Besluit van de Waalse Regering betreffende de doelstellingscontracten van de diensten bedoeld in de Titels VII, hoofdstukken 1 tot 4, 7 en 9, XI, XII,
Kort samengevat
Dit besluit van de Waalse Regering regelt de doelstellingencontracten voor bepaalde diensten die vallen onder het Waals Wetboek van Sociale Actie en Gezondheid. Het introduceert een verplichting voor deze diensten om een zesjarig dienstproject en een doelstellingencontract op te stellen.
Wat het regelt
- Het opstellen van een zesjarig dienstproject door de betrokken diensten.
- De inhoud en vereisten van een "doelstellingencontract" voor deze diensten.
- De procedure voor het indienen, beoordelen en eventueel wijzigen van deze dienstprojecten en doelstellingencontracten.
- De consolidatie van diensten die binnen administratieve entiteiten werken voor evaluaties.
Wie het aanbelangt
- Diensten die vallen onder specifieke Titels en Hoofdstukken van het reglementair deel van het Waals Wetboek van Sociale Actie en Gezondheid.
- Administratieve entiteiten die bestaan uit één of meerdere van deze diensten.
Kernpunten
- Diensten moeten een dienstproject opstellen voor zes jaar, overeenkomstig een specifiek model.
- Het doelstellingencontract beschrijft de strategie van de diensten voor de komende zes jaar om de kwaliteit van de prestaties te verbeteren en aan de behoeften van gebruikers te voldoen.
- Het doelstellingencontract moet coherent zijn met het dienstproject, de waarden van het Agentschap en internationale aanbevelingen inzake inclusie en rechten van personen met een handicap.
- Dienstprojecten moeten zes maanden voor aanvang van elke zesjarige termijn aan het Agentschap worden meegedeeld en ter advies worden voorgelegd aan de gebruikersraad.
Wettekst
25 APRIL 2019. - Besluit van de Waalse Regering betreffende de doelstellingscontracten van de diensten bedoeld in de Titels VII, hoofdstukken 1 tot 4, 7 en 9, XI, XII, XII/1, XII/2 van het reglementai
". Art. 5.In de eerste afdeling wordt artikel 474, gewijzigd bij het besluit van de Waalse Regering van 6 februari 2014Relevante gevonden documenten type besluit van de waalse regering prom. 06/02/2014 pub. 26/02/2014 numac 2014201361 bron waalse overheidsdienst Besluit van de Waalse Regering tot wijziging van het besluit van de Waalse Regering van 20 september 2012 tot hervorming van de mandatenregeling voor de ambtenaren-generaal van de diensten van de Regering en van sommige instellingen van openbaar nut die onder het Waalse Gewest ressorteren en van het besluit van de Waalse Regering van 18 december 2003 houdende de Waalse Ambtenarencode type besluit van de waalse regering prom. 06/02/2014 pub. 19/02/2014 numac 2014201157 bron waalse overheidsdienst Besluit van de Waalse Regering tot regeling van de uitvoer, doorvoer en overdracht van producten en technologie voor tweeërlei gebruik type besluit van de waalse regering prom. 06/02/2014 pub. 24/02/2014 numac 2014201246 bron waalse overheidsdienst Besluit van de Waalse Regering tot wijziging van artikel 283, tweede lid, van het Waals Wetboek van Sociale Actie en Gezondheid en van de artikelen 470 en 474 van het Waals Wetboek van Sociale Actie en Gezondheid , enerzijds, en tot invoeging van een Hoofdstuk VII met het opschrift « Diensten die respijtzorg organiseren ten gunste van de mantelzorgers en de gehandicapte personen » in het Waals Wetboek van Sociale Actie en Gezondheid (gecodificeerde besluiten), Tweede deel, Boek V, Titel VII, anderzijds type besluit van de waalse regering prom. 06/02/2014 pub. 20/02/2014 numac 2014201180 bron waalse overheidsdienst Besluit van de Waalse Regering tot wijziging van het besluit van de Waalse Regering van 21 januari 1999 tot toekenning van verhuis- en huurtoelagen sluiten, vervangen als volgt: "Art. 474.§ 1. Het Agentschap verricht de controle- en evaluatie-opdrachten. Het Agentschap voert ze uit in het kader van een evaluatie over een periode van zes jaar, waarna: 1° de kwaliteit beoordeeld wordt van de prestaties aangeboden aan de gebruikers;2° de conformiteit aan de reglementaire normen van artikel 285 van het decreetgevend deel van het wetboek beoordeeld wordt. De ingangsdatum van deze evaluatie over zes jaar beantwoordt aan de verjaardag van de erkenning of van de machtiging tot tenlasteneming van de betrokken dienst. In het geval van een administratieve entiteit als bedoeld in artikel 469/4 is de in aanmerking komende verjaardag de dag van de dienst die in deze entiteit chronologisch het laatst erkend of gemachtigd is. § 2. Daarnaast voert het Agentschap een jaarlijkse financiële evaluatie door, waarna conclusies worden opgesteld met betrekking tot de controle over de aanwending van de subsidies toegekend voor ieder boekjaar. § 3. In afwijking van paragraaf 1 stemt de ingangsdatum van de evaluatie over zes jaar van een nieuwe, na de inwerkingtreding van dit besluit erkende dienst in een administratieve entiteit overeen met de startdatum van de evaluatie over zes jaar van de administratieve entiteit waar deze dienst van afhangt.". Art. 6.In dezelfde afdeling wordt een artikel 474/1 ingevoegd, luidend als volgt: "Art. 474/1.Zes maanden voor de evaluatie over zes jaar als bedoeld in artikel 474, § 1, en onverminderd artikel 315 van het decreetgevend deel van het Wetboek maken de diensten de documenten opgenomen in bijlage 45/1 aan het Agentschap over.". Art. 7.In hetzelfde hoofdstuk wordt een afdeling 2 ingevoegd, omvattende de artikelen 474/2 tot 474/5, luidend als volgt: "Afdeling 2 - Specifieke regels voor de controle op en de aanwending van de subsidies van het Agentschap Art. 474/2.Deze afdeling is van toepassing op de diensten bedoeld in het Tweede Deel, Boek V, Titel VII, hoofdstukken 1 tot 4, 7 en 9, XI, XII, XII/1 en XII/2. Art. 474/3.§ 1. In afwijking van artikel 474, § 2, verricht het Agentschap elke zes jaar een financiële evaluatie van de dienst en stelt het de conclusies op inzake de controle op de aanwending van de jaarlijks toegekende subsidies. De eerste financiële evaluatieperiode vangt aan op 1 januari 2019. § 2. Om de controle op de aanwending van de subsidies uit te voeren, worden de verschillende categorieën subsidies, toegekend door het Agentschap, over een periode van zes jaar opgeteld en samengevoegd. § 3. De subsidies worden overeenkomstig de subsidiegerechtigdheidscriteria, omschreven in de bijlagen 45/3 en 45/4, aangewend. § 4. Als het totaalbedrag van de in aanmerking komende lasten na aftrek van het bedrag van de financiële bijdragen, gestort door de gebruiker of diens wettelijke vertegenwoordiger, uitgezonderd de lasten bedoeld in artikel 531, lager is dan de subsidies, wordt het verschil teruggevorderd op het tijdstip waarop de aanwending van de subsidies door het Agentschap wordt gecontroleerd. Art. 474/4.§ 1. Maximum vijf percent van het totaalbedrag van de gezamenlijke subsidies bedoeld in artikel 474/3, § 1, waarvan het Agentschap jaarlijks kennis geeft, kunnen aan de reserve worden toegevoegd. Deze bedragen worden na afloop van de boekjaren aan reserve toegevoegd. § 2. De bedragen die aan de reserve worden toegewezen, overeenkomstig artikel 469/3, vormen een in aanmerking komende last als ze toegewezen worden overeenkomstig de doelstellingen en volgens het model bepaald bij het Agentschap in de planificatie worden opgenomen. Deze bedragen worden, in het kader van de doelstellingscontracten, door het Agentschap bevestigd. Zoniet worden deze bedragen door het Agentschap teruggevorderd. § 3. De betrokken bedragen worden na afloop van iedere zesjarige periode in de boeken opgenomen op een rekening nr. 133XX met als opschrift "Reserves voor het doelstellingencontract", waarop de bewegingen enkel toe te schrijven zijn aan dienovereenkomstige dotaties en opnames die overeenstemmen met de zaak waarvoor de reserve is aangelegd en op grond van een toewijzingsplan dat door het Agentschap is bevestigd. De bedragen die daarmee overeenstemmen worden in de activa opgenomen, op een specifieke bankrekening onder de benaming "Doelstellingscontract". Op het tijdstip van aanwending ervan worden de reserves opgenomen op de rekening "exploitatieopbrengsten" en op de rekening "kapitaalsubsidies" indien ze toegewezen worden aan een investering. § 4. De jaarlijkse intrest die de bankrekening opbrengt, wordt gelijkgesteld met de subsidies toegekend door het Agentschap en wordt aangewend overeenkomstig de regels bedoeld in artikel, 474/3, § 3. Art. 474/5.§ 1. In afwijking van het zesjarenbeginsel bedoeld in artikel 474/3, § 1, verricht het Agentschap jaarlijks een controle op de naleving van de kwantitatieve personeelsnormen. Wordt deze norm niet nageleefd, dan wordt de subsidie teruggevorderd. § 2. De terugvordering van de subsidie bepaald in § 1 wordt verricht in verhouding tot het ontbrekend personeel, rekening houdend met de subsidiëringsparameters van het personeel, omschreven in hetzelfde Wetboek of, zoniet, door rekening te houden met de totale nettokost van een werknemer voor betrokken dienst.". Art. 8.Artikel 475 van hetzelfde Wetboek wordt vervangen als volgt: "Art. 475.§ 1. Wanneer één van de erkenningsvoorwaarden 4 niet wordt nageleefd, kan de Minister de duur van de erkenning tijdelijk intrekken, opschorten of beperken. § 2. De tijdelijke beperking van de erkenningsduur geschiedt via de toekenning door de Minister van een tijdelijke erkenning voor één tot drie jaar. Na afloop van die periode wordt de erkenning voor onbepaalde duur verleend, behalve andersluidende beslissing van de Minister. § 3. De opschorting van de erkenning houdt het verbod in om nieuwe personen met een handicap te begeleiden, op te volgen of op te nemen. § 4. De intrekking van de erkenning houdt in, dat de inrichtende macht en de directie voorafgaandelijk gehoord worden. Wordt de beslissing ingetrokken, dan licht het Agentschap voor de diensten die in de opvang of het verblijf van personen met een handicap voorzien, de burgemeester van de betrokken gemeente daarover in. Het Agentschap kan de medewerking vragen van iedere dienst om in de dringende begeleiding of overname te voorzien van personen met een handicap die uit een inrichting dienen te worden gezet. § 5. Bij sluiting van een dienst voor bijstand bij alledaagse activiteiten, ten gevolgde van een intrekking van erkenning, erkent het Agentschap een nieuwe dienst om de continuïteit te garanderen van de bijstand voor betrokken gerechtigden bij hun alledaagse taken. § 6. De beslissingen tot opschorting, beperking en intrekking worden aan de beheerder van de dienst of van de administratieve entiteit medegedeeld via aangetekend schrijven of bij deurwaardersexploot. Zij zijn onmiddellijk na hun kennisgeving uitvoerbaar.". Art. 9.In artikel 492 van hetzelfde Wetboek worden de volgende wijzigingen aangebracht:
- a)lid 1 wordt vervangen als volgt: "De diensten baseren hun beheer op een dienstproject uitgewerkt volgens de nadere regels van artikel 469/2, § 1.";
- b)lid 2 wordt opgeheven.
