Decreet betreffende het onderwijs-XIII-Mozaïek
Kort samengevat
Dit decreet regelt diverse aspecten van het onderwijs in Vlaanderen, met een focus op de financiering van personeel en de organisatie van het basisonderwijs. Het introduceert wijzigingen met betrekking tot de toelagen voor onderwijspersoneel en de inschrijvings- en doorstroomregels voor leerlingen in het kleuter- en lager onderwijs.
Wat het regelt
- De toekenning van weddentoelagen voor verschillende categorieën onderwijspersoneel.
- De definitie van "CLB" (centrum voor leerlingenbegeleiding) en "hoofdopdracht" binnen het basisonderwijs.
- De inschrijvings- en doorstroommogelijkheden voor leerlingen in het gewoon en buitengewoon kleuter- en lager onderwijs.
- De informatieplicht van schoolbesturen aan ouders en de inhoud van schoolreglementen.
Wie het aanbelangt
- Het bestuurs- en onderwijzend personeel, pedagogische begeleidingsdiensten, opvoedend hulp- en ondersteunend personeel in het onderwijs.
- Ouders en leerlingen in het basisonderwijs, zowel gewoon als buitengewoon.
Kernpunten
- Weddentoelagen worden verleend voor diverse personeelscategorieën, met uitzondering van personeel in gesubsidieerde internaten (behalve tehuizen voor kinderen van ouders zonder vaste verblijfplaats).
- Artikel II.1 heeft uitwerking met ingang van 1 september 1999.
- Een leerling die 6 jaar wordt vóór 1 januari van het lopende schooljaar kan in het gewoon onderwijs nog één schooljaar in het kleuteronderwijs ingeschreven worden, na beslissing van de ouders op basis van advies van de klassenraad en het CLB.
- Een leerling kan in het gewoon lager onderwijs minimum 4 jaar en maximum 8 jaar doorbrengen, met uitzondering van leerlingen die 15 jaar worden vóór 1 januari van het lopende schooljaar.
Wettekst
13 JULI 2001. - Decreet betreffende het onderwijs-XIII-Mozaïek (1) Het Vlaams Parlement heeft aangenomen en Wij, Regering, bekrachtigen hetgeen volgt : Ontwerp van decreet betreffende het onderwijs-XI
leidende bepaling Artikel I.1 Dit decreet regelt een gemeenschapsaangelegenheid. HOOFDSTUK II. - Algemene bepaling Artikel II.1
artikel 27 van de wet van 29 mei 1959 tot wijziging van sommige bepalingen van de onderwijswetgeving, toegevoegd bij het decreet van 31 juli 1990, wordt § 1 vervangen door wat volgt : « § 1. Weddentoelagen worden verleend voor de leden van het bestuurs- en onderwijzend personeel, de leden van de pedagogische begeleidingsdiensten en voor de leden van het opvoedend hulppersoneel en van het ondersteunend personeel. Zij kunnen verleend worden aan de categorieën van de leden van het administratief personeel en van het ondersteunend personeel die door een
Ministerraad overlegd koninklijk besluit zijn vastgelegd. Met uitzondering van het ambt van beheerder van het gesubsidieerd
ternaat, worden er geen weddentoelagen verleend voor het personeel van de gesubsidieerde
ternaten andere dan de tehuizen voor kinderen wier ouders geen vaste verblijfplaats hebben. Het opvoedend hulppersoneel en het ondersteunend personeel van de scholen, benoemd na 31 augustus 1985, mag echter geheel of gedeeltelijk tewerkgesteld worden
het gesubsidieerd
ternaat dat aan de school of scholengroep verbonden is, terwijl het opvoedend hulppersoneel van het
ternaat geheel of gedeeltelijk mag
gezet worden
de school of groep van scholen waaraan het verbonden is bijaldien het voldoet aan de vereiste voorwaarden. De te subsidiëren prestaties worden vastgelegd overeenkomstig de normen die voor hetzelfde onderwijsniveau en hetzelfde onderwijstype
het Rijksonderwijs gelden. » Artikel II.2 Artikel II.1 heeft uitwerking met
gang van 1 september 1999. HOOFDSTUK III. - Basisonderwijs Artikel III.1
artikel 3 van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997 worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° er wordt een 9°bis
gevoegd, dat luidt als volgt : « 9°bis CLB : centrum voor leerlingenbegeleiding zoals bedoeld
het decreet van 1 december 1998Relevante gevonden documenten type decreet prom. 01/12/1998 pub. 10/04/1999 numac 1999035335 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende de centra voor leerlingenbegeleiding sluiten betreffende de centra voor leerlingenbegeleiding;»; 2° 23° wordt vervangen door wat volgt : « 23° hoofdopdracht : lesopdracht voor het onderwijzend personeel, kindgebonden opdracht voor het paramedisch, medisch, sociaal, psychologisch en orthopedagogisch personeel.
de hoofdopdracht kunnen bijzondere pedagogische taken en/of lestijden beleidsondersteuning begrepen zijn; »; 3° 50° wordt vervangen door wat volgt : « 50° schoolbestuur : de
richtende macht zoals bedoeld
artikel 24, § 4, van de Grondwet, dit is de rechtspersoon of de natuurlijke persoon die verantwoordelijk is voor één of meer scholen;''. Artikel III.2
artikelen 16 en 98 van hetzelfde decreet wordt het woord « PMS-centrum » vervangen door het woord « CLB ». Artikel III.3 Artikel 17 van hetzelfde decreet wordt vervangen door wat volgt : « Artikel 17.§ 1.
het gewoon onderwijs kan een leerling die 6 jaar wordt vóór 1 januari van het lopende schooljaar nog één schooljaar
het kleuteronderwijs
geschreven worden.
dit geval is de leerling onderworpen aan de controle op de leerplicht. Na kennisneming van en toelichting bij het advies van de klassenraad en van het CLB nemen de ouders daaromtrent een beslissing. Voor leerplichtige kinderen die nog geen kleuteronderwijs volgden, is enkel een advies van een CLB vereist. § 2.
het buitengewoon onderwijs kan een leerling die 6 jaar wordt vóór 1 januari van het lopende schooljaar
het kleuteronderwijs
geschreven worden.
dit geval is de leerling onderworpen aan de controle op de leerplicht. Het volgen van kleuteronderwijs kan daarna nog met één schooljaar verlengd worden. Na kennisneming van en toelichting bij de adviezen van de klassenraad en van het CLB nemen de ouders daaromtrent een beslissing. » Artikel III.4 Artikel 18 van hetzelfde decreet wordt vervangen door wat volgt : « Artikel 18.
afwijking van artikel 13 kan een leerling die 5 jaar wordt vóór 1 januari van het lopende schooljaar
het lager onderwijs
geschreven worden.
dit geval is de leerling onderworpen aan de controle op de leerplicht. Na kennisneming van en toelichting bij de adviezen van de klassenraad en van het CLB nemen de ouders daaromtrent een beslissing. » Artikel III.5 Artikel 19 van hetzelfde decreet wordt vervangen door wat volgt : « Artikel 19.§ 1.
het gewoon onderwijs kan een leerling,
afwijking van artikel 14, minimum 4 jaar - behoudens,
uitzonderlijke omstandigheden, afwijking door de Vlaamse regering - en maximum 8 jaar
het lager onderwijs doorbrengen met dien verstande dat een leerling die 15 jaar wordt vóór 1 januari van het lopende schooljaar geen lager onderwijs meer kan volgen. Voor toelating tot het achtste jaar is een gunstig advies van de klassenraad en een advies van het CLB vereist. § 2.
het buitengewoon onderwijs kan een leerling,
afwijking van artikel 14, maximum 9 jaar
het lager onderwijs doorbrengen met dien verstande dat een leerling die 15 jaar is vóór 1 januari van het lopende schooljaar geen lager onderwijs meer kan volgen. Voor de leerlingen die 13 of 14 jaar zijn vóór 1 januari van het lopende schooljaar, nemen de ouders een beslissing na kennisneming van en toelichting bij het advies van de klassenraad en het CLB. » Artikel III.6 Aan artikel 20, 3°, van hetzelfde decreet wordt de volgende zin toegevoegd : « Voor de duur van een experiment
zake de controle op de
schrijvingen en de controle op het geregeld schoolbezoek zijn de bepalingen van dit punt niet van toepassing op leerlingen die
geschreven zijn
scholen die deelnemen aan het experiment. » Artikel III.7 Artikel 28 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 14 juli 1998Relevante gevonden documenten type decreet prom. 14/07/1998 pub. 29/08/1998 numac 1998035933 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende diverse maatregelen met betrekking tot het secundair onderwijs en tot wijziging van het decreet van 25 februari 1997 betreffende het basisonderwijs type decreet prom. 14/07/1998 pub. 29/08/1998 numac 1998035973 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende het onderwijs IX sluiten, wordt vervangen door wat volgt : « Artikel 28.§ 1. Bij de eerste
schrijving van hun kind
formeert het schoolbestuur de ouders schriftelijk over onder meer : 1° de juridische aard en de samenstelling van hun schoolbestuur;2° het pedagogisch project van de school;3° de organisatie van de schooluren;4° de voor- en naschoolse opvang
dien daarin voorzien is;5° het leerlingenvervoer
dien daarin voorzien is;6° de organisatie van de oudercontacten;7° het begeleidend CLB. § 2.
afwijking van § 1
formeert het schoolbestuur van een ziekenhuisschool, bij de eerste
schrijving, de ouders schriftelijk over onder meer : 1° de wijze waarop ouders overleg kunnen plegen met de directie van de school en contact kunnen opnemen met de voorzitter van het schoolbestuur;2° het pedagogisch project van de school;3° het begeleidend CLB.» Artikel III.8 Aan artikel 35, § 2, van hetzelfde decreet wordt de volgende zin toegevoegd : « Omwille van omstandigheden eigen aan het kind en mits omstandige motivering kan een andere school voor buitengewoon onderwijs worden aangeduid. » Artikel III.9 Artikel 37 van hetzelfde decreet wordt vervangen door wat volgt : « Artikel 37.§ 1. Een schoolbestuur moet, met uitzondering van de ziekenhuisscholen, voor elk van zijn scholen met toepassing van de regelgeving
zake medezeggenschap een schoolreglement opstellen dat de betrekkingen tussen het schoolbestuur en de ouders en leerlingen regelt. § 2. Voor het kleuteronderwijs bevat het schoolreglement ten minste de volgende elementen : 1° geldelijke en niet-geldelijke ondersteuning die niet afkomstig is van de Vlaamse Gemeenschap en de rechtspersonen die daarvan afhangen;2° de bijdrageregeling bedoeld
artikel 27, §
- §
- Voor het lager onderwijs bevat het schoolreglement ten minste de volgende elementen : 1° het orde- en tuchtreglement van de leerlingen met
begrip van de
terne beroepsmogelijkheden;2° de procedure volgens dewelke getuigschriften basisonderwijs worden toegekend en de procedure volgens dewelke een beroep kan
gediend worden tegen een beslissing van de klassenraad met betrekking tot het getuigschrift basisonderwijs;3° bepalingen
verband met onderwijs aan huis;4° richtlijnen
zake afwezigheden en te laat komen;5° afspraken
verband met huiswerk, agenda's en rapporten;6° geldelijke en niet-geldelijke ondersteuning die niet afkomstig is van de Vlaamse Gemeenschap en de rechtspersonen die daarvan afhangen;7° de bijdrageregeling bedoeld
artikel 27, §
- §
- Het schoolreglement wordt aan de ouders ter ondertekening voorgelegd bij de eerste
schrijving van hun kind en daarna bij elke wijziging ervan.
het officieel onderwijs is de ondertekening ter kennisneming,
het vrij onderwijs voor akkoord. » Artikel III.10 Aan artikel 48 van hetzelfde decreet wordt een § 3 toegevoegd, die luidt als volgt : « § 3. De bepalingen van § 1 en § 2 gelden niet voor de leerlingen die
geschreven zijn
een ziekenhuisschool. » Artikel III.11 Aan artikel 62, 9°, van hetzelfde decreet worden de volgende woorden toegevoegd : « en voor het buitengewoon basisonderwijs de bepalingen naleeft
zake handelingsplannen ». Artikel III.12
artikel 73, § 1, van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° 1° wordt vervangen door wat volgt : « 1° onderdaan zijn van een lidstaat van de Europese Unie of van de Europese Vrijhandelsassociatie, behoudens door de Vlaamse regering te verlenen vrijstelling;»; 2° 2° wordt vervangen door wat volgt : « 2° de burgerlijke en politieke rechten genieten, behoudens een door de Vlaamse regering te verlenen vrijstelling die samengaat met de vrijstelling bedoeld
1°;». Artikel III.13 Artikel 75, eerste lid van hetzelfde decreet wordt opgeheven. Artikel III.14 Artikel 77 van hetzelfde decreet wordt opgeheven. Artikel III.15
artikel 82 van hetzelfde decreet wordt § 1, tweede lid,
gevoegd bij het decreet van 14 juli 1998Relevante gevonden documenten type decreet prom. 14/07/1998 pub. 29/08/1998 numac 1998035933 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende diverse maatregelen met betrekking tot het secundair onderwijs en tot wijziging van het decreet van 25 februari 1997 betreffende het basisonderwijs type decreet prom. 14/07/1998 pub. 29/08/1998 numac 1998035973 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende het onderwijs IX sluiten, vervangen door wat volgt : « Het wordt tevens verminderd met de bijdrage
het kostgeld zoals bedoeld
artikel 71 van de gecoördineerde wetten op het lager onderwijs. » Artikel III.16
artikel 82bis van hetzelfde decreet,
gevoegd bij het decreet van 14 juli 1998Relevante gevonden documenten type decreet prom. 14/07/1998 pub. 29/08/1998 numac 1998035933 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende diverse maatregelen met betrekking tot het secundair onderwijs en tot wijziging van het decreet van 25 februari 1997 betreffende het basisonderwijs type decreet prom. 14/07/1998 pub. 29/08/1998 numac 1998035973 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende het onderwijs IX sluiten en gewijzigd bij het decreet van 22 december 1999Relevante gevonden documenten type wet prom. 12/04/1965 pub. 08/03/2007 numac 2007000126 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de bescherming van het loon der werknemers sluiten1, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° § 1 wordt vervangen door wat volgt : « § 1.Het globale werkingsbudget van het gefinancierd en het gesubsidieerd basisonderwijs wordt gefaseerd verhoogd met 99,21 miljoen euro als volgt : Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld 2°
§ 2
worden de woorden « 3,502 miljard frank » vervangen door de woorden « 99,21 miljoen euro ». Artikel III.17 Artikel 84 van hetzelfde decreet wordt vervangen door wat volgt : « Artikel 84.De werkingsmiddelen van de scholengroepen van het gemeenschapsonderwijs worden elk jaar gestort
drie gelijke schijven, respectievelijk
januari, mei en september. » Artikel III.18
artikel 109 van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1°
§ 2wordt het tweede lid opgeheven;2° § 3 wordt opgeheven.
