verleent. » Art. 73.In artikel 111 van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij het decreet van 18 juli 2002Relevante gevonden documenten type wet prom. 26/07/1962 pub. 26/02/2010 numac 2010000080 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de rechtspleging bij hoogdringende omstandigheden inzake onteigening ten algemenen nutte. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten1 worden de woorden "Gebouwen die niet beantwoorden aan de bestemming van een gebied" opgeheven. In het eerste lid van hetzelfde artikel worden de woorden "de gebouwen of installaties in de zin van artikel 84, § 1, 1° die bestaan op het tijdstip waarop de vergunningsaanvraag" vervangen door de woorden "de bouwwerken, de installaties of de gebouwen die bestaan vóór inwerkingtreding van het gewestplan". In het tweede lid van hetzelfde artikel worden de woorden "de gebouwen en installaties in de zin van artikel 84, § 1, 1° die bestaan op het tijdstip waarop de vergunningsaanvraag" vervangen door de woorden "de bouwwerken, de installaties of de gebouwen die bestaan vóór inwerkingtreding van het gewestplan". In het derde lid van hetzelfde artikel worden de woorden "het gebouw zoals het is verbouwd, vergroot of heropgebouwd" vervangen door de woorden "het bouwwerk, de installatie of het gebouw zoals het is verbouwd, vergroot of heropgebouwd". Art. 74.In artikel 112, § 1, 3°, van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij het decreet van 18 juli 2002Relevante gevonden documenten type wet prom. 26/07/1962 pub. 26/02/2010 numac 2010000080 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de rechtspleging bij hoogdringende omstandigheden inzake onteigening ten algemenen nutte. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten1, worden tussen het woord "gebouwen" en de woorden "geïntegreerd zijn" de woorden ", al dan niet verbouwd, vergroot of heropgebouwd," ingevoegd. Art. 75.In artikel 114, eerste lid, van hetzelfde Wetboek worden de woorden "alsmede aan het advies van de gemeentelijke commissie, indien er één is, en dat ze het voorwerp uitmaakt van een gegrond voorstel van het College van burgemeester en schepenen" vervangen door de woorden" vervangen door de woorden "alsmede aan de terinzagelegging bedoeld in artikel 4, eerste lid, 3° ". Het tweede lid van hetzelfde artikel wordt opgeheven. Art. 76.In artikel 115, eerste lid, van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij het decreet van 18 juli 2002Relevante gevonden documenten type wet prom. 26/07/1962 pub. 26/02/2010 numac 2010000080 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de rechtspleging bij hoogdringende omstandigheden inzake onteigening ten algemenen nutte. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten1, worden de woorden "ter post aangetekend" en "met ontvangstbewijs" geschrapt. Art. 77.In artikel 116, § 1, eerste lid, van het Wetboek worden de woorden "ter post aangetekend" geschrapt. In paragraaf 6, tweede lid, van hetzelfde artikel wordt het woord "onderwerpt" vervangen door de woorden "kan" en, na "bekendmakingsmaatregelen", "onderwerpen", "wint het advies in" wordt vervangen door "en aan het advies". Dezelfde paragraaf wordt als volgt aangevuld : « Het college van burgemeester en schepenen licht er de aanvrager over in. » Art. 78.In artikel 117, eerste lid, van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij decreet van 18 juli 2002Relevante gevonden documenten type wet prom. 26/07/1962 pub. 26/02/2010 numac 2010000080 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de rechtspleging bij hoogdringende omstandigheden inzake onteigening ten algemenen nutte. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten1, worden de woorden "bij ter post aangetekend schrijven gelijktijdig naar de aanvrager en de gemachtigde ambtenaar verstuurd" vervangen door de woorden "per schrijven gelijktijdig aan de aanvrager en de gemachtigde ambtenaar medegedeeld". In het derde lid van hetzelfde artikel worden de woorden "van het ontvangbewijs" vervangen door de woorden "van het schrijven". Art. 79.In artikel 118, § 1, eerste lid, van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij het decreet van 18 juli 2002Relevante gevonden documenten type wet prom. 26/07/1962 pub. 26/02/2010 numac 2010000080 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de rechtspleging bij hoogdringende omstandigheden inzake onteigening ten algemenen nutte. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten1, worden de woorden " bij ter post aangetekend schrijven" vervangen door de woorden "per schrijven". In paragraaf 2, eerste lid, van hetzelfde artikel worden de woorden "verstuurt de gemachtigd ambtenaar zijn beslissing naar de aanvrager, bij ter post aangetekend schrijven" door de woorden "geeft de gemachtigd ambtenaar per schrijven kennis van zijn beslissing aan de aanvrager". Leden twee, drie en vier van dezelfde paragraaf worden als volgt vervangen : « In voorkomend geval voert de gemachtigd ambtenaar via de gemeente de bijzondere bekendmakingsmaatregelen uit of kan hij het advies inwinnen van de gemeentelijke commissie, en in dat geval wordt de termijn bedoeld in het eerste lid met veertig dagen verlengd. ». Art. 80.In artikel 119, § 1, eerste lid, 3°, van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij het decreet van 18 juli 2002Relevante gevonden documenten type wet prom. 26/07/1962 pub. 26/02/2010 numac 2010000080 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de rechtspleging bij hoogdringende omstandigheden inzake onteigening ten algemenen nutte. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten1, wordt het woord "aangetekend" geschrapt. In paragraaf 2, eerste lid, 2°, van hetzelfde artikel wordt het woord "aangetekende" geschrapt. In het tweede lid van dezelfde paragraaf worden de woorden "stelt de gemachtigde ambtenaar een beroep in bij de Regering" vervangen door de woorden "stuurt de gemachtigde een beroep per schrijven aan de Regering". In het derde lid van dezelfde paragraaf worden de woorden "Het beroep wordt gelijktijdig naar de aanvrager gestuurd" vervangen door de woorden "De beroepen worden gelijktijdig per schrijven naar de aanvrager gestuurd". Art. 81.In artikel 120, eerste lid, 1°, van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij het decreet van 18 juli 2002Relevante gevonden documenten type wet prom. 26/07/1962 pub. 26/02/2010 numac 2010000080 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de rechtspleging bij hoogdringende omstandigheden inzake onteigening ten algemenen nutte. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten1, worden in de officiële versie in het Frans de woorden "a lieu l'audience" vervangen door de woorden "a lieu l'audition". Het vierde lid van hetzelfde artikel wordt vervangen als volgt : « De Regering wint het advies in van de commissie en, in de veertig dagen te rekenen van de ontvangst van het beroep, verzoekt de aanvrager, het college van burgemeester en schepenen, de gemachtigd ambtenaar of hun vertegenwoordigers, evenals de commissie, om op de hoorzitting te verschijnen. Binnen dezelfde termijn maakt de commissie haar advies over. Bij ontstentenis wordt het advies geacht gunstig te zijn. ». Het zesde lid van hetzelfde artikel wordt opgeheven. Art. 82.In artikel 121, eerste lid, van hetzelfde Wetboek, worden de woorden "stuurt de Regering haar beslissing naar de aanvrager" vervangen door de woorden "geeft de Regering per schrijven kennis van haar beslissing aan de aanvrager". In lid 2 van hetzelfde artikel wordt het woord "aangetekende" geschrapt. In lid 3 van hetzelfde artikel worden de woorden "de aangetekende rappelbrief" vervangen door de woorden "de zending". Art. 83.In artikel 122, eerste lid, van hetzelfde Wetboek worden de woorden "een aangetekend beroep instellen" vervangen door de woorden "per schrijven een beroep instellen". In het tweede lid van hetzelfde artikel worden de woorden "bezorgt de gemachtigde ambtenaar" vervangen door de woorden "bezorgt de gemachtigde ambtenaar per schrijven". In hetzelfde artikel worden de woorden "nadat de gemachtigde ambtenaar het aangetekend beroep heeft ontvangen" vervangen door de woorden "nadat de gemachtigde ambtenaar per schrijven het beroep heeft ontvangen". Art. 84.De leden twee, drie en vier van artikel 123 van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij het decreet van 18 juli 2002Relevante gevonden documenten type wet prom. 26/07/1962 pub. 26/02/2010 numac 2010000080 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de rechtspleging bij hoogdringende omstandigheden inzake onteigening ten algemenen nutte. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten1, worden geschrapt. Art. 85.Artikel 124 van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij het decreet van 18 juli 2002Relevante gevonden documenten type wet prom. 26/07/1962 pub. 26/02/2010 numac 2010000080 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de rechtspleging bij hoogdringende omstandigheden inzake onteigening ten algemenen nutte. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten1, wordt vervangen als volgt : « Art. 124.De milieueffectenstudie met betrekking tot de vergunningsaanvraag kan geheel of gedeeltelijk gegevens en resultaten uit voorheen doorgevoerde milieuevaluaties bevatten. » . Art. 86.In artikel 125 van hetzelfde Wetboek worden de woorden "de overlegvergadering" vervangen door de woorden "de vergadering waarbij de bevolking betrokken wordt". Art. 87.In artikel 127, § 1, van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij het decreet van 18 juli 2002Relevante gevonden documenten type wet prom. 26/07/1962 pub. 26/02/2010 numac 2010000080 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de rechtspleging bij hoogdringende omstandigheden inzake onteigening ten algemenen nutte. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten1 en het decreet van 1 april 2004Relevante gevonden documenten type wet prom. 26/07/1962 pub. 26/02/2010 numac 2010000080 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de rechtspleging bij hoogdringende omstandigheden inzake onteigening ten algemenen nutte. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten7, wordt het nummer 4° ingevoegd bij het decreet van 1 april 2004Relevante gevonden documenten type wet prom. 26/07/1962 pub. 26/02/2010 numac 2010000080 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de rechtspleging bij hoogdringende omstandigheden inzake onteigening ten algemenen nutte. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten7 vervangen als volgt : « 4° wanneer ze betrekking heeft op handelingen en werken gelegen in het gebied bedoeld in artikel 28 ". Hetzelfde lid wordt aangevuld als volgt : « 5° wanneer ze betrekking heeft op handelingen en werken gelegen in de omtrek bedoeld in de artikelen 168, § 1, eerste lid, en 182; 6° wanneer ze betrekking heeft op handelingen en werken gelegen in de omtrek bedoeld in artikel 1, 5°, van het decreet betreffende de ontsluitingsinfrastructuur voor economische bedrijvigheid.». Het tweede lid, 3°, van dezelfde paragraaf wordt vervangen als volgt : « 3° de lijst van de handelingen en werken van algemeen nut of waarvan zij het gewestelijke belang erkent en waarvoor er geen machtiging gegeven wordt. ». In paragraaf 2 van hetzelfde artikel wordt het eerste lid vervangen als volgt : « De vergunningsaanvraag wordt per schrijven aan de gemachtigde ambtenaar gericht. ». In het derde lid van dezelfde paragraaf worden de woorden "bij ter post aangetekend schrijven" vervangen door de woorden "per schrijven". In het vierde lid van dezelfde paragraaf worden de woorden "geeft de gemachtigd ambtenaar, indien de aanvraag volledig is, kennis aan de aanvrager, bij ter post aangetekend schrijven" vervangen door de woorden "geeft de gemachtigd ambtenaar, indien de aanvraag volledig is, per schrijven kennis aan de aanvrager,". Paragraaf 3 van hetzelfde artikel wordt vervangen als volgt : « §
- Indien het handelingen en werken betreft bedoeld in paragraaf 1, eerste lid, 1°, 2°, 4° en 5°, kan de vergunning toegekend worden op grond van artikel 110 of bij afwijking van een gemeentelijk plan van aanleg, een gemeentelijke stedenbouwkundige verordening of een rooiplan. ». In paragraaf 4, eerste lid, van hetzelfde artikel worden de woorden "tegelijkertijd aan de aanvrager en aan het college van burgemeester en schepenen gestuurd, bij aangetekend schrijven" vervangen door de woorden "tegelijkertijd per schrijven aan de aanvrager en aan het college van burgemeester en schepenen gestuurd". In het tweede lid van dezelfde paragraaf worden de woorden "vanaf het ontvangstbewijs van de post" vervangen door "vanaf het bewijs". In paragraaf 5, tweede lid, van hetzelfde artikel worden de woorden "wordt tegelijkertijd aan de aanvrager, aan het college van burgemeester en schepenen en aan de gemachtigd ambtenaar toegezonden, bij aangetekend schrijven" vervangen door de woorden "wordt tegelijkertijd per schrijven aan de aanvrager, aan het college van burgemeester en schepenen en aan de gemachtigd ambtenaar medegedeeld". In paragraaf 6 van hetzelfde artikel wordt het tweede lid als volgt vervangen : « In de vijfenzeventig dagen te rekenen van de ontvangst van het beroep geeft de Regering per schrijven kennis van haar beslissing aan de aanvrager, aan het college van burgemeester en schepenen en aan de gemachtigde ambtenaar. Bij ontstentenis kan de aanvrager per schrijven een rappelbrief aan de Regering richten. Indien de Regering haar beslissing niet binnen de dertig dagen te rekenen van de ontvangst door haar van de rappelbrief niet verstuurd heeft, wordt de beslissing waartegen een beroep is ingediend, bevestigd. ». In paragraaf 7, tweede lid, van hetzelfde artikel worden de woorden "van de gemeentelijke commissie en" geschrapt. Art. 88.Het opschrift van afdeling 10 van hoofdstuk III van titel V van boek I van hetzelfde Wetboek wordt vervangen als volgt : « Afdeling
- - Bijzondere bepalingen betreffende de verkavelingsvergunning, de stedenbouwkundige vergunning, evenals de handelingen en werken die een wijziging aan de gemeentewegen of de daarop betrekking hebbende netwerken impliceren". Art. 89.Het eerste lid van artikel 128 van hetzelfde Wetboek wordt aangevuld met de woorden ", evenals op de handelingen en werken met betrekking tot de communicatienetwerken, rioleringsnetten, netten voor vervoer en verdeling van vloeistoffen en energie die aan het wegendomein raken". Art. 90.In artikel 129 van hetzelfde Wetboek wordt er een paragraaf drie, luidend als volgt, toegevoegd : « §
- Behalve in geval van overmacht, verantwoord door een incident van technische aard, mag niemand, zonder