- c)lid 3 wordt aangevuld met de woorden "en maakt die evaluatie aan het Agentschap over tegen jaarlijks 30 juni.". Art. 10.In artikel 518, van hetzelfde Wetboek wordt het tweede lid opgeheven. Art. 11.In deel II, boek V, titel VII, hoofdstuk I, afdeling 5,van hetzelfde Wetboek, wordt het opschrift van onderafdeling 2 vervangen als volgt: "Controle op de toelagen". Art. 12.In artikel 527 van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij het besluit van de Waalse Regering van 15 mei 2014Relevante gevonden documenten type besluit van de waalse regering prom. 15/05/2014 pub. 19/06/2014 numac 2014203749 bron waalse overheidsdienst Besluit van de Waalse Regering tot wijziging van sommige bepalingen van het tweede deel, Boek 5, Titel 7, van het Waals Reglementair Wetboek van Sociale Actie en Gezondheid type besluit van de waalse regering prom. 15/05/2014 pub. 14/07/2014 numac 2014204434 bron waalse overheidsdienst Besluit van de Waalse Regering tot wijziging van de bepalingen van het Waals Reglementair Wetboek van Sociale Actie en Gezondheid betreffende de integratie van vreemdelingen en personen van buitenlandse herkomst type besluit van de waalse regering prom. 15/05/2014 pub. 05/06/2014 numac 2014203572 bron waalse overheidsdienst Besluit van de Waalse Regering tot uitvoering van het Waalse Wetboek voor Sociale Actie en Gezondheid wat betreft de centra voor levens- en gezinsvragen en federaties van centra voor levens- en gezinsvragen sluiten, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° paragraaf 2 wordt vervangen als volgt: " § 2.De nadere regels voor de controle op de aanwending van de toelagen zijn die bedoeld in de artikelen 474/3 tot 474/5."; 2° de paragrafen 3 en 4 worden opgeheven. Art. 13.Artikel 528 van hetzelfde Wetboek wordt opgeheven. Art. 14.Artikel 542 wordt vervangen als volgt: "Art. 542.Onverminderd artikel 315 van het decreetgevende deel van het Wetboek delen de diensten, om het Agentschap in staat te stellen om de erkenningsvoorwaarden na te gaan, de documenten bedoeld in artikel 474/1 aan het Agentschap mee, volgens de daar bedoelde nadere regels.". Art. 15.In artikel 571 van hetzelfde Wetboek worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° het eerste lid wordt vervangen als volgt: "De diensten baseren hun beheer op een dienstproject uitgewerkt volgens de nadere regels van artikel 469/2, § 1."; 2° het tweede lid wordt opgeheven;3° in het derde lid wordt het woord "AWIPH" vervangen door het woord "Agentschap". Art. 16.In hetzelfde Wetboek, deel II, boek V, wordt onderafdeling 3 van afdeling 5 van hoofdstuk 5 van Titel VII, met als opschrift "Sancties" en bevattende de artikelen 600 tot 602, opgeheven. Art. 17.Artikel 595 wordt vervangen als volgt: "Art. 595.Onverminderd artikel 315 van het decreetgevende deel van het Wetboek delen de diensten, om het Agentschap in staat te stellen om de erkenningsvoorwaarden na te gaan, de documenten bedoeld in artikel 474/1 aan het Agentschap mee, volgens de daar bedoelde nadere regels.". Art. 18.In artikel 611 van hetzelfde Wetboek wordt het woord « AWIPH » vervangen door het woord « Agentschap ». Art. 19.In deel II, boek V, titel VII, van hetzelfde Wetboek, wordt het opschrift van onderafdeling 10 van afdeling 6 van hoofdstuk 2 van Titel VII vervangen als volgt: "Controle op de toelagen". Art. 20.In artikel 620 van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij artikel 6 van het besluit van de Waalse Regering van 10 oktober 2013Relevante gevonden documenten type besluit van de waalse regering prom. 10/10/2013 pub. 22/10/2013 numac 2013205648 bron waalse overheidsdienst Besluit van de Waalse Regering tot wijziging van sommige bepalingen van het tweede deel, Boek V, Titel VII, van het reglementair deel van het Waals Wetboek van Sociale Actie en Gezondheid type besluit van de waalse regering prom. 10/10/2013 pub. 31/10/2013 numac 2013205938 bron waalse overheidsdienst Besluit van de Waalse Regering houdende regeling van het geschiktheidsexamen voor staffuncties bedoeld in artikel 53 van het besluit van de Waalse Regering van 18 december 2003 houdende de Waalse Ambtenarencode sluiten en bij artikel 2 van het besluit van de Waalse Regering van 27 februari 2014, worden volgende wijzigingen aangebracht: 1° in paragraaf 1 wordt het woord "AWIPH" vervangen door het woord "Agentschap".2° paragraaf 2 wordt vervangen als volgt: " § 2.De nadere regels voor de controle op de aanwending van de toelagen zijn die bedoeld in de artikelen 474/3 tot 474/5."; 3° paragraaf 3 wordt opgeheven. Art. 21.Artikel 621 van hetzelfde Wetboek wordt opgeheven. Art. 22.In artikel 633, lid 2, van hetzelfde Wetboek wordt het woord « AWIPH » vervangen door het woord « Agentschap ». Art. 23.In artikel 657 van hetzelfde Wetboek worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° het eerste lid wordt vervangen als volgt: "De diensten baseren hun beheer op een dienstproject uitgewerkt volgens de nadere regels van artikel 469/2, § 1."; 2° in het tweede lid wordt het woord "AWIPH" vervangen door het woord "Agentschap". Art. 24.In hetzelfde Wetboek, deel II, boek V, punt B. van onderafdeling 5 van afdeling 2 van hoofdstuk 3 van titel VII wordt het opschrift "Sancties" en bevattende de artikelen 688 tot 690, opgeheven. Art. 25.In deel II, boek V van hetzelfde Wetboek, wordt punt A., met als opschrift "Controle en Sancties" van onderafdeling 5 van afdeling 2 van hoofdstuk 3 van Titel VII, vervangen door de Titel "Controle". Art. 26.Artikel 687 van hetzelfde Wetboek wordt vervangen als volgt: "Art. 687.De inspectiediensten van het Agentschap gaan na of de verschillende erkenningsvoorwaarden en -normen bedoeld in E. van onderafdeling 3 van deze afdeling in acht worden genomen.". Art. 27.In artikel 694 van hetzelfde Wetboek wordt het tweede lid opgeheven. Art. 28.In hetzelfde Wetboek vervallen paragrafen 2, 3 en 4 van artikel 706. Art. 29.Artikel 707 van hetzelfde Wetboek wordt vervangen als volgt: "De nadere regels voor de controle op de aanwending van de toelagen zijn die bedoeld in de artikelen 474/3 tot 474/5.". Art. 30.In artikel 739 van hetzelfde Wetboek worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° het eerste lid wordt vervangen als volgt: "De diensten baseren hun beheer op een dienstproject uitgewerkt volgens de nadere regels van artikel 469/2, § 1."; 2° het tweede en het derde lid worden opgeheven.3° in het vierde lid wordt het woord "AWIPH" vervangen door het woord "Agentschap". Art. 31.Artikel 760 wordt vervangen als volgt: "Art. 760.Onverminderd artikel 315 van het decreetgevende deel van het Wetboek delen de diensten, om het Agentschap in staat te stellen om de erkenningsvoorwaarden na te gaan, de documenten bedoeld in artikel 474/1 aan het Agentschap mee, volgens de daar bedoelde nadere regels.". Art. 32.In hetzelfde Wetboek, deel II, boek V, Titel VII, hoofdstuk IV, afdeling 7 wordt onderafdeling 6 en bevattende de artikelen 600 tot 602, opgeheven. Art. 33.In deel II, boek V, titek VII, hoofdstuk IV, afdeling 7, van hetzelfde Wetboek wordt het opschrift van onderafdeling 6 vervangen door « Controle van de toelagen ». Art. 34.Artikel 775 van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij het besluit van de Waalse Regering van 15 mei 2014Relevante gevonden documenten type besluit van de waalse regering prom. 15/05/2014 pub. 19/06/2014 numac 2014203749 bron waalse overheidsdienst Besluit van de Waalse Regering tot wijziging van sommige bepalingen van het tweede deel, Boek 5, Titel 7, van het Waals Reglementair Wetboek van Sociale Actie en Gezondheid type besluit van de waalse regering prom. 15/05/2014 pub. 14/07/2014 numac 2014204434 bron waalse overheidsdienst Besluit van de Waalse Regering tot wijziging van de bepalingen van het Waals Reglementair Wetboek van Sociale Actie en Gezondheid betreffende de integratie van vreemdelingen en personen van buitenlandse herkomst type besluit van de waalse regering prom. 15/05/2014 pub. 05/06/2014 numac 2014203572 bron waalse overheidsdienst Besluit van de Waalse Regering tot uitvoering van het Waalse Wetboek voor Sociale Actie en Gezondheid wat betreft de centra voor levens- en gezinsvragen en federaties van centra voor levens- en gezinsvragen sluiten, wordt vervangen door hetgeen volgt: "Art. 775.De nadere regels voor de controle op de aanwending van de toelagen zijn die bedoeld in de artikelen 474/3 tot 474/5.". Art. 35.Artikel 776 van hetzelfde Wetboek wordt opgeheven. Art. 36.Artikel 831/35 van hetzelfde Wetboek wordt aangevuld met een § 3, luidend als volgt : " § 3. De nadere regels voor de controle op de aanwending van de toelagen zijn die bedoeld in de artikelen 474/3 tot 474/5.". Art. 37.Artikel 831/71 van hetzelfde Wetboek wordt opgeheven. Art. 38.Het opschrift van onderafdeling 4 van afdeling 6 van hoofdstuk 9 van Titel VII van het tweede deel van boek V van hetzelfde Wetboek, wordt vervangen als volgt: "Mobiliteitskosten van het personeel". Art. 39.Titel B van onderafdeling 6 van afdeling 6 van hoofdstuk 9 van Titel VII van het tweede deel van boek V van hetzelfde Wetboek, wordt vervangen met volgend opschrift: "Controle op de toelagen". Art. 40.Titel C van onderafdeling 6 van afdeling 6 van hoofdstuk 9 van Titel VII van het tweede deel van boek V van hetzelfde Wetboek, wordt opgeheven. Art. 41.In artikel 831/138 van hetzelfde Wetboek wordt de bepaling van de eerste paragraaf vervangen door volgende bepaling: "De dienst gaat uiterlijk om de vier jaar of in voorkomend geval na afloop van het vierde jaar van het doelstellingencontract over tot de evaluatie van de kwaliteit van zijn prestaties, in overleg met de gebruikers, hun naasten en het team zorgverstrekkers. De evaluatie kan intern of met een derde instelling uitgevoerd worden.". Art. 42.De bepalingen van artikel 831/181 van hetzelfde Wetboek worden vervangen als volgt: "De nadere regels voor de controle op de aanwending van de toelagen zijn die bedoeld in de artikelen 474/3 tot 474/5.". Art. 43.De bepalingen van artikel 831/182 van hetzelfde Wetboek worden vervangen als volgt: "De financiële participaties die krachtens artikel 831/188 verlangd wordt van de natuurlijke of rechtspersonen die de activiteiten van de mobiele regeling gebruiken, worden geboekt als invorderingen van onkosten betreffende de rekeningen 613 bedoeld in het boekhoudplan waarvan de diensten d.m.v. een omzendbrief in kennis wordt gesteld.". Art. 44.De paragrafen 1 en 3 van artikel 831/183 van hetzelfde Wetboek wordt opgeheven. Art. 45.De bepaling van artikel 831/184 van hetzelfde Wetboek wordt vervangen als volgt: "De perken van de toelaatbaarheid van de lasten worden nader bepaald in de bijlagen 45/3 en 45/4.". Art. 46.In artikel 831/185 van hetzelfde Wetboek worden de woorden "drie jaar" vervangen door de woorden "controle van de subsidies". Art. 47.Artikel 1219 van hetzelfde Wetboek, wordt 1° vervangen door wat volgt: "1° een project van de dienst, alsmede de wijze waarop de individuele projecten uitgewerkt en opgevolgd worden; Art. 48.In artikel 1220 van hetzelfde Wetboek, wordt 6° vervangen door wat volgt: "6° het project van de dienst in overweging genomen voor de dienst betrokken bij de transformatie;". Art. 49.In deel II, boek V, titel XI, subtitel 1, hoofdstuk IV, van hetzelfde Wetboek, wordt afdeling 2, bevattende de artikelen 1222 tot 1243, gewijzigd bij de besluiten van de Waalse Regering van 15 mei 2014 en 23 juni 2016, vervangen als volgt: "Onderafdeling 2. - Erkenningsvoorwaarden Onderafdeling 1. -