Artikel III.19
artikel 132 van het hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 20 oktober 2000Relevante gevonden documenten type wet prom. 12/04/1965 pub. 08/03/2007 numac 2007000126 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de bescherming van het loon der werknemers sluiten2, wordt § 1 vervangen door wat volgt : « § 1.
afwijking van artikel 131, worden de lestijden volgens de schalen
het gewoon onderwijs voor scholen
programmatie of voor scholen die een bijkomend onderwijsniveau oprichten, berekend op basis van het aantal regelmatige leerlingen
geschreven op de eerste schooldag van oktober van het lopende schooljaar.
geval van oprichting van een school voor basisonderwijs of voor lager onderwijs of van een onderwijsniveau lager onderwijs geldt deze teldag voor het schooljaar van oprichting en gedurende de vijf daarop volgende schooljaren.
geval van oprichting van een school voor kleuteronderwijs of van een niveau kleuteronderwijs geldt die teldag voor het schooljaar van oprichting en de twee daarop volgende schooljaren. » Artikel III.20 Aan artikel 138, § 1, van hetzelfde decreet wordt een 5° toegevoegd, dat luidt als volgt : « 5° lestijden voor lichamelijke opvoeding
het gewoon kleuteronderwijs. » Artikel III.21 Artikel 146bis van hetzelfde decreet,
gevoegd bij het decreet van 20 oktober 2000Relevante gevonden documenten type wet prom. 12/04/1965 pub. 08/03/2007 numac 2007000126 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de bescherming van het loon der werknemers sluiten2, wordt vervangen door wat volgt : « Artikel 146bis.
het gewoon kleuteronderwijs wordt het ambt van kinderverzorger gefinancierd of gesubsidieerd. Dit ambt wordt geput uit een afzonderlijk urenpakket dat berekend wordt op basis van normen en criteria die door de regering worden vastgelegd. De regering bepaalt hoeveel uren er voor een voltijdse opdracht kinderverzorger uit dit urenpakket geput worden en legt de modaliteiten vast waaronder dit ambt kan worden
gericht. » Artikel III.22 Aan artikel 149, vierde streepje, van hetzelfde decreet wordt de volgende zin toegevoegd : « De Vlaamse regering kan per type de voorwaarden vastleggen waaronder leerlingen van deze bepaling kunnen worden uitgesloten, voor zover voor deze regeling de nodige kredieten worden ter beschikking gesteld door het Ministerie van Sociale Zaken en het departement Welzijn. » Artikel III.23
hetzelfde decreet wordt een artikel 163bis
gevoegd, dat luidt als volgt : « Artikel 163bis.
de hoofdopdracht kunnen bijzondere pedagogische taken en/of lestijden beleidsondersteuning begrepen zijn. Maximum 3 % van het lestijden- en urenpakket kan aangewend worden als lestijden bijzondere pedagogische taken. Het maximum kan enkel worden overschreden bij akkoord van het lokaal comité. » Artikel III.24
artikel 194 van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1°
§ 1
wordt het tweede lid vervangen door wat volgt : « Voor het gewoon kleuteronderwijs gelden volgende
stapdata : 1° de eerste schooldag na de zomervakantie;2° de eerste schooldag na de herfstvakantie;3° de eerste schooldag na de kerstvakantie;4° de eerste schooldag van februari;5° de eerste schooldag na de krokusvakantie;6° de eerste schooldag na de paasvakantie.» 2° § 2 wordt opgeheven. Artikel III.25
hetzelfde decreet wordt een artikel 194ter
gevoegd, dat luidt als volgt : « Artikel 194ter.
afwijking van artikel 23, 86, 124 en 134 bepaalt het schoolbestuur van de ziekenhuisschool voor het schooljaar 1998-1999 na hoeveel onderwijsdagen een leerling als regelmatige leerling wordt beschouwd. » Artikel III.26
hetzelfde decreet wordt een artikel 194quinquies
gevoegd, dat luidt als volgt : « Artikel 194 quinquies. Tijdens de schooljaren 2001-2002 en 2002-2003 kunnen
het gewoon basisonderwijs geen nieuwe scholen
de financierings- of subsidieregeling opgenomen worden en kunnen er geen structuurwijzigingen worden doorgevoerd waardoor de school
programmatie gaat. Deze bepaling geldt niet ten aanzien van : - de scholen die opgericht worden overeenkomstig artikel 97, 98 en 99; - de scholen die
de artikel 138, § 1, 1°, bedoelde aanvullende lestijden cultuurbeschouwing
richten. » Artikel III.27
artikel 195 van hetzelfde decreet wordt 1° vervangen door wat volgt : « 1° artikel 11, 16, 24, § 2, 67, § 2, 138, 2°, en 153 die
werking treden met
gang van 1 september 1994; ». Artikel III.28 De bepalingen van dit hoofdstuk treden
werking op 1 september 2001, met uitzondering van : 1° artikel III.25, dat uitwerking heeft met
gang van 1 september 1998; 2° artikel III.19, dat uitwerking heeft met
gang van 1 februari 1999; 3° artikel III.17, dat uitwerking heeft met
gang van 1 januari 2000; 4° artikel III.1, 1°, III.2, III.6, die uitwerking hebben met
gang van 1 september 2000; 5° artikel III.15 en III.16, die
werking treden op 1 januari 2001; 6° artikel III.24, dat
werking treedt op 1 februari 2001; 7° artikel III.9, dat
werking treedt op 1 september
- HOOFDSTUK IV. - Secundair onderwijs Afdeling
- - Gemeenschappelijke bepalingen voor het gewoon en buitengewoon secundair onderwijs Artikel IV.1 Aan artikel 3, § 8, van de wet van 29 mei 1959 tot wijziging van sommige bepalingen van de onderwijswetgeving, gewijzigd bij de decreten van 31 juli 1990, 9 april 1992, 25 juni 1992, 21 december 1994, 8 juli 1996 en 15 juli 1997, wordt een 5° toegevoegd, dat luidt als volgt : « 5° Een leerling van het voltijds gewoon secundair onderwijs of het deeltijds beroepssecundair onderwijs die op de datum voor de telling van het aantal leerlingen onderwijs volgt
een school van type 5, blijft beschouwd als regelmatige leerling
zijn oorspronkelijke school. Hij is daarenboven regelmatige leerling : a)
de ziekenhuisschool, voor periodes van minimum vijf al dan niet opeenvolgende dagen waarin hij per dag gemiddeld ten minste één lestijd onderwijs krijgt;b)
de preventoriumschool, wanneer hij voldoet aan de bepalingen van artikel 10 van het koninklijk besluit van 28 juni 1978 houdende de omschrijving van de types en de organisatie van het buitengewoon onderwijs en vaststellende de toelatings- en behoudsvoorwaarden
de diverse niveaus van het buitengewoon onderwijs.» Artikel IV.2 Aan artikel 1, § 1, derde lid, van de wet van 29 juni 1983Relevante gevonden documenten type wet prom. 29/06/1983 pub. 25/01/2011 numac 2011000012 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de leerplicht. - Duitse vertaling sluiten betreffende de leerplicht worden de volgende zinnen toegevoegd : « Een minderjarige kan toelating krijgen om vanaf het begin van het schooljaar waarin hij deeltijds leerplichtig wordt deeltijds beroepssecundair onderwijs of voor de vervulling van de leerplicht erkende vorming te volgen. De toelating wordt gegeven door de directie van de
stelling waar het deeltijds beroepssecundair onderwijs of de erkende vorming gegeven wordt, op advies van het centrum voor leerlingenbegeleiding waar de school voor voltijds onderwijs waar de minderjarige de lessen volgt mee samenwerkt. » Artikel IV.3
het decreet van 31 juli 1990 betreffende het onderwijs-II wordt een artikel 55bis
gevoegd, dat luidt als volgt : « Artikel 55bis.Onverminderd de bepalingen van artikel 53 tot en met 55 stelt de Vlaamse regering de benamingen van de vakken vast en bepaalt ze de
deling
algemene vakken, kunstvakken, technische vakken en praktische vakken. » Artikel IV.4
artikel 6, § 2, van het decreet van 14 juli 1998Relevante gevonden documenten type decreet prom. 14/07/1998 pub. 29/08/1998 numac 1998035933 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende diverse maatregelen met betrekking tot het secundair onderwijs en tot wijziging van het decreet van 25 februari 1997 betreffende het basisonderwijs type decreet prom. 14/07/1998 pub. 29/08/1998 numac 1998035973 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende het onderwijs IX sluiten houdende diverse maatregelen met betrekking tot het secundair onderwijs en tot wijziging van het decreet van 25 februari 1997 betreffende het basisonderwijs wordt het tweede lid,
gevoegd bij het decreet van 20 oktober 2000Relevante gevonden documenten type wet prom. 12/04/1965 pub. 08/03/2007 numac 2007000126 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de bescherming van het loon der werknemers sluiten2, vervangen door wat volgt : «
afwijking van het eerste lid, zijn de bepalingen van § 1 van toepassing op : 1° de opties van het eerste leerjaar van de tweede graad van het algemeen secundair onderwijs op 1 september 2002;2° de opties van het tweede leerjaar van de tweede graad van het algemeen secundair onderwijs op 1 september 2003;3° de opties van het eerste leerjaar van de derde graad van het algemeen secundair onderwijs op 1 september 2004;4° de opties van het tweede leerjaar van de derde graad van het algemeen secundair onderwijs op 1 september 2005.» Afdeling 2. - Bepalingen voor het gewoon secundair onderwijs Artikel IV.5
artikel 57 van het decreet van 31 juli 1990 betreffende het onderwijs-II, gewijzigd bij de decreten van 19 april 1995 en 8 juli 1996, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° § 2 wordt opgeheven;2° § 3 wordt vervangen door wat volgt : « § 3.De aanwending van het wekelijks aantal uren-leraar dat elke onderwijsinstelling verkrijgt is vrij, onverminderd de toepassing van § 1, 2°, en § 3bis. Onder aantal uren-leraar worden verstaan de uren verkregen
toepassing van § 1, evenals de uren-leraar waarover een onderwijsinstelling kan beschikken na herverdeling van uren-leraar door haar
richtende macht, door overname van uren-leraar van het voorgaande schooljaar, door overname van uren-leraar van een andere onderwijsinstelling,
gevolge fusie of door toetreding tot een scholengemeenschap. »; 3° er wordt een § 3bis
gevoegd, die luidt als volgt : « § 3bis.Het
§ 3
bedoelde aantal uren-leraar dat aangewend wordt voor het voltijds secundair onderwijs dat niet georganiseerd is volgens een modulair stelsel, kan slechts ten belope van 3 % gebruikt worden voor uren die geen lesuren zijn en georganiseerd worden als bijzondere pedagogische taken. Dit maximum kan worden overschreden bij akkoord van het lokaal comité, bevoegd
zake arbeidsvoorwaarden en personeelsaangelegenheden. »; 4° § 4, eerste lid, wordt vervangen door wat volgt : « Het
§ 3
bedoeld aantal uren-leraar is bestemd voor de toewijzing van de opdrachten aan de titularissen van het onderwijzend personeel. » Artikel IV.6
artikel 84bis, § 2, van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 20 oktober 2000Relevante gevonden documenten type wet prom. 12/04/1965 pub. 08/03/2007 numac 2007000126 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de bescherming van het loon der werknemers sluiten2 betreffende het onderwijs XII-Ensor, worden de woorden « het schooljaar 2000-2001 » vervangen door de woorden « de schooljaren 2000-2001 en 2001-2002 ». Artikel IV.7
artikel 64bis van hetzelfde decreet,
gevoegd bij het decreet van 2 maart 1999Relevante gevonden documenten type decreet prom. 02/03/1999 pub. 21/08/1999 numac 1999035844 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet tot regeling van een aantal aangelegenheden van het volwassenenonderwijs type decreet prom. 02/03/1999 pub. 26/05/1999 numac 1999035546 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet tot bekrachtiging van het besluit van de Vlaamse regering van 1 december 1998 tot bepaling van de ontwikkelingsdoelen voor het buitengewoon basisonderwijs type 2 sluiten, wordt 2° vervangen door wat volgt : « 2° het geheel van de opleiding, behoudens gewettigde afwezigheid, werkelijk en regelmatig volgen, waaronder alleszins wordt verstaan uiterlijk
geschreven zijn op 31 januari van het betrokken schooljaar. Voor wat betreft de leerplichtige leerlingen kan de Vlaamse regering
uitzonderlijke en
dividuele gevallen afwijking verlenen van deze datum; ». Artikel IV.8 Aan artikel 6 van het decreet van 14 juli 1998Relevante gevonden documenten type decreet prom. 14/07/1998 pub. 29/08/1998 numac 1998035933 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende diverse maatregelen met betrekking tot het secundair onderwijs en tot wijziging van het decreet van 25 februari 1997 betreffende het basisonderwijs type decreet prom. 14/07/1998 pub. 29/08/1998 numac 1998035973 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende het onderwijs IX sluiten houdende diverse maatregelen met betrekking tot het secundair onderwijs en tot wijziging van het decreet van 25 februari 1997 betreffende het basisonderwijs, gewijzigd bij het decreet van 20 oktober 2000Relevante gevonden documenten type wet prom. 12/04/1965 pub. 08/03/2007 numac 2007000126 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de bescherming van het loon der werknemers sluiten2, wordt een § 4 en een § 5 toegevoegd, die luiden als volgt : « § 4. De Vlaamse regering kan na de data, bedoeld
§ 2
, beslissen om nieuwe omzettingen van bestaande naar nieuwe benamingen van structuuronderdelen door te voeren. Voor de toepassing van deze bepaling wordt met structuuronderdelen bedoeld : de basisopties, de beroepenvelden, de opties van de tweede, derde en vierde graad, het derde leerjaar van de tweede graad, georganiseerd als een vervolmakingsjaar, het derde leerjaar van de derde graad, georganiseerd als een voorbereidend jaar op het hoger onderwijs of als een specialisatiejaar. § 5.
afwijking op de datum, bedoeld
§ 2
, 6°, worden de benamingen van de opties psychiatrische verpleegkunde en ziekenhuisverpleegkunde, zoals bepaald
artikel 50, § 4, 2°, van het decreet van 31 juli 1990 betreffende het onderwijs II, gewijzigd bij het decreet van 19 april 1995, omgezet naar de benaming verpleegkunde. Deze omzetting vindt geleidelijk plaats, leerjaar na leerjaar te beginnen met het eerste leerjaar van de vierde graad, vanaf 1 september 2002. » Afdeling 3. - Bepalingen voor het buitengewoon secundair onderwijs Artikel IV.9
artikel 4 van de wet van 6 juli 1970Relevante gevonden documenten type wet prom. 06/07/1970 pub. 19/08/2014 numac 2014000530 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet op het buitengewoon en geïntegreerd onderwijs. - Officieuze coördinatie
het Duits van de versie toepasselijk op de
woners van het Duitse taalgebied sluiten op het buitengewoon en geïntegreerd onderwijs, gewijzigd bij de decreten van 25 juni 1992, 28 april 1993 en 14 juli 1998, wordt het eerste lid, tweede streepje vervangen door wat volgt : « - een jongere voor ten hoogste twee schooljaren na het schooljaar waarin hij de leeftijd van eenentwintig jaar heeft bereikt, voor deze wet
aanmerking laten komen
functie van het behalen van een kwalificatiegetuigschrift van opleidingsvorm 3 of het diploma van secundair onderwijs
opleidingsvorm 4 of het getuigschrift van alternerende beroepsopleiding; ». Artikel IV.10 Artikel 5 van dezelfde wet wordt vervangen door wat volgt : « Artikel 5.§ 1. Voor de
schrijving van een leerling
een door de Vlaamse Gemeenschap gefinancierde of gesubsidieerde onderwijsinstelling voor buitengewoon secundair onderwijs is een
schrijvingsverslag vereist, waaruit blijkt welk type en welke opleidingsvorm voor hem is aangewezen. Dit verslag bestaat uit een attest en een protocol ter verantwoording. Voor leerlingen die onderwijs van het type 5 volgen
een ziekenhuis is geen protocol vereist. Een leerling kan alleen buitengewoon secundair onderwijs volgen van de opleidingsvorm en van het type waarnaar hij
het
schrijvingsverslag georiënteerd wordt. § 2. De Vlaamse regering, bepaalt door welke
stantie(s) het
schrijvingsverslag wordt opgesteld en wat dit verslag moet
houden. » Artikel IV.11
dezelfde wet wordt een Hoofdstuk IIter, bestaande uit artikel 5ter tot en met 5septies,
gevoegd, dat luidt als volgt : « HOOFDSTUK IIter. - Alternerende beroepsopleiding Artikel 5ter.