Art. 1222
.Behalve de erkenningsbeginselen bepaald bij de artikelen 467 en 469, voldoen de diensten aan de erkenningsvoorwaarden bedoeld in de artikelen 1224 tot 1243/
- Indien de voorwaarden bedoeld in lid 1 niet vervuld zijn, kan de erkenning opgeschort of ingetrokken dan wel het aantal erkende plaatsen beperkt overeenkomstig dezelfde procedure als waarvan sprake in artikel
- Art. 1223.Bij de sluiting van een dienst ten gevolge van de intrekking van de erkenning verzoekt het Agentschap elke dienst om samenwerking zodat dringend voor de opvang en het verblijf van de gehandicapte personen kan worden gezorgd. Onderafdeling
- - Algemene voorwaarden betreffende de opvang van gebruikers Art. 1224.De dienst voert de regelingen uit, die het respect van het privéleven van de persoon mogelijk maken, alsook van zijn ideologische, filosofische en religieuze overtuigingen, en van het goed zedelijk gedrag. Hij verzekert hem een bevoegde begeleiding die aan zijn behoeften aangepast is, alsook kwaliteitsvolle levensomstandigheden met het oog op een zorgzame aandacht voor zijn welzijn, zijn behoeften en zijn wensen. Art. 1225.De families, vrienden en naasten wier aanwezigheid gevraagd wordt door de persoon of, in voorkomend geval, zijn wettelijke vertegenwoordiger, hebben een toegangsrecht tot de dienst in aangepaste en gastvriendelijke plaatsen. Art. 1226.Om regelmatig in contact te kunnen komen met hun families en de inclusie te bevorderen door de inzet van nieuwe informaticatechnologieën, worden communicatiemiddelen zoals telefoon, computer en internet ter beschikking van de gebruikers gesteld. Bij ieder contact wordt een respectvolle omgang met de intimiteit en het vertrouwelijk karakter ervan gevrijwaard. Art. 1227.Met respect voor het zelfbeschikkingsprincipe van de persoon en rekening houdend met de grenzen van het medisch geheim, garandeert de dienst aan de persoon of diens wettelijke vertegenwoordiger in voorkomend geval of aan zijn familie exacte en tijdige informatie over iedere vraag in verband met de opvang en het verblijf van die persoon en in het bijzonder met diens gezondheidstoestand. Art. 1228.§
- Behoudens voorafgaandelijke afwijking toegekend door het Agentschap mag de dienst op eenzelfde leefplaats geen minderjarige en meerderjarige personen opvangen of huisvesten. §
- Het aantal opgevangen begunstigden mag niet hoger zijn dan de opvang- of huisvestingscapaciteit van de dienst zoals bepaald door de brandweerdiensten. §
- In de diensten waarvan in de erkenningsbeslissing staat dat ze erkend zijn voor één of meerdere handicapcategorieën bedoeld in lid 2, worden begunstigden uit bedoelde categorieën opgevangen, gehuisvest of opgevangen en gehuisvest volgens de nadere regels van de artikelen 1293 tot
- De in het eerste lid bedoelde criteria zijn de volgende: 1° hersenverweking, multiple sclerose, spina bifida, myopathie, neuropathie;2° zware geestelijke deficiëntie;3° ernstige geestelijke deficiëntie;4° stoornissen in de motoriek, dysmelie, poliomyelitis, skelet- en ledenmisvormingen met gepaard gaande handicap;5° stoornissen die inwerken op de ontwikkeling of gedragsstoornissen die gepaard gaan met de handicap(s);6° autisme;7° aangeboren of opgelopen hersenletsel. §
- De residentiële dienst is in staat om de begunstigden vierentwintig uur op vierentwintig en driehonderdvijfenzestig dagen per jaar op te vangen of te huisvesten. Onderafdeling
- - Voorwaarden betreffende het Handvest Art. 1229.De dienst werkt een waardenhandvest uit opgemaakt op basis van de referentiebeginselen vermeld in bijlage 117/
- Dit wordt bij de documenten voor de opvang gevoegd, en aangeplakt bij de ingang van de dienst en op verschillende zichtbare plaatsen in de dienst. Onderafdeling
- - Voorwaarden betreffende het dienstproject Art. 1230.De diensten baseren hun beheer op een dienstproject uitgewerkt volgens de nadere regels van artikel 469/2, §
- Onderafdeling
- - Voorwaarden betreffende het activiteitenverslag Art. 1231.De dienst maakt jaarlijks uiterlijk 30 juni het activiteitenverslag aan het Agentschap over. Het activiteitenverslag wordt op grond van het plan vermeld in bijlage 117/4 gestructureerd. Alle personeelsleden van de dienst, de gebruikers of, in voorkomend geval, hun wettelijke vertegenwoordigers, worden in kennis gesteld van het jaarlijkse activiteitenverslag van de dienst. Deze documenten worden hen bovendien voortdurend ter inzage gelegd. Onderafdeling
- - Voorwaarden betreffende de opvangovereenkomst Art. 1232.Elke verzorging wordt ondergeschikt gemaakt aan de voorafgaandelijke ondertekening van een overeenkomst tussen de beheerder en de persoon of, in voorkomend geval, zijn wettelijke vertegenwoordiger, waarin minstens de elementen bedoeld in bijlage 117/5 vermeld worden. Onderafdeling
- - Voorwaarden met betrekking tot de dossiers van de gebruikers Art. 1233.Alle erkende diensten houden een dossier van de persoon bij dat de volgende elementen omvat: 1° een analyse van de behoeften van de persoon;2° een balans van de kennissen, geschiktheden, potentialiteiten en verlangens van de persoon;3° een psychologische balans;4° een medische balans;5° een sociale anamnese;6° een evaluatie van de autonomie. Art. 1234.De medische balans bevat de doktersattesten en medische onderzoeksprotocollen of de voor zijn verzorging nuttige documenten die de persoon bij zijn opname heeft overgelegd, alsook alle stukken die opgemaakt worden tijdens zijn verblijf in de dienst. De medische inspectie van het Agentschap of de medische inspectie van de buitenlandse publieke overheid kan inzage in het medisch dossier krijgen. Art. 1235.Het dossier van de persoon volgt hem bij reoriëntatie naar een andere dienst en rekening houdend met de regels inzake beroepsgeheim en gegevensbescherming. Onderafdeling
- - Voorwaarden betreffende de individuele projecten Art. 1236.§
- De dienst biedt de persoon een individueel project dat aan zijn behoeften, bekwaamheden en verlangens aangepast is. §
- De dienst werkt een individueel project uit voor elke gebruiker en formaliseert het. Dat individuele project wordt uitgewerkt in samenwerking met de persoon of, in voorkomend geval, zijn wettelijke vertegenwoordiger, zijn gezin en alle interne en externe interveniënten. Het bevat minstens: 1° de identiteitsgegevens van de begunstigde: 2° de te halen doelstellingen;3° de aangewende methode en de gebruikte concrete middelen om zijn doelstellingen te bereiken;4° iedere persoon op wie een beroep kan worden gedaan;5° de evaluatieprocedure en de vervaldatum ervan. Het project wordt voor de eerste keer binnen zes maanden, te rekenen vanaf de opvang binnen de dienst, opgemaakt. §
- Om het individuele project te ontwikkelen, voert de dienst een globale evaluatie van de persoon uit, waarbij minstens de volgende leefgebieden behandeld worden: 1° de autonomie;2° de huishoudelijke vaardigheden;3° de kleuter- en schoolvaardigheden;4° de beroepsvaardigheden;5° de gedragstoornissen;6° de sensomotorische ontwikkeling;7° de socialisatie;8° de gezondheid en de hygiëne;9° de communicatie;10° het affectieve en seksuele leven;11° de wil en de voorkeuren van persoon wanneer het om een volwassene gaat, en het hoger belang wanneer het om een kind gaat. Onderafdeling
- - Voorwaarden met betrekking tot de interne communicatiemiddelen Art. 1237.In een communicatiemiddel worden door de dienst alle nuttige inlichtingen opgetekend ten behoeve van de educatieve teams. De informatie bedoeld in lid 1 vermeldt alle nodige opmerkingen om de continuïteit van de nodige en gepaste prestaties te verzekeren aan de verschillende gebruikers. Een specifiek luik is bestemd voor de informatie betreffende hun gezondheid en hun veiligheid. Art. 1238.In een communicatiemiddel worden door de dienst alle nuttige inlichtingen opgetekend ten behoeve van de zorgteams om de continuïteit en de kwaliteit van de zorgen, verstrekt aan de verschillende gebruikers, te verzekeren. De informatie bedoeld in lid 1 met betrekking tot de gezondheid van de gebruikers staat onder het toezicht van een coördinerend arts of de verpleegkundige dienst, wier prestatievolume aangepast is aan een optimale zorgopdrachtenuitvoering ter garantie van de veiligheid, de gezondheid en het welzijn van de personen. Onderafdeling
- - Algemene voorwaarden betreffende de opvang van een nieuwe gebruiker Art. 1239.De opvang van een nieuwe gebruiker maakt het voorwerp uit van een procedure bestemd om in te spelen op de specifieke behoeften die gebonden zijn aan die bijzondere periode. Voor de nieuwe gebruiker heeft deze procedure met name tot doel: 1° hem iedere nuttige informatie mee te delen voor zijn welzijn en zijn integratie op de dienst;2° hem op regelmatige wijze te begeleiden om hem te helpen zijn nieuw milieu te ontdekken en om zijn integratie op de beste manier te bevorderen;3° bekend te worden met de nodige aanpassingen om zo goed mogelijk rekening te houden met zijn behoeften en wensen. Voor de familie en de naasten heeft deze procedure tot doel: 1° de uitwisselingen tot stand te brengen om zoveel mogelijk nuttige informatie te verzamelen teneinde rekening te houden met de specifieke behoeften van de nieuwe gebruiker;2° hun de nuttige informatie te verstrekken over de voorwaarden waaronder de nieuwkomer wordt verwelkomd;3° af te spreken met wie indien nodig contact moet worden opgenomen. Voor de beroepsmatige gebruikers heeft deze procedure met name tot doel: 1° hen onmiddellijk, en indien mogelijk vóór de aankomst van de persoon, in te kennis te stellen van alle bekende feiten die hem betreffen en die betrekking hebben op de in artikel 1236, § 3, bedoelde levensgebieden, en met name op die welke zijn gezondheid betreffen;2° het personeelslid aan te wijzen dat verantwoordelijk is voor het verzamelen van deze informatie bij de naasten van de nieuwkomer en bij de beroepsmatige gebruikers die hem in zijn vorige trajecten hebben begeleid;3° hen op de hoogte te brengen van contacten tussen naasten en andere medewerkers waarmee contact moet worden opgenomen in geval van vragen of informatiebehoeften. Onderafdeling
- - Voorwaarden betreffende de activiteiten Art. 1240.§
- De activiteiten worden aangepast aan de behoeften, bekwaamheden en verlangens van de personen. De dienst zorgt voor een optimale begeleiding op educatief, psychologisch en sociaal vlak, die aangepast is aan hun behoeften met het oog op de sociale, culturele of professionele integratie van de persoon. Daarvoor stelt hij afwisselende en aan iedereen aangepaste activiteiten voor, waarbij de nadruk wordt gelegd op valoriserende activiteiten die bij voorkeur buiten de inrichting worden georganiseerd. §
- De dienst voorziet, uitgezonderd de onder toezicht staande huisvestings- en residentiële nachtdiensten, in de nodige instrumenten om de dagelijkse activiteiten die hij zowel binnen als buiten de instelling organiseert, te beheren. Ze zijn voor iedereen toegankelijk en maken het mogelijk ten minste de volgende elementen te identificeren: 1° de plaats van de activiteit;2° de datum van de activiteit;3° de deelnemers en het betrokken begeleidingspersoneel. Onderafdeling