de opleidingsvorm 3 van het buitengewoon secundair beroepsonderwijs kan een facultatieve
tegratiefase van één schooljaar worden georganiseerd
de vorm van een alternerende beroepsopleiding voor de verdere bekwaming van : 1° leerlingen die het kwalificatiegetuigschrift hebben behaald of 2° leerlingen die daartoe door de klassenraad bekwaam worden geacht. Artikel 5quater.§ 1. Op weekbasis omvat de
tegratiefase ten minste 14 lesuren op school, bestaande uit algemene en sociale vorming en beroepsgerichte vorming, aangevuld met 24 uren werkervaring
een regulier bedrijf. § 2. Op jaarbasis omvat de
tegratiefase : 1° minimaal 500 lesuren algemene en sociale vorming en beroepsgerichte vorming;2° minimaal 700 uren werkervaring
het werkervaringsbedrijf,
een verhouding van 2/5 vorming op school en 3/5 werkervaring. Artikel 5quinquies.De
tegratiefase wordt bekrachtigd met een getuigschrift van alternerende beroepsopleiding
een bepaalde bedrijfssector, en
voorkomend geval, een kwalificatiegetuigschrift voor de leerlingen bedoeld
artikel 5ter, 2°. Artikel 5sexies.De Vlaamse regering bepaalt de nadere regelen
zake de organisatie van de alternerende beroepsopleiding alsook de vorm van het getuigschrift van alternerende beroepsopleiding. De regering bepaalt de wijze waarop het lesurenpakket en de werkingsmiddelen en -
voorkomend geval - de middelen van het Europees Sociaal Fonds worden aangewend voor de organisatie van de alternerende beroepsopleiding. Artikel 5septies.Met
gang van het schooljaar 2001-2002 kan geen tweede kwalificatie meer worden georganiseerd.
afwijking van deze bepaling : - kunnen de scholen die op 30 juni 2001 een tweede kwalificatie
richtten, gedurende het schooljaar 2001-2002 een eenjarige tweede kwalificatie organiseren; - kunnen de leerlingen die
de schooljaren 2000-2001 en 2001-2002 een tweede kwalificatie aanvatten, deze beëindigen. » Artikel IV.12 Aan artikel 21, § 2, van het koninklijk besluit nr. 65 van 20 juli 1982 tot vaststelling van de wijze waarop de ambten van het bestuurs- en onderwijzend personeel worden bepaald
de
richtingen voor buitengewoon onderwijs,
gevoegd bij het decreet van 14 juli 1998Relevante gevonden documenten type decreet prom. 14/07/1998 pub. 29/08/1998 numac 1998035933 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende diverse maatregelen met betrekking tot het secundair onderwijs en tot wijziging van het decreet van 25 februari 1997 betreffende het basisonderwijs type decreet prom. 14/07/1998 pub. 29/08/1998 numac 1998035973 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende het onderwijs IX sluiten, wordt een derde lid toegevoegd, dat luidt als volgt : « Maximum 3 % van het lesurenpakket en van het urenpakket bedoeld
artikel 3 van het koninklijk besluit nr. 67 van 20 juli 1982 tot vaststelling van de wijze waarop de ambten van het paramedisch personeel worden bepaald
de
richtingen voor het buitengewoon onderwijs, met uitzondering van de
ternaten of semi-
ternaten, kan worden aangewend voor uren die geen lesuren zijn en georganiseerd worden als bijzondere pedagogische taken. Dit maximum geldt niet voor het buitengewoon secundair beroepsonderwijs dat georganiseerd is volgens een modulair stelsel of
de vorm van een alternerende beroepsopleiding. Het maximum kan worden overschreden bij akkoord van het lokaal comité, bevoegd
zake arbeidsvoorwaarden en personeelsaangelegenheden. » Artikel IV.13
artikel 3 van het koninklijk besluit nr. 67 van 20 juli 1982 tot vaststelling van de wijze waarop de ambten van het paramedisch personeel worden bepaald
de richtingen voor het buitengewoon onderwijs, met uitzondering van de
ternaten of semi-
ternaten wordt een § 3bis
gevoegd, die luidt als volgt : « § 3bis. Maximum 3 % van het urenpakket en van het lesurenpakket bedoeld
artikel 21 van het koninklijk besluit nr. 65 van 20 juli 1982 tot vaststelling van de wijze waarop de ambten van het bestuurs- en onderwijzend personeel worden bepaald
de
richtingen voor buitengewoon onderwijs kan worden aangewend voor uren die geen lesuren zijn en georganiseerd worden als bijzondere pedagogische taken. Dit maximum geldt niet voor het buitengewoon secundair beroepsonderwijs dat georganiseerd is volgens een modulair stelsel of
de vorm van een alternerende beroepsopleiding. Het maximum kan worden overschreden bij akkoord van het lokaal comité, bevoegd
zake arbeidsvoorwaarden en personeelsaangelegenheden. » Artikel IV.14 De Vlaamse regering deelt de opleidingsvorm 3 van het buitengewoon secundair beroepsonderwijs op
opleidingen die tevens worden
gericht
het voltijds beroeps- en technisch secundair onderwijs, het deeltijds beroepssecundair onderwijs en het secundair onderwijs voor sociale promotie. Voor elk van deze opleidingen worden de competenties, de nodige algemene en sociale vaardigheden en de sleutelvaardigheden vastgelegd
opleidingsprofielen. De Vlaamse regering bepaalt de procedure en de modaliteiten van omzetting van de voor de
werkingtreding van dit decreet bestaande beroepenvelden, afdelingen en kwalificatietechnieken naar de
het eerste lid bedoelde opleidingen. De omzetting van de bestaande afdelingen naar opleidingen wordt niet beschouwd als een programmatie of omvorming zoals bedoeld
artikel 35, 61 en § 3 van het koninklijk besluit nr. 439 van 11 augustus 1986 houdende rationalisatie en programmatie van het buitengewoon onderwijs. Artikel IV.15 Artikel 47 van het decreet van 31 juli 1990 betreffende het onderwijs-II, gewijzigd bij het decreet van 19 april 1995, wordt vervangen door wat volgt : « Artikel 47.Voor het buitengewoon secundair onderwijs is deze afdeling enkel van toepassing op opleidingsvorm 4, met uitzondering van : 1° onderafdeling 4 voor wat de ziekenhuisscholen betreft;2° onderafdeling 5.» Artikel IV.16 De bepalingen van dit hoofdstuk treden
werking op 1 september 2001, behalve 1° artikel IV.3 dat Uitwerking heeft met
gang van 1 september 1989; 2° artikel IV.11, dat uitwerking heeft met
gang van 1 september 1998; 3° artikelen IV.5, IV.12 en IV.13, die uitwerking hebben met
gang van 1 september 1999; 4° artikel IV.7 en IV. 8, die uitwerking hebben met
gang van 1 september
- HOOFDSTUK V. - Zorgvuldig bestuur Afdeling
- - Algemene bepalingen Onderafdeling
- - Basisonderwijs Artikel V.1
artikel 27 van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997, gewijzigd bij het decreet van 14 juli 1998Relevante gevonden documenten type decreet prom. 14/07/1998 pub. 29/08/1998 numac 1998035933 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende diverse maatregelen met betrekking tot het secundair onderwijs en tot wijziging van het decreet van 25 februari 1997 betreffende het basisonderwijs type decreet prom. 14/07/1998 pub. 29/08/1998 numac 1998035973 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende het onderwijs IX sluiten, worden volgende wijzigingen aangebracht : 1° § 1 wordt vervangen door wat volgt : « § 1.
de door de Gemeenschap gefinancierde of gesubsidieerde basis-, kleuter- of lagere scholen kan geen direct of
direct
schrijvingsgeld worden gevraagd. Evenmin kunnen bijdragen worden gevraagd voor onderwijsgebonden kosten die noodzakelijk zijn om een eindterm te realiseren of een ontwikkelingsdoel na te streven. »; 2° § 2 wordt vervangen door wat volgt : « § 2.Vragen
verband met de toepassing van de beginselen vermeld
§ 1
en klachten
verband met
breuken op deze beginselen kunnen door iedere belanghebbende
gediend worden bij de Commissie zorgvuldig bestuur, bedoeld
artikel V.21 van het decreet van 13 juli 2001 betreffende het onderwijs-XIII-Mozaïek. »; 3° § 3 wordt vervangen door wat volgt : « § 3.Na overleg binnen de participatieraad of de schoolraad bepalen de schoolbesturen de lijst van bijdragen die aan de ouders kunnen worden gevraagd, evenals de afwijkingen die op deze bijdrageregeling worden toegekend. » Artikel V.2
het hoofdstuk V van hetzelfde decreet wordt het opschrift van de afdeling 5 vervangen door wat volgt : « Zorgvuldig bestuur ». Artikel V.3
artikel 51 van hetzelfde decreet worden volgende wijzigingen aangebracht : 1° § 3 wordt vervangen door wat volgt : « § 3.Een schoolbestuur kan handelsactiviteiten verrichten, voor zover deze geen daden van koophandel zijn en voor zover ze verenigbaar zijn met zijn onderwijsopdracht. »; 2° er wordt een § 4 toegevoegd, die luidt als volgt : « § 4.Een schoolbestuur dat mededelingen toelaat die rechtstreeks of onrechtstreeks ten doel hebben de verkoop van producten of diensten te bevorderen, waakt erover dat : 1° door het schoolbestuur verstrekte leermiddelen of verplichte activiteiten vrij blijven van bedoelde mededelingen;2° facultatieve activiteiten vrij blijven van bedoelde mededelingen, behoudens
dien deze mededelingen louter attenderen op het feit dat de activiteit of een gedeelte van de activiteit
gericht werd door middel van een gift, een schenking of een prestatie om niet of verricht onder reële prijs door een bij name genoemde natuurlijke persoon, rechtspersoon of feitelijke vereniging;3° bedoelde mededelingen kennelijk niet onverenigbaar zijn met de pedagogische en onderwijskundige taken en doelstellingen van de school;4° bedoelde mededelingen de objectiviteit, de geloofwaardigheid, de betrouwbaarheid en de onafhankelijkheid van de school niet
het gedrang brengen.» Artikel V.4
artikel 52 van hetzelfde decreet worden de woorden « Commissie laakbare praktijken, bedoeld
artikel 27 » vervangen door de woorden « Commissie zorgvuldig bestuur, bedoeld
artikel V.21 van het decreet van 13 juli 2001 betreffende het onderwijs-XIII-Mozaïek ». Artikel V.5
artikel 92 van hetzelfde decreet wordt § 5 opgeheven. Artikel V.6
artikel 177 van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1°
§ 1
wordt het woord « sancties » vervangen door de woorden « sancties door de Vlaamse regering »;2°
§ 1
worden 2° en 7° opgeheven;3°
§ 2wordt het eerste lid opgeheven.
Artikel V.7 Aan artikel 178 van hetzelfde decreet wordt een tweede lid toegevoegd, dat luidt als volgt : « De
het eerste lid bedoelde terugvordering of
houding kan er niet toe leiden dat het aandeel
de werkingsmiddelen dat bestemd is voor personeelsaangelegenheden
absolute cijfers kleiner wordt dan wanneer de maatregel niet zou getroffen zijn. » Artikel V.8
hetzelfde decreet wordt een artikel 180bis
gevoegd, dat luidt als volgt : « Artikel 180bis.Vragen
verband met de toepassing van en klachten
verband met
breuken op : 1° de beginselen
zake kosteloosheid
het basisonderwijs, vermeld
artikel 27, § 1, en van de bijdrageregeling, bedoeld
artikel 27, § 3; 2° de beginselen bedoeld
artikel 51 kunnen door iedere belanghebbende
gediend worden bij de Commissie zorgvuldig bestuur, bedoeld
artikel V.21 van het decreet van 13 juli 2001 betreffende het onderwijs-XIII-Mozaiek. » Onderafdeling 2. - Voltijds secundair en deeltijds beroepssecundair onderwijs Artikel V.9 Een
richtende macht mag
formatie verstrekken over het eigen opvoedingsproject en het onderwijsaanbod, maar zij mag geen oneerlijke concurrentie voeren. Artikel V.10 Er mag geen politieke propaganda worden gevoerd
een onderwijsinstelling. Artikel V.11 Een
richtende macht kan handelsactiviteiten verrichten, voor zover deze geen daden van koophandel zijn en voorzover ze verenigbaar zijn met haar onderwijsopdracht. Artikel V.12 Een
richtende macht die sponsoring of mededelingen die rechtstreeks of onrechtstreeks ten doel hebben de verkoop van producten of diensten te bevorderen, toelaat, waakt erover dat : 1° door de
richtende macht verstrekte leermiddelen vrij blijven van bedoelde mededelingen;2° activiteiten vrij blijven van bedoelde mededelingen, behoudens
dien deze mededelingen louter attenderen op het feit dat de activiteit of een gedeelte van de activiteit
gericht werd door middel van een gift, een schenking of een prestatie om niet of verricht onder reële prijs door een bij name genoemde natuurlijke persoon, rechtspersoon of feitelijke vereniging;3° sponsoring en bedoelde mededelingen kennelijk niet onverenigbaar zijn met de pedagogische en onderwijskundige taken en doelstellingen van de school;4° sponsoring en bedoelde mededelingen de objectiviteit, de geloofwaardigheid, de betrouwbaarheid en onafhankelijkheid van de school niet
het gedrang brengen. Artikel V.13
het door de Gemeenschap gefinancierd of gesubsidieerd voltijds secundair onderwijs en deeltijds beroepssecundair onderwijs kan geen direct of
direct
schrijvingsgeld worden gevraagd. Na overleg binnen de participatieraad of de schoolraad bepalen de
richtende machten de lijst van bijdragen die aan de ouders of aan de meerderjarige leerlingen kunnen worden gevraagd, evenals de afwijkingen die op deze bijdrageregeling worden toegekend. Deze regeling wordt schriftelijk aan de ouders of aan de meerderjarige leerlingen meegedeeld. Onderafdeling 3. - Centra voor leerlingenbegeleiding Artikel V.14
het decreet van 1 december 1998Relevante gevonden documenten type decreet prom. 01/12/1998 pub. 10/04/1999 numac 1999035335 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende de centra voor leerlingenbegeleiding sluiten betreffende de centra voor leerlingenbegeleiding wordt een artikel 14bis
gevoegd, dat luidt als volgt : « Artikel 14bis.§ 1. Een centrum mag
formatie verstrekken over het eigen begeleidingsaanbod, maar het mag geen oneerlijke concurrentie voeren. § 2. Er mag geen politieke propaganda gevoerd worden
een centrum voor leerlingenbegeleiding. §
- Een centrum kan handelsactiviteiten verrichten, voorzover deze geen daden van koophandel zijn en voorzover ze verenigbaar zijn met zijn opdracht. §
- Een centrum dat sponsoring of mededelingen die rechtstreeks of onrechtstreeks ten doel hebben de verkoop van producten of diensten te bevorderen, toelaat, waakt erover dat : 1° door het centrum verstrekte materialen vrij blijven van bedoelde mededelingen;2° diensten vrij blijven van bedoelde mededelingen, behoudens
dien deze mededelingen louter attenderen op het feit dat de dienst of een gedeelte van de dienst
gericht werd door middel van een gift, een schenking of een prestatie om niet of verricht onder reële prijs door een bij name genoemde natuurlijke persoon, rechtspersoon of feitelijke vereniging;3° sponsoring en bedoelde mededelingen kennelijk niet onverenigbaar zijn met de opdracht en doelstellingen van het centrum;4° sponsoring en bedoelde mededelingen de objectiviteit, de geloofwaardigheid, de betrouwbaarheid en de onafhankelijkheid van het centrum niet
het gedrang brengen.» Artikel V.15
hetzelfde decreet wordt een artikel 14ter
gevoegd dat luidt als volgt : « Artikel 14ter.Vragen
verband met de toepassing van de beginselen vermeld
artikel 6, 6° en 14bis en klachten
verband met
breuken op deze beginselen kunnen door iedere belanghebbende
gediend worden bij de Commissie zorgvuldig bestuur, bedoeld
artikel V.21 van het decreet van 13 juli 2001 betreffende het onderwijs-XIII-Mozaïek. » Onderafdeling 4. - Deeltijds kunstonderwijs Artikel V.16 Aan de titel V van het decreet van 31 juli 1990 betreffende het onderwijs II wordt een hoofdstuk IVbis, bestaande uit artikel 95bis tot en met 95sexies, toegevoegd, dat luidt als volgt : « HOOFDSTUK IVbis. - Zorgvuldig bestuur Artikel 95bis.Een
richtende macht mag
formatie verstrekken over het eigen opvoedingsproject en het onderwijsaanbod, maar mag geen oneerlijke concurrentie voeren. Artikel 95ter.Er mag geen politieke propaganda gevoerd worden
een
stelling voor deeltijds kunstonderwijs. Artikel 95quater.Een
richtende macht kan handelsactiviteiten verrichten, voor zover deze geen daden van koophandel zijn en voor zover ze verenigbaar zijn met haar onderwijsopdracht. Artikel 95quinquies.Een
richtende macht die sponsoring of mededelingen die rechtstreeks of onrechtstreeks ten doel hebben de verkoop van producten of diensten te bevorderen, toelaat, waakt erover dat : 1° door de
richtende macht verstrekte leermiddelen vrij blijven van bedoelde mededelingen;2° activiteiten vrij blijven van bedoelde mededelingen, behoudens
dien deze mededelingen louter attenderen op het feit dat de activiteit of een gedeelte van de activiteit
gericht werd door middel van een gift, een schenking of een prestatie om niet of verricht onder reële prijs door een bij name genoemde natuurlijke persoon, rechtspersoon of feitelijke vereniging;3° sponsoring en bedoelde mededelingen kennelijk niet onverenigbaar zijn met de pedagogische en onderwijskundige taken en doelstellingen van de
stelling;4° sponsoring en bedoelde mededelingen de objectiviteit, de geloofwaardigheid, de betrouwbaarheid en de onafhankelijkheid van de
stelling niet
het gedrang brengen. Artikel 95sexies.Vragen
verband met de toepassing van de beginselen van dit hoofdstuk en klachten
verband met
breuken op deze beginselen kunnen door iedere belanghebbende
gediend worden bij de Commissie zorgvuldig bestuur, bedoeld
artikel V.21 van het decreet van 13 juli 2001 betreffende het onderwijs-XIII-Mozaïek. » Onderafdeling 5. - Volwassenenonderwijs Artikel V.17
het decreet van 2 maart 1999Relevante gevonden documenten type decreet prom. 02/03/1999 pub. 21/08/1999 numac 1999035844 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet tot regeling van een aantal aangelegenheden van het volwassenenonderwijs type decreet prom. 02/03/1999 pub. 26/05/1999 numac 1999035546 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet tot bekrachtiging van het besluit van de Vlaamse regering van 1 december 1998 tot bepaling van de ontwikkelingsdoelen voor het buitengewoon basisonderwijs type 2 sluiten tot regeling van een aantal aangelegenheden van het volwassenenonderwijs wordt
titel I, het opschrift van het hoofdstuk X vervangen door wat volgt : « Zorgvuldig bestuur, terugvorderingen en sancties ». Artikel V.18
hetzelfde decreet wordt vóór afdeling 1 van het hoofdstuk X, die afdeling 1bis wordt, een afdeling 1, bestaande uit artikel 61bis tot en met 61quinquies,
gevoegd, die luidt als volgt : « Afdeling 1. - Zorgvuldig bestuur Artikel 61bis.Een centrum mag
formatie verstrekken over het eigen opvoedingsproject en het onderwijsaanbod, maar mag geen oneerlijke concurrentie voeren. Artikel 61ter.Er mag geen politieke propaganda gevoerd worden
een centrum. Artikel 61quater.Een centrum kan handelsactiviteiten verrichten, voorzover deze geen daden van koophandel zijn en voorzover ze verenigbaar zijn met zijn opdracht. Artikel 61quinquies.Een centrum dat sponsoring of mededelingen die rechtstreeks of onrechtstreeks ten doel hebben de verkoop van producten of diensten te bevorderen, toelaat, waakt erover dat : 1° door het centrum verstrekte leermiddelen vrij blijven van bedoelde mededelingen;2° activiteiten vrij blijven van bedoelde mededelingen, behoudens
dien deze mededelingen louter attenderen op het feit dat de activiteit of een gedeelte van de activiteit
gericht werd door middel van een gift, een schenking of een prestatie om niet of verricht onder reële prijs door een bij name genoemde natuurlijke persoon, rechtspersoon of feitelijke vereniging;3° sponsoring en bedoelde mededelingen kennelijk niet onverenigbaar zijn met de pedagogische en onderwijskundige taken en doelstellingen van het centrum;4° sponsoring en bedoelde mededelingen de objectiviteit, de geloofwaardigheid, de betrouwbaarheid en de onafhankelijkheid van het centrum niet
het gedrang brengen.» Artikel V.19
artikel 66, § 1, van hetzelfde decreet wordt 4° opgeheven. Artikel V.20
hetzelfde decreet wordt een artikel 67bis
gevoegd, dat luidt als volgt : « Artikel 67bis.Vragen
verband met de toepassing van de beginselen van Afdeling 1. en klachten
verband met
breuken op deze beginselen kunnen door iedere belanghebbende
gediend worden bij de Commissie zorgvuldig bestuur, bedoeld
artikel V.21 van het decreet van 13 juli 2001 betreffende het onderwijs-XIII-Mozaïek. » Afdeling
- - De Commissie zorgvuldig bestuur Onderafdeling
- - Oprichting en samenstelling Artikel V.21 Bij het ministerie van de Vlaamse Gemeenschap wordt een onafhankelijke commissie
gesteld, « Commissie zorgvuldig bestuur » genaamd, verder genoemd « de Commissie ». Artikel V.22 De Commissie bestaat uit een kamer voor het basisonderwijs en een kamer voor het secundair onderwijs, de centra voor leerlingenbegeleiding, het deeltijds kunstonderwijs en het volwassenenonderwijs, voorgezeten door één magistraat of ere-magistraat en bijgestaan door één ambtenaar van het ministerie van de Vlaamse Gemeenschap, die fungeert als secretaris. Iedere kamer omvat : 1° een lid dat voldoet aan de voorwaarden gesteld
artikel 205 van het Gerechtelijk Wetboek;2° een deskundige op het gebied van de consumentenbescherming;3° twee leden, vertrouwd met het onderwijsveld. De Vlaamse regering stelt de leden en hun plaatsvervangers aan en bepaalt de wijze waarop zij vergoed worden. Artikel V.23 De leden van de Commissie genieten de burgerlijke en politieke rechten en bieden alle waarborgen met het oog op de onafhankelijke uitoefening van hun opdracht. Artikel V.24 De Commissie stelt binnen een maand na haar
stelling haar reglement van orde op. Het wordt bekrachtigd door de Vlaamse regering. Onderafdeling 2. - Bevoegdheid Artikel V.25 De Commissie beslist over de gegrondheid van klachten van belanghebbenden
zake : 1° de
ternationaalrechtelijke en grondwettelijke beginselen
zake de kosteloosheid van het onderwijs, de beginselen vermeld
artikel 27, § 1, van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997, artikel V.13, eerste lid, en artikel 6, 6°, van het decreet van 1 december 1998Relevante gevonden documenten type decreet prom. 01/12/1998 pub. 10/04/1999 numac 1999035335 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende de centra voor leerlingenbegeleiding sluiten betreffende de centra voor leerlingenbegeleiding en de bijdrageregeling bedoeld
artikel 27, § 3, van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997 en artikel V.13, tweede lid; 2° de bepalingen van artikel 51 van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997, van artikel V.9, V.10, V.11 en V.12, van artikel 14bis van het decreet van 1 december 1998Relevante gevonden documenten type decreet prom. 01/12/1998 pub. 10/04/1999 numac 1999035335 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende de centra voor leerlingenbegeleiding sluiten betreffende de centra voor leerlingentegeleiding, van artikel 95bis tot en met 95sexies van het decreet van 31 juli 1990 betreffende het onderwijs-II en van artikel 61bis tot en met 61quinquies van het decreet van 2 maart 1999Relevante gevonden documenten type decreet prom. 02/03/1999 pub. 21/08/1999 numac 1999035844 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet tot regeling van een aantal aangelegenheden van het volwassenenonderwijs type decreet prom. 02/03/1999 pub. 26/05/1999 numac 1999035546 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet tot bekrachtiging van het besluit van de Vlaamse regering van 1 december 1998 tot bepaling van de ontwikkelingsdoelen voor het buitengewoon basisonderwijs type 2 sluiten tot regeling van een aantal aangelegenheden van het volwassenenonderwijs. Wanneer zij oordeelt dat een klacht gegrond is, kan zij beslissen om : 1° een gedeeltelijke terugbetaling van de werkingsmiddelen van de betrokken school, de betrokken
stelling, het betrokken centrum voor leerlingenbegeleiding of de betrokken
stelling voor deeltijds kunstonderwijs op te leggen.De terugvordering of
houding kan echter niet meer bedragen dan 10 procent van deze werkingsmiddelen en kan er niet toe leiden dat het aandeel
de werkingsmiddelen dat bestemd is voor personeelsaangelegenheden
absolute cijfers kleiner wordt dan wanneer de maatregel niet zou getroffen zijn; 2° aan het betrokken centrum voor volwassenenonderwijs een financiële sanctie op te leggen overeenkomstig de bepalingen van artikel 66, § 2, van het decreet van 2 maart 1999Relevante gevonden documenten type decreet prom. 02/03/1999 pub. 21/08/1999 numac 1999035844 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet tot regeling van een aantal aangelegenheden van het volwassenenonderwijs type decreet prom. 02/03/1999 pub. 26/05/1999 numac 1999035546 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet tot bekrachtiging van het besluit van de Vlaamse regering van 1 december 1998 tot bepaling van de ontwikkelingsdoelen voor het buitengewoon basisonderwijs type 2 sluiten tot regeling van een aantal aangelegenheden van het volwassenenonderwijs. Deze sanctie wordt slechts uitvoerbaar de dag nadat de termijn om beroep
te stellen bij de Vlaamse regering verstreken is. Voorafgaandelijk aan het opleggen van een sanctie nodigt de Commissie het betrokken schoolbestuur, de betrokken
richtende macht of het betrokken bestuur uit om de bestreden rechtshandeling
te trekken of te herzien of
een passende genoegdoening te voorzien. Artikel V.26 De Commissie kan vragen van belanghebbenden behandelen over de aangelegenheden bedoeld
artikel V.25, eerste lid. Artikel V.27 De beslissingen van de Commissie zijn met redenen omkleed. De Vlaamse regering bepaalt de wijze waarop zij openbaar worden gemaakt. Onderafdeling 3. - Klachtenprocedure Artikel V.28 De klachten bedoeld
artikel V.25 worden bij aangetekend schrijven bij de Commissie
gediend. Klachten die na verloop van een termijn van zestig kalenderdagen na de vaststelling of de kennisname van de betwiste feiten
gediend worden, zijn onontvankelijk. Artikel V.29 Zodra een klacht wordt
gediend, stelt de Commissie de betrokkenen daarvan schriftelijk
kennis. Artikel V.30 De Commissie hoort de betrokkenen. De Commissie kan ambtshalve of op verzoek van de betrokkenen getuigen horen. Artikel V.31 De zittingen van de Commissie zijn openbaar, tenzij de openbaarheid gevaar oplevert voor de openbare orde of goede zeden. Artikel V.32 De Commissie beslist binnen een termijn van zestig kalenderdagen, die
gaat op de dag na die van de berekening van de klacht. De beslissing wordt uiterlijk de laatste dag van die termijn bij aangetekend schrijven verstuurd naar de betrokkenen. De Vlaamse regering wordt onverwijld
kennis gesteld van de beslissing. Artikel V.33 De betrokkenen kunnen tegen een beslissing van de Commissie beroep
stellen bij de Vlaamse regering. Het beroep moet bij aangetekend schrijven worden
gediend binnen een termijn van zestig kalenderdagen, die
gaat op de dag na die van de berekening van de beslissing. Het beroep schorst van rechtswege de uitvoerbaarheid van de genomen beslissing. Artikel V.34 De Vlaamse regering doet
laatste aanleg uitspraak over het beroep dat door een betrokkene werd
gesteld tegen een beslissing van de Commissie. De Vlaamse regering kan de beslissing van de Commissie wegens schending van de wet of het decreet of strijdigheid met het algemeen belang bevestigen, wijzigen of vernietigen,
welk geval zij een nieuwe beslissing kan nemen. De Vlaamse regering spreekt zich uit over een beroep binnen een termijn van zestig kalenderdagen, die
gaat op de dag na die van de berekening van het beroep. De beslissing van de Vlaamse regering wordt uiterlijk de laatste dag van de
het vorige lid bedoelde termijn bij aangetekend schrijven verstuurd naar de betrokkenen. Artikel V.35 De Vlaamse regering bepaalt de nadere regelen
zake de ontvankelijkheid en procedure. Zij garandeert daarbij de hoorplicht. Onderafdeling 4. - Slotbepaling Artikel V.36 De Commissie treedt
de plaats van de Commissie laakbare praktijken bedoeld
artikel 42 van de wet van 29 mei 1959 tot wijziging van sommige bepalingen van de onderwijswetgeving, zoals dit van kracht was op 31 augustus 2001. Zolang geen uitvoering wordt gegeven aan artikel V.22, derde lid : - worden de
artikel V.25 bedoelde klachten
gediend bij de Commissie laakbare praktijken, die een dossier voorbereidt. De
diening bij de Commissie laakbare praktijken schorst de
artikel V.28 bedoelde termijn tot aan de uitvoering van artikel V.22, derde lid; - behandelt de Commissie laakbare praktijken de
artikel V.26 bedoelde vragen. Afdeling 3. - Opheffings- en
werkingtredingsbepalingen Artikel V.37 Artikel 12, § 1, 12ter, 41, 42, 43 en 44 van de wet van 29 mei 1959 tot wijziging van sommige bepalingen van de onderwijswetgeving worden opgeheven. Artikel V.38 De volgende besluiten worden opgeheven : 1° het koninklijk besluit van 12 februari 1976 tot vaststelling van de voorwaarden waaronder de door een onderwijsinrichting geproduceerde voorwerpen of verleende diensten kunnen vervreemd of verhuurd worden, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse regering van 9 januari 1991;2° het ministerieel besluit van 14 april 1978
uitvoering van het koninklijk besluit van 12 februari 1976, houdende maatregelen tot vaststelling van de voorwaarden waaronder onderwijsinrichtingen geproduceerde voorwerpen of verleende diensten kunnen vervreemden of verhuren;3° het koninklijk besluit van 14 september 1987 houdende de samenstelling en de werkings- en procedureregels van de commissies voorzien bij artikel 42 van de wet van 29 mei 1959 tot wijziging van sommige bepalingen van de onderwijswetgeving;4° het besluit van de Vlaamse regering van 17 juni 1997Relevante gevonden documenten type wet prom. 12/04/1965 pub. 08/03/2007 numac 2007000126 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de bescherming van het loon der werknemers sluiten3 betreffende laakbare praktijken en de samenstelling, de bevoegdheid en de werking van de Commissie Laakbare Praktijken voor het basisonderwijs. Artikel V.39 De bepalingen van dit hoofdstuk treden
werking op 1 september 2001, behalve artikel V.1, 3°, en V.13, tweede lid, die
werking treden op 1 september
- HOOFDSTUK VI. - Permanente vorming Afdeling
- - Algemene bepaling Artikel VI.1
artikel 7 van de wet van 29 mei 1959 tot wijziging van sommige bepalingen van de onderwijswetgeving, vervangen bij het decreet van 28 april 1993, worden tussen de woorden « deeltijds secundair onderwijs » en «
de door de Gemeenschap » de woorden « en voor het onderwijs voor sociale promotie en het deeltijds kunstonderwijs »
gevoegd. Afdeling
- - Deeltijds kunstonderwijs Artikel VI.2 Aan het artikel 95 van het decreet van 31 juli 1990 betreffende het onderwijs-II wordt een § 3 toegevoegd, die luidt als volgt : « §
- De Koninklijke Beiaardschool te Mechelen wordt als
stelling van het deeltijds kunstonderwijs erkend en gesubsidieerd door de Vlaamse Gemeenschap. De Vlaamse regering kan specifieke normen en structuren voor deze
stelling vastleggen, die bij decreet worden bekrachtigd. » Artikel VI.3 Artikel 97 van hetzelfde decreet wordt vervangen door wat volgt : « Artikel 97.