- - Voorwaarden betreffende de maaltijden Art. 1241.De bewoners krijgen drie maaltijden per dag. Behoudens gewettigde uitzondering moet één van die maaltijden een volledige warme maaltijd zijn. De voeding is gezond en gevarieerd en wordt aan de gezondheidstoestand van de persoon aangepast. Ze leeft de kwaliteitsregels betreffende de voeding van de personen na. De door de huisarts voorgeschreven diëten worden in acht genomen. Voor minstens twee maaltijden per dag zijn twee menu's naar keuze of alternatieven voorzien rekening houdende met de wensen van de bewoners. Er wordt een register bijgehouden waarin minstens de lijst van de menu's van de afgelopen maand voorkomt. Dit register is voortdurend toegankelijk voor de met de controle belaste personeelsleden. Onderafdeling
- - Voorwaarden betreffende de raad van gebruikers Art. 1242.Binnen elke dienst dient een uit gebruikers bestaande raad opgericht te worden die ermee belast is alle voorstellen te formuleren m.b.t. de levenskwaliteit en de praktische organisatie van de opvang of van de huisvesting van de gebruikers. De gebruikersraad bestaat uit ten minste drie leden waaronder de voorzitter die uit zijn midden gekozen is. Hij vergadert minstens één keer per kwartaal. De dienst zorgt ervoor dat de lijst van de leden van de raad aan de gebruikers en aan hun wettelijke vertegenwoordigers overgelegd wordt. Een personeelslid zorgt voor de animatie en neemt het secretariaat van de raad van gebruikers waar, maakt de notulen van de vergaderingen op en neemt ze op in een register dat daartoe voorzien wordt. De verantwoordelijken van de dienst verstrekken de raad van gebruikers elke informatie die nuttig is om aan het dienstproject deel te nemen. Tussen de raad van gebruikers en de dienst wordt overleg gepleegd voor de wijzigingen in het huishoudelijk reglement alsook voor de belangrijke wijzigingen van de algemene levensomstandigheden. De dienst bepaalt deelnamemodaliteiten die aangepast worden aan de kenmerken van de gebruikers. Onderafdeling
- - Voorwaarden betreffende de kwaliteit van de prestaties geboden aan de gebruikers Art. 1243.De dienst gaat uiterlijk na afloop van het vierde jaar van het doelstellingencontract over tot de evaluatie van de kwaliteit van zijn prestaties, in overleg met de gebruikers, hun naasten en het team zorgverstrekkers. De evaluatie kan intern of met een derde instelling uitgevoerd worden. De methodologie van die evaluatie bepaalt minstens: 1° hoe de dienst systematisch gegevens over de kwaliteit van de aan individuele personen verleende prestaties verzamelt en registreert;2° hoe de dienst de onder 1° vermelde gegevens gebruikt om doelstellingen inzake kwaliteitsverbetering te formuleren en het dienstenproject aan te passen;3° de strategie en het tijdschema die de dienst volgt om de doelstellingen bedoeld in 2° te bereiken;4° hoe en hoe vaak de dienst beoordeelt of de doelstellingen zijn bereikt;5° de verbeteringsacties die de dienst onderneemt wanneer een doelstelling niet wordt bereikt;6° hoe de dienst de door het Agentschap aanbevolen kwaliteiten integreert. De resultaten van de auto-evaluatie worden ter kennis gebracht van de inrichtende macht, alle personeelsleden van de dienst, de gebruikers of, in voorkomend geval, hun wettelijke vertegenwoordigers. Art. 50.In deel II, boek V, titel XI, subtitel 1, hoofdstuk IV, afdeling 2 van hetzelfde Wetboek wordt een onderafdeling 15 ingevoegd, bevattende artikel 1243/1, luidend als volgt: "Onderafdeling
- - Voorwaarden met betrekking tot de behandeling van de bezwaren Art. 1243/1.De dienst organiseert een proces voor de behandeling van de bezwaren geformuleerd door de gebruikers en hun naasten i.v.m. de prestaties die de dienst hun biedt. Dienst wijst minstens één referent aan onder de personeelsleden. Diens rol en identiteit worden omschreven en minstens bij aanplakking bij het onthaal en verschillende voor alle gebruikers van de dienst zichtbare plaatsen medegedeeld. De voordracht wordt door de raad der gebruikers goedgekeurd.". Art. 51.In deel II, boek V, titel XI, subtitel 1, hoofdstuk IV, afdeling 2 van hetzelfde Wetboek wordt een onderafdeling 16 ingevoegd, bevattende de artikelen 1243/2 tot 1243/8, luidend als volgt: "Onderafdeling
- - Voorwaarden betreffende het personeel Art. 1243/2.Het personeel van de diensten voldoet aan de kwalificatienormen waarin bijlage 98 voorziet. De dienst stelt de voor eensluidend verklaarde afschriften van de diploma's van de personeelsleden ter beschikking van het Agentschap. Bij hun indienstneming moeten de personeelsleden van de diensten een uittreksel uit het strafregister aan de dienst overleggen dat vrijgesteld is van veroordelingen tot correctionele straffen voor wanbedrijven die onverenigbaar zijn met de functie, of tot criminele straffen. Art. 1243/3.De diensten moeten voldoen aan de in de bijlagen 106, 107 en 108 bedoelde personeelsnormen. In een administratieve entiteit, zoals bedoeld in artikel 1192, 15°, worden de in bijlage 106 en 107 bedoelde kwantitatieve normen per dienst opgeteld en gecontroleerd door het totaal op te maken van het personeel aangesteld bij de verschillende betrokken diensten. Art. 1243/4.In geen geval worden de prestaties van personeelsleden gefinancierd door het RIZIV of elke andere Belgische openbare overheid in aanmerking genomen voor de berekening van de naleving van de begeleidingsnormen. Art. 1243/5.De dienst zorgt voortdurend voor een effectieve directie. Als de directeur niet aanwezig is, kan een daartoe gemachtigd personeelslid de nuttige maatregelen nemen in noodgevallen en inspelen zowel op de externe als op de interne aanvragen. Art. 1243/6.Naast de in deze afdeling bepaalde begeleidingsnormen wordt de multidisciplinariteit van de teams in de diensten, erkend om meer dan vijftien personen te huisvesten, verzekerd door de aanwezigheid van werknemers die minstens 3 van de 4 volgende kwalificaties hebben: psycholoog of psychopedagoog, opvoeder, maatschappelijk assistent, paramedisch. Art. 1243/7.De beheerders voorzien, onder hun verantwoordelijkheid, in de nachtbegeleiding om te zorgen voor de veiligheid van de gebruikers alsook voor hun welzijn en rekening houdend met hun handicap en de indeling van de ruimtes. Behoudens in de onder toezicht staande huisvestingsdiensten bestaat de nachtbegeleiding minstens uit: 1° één personeelslid : 2° twee personeelsleden in de paviljoenstructuren met meer dan dertig personen in het totaal. De nachtbegeleiding wordt permanent verzekerd tussen het vertrek en de terugkeer van de dagploeg. Het personeel dat `s nachts aanwezig is, voldoet aan de kwalificatie en bevoegdheidsvoorwaarden van het educatieve personeel. Art. 1243/8.§
- Op grond van het project van de dienst bedoeld in artikel 469/2, § 1, stelt de dienst een personeelsopleidingprogramma op voor minimum drie jaar. Het plan bedoeld in lid 1, dat opgemaakt wordt na een debat tussen de betrokken actoren, bepaalt de nagestreefde doelstellingen. Het omschrijft de banden tussen de globale omgeving van de dienst, de dynamiek van het project van de dienst en de ontwikkeling van de vaardigheden van het personeel. Het bepaalt de criteria, de wijze en de periodiciteit van de evaluatie van bedoelde drie aspecten, alsook de voorzieningen die tot stand gebracht worden voor de voortgezette vorming van het educatieve personeel. Het plan bedoeld in lid 1 voorziet in de permanente vormingsactiviteiten waaraan de opvoeders-groepsleiders, de onderdirecteurs en de directeurs minstens twee dagen per jaar moeten deelnemen. Het plan bedoeld in lid 1 omvat noodzakelijkerwijze modules gericht op de goede behandeling. Wat betreft het personeel van de diensten die onder de plaatselijke besturen en de provincies ressorteren, ligt het in het eerste lid bedoelde vormingsplan in de lijn van het vormingsplan dat werd uitgewerkt op initiatief van de gewestelijke vormingsraad, ingesteld bij het decreet van 6 mei 1999Relevante gevonden documenten type decreet prom. 06/05/1999 pub. 20/04/2000 numac 2000027033 bron ministerie van het waalse gewest Decreet houdende de eerste aanpassing van de algemene uitgavenbegroting van het Waalse Gewest voor het begrotingsjaar 1999 type decreet prom. 06/05/1999 pub. 10/06/1999 numac 1999027458 bron ministerie van het waalse gewest Decreet houdende oprichting van de publiekrechtelijke naamloze vennootschap « Société de garantie régionale wallonne » (Waalse Gewestelijke Waarborgmaatschappij)
- a)de tenuitvoerlegging en opvolging van het dienstproject;
- b)het personeelsbeheer;
- c)het financieel beheer;
- d)de toepassing van de geldende regelgevingen;
- e)de vertegenwoordiging van de dienst in zijn relaties met het Agentschap;3° onverminderd de bepalingen van artikel 286 van het tweede deel van het decreetgevend deel van het Wetboek maakt de dienst op verzoek van het Agentschap alle bewijsstukken over die vereist worden voor de uitoefening van de controle, meer bepaald de jaarrekeningen, de nodige stukken voor de berekening van de verschillende toelagen, alsmede het vormingsprogramma bedoeld in artikel 1243/8;4° de referentie van de door het Agentschap verleende erkenning vermelden op alle akten en overige stukken, publiciteitsfolders en aanplakkingen die van de dienst uitgaan. Als hij door een vereniging zonder winstoogmerk als bedoeld onder 1° ingericht wordt: 1° mag deze niet voor meer dan 1/5 van haar leden samengesteld zijn uit personeelsleden of personen die met hen aanverwant zijn tot de derde graad;2° mag de raad van bestuur niet voor meer dan één derde in elke familie van het totaalaantal bestuurders of van de personen die deel uitmaken van het personeel van de dienst samengesteld zijn uit personen die deel uitmaken van hetzelfde gezin als echtgenoot, wettelijke samenwoners, bloed- of aanverwante tot en met de tweede graad; Er kan een afwijking van de bepalingen bedoeld in lid 2° verleend worden, voor wat betreft de personeelsinspraak, door het beheerscomité op grond van een dossier waarin aangetoond wordt dat bedoelde bepalingen niet aangepast zijn aan het globale project van de dienst. De technische, budgettaire en boekhoudkundige autonomie bedoeld in het eerste lid, 1°, kan eventueel via de organisatie van een administratieve entiteit verkregen worden. Betreffende lid 1, 2°, verzoekt het Agentschap, bij een tekortkoming of een onregelmatigheid in de uitvoering van het mandaat toevertrouwd aan de directeur, de inrichtende macht per aangetekend schrijven de nodige maatregelen te nemen. Het uittreksel uit het strafregister van de directeur en de bestuurders moet vrijgesteld zijn van veroordelingen tot correctionele straffen voor wanbedrijven die onverenigbaar zijn met de functie, of tot criminele straffen. Art. 1243/11.