de lagere en middelbare graad van de
stellingen voor deeltijds kunstonderwijs die gevestigd zijn
het arrondissement Brussel-Hoofdstad wordt het aantal uren-leraar, vastgesteld overeenkomstig artikel 96, verhoogd met 30 %
dien de schoolbesturen deel uitmaken van een netoverschrijdend Samenwerkingsforum. Het Samenwerkingsforum : 1° draagt bij tot de ordening van een rationeel onderwijsaanbod;2° streeft naar een samenwerking met Nederlandstalige
stellingen voor basisonderwijs of secundair onderwijs;3° ontwikkelt socio-culturele
itiatieven en streeft daarbij naar een samenwerking met socio-culturele organisaties en
stellingen
de gemeenten van het Vlaamse Gewest, genoemd
artikel 7 van de wetten op het gebruik van de talen
bestuurszaken, gecoördineerd op 18 juli 1966. Het Samenwerkingsforum stelt bij gewone meerderheid van de totaal uitgebrachte stemmen een huishoudelijk reglement op en legt dit ter bekrachtiging voor aan de Vlaamse regering. Het Samenwerkingsforum legt jaarlijks, vóór 1 mei, een werkingsverslag voor aan de Vlaamse regering, die bijsturingen kan voorstellen. De Vlaamse regering evalueert de resultaten van het overleg na afloop van het derde werkingsjaar en legt de evaluatie voor aan het Vlaams Parlement. » Artikel VI.4
hetzelfde decreet wordt een Hoofdstuk Vbis, bestaande uit artikel 100bis tot en met artikel 100sexies,
gevoegd, dat luidt als volgt : « HOOFDSTUK Vbis. -
schrijvingsgeld Artikel 100bis.
het deeltijds kunstonderwijs betaalt een leerling voor elke studierichting waarvoor hij zich
schrijft
schrijvingsgeld. Dat
schrijvingsgeld wordt betaald vóór 1 oktober van het betrokken schooljaar. Artikel 100ter.Voor de schooljaren 2000-2001 en 2001-2002 bedraagt het
schrijvingsgeld : 1° 6 200 frank;2° 3 600 frank als de leerling overeenkomstig recht heeft op het verminderde
schrijvingsgeld bedoeld
artikel 100quater;3° 1 900 frank als de leerling de leeftijd van 18 jaar niet bereikt heeft op 31 december van het schooljaar
kwestie;4° 1 200 frank als de leerling de leeftijd van 18 jaar niet bereikt heeft op 31 december van het betrokken schooljaar en recht heeft op het verminderde
schrijvingsgeld bedoeld
artikel 100quater. Vanaf het schooljaar 2002-2003 wordt het
schrijvingsgeld jaarlijks aan de evolutie van de
dex der consumptieprijzen aangepast. Artikel 100quater.Om voor het verminderde
schrijvingsgeld
aanmerking te komen, moet de leerling : 1° een attest overleggen, uitgereikt door de bevoegde overheid, waaruit blijkt dat hij uitkeringsgerechtigd volledig werkloos is, of dat hij ten laste is van een uitkeringsgerechtigde volledig werkloze;2° een attest overleggen, uitgereikt door de bevoegde overheid, waaruit blijkt dat hij : a) verplicht
geschreven is als werkzoekende op grond van de reglementering
verband met de arbeidsvoorziening en de werkloosheid;
- b)het bestaansminimum ontvangt;
- c)persoon ten laste is van een persoon, bedoeld
a) of
b);3° een attest overleggen, uitgereikt door de bevoegde overheid, waaruit blijkt dat hij :
- a)gehandicapt is met een arbeidsongeschiktheid van ten minste 66 %;
- b)recht heeft op een tegemoetkoming als gehandicapte;
- c)persoon ten laste is van een persoon, bedoeld
a) of
b);4° het bewijs overleggen dat hij
een gezinsvervangend tehuis of
een medisch-pedagogische
stelling verblijft;5° het bewijs overleggen dat hij het statuut van erkend politiek vluchteling heeft of ten laste is van een dergelijke persoon;6° een attest overleggen van het kinderbijslagfonds,
dien hij ouder is dan 18 jaar. Een leerling die de leeftijd van 18 jaar niet bereikt heeft op 31 december van het schooljaar
kwestie, betaalt het verminderde
schrijvingsgeld : 1°
dien een ander lid van het gezin waartoe hij behoort het
schrijvingsgeld reeds heeft betaald
dezelfde of
een andere
stelling voor deeltijds kunstonderwijs;2° voor iedere extra
schrijving
een andere studierichting
dezelfde of
een andere
stelling voor deeltijds kunstonderwijs. Artikel 100quinquies.§ 1. Van de
schrijvingsgelden van het deeltijds kunstonderwijs, zoals bepaald
artikel foeter wordt een deel toegewezen aan het fonds «
schrijvingsgelden Deeltijds Kunstonderwijs », dat een begrotingsfonds is
de zin van artikel 45 van de wetten op de rijkscomptabiliteit, gecoördineerd bij het koninklijk besluit van 17 juli 1991, verder genoemd « het Fonds ». Van het
schrijvingsgeld bedoeld
artikel 100ter, 2° en 3°, wordt voor de schooljaren 2000-2001 en 2001-2002 200 frank aan het Fonds toegewezen. Van het
schrijvingsgeld bedoeld
artikel 100ter, 1°, wordt voor de schooljaren 2000-2001 en 2001-2002 1 100 frank aan het Fonds toegewezen. § 2. De middelen van het Fonds moeten worden aangewend voor uitgaven met betrekking tot de betaling van salarissen en salarissubsidies
het deeltijds kunstonderwijs. §
- De boekhoudkundige verwerking van de verrichtingen gebeurt voor elk onderwijswet afzonderlijk. §
- De rekenplichtige die de ontvangsten gedaan heeft, beschikt rechtstreeks over de kredieten van het Fonds. Artikel 100sexies.De Vlaamse regering stelt de modaliteiten van de
ning van het
schrijvingsgeld vast. » Artikel VI.5 De volgende bepalingen worden opgeheven : 1° de titel « Afdeling 1.- Deeltijds Kunstonderwijs » en het artikel 17 van het decreet van 8 juli 1997Relevante gevonden documenten type decreet prom. 08/07/1997 pub. 22/10/1997 numac 1997036256 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende bepalingen tot begeleiding van de aanpassing van de begroting 1997 sluiten houdende bepalingen tot begeleiding van de aanpassing van de begroting 1997; 2° de titel « Afdeling 4.- Fonds
schrijvingsgelden. - Deeltijds Kunstonderwijs » en artikel 21 van het decreet van 22 december 1999Relevante gevonden documenten type wet prom. 12/04/1965 pub. 08/03/2007 numac 2007000126 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de bescherming van het loon der werknemers sluiten1 houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 2000; 3° het besluit van de Vlaamse regering van 7 juli 1993 tot vaststelling van het
schrijvingsgeld
het deeltijds kunstonderwijs, gewijzigd bij besluit van de Vlaamse regering van 8 juni 1999. Afdeling 3. - Basiseducatie Artikel VI.6
artikel 4 van het decreet van 12 juli 1990 houdende de regeling van Basiseducatie voor laaggeschoolde volwassenen wordt
- vervangen door wat volgt : «
- Centra voor Basiseducatie zijn verenigingen zonder winstoogmerk die uitsluitend als doelstelling hebben : - het organiseren van basiseducatie; - het detectoren van de onderwijsbehoeften van gedetineerden; - het begeleiden van het onderwijstraject van gedetineerden. » Artikel VI.7 Aan artikel 14 van hetzelfde decreet, vervangen bij het decreet van 21 december 1994, wordt een tweede lid toegevoegd, dat luidt als volgt : « De toelagen die de Centra voor Basiseducatie krachtens dit decreet verwerven, evenals de andere
komsten, worden opgenomen
de boekhouding van het centrum. » Afdeling
- - Volwassenenonderwijs Onderafdeling
- - Onderwijs voor sociale promotie Artikel VI.8 §
- Tot 31 augustus 2002 wordt voor het onderwijzend personeel van de afdelingen Stedenbouw en Ruimtelijke Planning en Monumenten en Landschapszorg van het Centrum voor Volwassenenonderwijs, Frans Craeybeckxlaan 22, 2100 Deurne, de salarisschaal vastgesteld als volgt : 1° de personeelsleden, tewerkgesteld
het ambt van leraar technische vakken, hebben recht op de salarisschaal 502, voor zover zij, behoudens bij een
§ 6
bedoelde afwijking, houder zijn van het diploma van geaggregeerde voor het hoger secundair onderwijs, aangevuld met twee jaar nuttige ervaring, of houder zijn van het diploma van doctor, licentiaat of apotheker, van architect of
dustrieel
genieur, van burgerlijk
genieur, burgerlijk
genieur-architect of bioingenieur aangevuld met twee jaar nuttige ervaring en met een getuigschrift voor pedagogische bekwaamheid. Voor vakken waarvoor geen opleiding verstrekt wordt
een universiteit of gelijkgestelde
richting, komen
aanmerking : - een bekwaamheidsbewijs van het hoger niveau van de tweede graad, aangevuld met vier jaar nuttige ervaring en met een getuigschrift voor pedagogische bekwaamheid, dat recht geeft op de salarisschaal 318; - het diploma van het hoger niveau van de eerste graad, aangevuld met zes jaar nuttige ervaring en met een getuigschrift voor pedagogische bekwaamheid, dat recht geeft op de salarisschaal 316; 2° de personeelsleden, tewerkgesteld
het ambt van leraar beroepspraktijk, hebben recht op de salarisschaal 311, voor zover zij, behoudens bij een § 6 bedoelde afwijking, houder zijn van het diploma van geaggregeerde voor het lager onderwijs, aangevuld met drie jaar nuttige ervaring, of houder zijn van het diploma van het hoger niveau van de eerste graad aangevuld met drie jaar nuttige ervaring en met een getuigschrift van pedagogische bekwaamheid;3° de personeelsleden die hun prestaties
de betrokken afdeling uitoefenen als niet-uitsluitend ambt
de zin van artikel 5 van het koninklijk besluit van 15 april 1958 houdende bezoldigingsregeling van het onderwijzend, wetenschappelijk en daarmee gelijkgesteld personeel van het ministerie van Openbaar Onderwijs, hebben recht op de salarisschaal 396. Met
gang van 1 september 2002 worden deze personeelsleden bezoldigd conform de regelgeving van toepassing op het hoger onderwijs van het korte type voor sociale promotie. § 2. Tot 31 augustus 2001 voor het onderwijzend personeel van de afdeling Bouwkunde voor voornoemd centrum voor volwassenenonderwijs, respectievelijk tot 31 augustus 2002 voor de
§ 1
, eerste lid, genoemde personeelsleden wordt : 1° de deler voor een hoofdambt gelijkgesteld aan 12;2° de deler voor een niet-uitsluitend ambt
de zin van artikel 5 van het koninklijk besluit van 15 april 1958 houdende bezoldigingsregeling van het onderwijzend, wetenschappelijk en daarmee gelijkgesteld personeel van het ministerie van Openbaar Onderwijs gelijkgesteld aan 9. Met
gang van 1 september 2001, voor hes onderwijzend personeel van de afdeling Bouwkunde van voornoemd centrum voor volwassenenonderwijs, respectievelijk met
gang van 1 september 2002, voor de
§ 1
, eerste lid, genoemde personeelsleden, worden deze delers vastgesteld conform de regelgeving van toepassing op Het hoger onderwijs van het korte type voor sociale promotie, voor zover de betrokken personeelsleden geen aanspraak kunnen maken op de overgangsmaatregelen bedoeld
§ 4. § 3.
Tot 31 augustus 1999 wordt voor het onderwijzend personeel van de
§ 2
, eerste lid, genoemde afdelingen de deler voor een bijbetrekking gelijkgesteld aan 15. Met
gang van 1 september 1999 wordt deze deler vastgesteld conform de regelgeving van toepassing op het hoger onderwijs van het korte type voor sociale promotie. § 4. Overgangsmaatregelen worden toegekend aan de
§ 1
, eerste lid, genoemde personeelsleden, voor zover zij op 31 augustus 2000 : 1° vastbenoemd zijn binnen de betrokken afdeling;2° minstens 720 dagen als tijdelijke gepresteerd hebben binnen de betrokken afdeling en recht hebben op een bezoldiging
hoofdambt of
een niet-uitsluitend ambt. De overgangsmaatregelen gelden voor het ambt van leraar technische vakken en voor het ambt van leraar beroepspraktijk en betreffen : 1° het prestatiestelsel genoemd
§ 2
, eerste lid;2° het behoud, ten persoonlijken titel, van de bezoldiging
een niet-uitsluitend ambt
de zin van voormeld artikel 5 van het koninklijk besluit van 15 april 1958 houdende bezoldigingsregeling van het onderwijzend, wetenschappelijk en daarmee gelijkgesteld personeel van het ministerie van Openbaar Onderwijs. De overgangsmaatregelen worden toegekend op 1 september 2002. De personeelsleden behouden deze maatregelen zolang ze ononderbroken
dienst blijven
de betrokken afdeling. Voor de toepassing van deze bepaling worden niet als een onderbreking beschouwd : de vakantieperioden, de loopbaanonderbreking, de militaire dienst, de perioden van wederoproeping, de ziekte- en bevallingsverloven, de borstvoedingsverloven, de verloven van korte duur met behoud van wedde(ntoelage) ter gelegenheid van sommige gebeurtenissen van familiale of sociale aard, alsook de verloven zonder behoud van wedde(ntoelage) voor een maximumduur van zes werkdagen per schooljaar, alsmede een onderbreking van een doorlopende periode van maximum twee kalenderjaren. § 5. Onverminderd de krachtens artikel 146 van de Grondwet door de wet georganiseerde rechtsbescherming zijn de wedden en de weddentoelagen die op basis van diensten gepresteerd tot en met 31 augustus 2001 werden uitgekeerd aan de
§ 2, eerste lid, genoemde personeelsleden definitief verworven.
§ 6. Onverminderd de krachtens artikel 146 van de Grondwet door de wet georganiseerde rechtsbescherming zijn de afwijkingen op de vereiste bekwaamheidsbewijzen die vóór 31 augustus 2001, uitdrukkelijk of
feite werden toegestaan aan de
§ 1, eerste lid, genoemde personeelsleden definitief verworven.
De
§ 1
, eerste lid, genoemde personeelsleden aan wie een afwijking bedoeld
het eerste lid werd toegestaan, komen
aanmerking voor een vaste benoeming
de zin van het decreet van 27 maart 1991 betreffende de rechtspositie van de personeelsleden van het gemeenschapsonderwijs, voor zover zij minstens drie jaar tijdelijk zijn aangesteld binnen de betrokken afdeling en aan alle andere gestelde voorwaarden voldoen. Vanaf 1 september 2001 kan aan de
§ 1
, eerste lid, genoemde personeelsleden een afwijking op de vereiste bekwaamheidsbewijzen worden toegekend overeenkomstig de bepalingen van artikel 17, § 4, van de wet van 7 juli 1970 betreffende de algemene structuur van het hoger onderwijs en de
uitvoering daarvan genomen besluiten. Artikel VI.9
artikel 10 van de wet van 7 juli 1970 betreffende de algemene structuur van het hoger onderwijs, vervangen bij de wet van 18 februari 1977 en gewijzigd bij de decreten van 5 juli 1989 en 12 juni 1991, wordt § 7 opgeheven. Artikel VI.10
artikel 17 van dezelfde wet, toegevoegd bij de wet van 6 juli 1972 en gewijzigd bij de wetten van 18 februari 1977 en 3 juli 1981 en de decreten van 5 juli 1989 en 19 april 1995, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1°
§ 4
wordt het tweede lid vervangen door wat volgt : « Bij gebrek aan kandidaten
het bezit van de vereiste bekwaamheidsbewijzen, kan de Vlaamse regering of de daartoe gemachtigde ambtenaar van het ministerie van de Vlaamse Gemeenschap
dividuele gevallen een afwijking toestaan.Deze afwijking gaat op zijn vroegst
op 1 september 1970. Vanaf 1 september 2001 wordt de afwijking geacht gegeven te zijn wanneer binnen een termijn van één maand na de aanvraag van geen beslissing kennis wordt gegeven. Het betrokken bestuur oordeelt over het gebrek aan kandidaten
het bezit van de vereiste bekwaamheidsbewijzen. De Vlaamse regering bepaalt de nadere uitvoeringsmodaliteiten van deze bepaling. »; 2°
§ 4
wordt het vierde lid vervangen door wat volgt : « De personeelsleden a) aan wie vóór 1 september 2001 een afwijking op de vereiste bekwaamheidsbewijzen onbeperkt
de tijd werd toegestaan, of b) die op 30 juni 2001 minstens drie jaar tijdelijk zijn aangesteld op basis van een afwijking op de vereiste bekwaamheidsbewijzen beperkt
de tijd of zonder aan de vereiste bekwaamheidsbewijzen te voldoen, komen
aanmerking voor een vaste benoeming
de zin van het decreet van 27 maart 1991 betreffende de rechtspositie van bepaalde personeelsleden van het gemeenschapsonderwijs, respectievelijk van het decreet van 27 maart 1991 betreffende de rechtspositie van sommige personeelsleden van het gesubsidieerd onderwijs en de gesubsidieerde centra voor leerlingenbegeleiding, voorzover zij op de datum van benoeming aan de andere dan de voorwaarden
zake bekwaamheidsbewijzen voldoen.»; 3°
§ 4
wordt een vijfde lid
gevoegd, dat luidt als volgt : « De personeelsleden aan wie vanaf 1 september 2001 overeenkomstig dit artikel een afwijking op de vereiste bekwaamheidsbewijzen, beperkt of onbeperkt
de tijd, wordt toegestaan, komen
aanmerking voor een vaste benoeming
de zin van het decreet van 27 maart 1991 betreffende de rechtspositie van bepaalde personeelsleden van het gemeenschapsonderwijs, respectievelijk van het decreet van 27 maart 1991 betreffende de rechtspositie van sommige personeelsleden van het gesubsidieerd onderwijs en de gesubsidieerde centra voor leerlingenbegeleiding, voor zover zij - minstens drie jaar tijdelijk zijn aangesteld; - op de datum van de vaste benoeming aan de andere dan de voorwaarden
zake bekwaamheidsbewijzen voldoen. »; 4° er wordt een § 8
gevoegd, die luidt als volgt : « § 8.De leden van het bestuurspersoneel
dienst op 30 juni 2000 en houder van een diploma van het hoger onderwijs van het korte type, worden geacht
het bezit te zijn van de bekwaamheidsbewijzen en de nuttige ervaring vereist voor het ambt waarin zij vast benoemd werden. » Artikel VI.11
artikel 3 van het decreet van 2 maart 1999Relevante gevonden documenten type decreet prom. 02/03/1999 pub. 21/08/1999 numac 1999035844 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet tot regeling van een aantal aangelegenheden van het volwassenenonderwijs type decreet prom. 02/03/1999 pub. 26/05/1999 numac 1999035546 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet tot bekrachtiging van het besluit van de Vlaamse regering van 1 december 1998 tot bepaling van de ontwikkelingsdoelen voor het buitengewoon basisonderwijs type 2 sluiten tot regeling van een aantal aangelegenheden van het volwassenenonderwijs worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° 9° wordt vervangen door wat volgt : « 9° certificaat : een door de Vlaamse Gemeenschap erkend bewijs waarmee wordt vastgesteld dat iemand met goed gevolg een opleiding heeft doorlopen;»; 2° 19° wordt vervangen door wat volgt : « 19° getuigschrift : document door het bestuur van een erkend centrum uitgereikt aan regelmatige cursisten waarmee wordt vastgesteld dat betrokkenen met goed gevolg een programma dat overeenstemt met een volledige opleiding van de tweede graad van het voltijds secundair onderwijs of een opleiding van de categorie pedagogisch hoger onderwijs hebben doorlopen;»; 3° 47° wordt vervangen door wat volgt : « 47° studiegetuigschrift : een studiebewijs waarmee wordt vastgesteld dat iemand met goed gevolg het volledige programma van het beroepssecundair onderwijs van de eerste twee leerjaren van de derde graad heeft doorlopen;». Artikel VI.12 Artikel 27 van hetzelfde decreet, wordt opgeheven. Artikel VI.13 Artikel 28 van hetzelfde decreet wordt vervangen door wat volgt : « Artikel 28.Om als regelmatige cursist toegelaten te worden moet de cursist voldaan hebben aan de voltijdse leerplicht en
geschreven zijn, alvorens 1/3 van de module of van het leerjaar voorbij is. Onder de duur van een module of van een leerjaar is te verstaan de tijdspanne, uitgedrukt
kalenderdagen, tussen de begindatum en einddatum van de lessen ervan.
afwijking hiervan worden de cursisten van de afdeling Hebreeuws en van het studiegebied Nederlands tweede taal die niet voldaan hebben aan de voltijdse leerplicht als regelmatig cursist toegelaten. » Artikel VI.14
artikel 29 van hetzelfde decreet wordt het vierde streepje opgeheven. Artikel VI.15 Artikel 34 van hetzelfde decreet wordt vervangen door wat volgt : « Artikel 34.Om als regelmatig cursist toegelaten te worden
het hoger onderwijs moet de cursist
geschreven zijn alvorens 1/3 van de duur van de module of van het leerjaar voorbij is. Onder de duur van een module of een leerjaar is te verstaan de tijdspanne, uitgedrukt
kalenderdagen, tussen de begindatum en einddatum van de lessen ervan. De cursist moet bovendien houder zijn van een van de hierna volgende studiebewijzen : 1° diploma van secundair onderwijs;2° een brevet van het aanvullend secundair beroepsonderwijs of van een diploma van het voltijds hoger onderwijs;3° een getuigschrift of diploma van hoger secundaire technische leergangen of een certificaat bedoeld
dit decreet;4° een diploma of getuigschrift dat krachtens een wet, decreet, Europese richtlijn of een
ternationale overeenkomst als gelijkwaardig wordt erkend.» Artikel VI.16
artikel 41 van hetzelfde decreet wordt § 4 vervangen door wat volgt : « § 4. Een studieattest bekrachtigt een opleiding of afdeling
het studiegebied algemene vorming, uitgezonderd de opleiding algemeen secundair onderwijs. » Artikel VI.17
artikel 46 van hetzelfde decreet, waarvan de bestaande tekst § 1 wordt, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° 2° wordt vervangen door wat volgt : « 2° het
schrijvingsgeld betaald hebben of op rechtmatige wijze hiervan vrijgesteld zijn;»; 2° er wordt een § 2 toegevoegd die luidt als volgt : « § 2.De cursisten van het contractonderwijs zoals bedoeld
artikel 3, 10°, komen niet
aanmerking voor financiering of subsidiering. » Artikel VI.18
artikel 48 van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° § 2 wordt vervangen door wat volgt : « § 2.Als
een studiegebied of categorie een opleiding, optie of afdeling wordt overgeschakeld naar modulair onderwijs dan is, éénmalig voor dat studiegebied of die categorie, gedurende de drie daaropvolgende schooljaren
dat studiegebied of die categorie FLa
geen geval kleiner dan FLh. Het centrum kiest vrij of deze waarborgregeling
gaat vanaf het schooljaar van de omschakeling of vanaf het schooljaar volgend op de omschakeling. Het centrum deelt deze keuze mee aan het departement op het ogenblik van de omschakeling. »; 2° § 3 wordt vervangen door wat volgt : « § 3.Als centra studiegebieden
richten waarvoor voor hen geen historisch forfait
bijlage II werd vastgesteld, wordt het aantal jaarlijks financierbare leraarsuren voor het schooljaar dat tijdens een bepaald jaar begint, berekend door het aantal lesurencursist vanaf 1 februari van het vorig jaar tot en met 31 januari van het lopend jaar te delen door d. De eerste maal wordt het aantal lesuren cursist vermenigvuldigd met 2. »; 3° er wordt een § 6 toegevoegd, die luidt als volgt : « § 6.Voor de toepassing van dit artikel worden binnen het studiegebied talen de richtgraden 1 en 2 en de richtgraden 3 en 4 als twee aparte studiegebieden beschouwd. » Artikel VI.19
artikel 50 van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° er wordt een § 1bis toegevoegd, die luidt als volgt : « § 1bis.
het secundair onderwijs voor sociale promotie wordt het totaal van het door een cursist tijdens een schooljaar aan een centrum te betalen
schrijvingsgeld begrensd op ten hoogste 250 euro - tot en met 31 december 2001 : 10.085 frank - ongeacht het aantal opleidingen en/of modules dat de cursist tijdens dat schooljaar
het centrum volgt. De Vlaamse regering bepaalt elk schooljaar het maximumbedrag van het te betalen
schrijvingsgeld. »; 2°
§ 2
, gewijzigd bij het decreet van 20 oktober 2000Relevante gevonden documenten type wet prom. 12/04/1965 pub. 08/03/2007 numac 2007000126 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de bescherming van het loon der werknemers sluiten2, wordt 4° vervangen door wat volgt : « 4°
het bezit zijn van één van de volgende attesten : - een attest, uitgereikt door de bevoegde overheid, waaruit een arbeidsongeschiktheid van ten minste 66 % blijkt; - een attest, uitgereikt door het ministerie van Sociale Zaken, waaruit het recht blijkt op een
tegratietegemoetkoming bedoeld
de wet van 27 februari 1987Relevante gevonden documenten type wet prom. 27/02/1987 pub. 18/10/2004 numac 2004000528 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de tegemoetkomingen aan gehandicapten Duitse vertaling sluiten betreffende de tegemoetkomingen aan gehandicapten; - een attest waaruit de
schrijving bij het Vlaams Fonds voor Sociale
tegratie van Personen met een Handicap blijkt; ». Artikel VI.20
hetzelfde decreet wordt een artikel 57bis
gevoegd, dat luidt als volgt : « Artikel 57bis.De directeur van een centrum kan zijn ambt enkel
hoofdambt uitoefenen. De directeurs van een centrum die op 31 augustus 1999 het ambt van directeur
bijbetrekking uitoefenden, worden ten persoonlijker titel uitgesloten van de bepaling van het eerste lid voor het volume van de opdracht die zij op de bedoelde data uitoefenden. » Artikel VI.21 Aan artikel 76, derde lid, van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 18 mei 1999Relevante gevonden documenten type wet prom. 12/04/1965 pub. 08/03/2007 numac 2007000126 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de bescherming van het loon der werknemers sluiten0 wordt de volgende een zin toegevoegd : « Op de directeurs bedoeld
voorgaande bepalingen is artikel 57bis van toepassing. » Artikel VI.22 Artikel 78 van hetzelfde decreet wordt vervangen door wat volgt : « Artikel 78.De Vlaamse regering bepaalt de concordantie tussen de ambten die
het onderwijs voor sociale promotie bestonden vóór de
werkingtreding van dit decreet en de ambten vermeld
artikel 55, §
- » Artikel VI.23 Artikel 79 van hetzelfde decreet wordt vervangen door wat volgt : « Artikel 79.§
- Overgangsmaatregelen worden toegekend aan : 1° de personeelsleden die op 31 augustus 2000 hetzij tot de proeftijd toegelaten, hetzij vastbenoemd waren
het onderwijs voor sociale promotie;2° de tijdelijke personeelsleden die tijdens de periode van 1 september 1999 tot en met 30 september 2000 aangesteld zijn geweest
het onderwijs voor sociale promotie en gefinancierd of gesubsidieerd werden door de Vlaamse Gemeenschap. § 2. De overgangsmaatregelen gelden
hoofde van het bestuurs- en onderwijzend personeel : 1°
een selectie- of bevorderingsambt : voor het ambt dat uitgeoefend werd of waarvan men titularis was gedurende het schooljaar 1999-2000;2°
een wervingsambt : voor de vakken en/of specialiteiten waarmee men belast was of waarvan men titularis was gedurende het schooljaar 1999-2000 en/of gedurende de periode van 1 september 2000 tot en met 30 september 2000. Onder « titularis » wordt het personeelslid verstaan dat
een vacante betrekking vast benoemd, tijdelijk aangesteld of tot de proeftijd toegelaten is, met uitzondering van wie voor een tijd een tijdelijke titularis vervangt.