§ 1. De door het Agentschap erkende diensten houden de boeken overeenkomstig de wetgeving op de boekhouding en de jaarrekeningen van de ondernemingen en de uitvoeringsbesluiten ervan. De inhoud en de presentatie van het genormaliseerde minimale boekhoudplan beantwoorden aan het volledige schema van de jaarrekeningen met balans, resultatenrekeningen en bijlagen overeenkomstig de wetgeving met betrekking tot de boekhouding en de jaarrekeningen van de ondernemingen en overeenkomstig de uitvoeringsbesluiten ervan. De opschriften en rekeningennummers die met de activiteiten van de diensten overeenstemmen, worden via omzendbrieven aan de diensten meegedeeld. § 2. De financiële bijdragen die aan de begunstigden of hun wettelijke vertegenwoordigers gevraagd worden, moeten als teruggeïnde kosten geboekt worden. In het kader van de controle op het gebruik van de toelagen, worden die bijdragen in mindering gebracht van het bedrag van de overeenstemmende lasten. Ook de toelagen die door de overheid of door de overheid gesubsidieerde liefdadigheidsinstellingen aan de diensten worden toegekend, worden afgetrokken van de overeenkomende lasten die tijdens het boekjaar op een geldige wijze zijn aangerekend. Met deze toelagen wordt slechts rekening gehouden als ze verleend worden om de uitgaven te dekken die in aanmerking worden genomen voor de vaststelling van de toelage. § 3. De beginbalans van elke dienst wordt aan het Agentschap voorgelegd binnen zes maanden na de bekendmaking van het uittreksel van hun erkenningsbesluit in het Belgisch Staatsblad. § 4. Het boekjaar stemt overeen met het kalenderjaar. De jaarrekeningen van elke dienst worden aan het Agentschap overgemaakt uiterlijk dertig juni van het jaar na het boekjaar, samen met het rapport van een bedrijfsrevisor, wiens opdracht erin bestaat de rekeningen te certificeren en, in voorkomend geval, recht te zetten. De jaarrekeningen gaan ook vergezeld van een volledige lijst van de verbonden entiteiten. De boekhoudingen van die entiteiten kunnen bovendien op verzoek ingekeken worden door de diensten van het Agentschap. § 5. Als diensten door een verbonden entiteit verleend worden, geven de dienstverleners hun aanwezigheid aan in het register van het personeel. ». Art. 53.In deel II, boek V, titel XI, subtitel 1, hoofdstuk IV, afdeling 2 van hetzelfde Wetboek wordt een onderafdeling 18 ingevoegd, bevattende artikel 1243/12, luidend als volgt: "Onderafdeling 18. - Voorwaarden betreffende de gebouwen Art. 1243/12.De gebouwen en inrichtingen moeten aan de in bijlage 111 bedoelde architecturale normen voldoen. De gebouwen en installaties bieden de begunstigden toegangsmogelijkheden i.v.m. hun handicap.". Art. 54.In deel II, boek V, titel XI, subtitel 1, hoofdstuk IV, afdeling 2 van hetzelfde Wetboek wordt een onderafdeling 19 ingevoegd, bevattende artikel 1243/13, luidend als volgt: "Onderafdeling 19. - Overschrijding van de erkende capaciteit Art. 1243/13.§ 1. De opvang van de gehandicapte personen in overschrijding van de erkende capaciteit wordt in de voorwaarden bepaald in punt 1.1 van bijlage 45/3 toegelaten. § 2. De overschrijding geeft het Agentschap geen enkel recht op een subsidie. De tegemoetkoming die gevraagd wordt op grond van de toepassing van dit artikel op de gehandicapte persoon, zijn gezin of een andere Belgische overheid, mag geenszins hoger zijn dan de tegemoetkoming die van toepassing is krachtens de artikelen 1276 tot en met 1288.". Art. 55.In deel II, boek V, titel XI, subtitel 1, hoofdstuk IV, afdeling 2 van hetzelfde Wetboek wordt een onderafdeling 20 ingevoegd, bevattende de artikelen 1243/14 en 1243/15, luidend als volgt: "Onderafdeling 20. - Beperking van de erkende capaciteit Art. 1243/14.Met uitzondering van de diensten voor huisvesting onder toezicht wordt de erkende capaciteit van een dienst: 1° die erkend is voor maximum 15 tot 60 opnames verminderd indien gedurende de twee voorgaande toewijzingsjaren door het Agentschap is vastgesteld dat de gemiddelde referentiebezetting minstens drie eenheden minder bedroeg dan de erkende capaciteit;2° die erkend is voor meer dan 60 en minder dan 120 opnames wordt verminderd indien gedurende de twee voorgaande toewijzingsjaren door het Agentschap is vastgesteld dat de gemiddelde referentiebezetting minstens zes eenheden minder bedroeg dan de erkende capaciteit;3° die erkend is voor 120 opnames en meer wordt verminderd indien gedurende de twee voorgaande toewijzingsjaren door het Agentschap is vastgesteld dat de gemiddelde referentiebezetting minstens negen eenheden minder bedroeg dan de erkende capaciteit. De verminderde erkende capaciteit betreffende 1° tot 3° wordt bepaald op grond van het gemiddelde van het O.M.R. in de laatste twee jaar, waaraan één eenheid wordt toegevoegd. Dat bedrag wordt afgerond naar de hogere eenheid. Art. 1243/15.De erkende capaciteit van een nieuwe dienst of van een dienst waarvan ze verhoogd werd, kan, voor zover de erkenningsvoorwaarden vervuld blijven, pas verminderd worden na twee volle kalenderjaren werking, met ingang van de erkenning of de wijziging ervan.". Art. 56.In deel II, boek V, titel XI, subtitel 1, hoofdstuk IV, afdeling 2 van hetzelfde Wetboek wordt een onderafdeling 21 ingevoegd, bevattende artikel 1243/16, luidend als volgt: "Onderafdeling 21. - Verplichtingen betreffende de opname van gehandicapte personen van buitenlandse herkomst Art. 1243/16.Onverminderd de bepalingen van artikel 315 van het decreetgevend deel van het Wetboek, maakt de dienst jaarlijks een kadaster van de opgevangen personen van buitenlandse herkomst aan het Agentschap over. Het « kadaster van de opgevangen personen van buitenlandse herkomst » is de lijst van de gehandicapte personen die in de loop van elk werkjaar onthaald worden. Voor elk van hen vermeldt die lijst de naam, de voornaam, de geboortedatum, het geslacht, de nationaliteit, het adres van de woonplaats van de persoon of dat van zijn wettelijke vertegenwoordiger, de overheid (overheden) verantwoordelijk voor de plaatsing en de financiering. De diensten versturen het in lid 1 bedoelde kadaster, behoorlijk ingevuld aan de hand van het door het Agentschap verstrekte formulier, uiterlijk 31 maart na het afgelopen boekjaar. Onverminderd artikel 315 van het decreetgevende deel van het Wetboek delen de diensten, om het Agentschap in staat te stellen om de erkenningsvoorwaarden na te gaan, de documenten bedoeld in artikel 474/1 aan het Agentschap mee, volgens de daar bedoelde nadere regels.". Art. 57.Artikel 1251 van hetzelfde Wetboek wordt vervangen als volgt: "Art. 1251.De subsidie dekt : 1° de werkingslasten; 2° de personeelslasten.". Art. 58.In artikel 1260 van hetzelfde Wetboek wordt paragraaf 4 opgeheven. Art. 59.In artikel 1311 van hetzelfde Wetboek worden de volgende wijzigingen aangebracht: 3° in het eerste lid wordt het woord "AWIPH" vervangen door het woord "Agentschap".2° in lid 3 worden de woorden "medisch-sociaal-pedagogische projecten" vervangen door de woorden "diensprojecten" en de woorden "het in artikel 1221, § 3, bedoelde individuele dossier" worden vervangen door de woorden "de in artikel 1233 bedoelde individuele dossiers"; 3° het wordt aangevuld met een lid, luidend als volgt: "De nadere regels voor de controle op de aanwending van de toelagen zijn die bedoeld in de artikelen 474/3 tot 474/5.". Art. 60.In artikel 1313 van hetzelfde Wetboek worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° paragraaf 1 wordt vervangen als volgt: " § 1.Om de verwezenlijking van een collectief project mogelijk te maken, kan het Agentschap afwijken van de artikelen 1193, 1194, 1232, 1237, 1240, §§ 1 en 2, 1243/4, 1243/12, 1245 en 1276 tot 1287 en onder punt 4 van bijlage 99."; 2° in paragraaf 2, lid 1, worden de woorden "bij aangetekend schrijven" opgeheven en het woord "AWIPH" wordt vervangen door de woorden "het Agentschap";2° in paragraaf 2, tweede lid, worden de woorden « artikel 1225 » vervangen door de woorden « artikel 1236 ». Art. 61.In artikel 1314, § 2, van hetzelfde Wetboek worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° in lid 1, worden de woorden "bij aangetekend schrijven" opgeheven en het woord "AWIPH" wordt vervangen door de woorden "het Agentschap";3° in het tweede lid worden de woorden " artikel 1225" vervangen door de woorden " artikel 1236". Art. 62.In artikel 1314/5 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij het besluit van de Waalse Regering van 15 mei 2014Relevante gevonden documenten type besluit van de waalse regering prom. 15/05/2014 pub. 19/06/2014 numac 2014203749 bron waalse overheidsdienst Besluit van de Waalse Regering tot wijziging van sommige bepalingen van het tweede deel, Boek 5, Titel 7, van het Waals Reglementair Wetboek van Sociale Actie en Gezondheid type besluit van de waalse regering prom. 15/05/2014 pub. 14/07/2014 numac 2014204434 bron waalse overheidsdienst Besluit van de Waalse Regering tot wijziging van de bepalingen van het Waals Reglementair Wetboek van Sociale Actie en Gezondheid betreffende de integratie van vreemdelingen en personen van buitenlandse herkomst type besluit van de waalse regering prom. 15/05/2014 pub. 05/06/2014 numac 2014203572 bron waalse overheidsdienst Besluit van de Waalse Regering tot uitvoering van het Waalse Wetboek voor Sociale Actie en Gezondheid wat betreft de centra voor levens- en gezinsvragen en federaties van centra voor levens- en gezinsvragen sluiten en vervangen bij het besluit van de Waalse Regering van 23 juni 2016Relevante gevonden documenten type besluit van de waalse regering prom. 23/06/2016 pub. 15/07/2016 numac 2016027226 bron waalse overheidsdienst Besluit van de Waalse Regering tot wijziging en tot opheffing van sommige bepalingen van het Waals reglementair wetboek van sociale actie en gezondheid, Tweede deel, Boek V, Titel XI, betreffende de residentiële diensten en dagopvangdiensten voor gehandicapte personen en tot wijziging van het besluit van de Waalse Regering van 27 mei 2010 betreffende de subsidiëring van de maatregelen van de driedelige overeenkomst voor de Waalse privé non-profitsector type besluit van de waalse regering prom. 23/06/2016 pub. 05/07/2016 numac 2016203462 bron waalse overheidsdienst Besluit van de Waalse Regering tot wijziging van Deel VIII van Boek I van het Milieuwetboek, wat betreft de aanwijzing van personeelsleden vaststellers inzake bodems, pesticiden, landbouw en riviervisserij sluiten, wordt 1° vervangen als volgt: "1° een project van de dienst, alsmede de wijze waarop de individuele projecten uitgewerkt en opgevolgd worden;". Art. 63.In deel II, boek V, titel XI, subtitel 2, hoofdstuk III, van hetzelfde Wetboek, wordt afdeling 4, bevattende de artikelen 1314/16 tot 1314/38, ingevoegd bij het besluit van de Waalse Regering van 15 mei 2014Relevante gevonden documenten type besluit van de waalse regering prom. 15/05/2014 pub. 19/06/2014 numac 2014203749 bron waalse overheidsdienst Besluit van de Waalse Regering tot wijziging van sommige bepalingen van het tweede deel, Boek 5, Titel 7, van het Waals Reglementair Wetboek van Sociale Actie en Gezondheid type besluit van de waalse regering prom. 15/05/2014 pub. 14/07/2014 numac 2014204434 bron waalse overheidsdienst Besluit van de Waalse Regering tot wijziging van de bepalingen van het Waals Reglementair Wetboek van Sociale Actie en Gezondheid betreffende de integratie van vreemdelingen en personen van buitenlandse herkomst type besluit van de waalse regering prom. 15/05/2014 pub. 05/06/2014 numac 2014203572 bron waalse overheidsdienst Besluit van de Waalse Regering tot uitvoering van het Waalse Wetboek voor Sociale Actie en Gezondheid wat betreft de centra voor levens- en gezinsvragen en federaties van centra voor levens- en gezinsvragen sluiten en vervangen door het besluit van de Waalse Regering van 23 juni 2016Relevante gevonden documenten type besluit van de waalse regering prom. 23/06/2016 pub. 15/07/2016 numac 2016027226 bron waalse overheidsdienst Besluit van de Waalse Regering tot wijziging en tot opheffing van sommige bepalingen van het Waals reglementair wetboek van sociale actie en gezondheid, Tweede deel, Boek V, Titel XI, betreffende de residentiële diensten en dagopvangdiensten voor gehandicapte personen en tot wijziging van het besluit van de Waalse Regering van 27 mei 2010 betreffende de subsidiëring van de maatregelen van de driedelige overeenkomst voor de Waalse privé non-profitsector type besluit van de waalse regering prom. 23/06/2016 pub. 05/07/2016 numac 2016203462 bron waalse overheidsdienst Besluit van de Waalse Regering tot wijziging van Deel VIII van Boek I van het Milieuwetboek, wat betreft de aanwijzing van personeelsleden vaststellers inzake bodems, pesticiden, landbouw en riviervisserij sluiten, vervangen als volgt: "Onderafdeling 4. - Erkenningsvoorwaarden Onderafdeling 1. -