hoofde van de
het eerste lid, 2°, bedoelde personeelsleden wordt rekening gehouden met het volgende : 1°
de tweede graad en
de richtgraden 1 en 2 van het secundair onderwijs voor sociale promotie gelden de overgangsmaatregelen voor de vakken en/of specialiteiten waarmee zij
de lagere secundaire leergangen belast waren of waarvan zij titularis waren op het tijdstip bedoeld
het eerste lid, 2°;2°
alle graden en richtgraden van het secundair onderwijs voor sociale promotie gelden de overgangsmaatregelen voor de vakken en/of specialiteiten waarmee zij
de hogere en aanvullende secundaire leergangen belast waren of waarvan zij titularis waren op het tijdstip bedoeld
het eerste lid, 2°;3°
het hoger onderwijs voor sociale promotie gelden de overgangsmaatregelen voor de vakken waarmee zij
de hogere leergangen belast waren of waarvan zij titularis waren op het tijdstip bedoeld
het eerste lid, 2°. § 3. De overgangsmaatregelen gelden
hoofde van het ondersteunend personeel voor de ambten waarmee men belast was gedurende het schooljaar 1999-2000 en/of gedurende de periode van 1 september 2000 tot en met 30 september
- §
- De overgangsmaatregelen worden toegekend vanaf 1 september 2000 en betreffen : 1° de vroegere salarisschaal : de
§ 1
bedoelde personeelsleden behouden hun vroegere salarisschaal, tenzij de salarisschaal vastgesteld bij een krachtens artikel 56 uitgevaardigd besluit hoger is;2° de geldelijke anciënniteit :
hoofde van de
§ 1
bedoelde personeelsleden die onder de toepassing vielen van artikel 2, § 4, van het koninklijk besluit van 29 augustus 1985 houdende harmonisering van de bezoldigingsregels van toepassing op het onderwijzend en daarmee gelijkgesteld personeel van het onderwijs met volledig leerplan en van het onderwijs voor sociale promotie of met beperkt leerplan wordt het geïndexeerde jaarbedrag gewaarborgd dat hen op 30 juni 2000, respectievelijk 31 augustus 2000 werd toegekend op basis van enerzijds de prestaties verstrekt
het onderwijs met volledig leerplan en anderzijds de prestaties verstrekt
het onderwijs voor sociale promotie, tot op het ogenblik dat het overeenkomstig de vigerende reglementering vastgestelde jaarbedrag voor de prestaties
beide onderwijsniveaus samen hoger is;3° de bekwaamheidsbewijzen : de
§ 1
bedoelde personeelsleden : - die tijdens het schooljaar 1999-2000
het bezit waren van een vereist, respectievelijk voldoende geacht bekwaamheidsbewijs en
gevolge een krachtens artikel 56 uitgevaardigd besluit niet meer over dit bekwaamheidsbewijs beschikken, geacht worden
het bezit te zijn van een vereist, respectievelijk voldoende geacht bekwaamheidsbewijs; - die tijdens de periode van 1 september 2000 tot en met 30 september 2000 overeenkomstig de reglementering van kracht vóór de
werkingtreding van een krachtens artikel 56 uitgevaardigd besluit
het bezit zouden zijn geweest van een vereist, respectievelijk voldoende geacht bekwaamheidsbewijs en
gevolge voormeld besluit niet over dit bekwaamheidsbewijs beschikken, geacht worden
het bezit te zijn van een vereist, respectievelijk voldoende geacht bekwaamheidsbewijs; - die drie opeenvolgende afwijkingen hebben genoten
de zin van artikel 20 van het koninklijk besluit van 22 maart 1969 tot vaststelling van het statuut van de leden van het bestuurs- en onderwijzend personeel, van het opvoedend hulppersoneel, van het paramedisch personeel der
richtingen voor kleuter-, lager, buitengewoon, middelbaar, technisch, kunst- en normaalonderwijs van de Staat, alsmede der
ternaten die van deze
richtingen afhangen en van de leden van de
spectiedienst die belast is met het toezicht op deze
richtingen, zoals dit gold op 31 augustus 2000, of gedurende het schooljaar 1999-2000 en/of de periode van 1 september 2000 tot en met 30 september 2000 aangesteld waren op basis van een dergelijke afwijking, geacht worden
het bezit te zijn van een voldoende geacht bekwaamheidsbewijs. § 5. De
§ 1
, 1° bedoelde personeelsleden behouden deze overgangsmaatregelen zolang ze
dienst blijven
het onderwijs, het academisch onderwijs uitgezonderd. De
§ 1
, 2°, bedoelde personeelsleden behouden deze overgangsmaatregelen zolang ze
ononderbroken dienst blijven
het onderwijs, het academisch onderwijs uitgezonderd, en gefinancierd of gesubsidieerd worden door de Vlaamse Gemeenschap. Voor de toepassing van deze bepaling worden niet als dienstonderbreking beschouwd : de vakantieperioden, de loopbaanonderbreking, de militaire dienst, de perioden van wederoproeping, de ziekte- en bevallingsverloven, de borstvoedingsverloven, de verloven van korte duur met behoud van wedde(ntoelage) ter gelegenheid van sommige gebeurtenissen van familiale of sociale aard, alsook de verloven zonder behoud van wedde(ntoelage) voor een maximumduur van zes werkdagen per schooljaar, alsmede een onderbreking van een doorlopende periode van maximum twee kalenderjaren. » Onderafdeling 2. - Zelfgestuurd leren Artikel VI.24
artikel 88, § 2, van hetzelfde decreet wordt het tweede lid vervangen door wat volgt : « Binnen het zelfgestuurd leren worden geen erkende studiebewijzen voor secundair onderwijs uitgereikt. » Artikel VI.25
artikel 94 van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° § 1 wordt vervangen door wat volgt : « § 1.Voor cursussen die uitsluitend via het
ternet worden aangeboden, bedraagt het
schrijvingsgeld 14,50 euro - tot en met 31 december 2001 : 500 Belgische frank - per maand. Het
schrijvingsgeld verleent de cursist toegang tot de cursus. De toegang wordt verleend
schijven van drie of zes maanden. Voor de cursussen die op een andere wijze worden aangeboden bedraagt het
schrijvingsgeld 4,50 euro - tot en met 31 december 2001 : 150 Belgische frank - per lespakket. De bedragen kunnen door de Vlaamse regering worden verhoogd en aangepast aan de
dex van de consumptieprijzen. De Vlaamse regering bepaalt de uitvoeringsmodaliteiten van deze bepaling. »; 2° § 2 wordt vervangen door wat volgt : « § 2.Er wordt een fonds «
komsten B.I.S. » opgericht. Aan dit fonds worden de
schrijvingsgelden en de gelden verkregen uit de samenwerkingsakkoorden met derden toegewezen. »; 3° § 4 wordt vervangen door wat volgt : « § 4.De middelen van het fonds dienen aangewend te worden voor uitgaven met betrekking tot het zelfgestuurd leren zoals georganiseerd door het departement Onderwijs. » Artikel VI. 26 De bepalingen van dit hoofdstuk treden
werking op 1 september 2001, behalve : 1° artikel VI.8 dat uitwerking heeft met
gang van 1 september 1993; 2° artikel VI.11, 1°, en 2°, VI.16, VI.17, 1°, VI.18, 1°, en VI.22, die uitwerking hebben met
gang van 1 september 1999; 3° artikel VI.4, VI.10, 4°, VI.13, VI.23 en VI.25, 2° en 3°, die uitwerking hebben met
gang van 1 september 2000; 4° artikel VI.14 en VI.25, 1°, die uitwerking hebben met
gang van 1 februari 2001. HOOFDSTUK VII. - Centra voor leerlingenbegeleiding Artikel VII.1
artikel 78, § 1, eerste lid, van het decreet van 1 december 1998Relevante gevonden documenten type decreet prom. 01/12/1998 pub. 10/04/1999 numac 1999035335 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende de centra voor leerlingenbegeleiding sluiten betreffende de centra voor leerlingenbegeleiding worden de woorden « 50 %, 60 %, 80 % of 100 % » vervangen door de woorden « 50 %, 60 %, 70 %, 80 %, 90 % of 100 % ». Artikel VII.2
artikel 89 van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° het derde lid wordt vervangen door wat volgt : «
dien de keuzevrijheid geboden door artikel 199 wordt uitgeoefend ten voordele van de permanente ondersteuningscellen, wordt het omkaderingsgewicht van de ondersteuningscellen met
gang van 1 september 2003 uitgebreid met de omkaderingsgewichten bedoeld
artikel 202.»; 2° er wordt een vierde lid toegevoegd, dat luidt als volgt : «
de toegekende omkaderingsgewichten en - vanaf 1 september 2003 - de omkaderingsgewichten bedoeld
artikel 202, is een vaste benoeming mogelijk.» Artikel VII.3
artikel 91 van hetzelfde decreet wordt het woord « tijdelijke » geschrapt. Artikel VII.4 Artikel 184, § 1, van hetzelfde decreet wordt vervangen door wat volgt : « §
- Als het centrum of de permanente ondersteuningscel een directeur aanstelt die voordien niet belast was met de leiding van een PMS-centrum, een vormingscentrum of een MST-equipe, respectievelijk als directeur of als coördinerend arts, worden de vastbenoemde directeurs van PMS-centra die zijn overgedragen naar het centrum of de permanente ondersteuningcel, op de personeelsformatie aangerekend als titularissen van een ambt met omkaderingsgewicht 1,
- » Artikel VII.5 Aan artikel 187, § 2, van hetzelfde decreet wordt de volgende zin toegevoegd : « Op 1 september 2000 worden de personeelsleden die op 31 augustus 2000
een gefinancierd PMS-centrum vvedertewerkgesteld zijn
het ambt van klerk aan dit contingent boventalligen toegevoegd. » Artikel VII.6
artikel 198 van hetzelfde decreet wordt het tweede lid vervangen door wat volgt : « De regering bepaalt de regels voor het vaststellen en uitbetalen van het werkingsbudget voor zelfstandige artsen. De regering kan bepalen dat de overeenkomst met een zelfstandige arts een minimumprestatiestelsel omvat. » Artikel VII.7 Aan artikel 199, tweede lid van hetzelfde decreet, wordt de volgende zin toegevoegd : « Vanaf deze datum is een vaste benoeming mogelijk
de omkaderingsgewichten bedoeld
artikel 202, § 1. » Artikel VII.8 De bepalingen van dit hoofdstuk hebben uitwerking met
gang van 1 september 2000, met uitzondering van artikel VII.1 en VII.6, die
werking treden op 1 september 2001. HOOFDSTUK VIII. -
spectie Artikel VIII.1 Aan artikel 5, § 1, 2°, van het decreet van 17 juli 1991 betreffende
spectie, Dienst voor onderwijsontwikkeling en pedagogische begeleidingsdiensten, vervangen bij het decreet van 24 juli 1996, wordt een vierde streepje toegevoegd, dat luidt als volgt : « - het nagaan of de onderwijsinstelling voor buitengewoon onderwijs, met
achtneming van de door de regering opgelegde of gelijkwaardig verklaarde ontwikkelingsdoelen, voor één of meerdere leerlingen samen op basis van de opvoedingsbehoeften een handelingsplan opmaakt en de daarin vermelde ontwikkelingsdoelen nastreeft; ». Artikel VIII.2 Artikel 19 van hetzelfde decreet, vervangen bij het decreet van 28 april 1993, wordt vervangen door wat volgt : « Artikel 19.Een mandaat bij een
richtende macht is onverenigbaar met de hoedanigheid van lid van de
spectie, behoudens wanneer het uitgeoefend wordt buiten het
spectieambtsgebied. Een opdracht
een onderwijsinstelling of
een centrum voor leerlingenbegeleiding is onverenigbaar met de hoedanigheid van lid van de
spectie. Een opdracht
het ambt van
specteur kan niet worden uitgeoefend op het grondgebied van de overheid waarbij het personeelslid een politiek mandaat bekleedt. » Artikel VIII.3 Aan artikel 89 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij de decreten van 19 april 1995, 8 juni 1996 en 13 april 1999, wordt een § 4 toegevoegd, die luidt als volgt : « § 4. Vanaf 1 september 2003 kunnen de omkaderingsgewichten bedoeld
artikel 202, § 1, van het decreet van 1 december 1998Relevante gevonden documenten type decreet prom. 01/12/1998 pub. 10/04/1999 numac 1999035335 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende de centra voor leerlingenbegeleiding sluiten betreffende de centra voor leerlingenbegeleiding worden toegevoegd aan de begeleidingsdiensten.
deze omkaderingsgewichten is een vaste benoeming mogelijk. » Artikel VIII.4 Aan artikel 15, § 2, van het decreet van 1 december 1993 betreffende de
spectie en de begeleiding van de levensbeschouwelijke vakken wordt een tweede lid toegevoegd, dat luidt als volgt : « Gedurende de periode van 1 januari 2001 tot 31 december 2001 kan een personeelslid worden aangesteld
het ambt van
specteur-adviseur islamitische godsdienst wanneer hij houder is van 1° een basisdiploma van ten minste HSO en van een bewijs van pedagogische bekwaamheid, zoals omschreven
het besluit van de Vlaamse regering van 14 juni 1989 betreffende de bekwaamheidsbewijzen, de weddenschalen, het prestatiestelsel en de bezoldigingsregeling
het secundair onderwijs, of 2° een diploma van onderwijzer en aan alle andere gestelde voorwaarden van artikel 12 en 13 voldoet.
afwijking van artikel 13, 5°, kan dit personeelslid vast benoemd worden. » Artikel VIII.5 De bepalingen van dit hoofdstuk hebben uitwerking met
gang van 1 januari 2001, met uitzondering van artikel VIII.1, dat uitwerking heeft met
gang van 1 september 1996. HOOFDSTUK IX. - Geldelijke rechtspositie Artikel IX.1 Dit hoofdstuk is van toepassing op : 1° de personeelsleden, bedoeld
artikel 2, § 1, van het decreet van 27 maart 1991 betreffende de rechtspositie van bepaalde personeelsleden van het Gemeenschapsonderwijs;2° de personeelsleden, bedoeld
artikel 4, § 1, van het decreet van 27 maart 1991 betreffende de rechtspositie van sommige personeelsleden van het gesubsidieerd onderwijs en de gesubsidieerde centra voor leerlingenbegeleiding;3° de leden van de
spectie voor het onderwijs georganiseerd door de Vlaamse Gemeenschap, bedoeld
artikel 4 van het decreet van 17 juli 1991 betreffende
spectie, Dienst voor onderwijsontwikkeling en pedagogische begeleidingsdiensten;4° de leden van de
spectie voor de PMS/CLB-centra georganiseerd door de Vlaamse Gemeenschap, bedoeld
artikel 4 van het decreet van 17 juli 1991 betreffende
spectie, Dienst voor onderwijsontwikkeling en pedagogische begeleidingsdiensten;5° de personeelsleden van de dienst voor onderwijsontwikkeling, bedoeld
artikel 9 van het decreet van 17 juli 1991 betreffende
spectie, Dienst voor onderwijsontwikkeling en pedagogische begeleidingsdiensten;6° de personeelsleden van de pedagogische begeleidingsdiensten, bedoeld
artikel 88 van het decreet van 17 juli 1991 betreffende
spectie, Dienst voor onderwijsontwikkeling en pedagogische begeleidingsdiensten;7° de personeelsleden, bedoeld
artikel 10 van het decreet van 1 december 1993 betreffende de
spectie en de begeleiding van de levensbeschouwelijke vakken. Artikel IX.2 § 1. Het jaarsalaris of de jaarsalaristoelage, hierna salaris genoemd, van de personeelsleden genoemd
artikel IX.1 wordt vastgesteld
een salarisschaal die bestaat uit : 1° een minimumsalaris;2° salaristrappen die het resultaat zijn van periodieke salarisverhogingen;3° een maximumsalaris. Voor sommige ambten kan de salarisschaal vervangen worden door een vast bedrag. Het minimumsalaris, de periodieke salarisverhogingen en het maximumsalaris worden uitgedrukt
een aantal munteenheden. Het salaris, verhoogd met de eventuele haard- of standplaatstoelage, is nooit lager dan de gewaarborgde minimumbezoldiging. § 2. De Vlaamse regering bepaalt voor elk ambt de salarisschaal. Hierbij kan ze rekening houden met de aard van het ambt, het onderwijsniveau, de onderwijsvorm, de graad, de cyclus of de opleidingsvorm waar het ambt wordt uitgeoefend, en met de bekwaamheidsbewijzen die er toegang toe verlenen. Ze kan ook rekening houden met het te onderwijzen vak. Ze deelt de salarisschalen
en bepaalt hoe ze worden aangegeven. § 3. De Vlaamse regering bepaalt de voorwaarden van overgang naar de trappen binnen eenzelfde salarisschaal, met
begrip van de anciënniteitvoorwaarden. Artikel IX.3 De Vlaamse regering bepaalt de wijze waarop het salaris van de personeelsleden wordt vastgesteld. Bij het vaststellen van het salaris van een personeelslid kan, naast de salarisschaal, rekening worden gehouden met de andere activiteiten die het personeelslid uitoefent of heeft uitgeoefend, zowel
als buiten het onderwijs. De Vlaamse regering bepaalt de wijze waarop met deze elementen rekening wordt gehouden voor het vaststellen van het salaris van een personeelslid. Zij bepaalt eveneens de wijze waarop met het volume van de geleverde prestaties rekening wordt gehouden. Artikel IX.4 Bij iedere wijziging
de bezoldigingsregeling van een ambt wordt elk salaris dat werd vastgesteld met
achtneming van dat ambt opnieuw vastgesteld volgens de nieuwe bezoldigingsregeling. Als het aldus opnieuw vastgestelde salaris lager is dan het salaris dat het personeelslid
zijn ambt genoot bij de
werkingtreding van de wijziging, blijft het
dat ambt dit laatste salaris genieten totdat het een ten minste gelijk salaris krijgt, behoudens andersluidende meer gunstige bepalingen vastgesteld door de Vlaamse regering. Artikel IX.5 §
- Het salaris wordt betaald na verloop van de termijn, met name op de laatste werkdag van de maand behalve de betaling van het salaris van de maand december die plaats heeft op de eerste werkdag van de maand januari van het volgende jaar. Dit geldt eveneens voor de toelagen alsook voor alle andere elementen van de bezoldiging die tezelfder tijd als het salaris worden betaald. §
- Als een vastbenoemd of tot de proeftijd toegelaten personeelslid wordt gepensioneerd of overlijdt, wordt het volledige salaris voor de betrokken maand naar gelang van het geval, aan het personeelslid of aan zijn rechthebbenden betaald. Artikel IX.6
afwijking van de bepalingen van dit hoofdstuk krijgt een personeelslid dat tijdelijk een personeelslid genoemd
artikel IX.1. vervangt, slechts een salaris als de vervanging voldoet aan de specifieke voorwaarden die de Vlaamse regering bepaalt. Artikel IX.7 Het salaris volgt de evolutie van het
dexcijfer van de consumptieprijzen overeenkomstig de wet van 1 maart 1977Relevante gevonden documenten type wet prom. 01/03/1977 pub. 05/03/2009 numac 2009000107 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende
richting van een stelsel waarbij sommige uitgaven
de overheidssector aan het
dexcijfer van de consumptieprijzen van het Rijk worden gekoppeld. - Officieuze coördinatie
het Duits sluiten houdende
richting van een stelsel waarbij sommige uitgaven
de overheidssector aan het
dexcijfer van de consumptieprijzen van het Rijk worden gekoppeld of overeenkomstig elke bepaling die haar mocht wijzigen. Vanaf 1 januari 1994 wordt de koppeling aan de
dex van de consumptieprijzen vervangen door de koppeling aan het prijsindexcijfer dat berekend en benoemd wordt voor de toepassing van artikel 2 van het koninklijk besluit van 24 december 1993 ter uitvoering van de wet van 6 januari 1989 tot vrijwaring van 's lands concurrentievermogen, bekrachtigd bij wet van 30 maart 1994. Artikel IX.8 Het personeelslid heeft recht op een gewaarborgde minimumbezoldiging, een haard- of standplaatstoelage, een jaarlijks vakantiegeld en een eindejaarstoelage. De Vlaamse regering bepaalt de ter zake geldende voorwaarden. De Vlaamse regering kan voor bijkomende prestaties, bijzondere bevoegdheden, het bezit van specifieke vaardigheden en het vergoeden van onkosten ook bij besluit andere toelagen, vergoedingen, bijwedden of bijslagen creëren. Ze bepaalt de categorieën van begunstigden, evenals de voorwaarden voor de toekenning ervan. Artikel IX.9
afwachting dat de Vlaamse regering
uitvoering van deze bepalingen een nieuwe bezoldigingsregeling vastlegt, blijven de wettelijke, decretale of reglementaire bepalingen van toepassing die op het ogenblik van het van kracht worden van dit decreet gelden. Tot de
werkingtreding van de nieuwe bezoldigingsregeling is de Vlaamse regering er toe gemachtigd de van kracht zijnde reglementaire bepalingen te wijzigen, geheel of gedeeltelijk op te heffen en/of te vervangen. Artikel IX.10 De bepalingen van dit hoofdstuk hebben uitwerking met
gang van 1 april
- HOOFDSTUK X. - Administratieve rechtspositie Afdeling
- - Algemene bepalingen Artikel X.1
artikel 28, § 1, van de wet van 29 mei 1959 tot wijziging van sommige bepalingen van de onderwijswetgeving, gewijzigd bij de wet van 11 juli 1973 en de decreten van 31 juli 1990 en 27 maart 1991, worden volgende wijzigingen aangebracht : 1° 1° wordt vervangen door wat volgt : « 1° Die onderdaan zijn van een lidstaat van de Europese Unie of van de Europese Vrijhandelsassociatie, behoudens door de Vlaamse regering te verlenen vrijstelling;»; 2° 2° wordt vervangen door wat volgt : « 2° Die de burgerlijke en politieke rechten genieten, behoudens een door de Vlaamse regering te verlenen vrijstelling die samengaat met de vrijstelling bedoeld
1°;». Artikel X.2 De Vlaamse regering is ertoe gemachtigd het koninklijk besluit nr. 297 van 31 maart 1984 betreffende de opdrachten, de wedden, de weddentoelagen en de verloven voor verminderde prestaties
het onderwijs en de psycho-medisch-sociale centra, zoals gewijzigd, te wijzigen, geheel of gedeeltelijk op te heffen en/of te vervangen. Artikel X.3 Aan artikel 31 van het decreet van 28 april 1993 betreffende het onderwijs-IV, wordt een zin toegevoegd, die luidt als volgt : « Het personeelslid kan dit verlof voltijds, of - binnen het volume en de voorwaarden bepaald door de Vlaamse regering - deeltijds opnemen. » Artikel X.4 Artikel 172 van het decreet van 18 mei 1999Relevante gevonden documenten type wet prom. 12/04/1965 pub. 08/03/2007 numac 2007000126 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de bescherming van het loon der werknemers sluiten0 betreffende het onderwijs-XI, wordt vervangen door wat volgt : « Artikel 172.De personeelsleden die
een onderwijsinstelling van het gemeenschapsonderwijs tewerkgesteld zijn als bode-kamerbewaarder of suppoost, worden vast benoemd respectievelijk
het ambt van bode-kamerbewaarder op 1 september 1999 of
het ambt van suppoost op 1 januari 2001. Met
gang van de datum van hun vaste benoeming zijn de bepalingen betreffende de rechtspositie van de personeelsleden van het gemeenschapsonderwijs op hen van toepassing. Voor het personeelslid dat vast benoemd is
uitvoering van dit artikel, kan vanaf 1 september 1999, respectievelijk vanaf 1 januari 2001 enkel een vervanger worden gefinancierd ten laste van de begroting van de Vlaamse Gemeenschap als aan het personeelslid wordt toegestaan zijn beroepsloopbaan te onderbreken op grond van de geldende regelgeving
zake loopbaanonderbreking. » Afdeling 2. - Decreet van 27 maart 1991 betreffende de rechtspositie van bepaalde personeelsleden van het Gemeenschapsonderwijs Artikel X.5
artikel 4, § 1, van het decreet van 27 maart 1991 betreffende de rechtspositie van bepaalde personeelsleden van het Gemeenschapsonderwijs, gewijzigd bij de decreten van 28 april 1993, 21 december 1994, 1 december 1998 en 18 mei 1999, wordt f) vervangen door wat volgt : « f) komen de dagen gepresteerd
een ambt van godsdienstleerkracht slechts
aanmerking voor de berekening van de dienstanciënniteit
datzelfde ambt. De diensten die - zowel
het gemeenschapsals
het gesubsideerd onderwijs - gepresteerd werden tussen 1 september 1975 en 31 augustus 2001
het ambt van godsdienstleerkracht belast met islamitische godsdienst en die
aanmerking komen voor de berekening van de geldelijke anciënniteit, komen
aanmerking voor de berekening van de dienstanciënniteit
dat ambt. » Artikel X.6
hetzelfde decreet wordt een artikel 5bis
gevoegd, dat luidt als volgt : « Artikel 5bis.Artikel 19, § 2 en § 3, van het besluit van de Vlaamse regering van 7 oktober 1997 betreffende de nuttige ervaring als bekwaamheidsbewijs voor personeelsleden van het onderwijs, wordt bekrachtigd met
gang van 1 september 1997. » Artikel X.7
hetzelfde decreet wordt een hoofdstuk IIbis, bestaande uit een artikel 12bis,
gevoegd, dat luidt als volgt : « HOOFDSTUK IIbis. - Aansprakelijkheid Artikel 12bis.
geval het personeelslid bij de uitvoering van zijn ambt de werkgever of derden schade berokkent, is hij enkel aansprakelijk voor zijn bedrog en zijn zware schuld. Voor lichte schuld is hij enkel aansprakelijk als die bij hem eerder gewoonlijk dan toevallig voorkomt. De werkgever kan de vergoedingen en de schadeloosstellingen die hem krachtens dit artikel verschuldigd zijn en die na de feiten met het personeelslid zijn overeengekomen of door de rechter vastgesteld, op de wedde
houden
de voorwaarden als bepaald bij artikel 23 van de wet van 12 april 1965Relevante gevonden documenten type wet prom. 12/04/1965 pub. 08/03/2007 numac 2007000126 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de bescherming van het loon der werknemers sluiten betreffende de bescherming van het loon der werknemers. » Artikel X.8
artikel 17, § 1, van hetzelfde decreet, vervangen bij het decreet van 18 mei 1999Relevante gevonden documenten type wet prom. 12/04/1965 pub. 08/03/2007 numac 2007000126 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de bescherming van het loon der werknemers sluiten0, worden volgende wijzigingen aangebracht : 1° 1° wordt vervangen door wat volgt : « 1° onderdaan van een lidstaat van de Europese Unie of van de Europese Vrijhandelsassociatie is, behoudens door de Vlaamse regering te verlenen vrijstelling;»; 2° 2° wordt vervangen door wat volgt : « 2° de burgerlijke en politieke rechten geniet, behoudens een door de Vlaamse regering te verlenen vrijstelling die samengaat met de vrijstelling bedoeld
1°;». Artikel X.9
artikel 21 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij de decreten van 9 april 1992, 21 december 1994, 14 juli 1998 en 18 mei 1999, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1°
§ 1
wordt het woord « school » vervangen door het woord «
stelling » en worden de woorden « of, bij ontstentenis hiervan,
de
stelling waar de betrekking te begeven is, » geschrapt;2°
§ 5worden de woorden « het onderwijs voor sociale promotie en » geschrapt.
Artikel X.10
artikel 21bis, § 14, tweede lid, van hetzelfde decreet,
gevoegd bij het decreet van 14 juli 1998Relevante gevonden documenten type decreet prom. 14/07/1998 pub. 29/08/1998 numac 1998035933 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende diverse maatregelen met betrekking tot het secundair onderwijs en tot wijziging van het decreet van 25 februari 1997 betreffende het basisonderwijs type decreet prom. 14/07/1998 pub. 29/08/1998 numac 1998035973 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende het onderwijs IX sluiten en gewijzigd bij het decreet van 18 mei 1999Relevante gevonden documenten type wet prom. 12/04/1965 pub. 08/03/2007 numac 2007000126 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de bescherming van het loon der werknemers sluiten0, worden tussen de woorden « artikel 24 » en de woorden « en artikel 26 » de woorden « , artikel 25 »
gevoegd. Artikel X.11
artikel 21ter, § 15, tweede lid, van hetzelfde decreet,
gevoegd bij het decreet van 1 december 1998Relevante gevonden documenten type decreet prom. 01/12/1998 pub. 10/04/1999 numac 1999035335 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende de centra voor leerlingenbegeleiding sluiten en gewijzigd bij het decreet van 18 mei 1999Relevante gevonden documenten type wet prom. 12/04/1965 pub. 08/03/2007 numac 2007000126 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de bescherming van het loon der werknemers sluiten0, worden tussen de woorden « artikel 24 » en de woorden « en artikel 26 » de woorden « , artikel 25 »
gevoegd. Artikel X.12
artikel 28ter van hetzelfde decreet,
gevoegd bij het decreet van 1 december 1998Relevante gevonden documenten type decreet prom. 01/12/1998 pub. 10/04/1999 numac 1999035335 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende de centra voor leerlingenbegeleiding sluiten en gewijzigd bij het decreet van 18 mei 1999Relevante gevonden documenten type wet prom. 12/04/1965 pub. 08/03/2007 numac 2007000126 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de bescherming van het loon der werknemers sluiten0, worden volgende wijzigingen aangebracht : 1°
§ 1
worden de woorden « §§ 1 tot en met 5 » vervangen door de woorden « § 1 tot en met § 3 »;2°
§ 2
wordt tussen het eerste en tweede lid een nieuw lid
gevoegd, dat luidt als volgt : « Voor het vormingscentrum maakt de afgevaardigd bestuurder de lijst op.» Artikel X.13
hetzelfde decreet wordt een artikel 34ter
gevoegd, dat luidt als volgt : « Artikel 34ter.De mutaties en nieuwe affectaties van personeelsleden die
de periode van 1 februari 1996 tot en met 1 januari 1998 plaatsvonden
een ambt
het gewoon secundair onderwijs, het buitengewoon secundair onderwijs, het onderwijs voor sociale promotie, het deeltijds kunstonderwijs, de psycho-medisch- sociale centra, de psycho-medisch-sociale centra voor het buitengewoon onderwijs en de psycho-medisch-sociale vormingscentra, zijn niet onderworpen aan de bepalingen van Titel III van het decreet van 16 april 1996 houdende tijdelijke beperking
zake programmatie en benoeming
sommige onderwijssectoren. » Artikel X.14 Artikel 37bis van hetzelfde decreet,
gevoegd bij het decreet van 18 mei 1999Relevante gevonden documenten type wet prom. 12/04/1965 pub. 08/03/2007 numac 2007000126 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de bescherming van het loon der werknemers sluiten0, wordt opgeheven. Artikel X.15 Artikel 41bis van hetzelfde decreet,
gevoegd bij het decreet van 14 juli 1998Relevante gevonden documenten type decreet prom. 14/07/1998 pub. 29/08/1998 numac 1998035933 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende diverse maatregelen met betrekking tot het secundair onderwijs en tot wijziging van het decreet van 25 februari 1997 betreffende het basisonderwijs type decreet prom. 14/07/1998 pub. 29/08/1998 numac 1998035973 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende het onderwijs IX sluiten en gewijzigd bij het decreet van 18 mei 1999Relevante gevonden documenten type wet prom. 12/04/1965 pub. 08/03/2007 numac 2007000126 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de bescherming van het loon der werknemers sluiten0, wordt vervangen door wat volgt : « Artikel 41bis.Dit hoofdstuk is niet van toepassing op het bevorderingsambt van directeur zoals bedoeld
hoofdstuk Vter noch op het mandaat van algemeen directeur bedoeld
hoofdstuk Vquater noch op het mandaat van coördinerend directeur bedoeld
hoofdstuk Vquinquies. » Artikel X.16 Artikel 46 van hetzelfde decreet vervangen bij het decreet van 18 mei 1999Relevante gevonden documenten type wet prom. 12/04/1965 pub. 08/03/2007 numac 2007000126 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de bescherming van het loon der werknemers sluiten0, wordt vervangen door wat volgt : « Artikel 46.Om toegelaten te worden tot de proeftijd
een selectie- of bevorderingsambt, moet het personeelslid op het ogenblik van de toelating tot de proeftijd voldoen aan de volgende voorwaarden : 1° houder zijn van het voorziene vereist of voldoende geacht bekwaamheidsbewijs, organiek of bij overgangsmaatregel;2° tijdens de laatste evaluatie of bij ontstentenis hiervan de laatste beoordeling geen « onvoldoende » hebben bekomen.
dien het personeelslid niet werd geëvalueerd, wordt aan deze voorwaarde geacht voldaan te zijn; 3° voldoen aan de algemene wervingsvoorwaarden, bedoeld
artikel 14 en 17, § 1 tot en met § 4;4° beschikken over de bekwaamheden vereist voor het ambt.Deze bekwaamheden en het profiel op basis waarvan zij zijn vastgelegd, worden door de raad voor het gemeenschapsonderwijs vastgelegd. Zij worden getest
een proef die wordt georganiseerd onder de verantwoordelijkheid van de raad voor het gemeenschapsonderwijs; 5° zich bij de raad van bestuur - voor de pedagogische begeleidingsdienst en het vormingscentrum : de afgevaardigd bestuurder - bij een ter post aangetekende brief kandidaat hebben gesteld
de vorm en binnen de termijn vermeld
de oproep tot de kandidaten.» Artikel X.17 Artikel 46bis van hetzelfde decreet,
gevoegd door het decreet van 18 mei 1999Relevante gevonden documenten type wet prom. 12/04/1965 pub. 08/03/2007 numac 2007000126 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de bescherming van het loon der werknemers sluiten0, wordt opgeheven. Artikel X.18 Artikel 50 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 18 mei 1999Relevante gevonden documenten type wet prom. 12/04/1965 pub. 08/03/2007 numac 2007000126 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de bescherming van het loon der werknemers sluiten0, wordt vervangen door wat volgt : « Artikel 50.§ 1. Voor het waarnemen van een selectie- of bevorderingsambt kan de raad van bestuur - voor de pedagogische begeleidingsdienst en het vormingscentrum : de afgevaardigd bestuurder - op voordracht van het college van directeurs een personeelslid aanwijzen : 1°
dien de titularis van het ambt tijdelijk afwezig is;2°
een betrekking waarin op grond van artikel 43 geen benoeming mogelijk is;3°
afwachting van een toelating tot de proeftijd die moet gebeuren uiterlijk op het