Art. 1314
/16.Behalve de erkenningsbeginselen bepaald bij de artikelen 467 en 469, voldoen de diensten aan de erkenningsvoorwaarden bedoeld in de artikelen 1314/17 tot 1314/38/
- Indien de voorwaarden bedoeld in lid 1 niet vervuld zijn, kan de erkenning opgeschort of ingetrokken dan wel het aantal erkende plaatsen beperkt overeenkomstig dezelfde procedure als waarvan sprake in artikel
- Onderafdeling
- - Algemene voorwaarden betreffende de opvang van gebruikers Art. 1314/17.De dienst voert de regelingen uit, die het respect van het privéleven van de persoon mogelijk maken, alsook van zijn ideologische, filosofische en religieuze overtuigingen, en van het goed zedelijk gedrag. Hij verzekert hem een bevoegde begeleiding die aan zijn behoeften aangepast is, alsook kwaliteitsvolle levensomstandigheden met het oog op een zorgzame aandacht voor zijn welzijn, zijn behoeften en zijn wensen. Art. 1314/18.De families, vrienden en naasten wier aanwezigheid gevraagd wordt door de persoon of, in voorkomend geval, zijn wettelijke vertegenwoordiger, hebben een toegangsrecht tot de dienst in aangepaste en vriendelijke plaatsen. Art. 1314/19.Om regelmatig in contact te kunnen komen met hun families en de inclusie te bevorderen door de inzet van nieuwe informaticatechnologieën, worden communicatiemiddelen zoals telefoon, computer en internet ter beschikking van de gebruikers gesteld. Bij ieder contact wordt een respectvolle omgang met de intimiteit en het vertrouwelijk karakter ervan gevrijwaard. Art. 1314/20.Met respect voor het zelfbeschikkingsprincipe van de persoon en rekening houdend met de grenzen van het medisch geheim, garandeert de dienst aan de persoon of diens wettelijke vertegenwoordiger in voorkomend geval of aan zijn familie exacte en tijdige informatie over iedere vraag in verband met de opvang en het verblijf van die persoon en in het bijzonder met diens gezondheidstoestand. Onderafdeling
- - Voorwaarden betreffende het Handvest Art. 1314/21.De dienst werkt een waardenhandvest uit opgemaakt op basis van de referentiebeginselen vermeld in bijlage 117/
- Dit wordt bij de documenten voor de opvang gevoegd, en aangeplakt bij de ingang van de dienst en op verschillende zichtbare plaatsen in de dienst. Onderafdeling
- - Voorwaarden betreffende het dienstproject Art. 1314/22.De diensten baseren hun beheer op een dienstproject uitgewerkt volgens de nadere regels van artikel 469/2, §
- Onderafdeling
- - Voorwaarden betreffende het activiteitenverslag Art. 1314/23.De dienst maakt jaarlijks uiterlijk 30 juni het activiteitenverslag aan het Agentschap over. Het activiteitenverslag wordt op grond van het plan vermeld in bijlage 117/4 gestructureerd. Alle personeelsleden van de dienst, de gebruikers en, in voorkomend geval, hun wettelijke vertegenwoordigers, worden in kennis gesteld van het jaarlijkse activiteitenverslag van de dienst. Deze documenten worden hen bovendien voortdurend ter inzage gelegd. Onderafdeling
- - Voorwaarden betreffende de opvangovereenkomst Art. 1314/24.Elke verzorging wordt ondergeschikt gemaakt aan de voorafgaandelijke ondertekening van een overeenkomst tussen de beheerder en de persoon of, in voorkomend geval, zijn wettelijke vertegenwoordiger, waarin minstens volgende elementen voorkomen: 1° de identiteit van de partijen, waarbij de identiteit van de gebruiker desgevallend vergezeld gaat van die van zijn wettelijke vertegenwoordiger;2° de opnamedatum of de begindatum van de tussenkomsten, de duur van de overeenkomst en, desgevallend, de duur van de proefperiode;3° het bedrag van de verschuldigde financiële bijdrage;4° de natuurlijke of rechtspersoon die instaat voor de betaling en de wijze van betaling;5° de modaliteiten tot opzegging en verbreking van de overeenkomst;6° de wijze waarop de overeenkomst aangepast of gewijzigd kan worden. Een exemplaar van het huishoudelijk reglement wordt voor ontvangst en akkoord ondertekend door de gebruiker of zijn wettelijke vertegenwoordiger. Het reglement maakt noodzakelijk deel uit van de overeenkomst. Onderafdeling
- - Voorwaarden met betrekking tot de dossiers van de gebruikers Art. 1314/25.Alle erkende diensten houden een dossier van de persoon bij dat de volgende elementen omvat: 1° een analyse van de behoeften van de persoon;2° een balans van de kennissen, geschiktheden, potentialiteiten en verlangens van de persoon;3° een psychologische balans;4° een medische balans;5° een sociale anamnese;6° een evaluatie van de autonomie. Art. 1314/26.De medische balans bevat de doktersattesten en medische onderzoeksprotocollen of de voor zijn verzorging nuttige documenten die de persoon bij zijn opname heeft overgelegd, alsook alle stukken die opgemaakt worden tijdens zijn verblijf in de dienst. De medische inspectie van het Agentschap of de medische inspectie van de buitenlandse publieke overheid kan inzage in het medisch dossier krijgen. Art. 1314/27.Het dossier van de persoon volgt hem bij reoriëntatie naar een andere dienst en rekening houdend met de regels inzake beroepsgeheim en gegevensbescherming. Onderafdeling
- - Voorwaarden betreffende de individuele projecten Art. 1314/28.§
- De dienst biedt de persoon een individueel project dat aan zijn behoeften, bekwaamheden en verlangens aangepast is. §
- De dienst werkt een individueel project uit voor elke gebruiker en formaliseert het. Dat individuele project wordt uitgewerkt in samenwerking met de persoon of, in voorkomend geval, zijn wettelijke vertegenwoordiger, zijn gezin en alle interne en externe interveniënten. Het bevat minstens: 1° de identiteitsgegevens van de begunstigde: 2° de te halen doelstellingen;3° de aangewende methode en de gebruikte concrete middelen om zijn doelstellingen te halen;4° de hulppersoon (hulppersonen);5° de evaluatieprocedure en de vervaldatum ervan. Het project wordt voor de eerste keer binnen zes maanden, te rekenen vanaf de opvang binnen de dienst, opgemaakt. §
- Om het individuele project te ontwikkelen, voert de dienst een globale evaluatie van de persoon uit, waarbij minstens de volgende leefgebieden behandeld worden: 1° de autonomie;2° de huishoudelijke vaardigheden;3° de kleuter- en schoolvaardigheden;4° de beroepsvaardigheden;5° de werkpunten in het gedrag;6° de sensomotorische ontwikkeling;7° de socialisatie;8° de gezondheid en de hygiëne;9° de communicatie;10° het affectieve en seksuele leven;11° de wil en de voorkeuren van persoon wanneer het om een volwassene gaat, en het hoger belang wanneer het om een kind gaat. Onderafdeling
- - Voorwaarden met betrekking tot de interne communicatiemiddelen Art. 1314/29.In een communicatiemiddel worden door de dienst alle nuttige inlichtingen opgetekend ten behoeve van de educatieve teams. De informatie bedoeld in lid 1 vermeldt alle nodige opmerkingen om de continuïteit van de nodige en gepaste prestaties te verzekeren aan de verschillende gebruikers. Een specifiek luik is bestemd voor de informatie betreffende hun gezondheid en hun veiligheid. Art. 1314/30.In een communicatiemiddel worden door de dienst alle nuttige inlichtingen opgetekend ten behoeve van de zorgteams om de continuïteit en de kwaliteit van de zorgen, verstrekt aan de verschillende gebruikers, te verzekeren. Deze informatie vermeldt alle nodige opmerkingen om de continuïteit van de kwaliteit van de zorgen te verzekeren aan de verschillende gebruikers. De informatie bedoeld in lid 1 met betrekking tot de gezondheid van de gebruikers staat onder het toezicht van een coördinerend arts of de verpleegkundige dienst, wier prestatievolume aangepast is aan een optimale zorgopdrachtenuitvoering ter garantie van de veiligheid, de gezondheid en het welzijn van de personen. Onderafdeling
- - Algemene voorwaarden betreffende de opvang van een nieuwe gebruiker Art. 1314/31.De opvang van een nieuwe gebruiker maakt het voorwerp uit van een procedure bestemd om in te spelen op de specifieke behoeften die gebonden zijn aan die bijzondere periode. Voor de nieuwe gebruiker heeft deze procedure met name tot doel: 1° hem alle nodige informatie mede te delen;2° hem op regelmatige wijze te begeleiden om hem te helpen zijn nieuw milieu te ontdekken en om zijn integratie op de beste manier te bevorderen;3° bekend te worden met de nodige aanpassingen om zo goed mogelijk rekening te houden met zijn behoeften en wensen. Voor de familie en de naasten heeft deze procedure tot doel: 1° de uitwisselingen tot stand te brengen om zoveel mogelijk nuttige informatie te verzamelen teneinde rekening te houden met de specifieke behoeften van de nieuwe gebruiker;2° hun de nuttige informatie te verstrekken over de voorwaarden waaronder de nieuwkomer wordt verwelkomd;3° af te spreken met wie indien nodig contact moet worden opgenomen. Voor de beroepsmatige gebruikers heeft deze procedure met name tot doel: 1° hen onmiddellijk, en indien mogelijk vóór de aankomst van de persoon, in te kennis te stellen van alle bekende feiten die hem betreffen en die betrekking hebben op de in artikel 1314/28, § 3, bedoelde gebieden van het leven, en met name op die welke zijn gezondheid betreffen;2° het personeelslid aan te wijzen dat verantwoordelijk is voor het verzamelen van deze informatie bij de naasten van de nieuwkomer en bij de professionelen die hem in zijn vorige trajecten hebben begeleid;3° hen op de hoogte te brengen van contacten tussen naasten en andere medewerkers waarmee contact moet worden opgenomen in geval van vragen of informatiebehoeften. Onderafdeling
- - Voorwaarden betreffende de activiteiten Art. 1314/32.§
- De activiteiten worden aangepast aan de behoeften, bekwaamheden en verlangens van de personen. De dienst zorgt voor een optimale begeleiding op educatief, psychologisch en sociaal vlak, die aangepast is aan hun behoeften met het oog op de sociale, culturele of professionele integratie van de persoon. Daarvoor stellen ze afwisselende en aan iedereen aangepaste activiteiten voor, waarbij de nadruk wordt gelegd op valoriserende activiteiten die bij voorkeur buiten de inrichting worden georganiseerd. §
- De dienst voorziet in de nodige instrumenten om de dagelijkse activiteiten die zij zowel binnen als buiten de instelling organiseert, te beheren. Ze zijn voor iedereen toegankelijk en maken het mogelijk ten minste de volgende elementen te identificeren: 1° de plaats van de activiteit;2° de datum van de activiteit;3° de deelnemers en het betrokken begeleidingspersoneel. Onderafdeling
- - Voorwaarden betreffende de raad van gebruikers Art. 1314/33.Binnen elke dienst dient een uit gebruikers bestaande raad opgericht te worden die ermee belast is alle voorstellen te formuleren m.b.t. de levenskwaliteit en de praktische organisatie van de opvang of van de huisvesting van de gebruikers. De gebruikersraad bestaat uit ten minste drie leden waaronder de voorzitter die uit zijn midden gekozen is. Hij vergadert minstens één keer per kwartaal. De dienst zorgt ervoor dat de lijst van de leden van de raad aan de gebruikers en aan hun wettelijke vertegenwoordigers overgelegd wordt. Een personeelslid zorgt voor de animatie en neemt het secretariaat van de raad van gebruikers waar, maakt de notulen van de vergaderingen op en neemt ze op in een register dat daartoe voorzien wordt. De verantwoordelijken van de dienst verstrekken de raad van gebruikers elke informatie die nuttig is om aan het dienstproject deel te nemen. Tussen de raad van gebruikers en de dienst wordt overleg gepleegd voor de wijzigingen in het huishoudelijk reglement alsook voor de belangrijke wijzigingen van de algemene levensomstandigheden. De dienst bepaalt deelnamemodaliteiten die aangepast worden aan de kenmerken van de gebruikers. Onderafdeling
- - Voorwaarden betreffende de kwaliteit van de prestaties geboden aan de gebruikers Art. 1314/34.De dienst gaat uiterlijk na afloop van het vierde jaar van het doelstellingencontract over tot de evaluatie van de kwaliteit van zijn prestaties, in overleg met de gebruikers, hun naasten en het team zorgverstrekkers. De evaluatie kan intern of met een derde instelling uitgevoerd worden. De evaluatie kan intern of met een derde instelling uitgevoerd worden. De methodologie van die evaluatie bepaalt minstens: 1° hoe de dienst systematisch gegevens over de kwaliteit van de aan individuele personen verleende prestaties verzamelt en registreert;2° hoe de dienst de onder 1° vermelde gegevens gebruikt om doelstellingen inzake kwaliteitsverbetering te formuleren en het dienstenproject aan te passen;3° de strategie en het tijdschema die de dienst volgt om de doelstellingen bedoeld in 2° te bereiken;4° hoe en hoe vaak de dienst beoordeelt of de doelstellingen zijn bereikt;5° de verbeteringsacties die de dienst onderneemt wanneer een doelstelling niet wordt bereikt;6° hoe de dienst de door het Agentschap aanbevolen kwaliteiten integreert. De resultaten van de auto-evaluatie worden ter kennis gebracht van de inrichtende macht, alle personeelsleden van de dienst, de gebruikers of, in voorkomend geval, hun wettelijke vertegenwoordigers. Onderafdeling
- - Voorwaarden met betrekking tot de behandeling van de bezwaren Art. 1314/35.De dienst organiseert een proces voor de behandeling van de bezwaren geformuleerd door de gebruikers en hun naasten i.v.m. de prestaties die de dienst hun biedt. De dienst wijst minstens één referent aan onder de personeelsleden. Diens rol en identiteit worden omschreven en minstens bij aanplakking bij het onthaal en verschillende voor alle gebruikers van de dienst zichtbare plaatsen medegedeeld. De voordracht wordt door de raad der gebruikers goedgekeurd. Onderafdeling
- - Voorwaarden in verband met telebewakingssystemen Art. 1314/36.De erkenning van de diensten, centra of instellingen die over een telebewakingssysteem of een gelijksoortig systeem beschikken, is onderworpen aan de inachtneming van artikel 22 van de Grondwet. Onderafdeling
- - Voorwaarden betreffende het personeel Art. 1314/37.Het personeel van de diensten voldoet aan de kwalificatienormen waarin bijlage 114/2 voorziet. De dienst stelt de voor eensluidend verklaarde afschriften van de diploma's van de personeelsleden ter beschikking van het Agentschap. Bij hun indienstneming moeten de personeelsleden van de diensten een uittreksel uit het strafregister aan de dienst overleggen dat vrijgesteld is van veroordelingen tot correctionele straffen voor wanbedrijven die onverenigbaar zijn met de functie, of tot criminele straffen. Art. 1314/38.De dienst voldoet aan de normen inzake het personeel waarin bijlage 114/3 voorziet. In een administratieve entiteit zoals omschreven in artikel 1314/1, 6°, worden de kwantitatieve normen per dienst opgeteld en gecontroleerd via de globalisering van het personeel dat bij de verschillende betrokken diensten aangesteld is.". Art. 64.In deel II, boek V, titel XI, subtitel 2, hoofdstuk III, afdeling 4, onderafdeling 16 van hetzelfde Wetboek worden de artikelen 1314/38/1 tot 1314/38/4 ingevoegd, luidend als volgt: "Art. Art. 1314/38/
- Het personeel van de diensten waarvan de puntendoelstelling hoger is dan 3000, bestaat uit werknemers met minstens drie van de volgende vier kwalificaties: 1° psycholoog of assistent psychologie of psychopedagoog;2° opvoeder;3° maatschappelijk assistent;4° paramedisch assistent. Art. 1314/38/
- In geen geval worden de prestaties van personeelsleden gefinancierd door het RIZIV of elke andere Belgische openbare overheid in aanmerking genomen voor de berekening van de naleving van de begeleidingsnormen. Art. 1314/38/
- De dienst zorgt voortdurend voor een effectieve directie. Als de directeur niet aanwezig is, kan een daartoe gemachtigd personeelslid de nuttige maatregelen nemen in noodgevallen en inspelen zowel op de externe als op de interne aanvragen. Art. 1314/38/
- Op grond van het project van de dienst bedoeld in artikel 469/2, § 1, stelt de dienst een personeelsopleidingprogramma op voor minimum drie jaar. Het plan bedoeld in lid 1, dat opgemaakt wordt na een debat tussen de betrokken actoren, bepaalt de nagestreefde doelstellingen. Het omschrijft de banden tussen de globale omgeving van de dienst, de dynamiek van het project van de dienst en de ontwikkeling van de vaardigheden van het personeel. Het bepaalt de criteria, de wijze en de periodiciteit van de evaluatie van bedoelde drie aspecten, alsook de voorzieningen die tot stand gebracht worden voor de voortgezette vorming van het educatieve personeel. Het plan bedoeld in lid 1 voorziet in de permanente vormingsactiviteiten waaraan de opvoeders-groepsleiders, de onderdirecteurs en de directeurs minstens twee dagen per jaar moeten deelnemen. Het plan bedoeld in lid 1 omvat noodzakelijkerwijze modules gericht op de goede behandeling. Wat betreft het personeel van de diensten die onder de plaatselijke besturen en de provincies ressorteren, ligt het in het eerste lid bedoelde vormingsplan in de lijn van het vormingsplan dat werd uitgewerkt op initiatief van de gewestelijke vormingsraad, ingesteld bij het decreet van 6 mei 1999Relevante gevonden documenten type decreet prom. 06/05/1999 pub. 20/04/2000 numac 2000027033 bron ministerie van het waalse gewest Decreet houdende de eerste aanpassing van de algemene uitgavenbegroting van het Waalse Gewest voor het begrotingsjaar 1999 type decreet prom. 06/05/1999 pub. 10/06/1999 numac 1999027458 bron ministerie van het waalse gewest Decreet houdende oprichting van de publiekrechtelijke naamloze vennootschap « Société de garantie régionale wallonne » (Waalse Gewestelijke Waarborgmaatschappij)
- a)de tenuitvoerlegging en opvolging van het dienstproject;
- b)het personeelsbeheer;
- c)het financieel beheer;
- d)de toepassing van de geldende regelgevingen;
- e)de vertegenwoordiging van de dienst in zijn relaties met het Agentschap;3° onverminderd de bepalingen van artikel 286 van het tweede deel van het decreetgevend deel van het Wetboek maakt de dienst op verzoek van het Agentschap alle bewijsstukken over die vereist worden voor de uitoefening van de controle, meer bepaald de jaarrekeningen, de nodige stukken voor de berekening van de verschillende toelagen, alsmede het vormingsprogramma bedoeld in artikel 1314/38/4;4° de referentie van de door het Agentschap verleende erkenning vermelden op alle akten en overige stukken, publiciteitsfolders en aanplakkingen die van de dienst uitgaan. Als hij door een vereniging zonder winstoogmerk als bedoeld onder 1° ingericht wordt: 1° mag deze niet voor meer dan 1/5 van haar leden samengesteld zijn uit personeelsleden of personen die met hen aanverwant zijn tot de derde graad;2° mag de raad van bestuur niet voor meer dan één derde in elke familie van het totaalaantal bestuurders of van de personen die deel uitmaken van het personeel van de dienst samengesteld zijn uit personen die deel uitmaken van hetzelfde gezin als echtgenoot, wettelijke samenwoners, bloed- of aanverwante tot en met de tweede graad. Er kan een afwijking van de bepalingen bedoeld in lid 2° verleend worden, voor wat betreft de personeelsinspraak, door het beheerscomité op grond van een dossier waarin aangetoond wordt dat bedoelde bepalingen niet aangepast zijn aan het globale project van de dienst. De technische, budgettaire en boekhoudkundige autonomie bedoeld in het eerste lid, 1°, kan eventueel via de organisatie van een administratieve entiteit verkregen worden. Betreffende lid 1, 2°, verzoekt het Agentschap, bij een tekortkoming of een onregelmatigheid in de uitvoering van het mandaat toevertrouwd aan de directeur, de inrichtende macht per aangetekend schrijven de nodige maatregelen te nemen. Het uittreksel uit het strafregister van de directeur en de bestuurders moet vrijgesteld zijn van veroordelingen tot correctionele straffen voor wanbedrijven die onverenigbaar zijn met de functie, of tot criminele straffen. Art. 1314/38/7. § 1. De opschriften en rekeningennummers die met de activiteiten van de diensten overeenstemmen, worden via omzendbrieven aan de diensten meegedeeld. § 2. De financiële bijdragen die aan de begunstigden of hun wettelijke vertegenwoordigers gevraagd worden, moeten als teruggeïnde kosten geboekt worden. In het kader van de controle op het gebruik van de toelagen, worden die bijdragen in mindering gebracht van het bedrag van de overeenstemmende lasten. Ook de toelagen die door de overheid of door de overheid gesubsidieerde liefdadigheidsinstellingen aan de diensten worden toegekend, worden afgetrokken van de overeenkomende lasten die tijdens het boekjaar op een geldige wijze zijn aangerekend. Met deze toelagen wordt slechts rekening gehouden als ze verleend worden om de uitgaven te dekken die in aanmerking worden genomen voor de vaststelling van de toelage. § 3. De beginbalans van elke dienst wordt aan het Agentschap voorgelegd binnen zes maanden na de bekendmaking van het uittreksel van hun erkenningsbesluit in het Belgisch Staatsblad. § 4. Het boekjaar stemt overeen met het kalenderjaar. De jaarrekeningen van elke dienst worden aan het Agentschap overgemaakt uiterlijk dertig juni van het jaar na het boekjaar, samen met het rapport van een bedrijfsrevisor, wiens opdracht erin bestaat de rekeningen te certificeren en, in voorkomend geval, recht te zetten. De jaarrekeningen gaan ook vergezeld van een volledige lijst van de verbonden entiteiten. De boekhoudingen van die entiteiten kunnen bovendien op verzoek ingekeken worden door de diensten van het Agentschap. § 5. Als diensten door een verbonden entiteit verleend worden, geven de dienstverleners hun aanwezigheid aan in het register van het personeel. ». Art. 66.In deel II, boek V, titel XI, subtitel 1, hoofdstuk III, afdeling 4 van hetzelfde Wetboek wordt een onderafdeling 18 ingevoegd, bevattende artikel 1314/38/8, luidend als volgt: "Onderafdeling 18. - Voorwaarden betreffende de gebouwen Art. 1314/38/8. De gebouwen en inrichtingen moeten aan de in bijlage 111 bedoelde architecturale normen voldoen. De gebouwen en installaties bieden de begunstigden toegangsmogelijkheden i.v.m. hun handicap.". Art. 67.In deel II, boek V, titel XI, subtitel 2, hoofdstuk III, afdeling 4 van hetzelfde Wetboek wordt een onderafdeling 19 ingevoegd, bevattende artikel 1314/38/9, luidend als volgt: "Onderafdeling 19. - Verplichtingen betreffende de opname van gehandicapte personen van buitenlandse herkomst Art. 1314/38/9. Onverminderd de bepalingen van artikel 315 van het decreetgevend deel van het Wetboek, maakt de dienst jaarlijks een kadaster van de opgevangen personen van buitenlandse herkomst aan het Agentschap over. Het « kadaster van de opgevangen personen van buitenlandse herkomst » is de lijst van de gehandicapte personen die in de loop van elk werkjaar onthaald worden. Voor elk van hen vermeldt die lijst de naam, de voornaam, de geboortedatum, het geslacht, de nationaliteit, het adres van de woonplaats van de persoon of dat van zijn wettelijke vertegenwoordiger, de overheid (overheden) verantwoordelijk voor de plaatsing en de financiering. De diensten versturen het in lid 1 bedoelde kadaster, behoorlijk ingevuld aan de hand van het door het Agentschap verstrekte formulier, uiterlijk 31 maart na het afgelopen boekjaar. Onverminderd artikel 315 van het decreetgevende deel van het Wetboek delen de diensten, om het Agentschap in staat te stellen om de erkenningsvoorwaarden na te gaan, de documenten bedoeld in artikel 474/1 aan het Agentschap mee, volgens de daar bedoelde nadere regels.". Art. 68.In artikel 1314/81 van hetzelfde Wetboek worden de woorden « bijlage 102 » vervangen door de woorden « bijlage 45/4 ». Art. 69.Artikel 1314/90 van hetzelfde Wetboek, vervangen door het besluit van de Waalse Regering van 23 mei 2016, wordt vervangen als volgt: "Art. 1314/90.De nadere regels voor de controle op de aanwending van de toelagen zijn die bedoeld in de artikelen 474/3 tot 474/5.". Art. 70.Artikel 1314/91 van hetzelfde Wetboek, vervangen door het besluit van de Waalse Regering van 23 juni 2016Relevante gevonden documenten type besluit van de waalse regering prom. 23/06/2016 pub. 15/07/2016 numac 2016027226 bron waalse overheidsdienst Besluit van de Waalse Regering tot wijziging en tot opheffing van sommige bepalingen van het Waals reglementair wetboek van sociale actie en gezondheid, Tweede deel, Boek V, Titel XI, betreffende de residentiële diensten en dagopvangdiensten voor gehandicapte personen en tot wijziging van het besluit van de Waalse Regering van 27 mei 2010 betreffende de subsidiëring van de maatregelen van de driedelige overeenkomst voor de Waalse privé non-profitsector type besluit van de waalse regering prom. 23/06/2016 pub. 05/07/2016 numac 2016203462 bron waalse overheidsdienst Besluit van de Waalse Regering tot wijziging van Deel VIII van Boek I van het Milieuwetboek, wat betreft de aanwijzing van personeelsleden vaststellers inzake bodems, pesticiden, landbouw en riviervisserij sluiten, wordt opgeheven. Art. 71.In deel II, boek V, titel XI van hetzelfde Wetboek, wordt afdeling 4 van hoofdstuk III van subtitel 3, ingevoegd bij het besluit van de Waalse Regering van 14 december 2017 en bevattende de huidige artikelen 1314/110 tot 1314/132, vervangen als volgt: "Onderafdeling 4. - Erkenningsvoorwaarden Onderafdeling 1. -
Art. 1314
/110.Behalve de erkenningsbeginselen bepaald bij de artikelen 467 en 469, voldoen de diensten aan de erkenningsvoorwaarden bedoeld in de artikelen 1314/112 tot 1314/132/
- Indien de voorwaarden bedoeld in lid 1 niet vervuld zijn, kan de erkenning opgeschort of ingetrokken dan wel het aantal erkende plaatsen beperkt overeenkomstig dezelfde procedure als waarvan sprake in artikel
- Art. 1314/111.Bij de sluiting van een dienst ten gevolge van de intrekking van de erkenning verzoekt het Agentschap elke dienst om samenwerking zodat dringend voor de opvang en het verblijf van de gehandicapte personen kan worden gezorgd. Onderafdeling
- - Algemene voorwaarden betreffende de opvang van gebruikers Art. 1314/112.De dienst voert de regelingen uit, die het respect van het privéleven van de persoon mogelijk maken, alsook van zijn ideologische, filosofische en religieuze overtuigingen, en van het goed zedelijk gedrag. Hij verzekert hem een bevoegde begeleiding die aan zijn behoeften aangepast is, alsook kwaliteitsvolle levensomstandigheden met het oog op een zorgzame aandacht voor zijn welzijn, zijn behoeften en zijn wensen. Art. 1314/113.De families, vrienden en naasten wier aanwezigheid gevraagd wordt door de persoon of, in voorkomend geval, zijn wettelijke vertegenwoordiger, hebben een toegangsrecht tot de dienst in aangepaste en vriendelijke plaatsen. Art. 1314/114.Om regelmatig in contact te kunnen komen met hun families en de inclusie te bevorderen door de inzet van nieuwe informaticatechnologieën, worden communicatiemiddelen zoals telefoon, computer en internet ter beschikking van de gebruikers gesteld. Bij ieder contact wordt een respectvolle omgang met de intimiteit en het vertrouwelijk karakter ervan gevrijwaard. Art. 1314/115.Met respect voor het zelfbeschikkingsprincipe van de persoon en rekening houdend met de grenzen van het medisch geheim, garandeert de dienst aan de persoon of diens wettelijke vertegenwoordiger in voorkomend geval of aan zijn familie exacte en tijdige informatie over iedere vraag in verband met de opvang en het verblijf van die persoon en in het bijzonder met diens gezondheidstoestand. Art. 1314/116.De residentiële dienst is in staat om de begunstigden vierentwintig uur op vierentwintig en driehonderdvijfenzestig dagen per jaar op te vangen of te huisvesten. Onderafdeling
- - Voorwaarden betreffende het Handvest Art. 1314/117.De dienst werkt een waardenhandvest uit opgemaakt op basis van de referentiebeginselen vermeld in bijlage 117/
- Dit wordt bij de documenten voor de opvang gevoegd, en aangeplakt bij de ingang van de dienst en op verschillende zichtbare plaatsen in de dienst. Onderafdeling
- - Voorwaarden betreffende het dienstproject Art. 1314/118.De diensten baseren hun beheer op een dienstproject uitgewerkt volgens de nadere regels van artikel 469/2, §
- Onderafdeling
- - Voorwaarden betreffende het activiteitenverslag Art. 1314/119.De dienst maakt jaarlijks uiterlijk 30 juni het activiteitenverslag aan het Agentschap over. Het activiteitenverslag wordt op grond van het plan vermeld in bijlage 117/4 gestructureerd. Alle personeelsleden van de dienst, de gebruikers of, in voorkomend geval, hun wettelijke vertegenwoordigers, worden in kennis gesteld van het jaarlijkse activiteitenverslag van de dienst. Deze documenten worden hen bovendien voortdurend ter inzage gelegd. Onderafdeling
- - Voorwaarden betreffende de opvangovereenkomst Art. 1314/120.Elke verzorging wordt ondergeschikt gemaakt aan de voorafgaandelijke ondertekening van een overeenkomst tussen de beheerder en de persoon of, in voorkomend geval, zijn wettelijke vertegenwoordiger, waarin minstens de elementen bedoeld in bijlage 117/5 vermeld worden. Onderafdeling
- - Voorwaarden met betrekking tot de dossiers van de gebruikers Art. 1314/121.Alle erkende diensten houden een dossier van de persoon bij dat de volgende elementen omvat: 1° kennis, bekwaamheden, potentialiteiten en verlangens van de persoon;2° lichamelijke en geestelijke gezondheid;3° sociaal en familiaal leven van de persoon. Art. 1314/122.De medische balans bevat de doktersattesten en medische onderzoeksprotocollen of de voor zijn verzorging nuttige documenten die de persoon bij zijn opname heeft overgelegd, alsook alle stukken die opgemaakt worden tijdens zijn verblijf in de dienst. De medische inspectie van het Agentschap of de medische inspectie van de buitenlandse publieke overheid kan inzage in het medisch dossier krijgen. Art. 1314/123.Het dossier van de persoon volgt hem bij reoriëntatie naar een andere dienst en rekening houdend met de regels inzake beroepsgeheim en gegevensbescherming. Onderafdeling
- - Voorwaarden betreffende de individuele projecten Art. 1314/124.§
- De dienst biedt de persoon een individueel project dat aan zijn behoeften, bekwaamheden en verlangens aangepast is. §
- De dienst werkt een individueel project uit voor elke gebruiker en formaliseert het. Dat individuele project wordt uitgewerkt in samenwerking met de persoon of, in voorkomend geval, zijn wettelijke vertegenwoordiger, zijn gezin en alle interne en externe interveniënten. Het bevat minstens: 1° de identiteitsgegevens van de begunstigde: 2° de te halen doelstellingen;3° de aangewende methode en de gebruikte concrete middelen om zijn doelstellingen te halen;4° iedere persoon op wie een beroep kan worden gedaan;5° de evaluatieprocedure en de vervaldatum ervan. Het project wordt voor de eerste keer binnen zes maanden, te rekenen vanaf de opvang binnen de dienst, opgemaakt. §
- Om het individuele project te ontwikkelen, voert de dienst een globale evaluatie van de persoon uit, waarbij minstens de volgende leefgebieden behandeld worden: 1° de autonomie;2° de huishoudelijke vaardigheden;3° de kleuter- en schoolvaardigheden;4° de beroepsvaardigheden;5° de werkpunten in het gedrag;6° de sensomotorische ontwikkeling;7° de socialisatie;8° de gezondheid en de hygiëne;9° de communicatie;10° het affectieve en seksuele leven. Onderafdeling
- - Voorwaarden met betrekking tot de interne communicatiemiddelen Art. 1314/125.In een communicatiemiddel worden door de dienst alle nuttige inlichtingen opgetekend ten behoeve van de educatieve teams. De informatie bedoeld in lid 1 vermeldt alle nodige opmerkingen om de continuïteit van de nodige en gepaste prestaties te verzekeren aan de verschillende gebruikers. Een specifiek luik is bestemd voor de informatie betreffende hun gezondheid en hun veiligheid. Art. 1314/126.In een communicatiemiddel worden door de dienst alle nuttige inlichtingen opgetekend ten behoeve van de zorgteams om de continuïteit en de kwaliteit van de zorgen, verstrekt aan de verschillende gebruikers, te verzekeren. De informatie bedoeld in lid 1 met betrekking tot de gezondheid van de gebruikers staat onder het toezicht van een coördinerend arts of de verpleegkundige dienst, wier prestatievolume aangepast is aan een optimale zorgopdrachtenuitvoering ter garantie van de veiligheid, de gezondheid en het welzijn van de personen.". Art. 72.In deel II, boek V, titel XI, subtitel 3 van hetzelfde Wetboek wordt in afdeling 4 van hoofdstuk III een onderafdeling 10 ingevoegd, bevattende artikel 1314/127, luidend als volgt: "Onderafdeling
- - Algemene voorwaarden betreffende de opvang van een nieuwe gebruiker Art. 1314/127.De opvang van een nieuwe gebruiker maakt het voorwerp uit van een procedure bestemd om in te spelen op de specifieke behoeften die gebonden zijn aan die bijzondere periode. Voor de nieuwe gebruiker heeft deze procedure met name tot doel: 1° hem iedere nuttige informatie meedelen voor zijn welzijn en zijn integratie op de dienst;2° hem op regelmatige wijze te begeleiden om hem te helpen zijn nieuw milieu te ontdekken en om zijn integratie op de beste manier te bevorderen;3° bekend te worden met de nodige aanpassingen om zo goed mogelijk rekening te houden met zijn behoeften en wensen. Voor de familie en de naasten heeft deze procedure tot doel: 1° de uitwisselingen tot stand te brengen om zoveel mogelijk nuttige informatie te verzamelen teneinde rekening te houden met de specifieke behoeften van de nieuwe gebruiker;2° hun de nuttige informatie te verstrekken over de voorwaarden waaronder de nieuwkomer wordt verwelkomd;3° af te spreken met wie indien nodig contact moet worden opgenomen. Voor de beroepsmatige gebruikers heeft deze procedure met name tot doel: 1° hen onmiddellijk, en indien mogelijk vóór de aankomst van de persoon, in te kennis te stellen van alle bekende feiten die hem betreffen en die betrekking hebben op de in artikel 1314/124, § 3, bedoelde levensgebieden, en met name op die welke zijn gezondheid betreffen;2° het personeelslid aan te wijzen dat verantwoordelijk is voor het verzamelen van deze informatie bij de naasten van de nieuwkomer en bij de beroepsmatige gebruikers die hem in zijn vorige trajecten hebben begeleid; 3° hen op de hoogte te brengen van contacten tussen naasten en andere medewerkers waarmee contact moet worden opgenomen in geval van vragen of informatiebehoeften.". Art. 73.In deel II, boek V, titel XI, subtitel 3 van hetzelfde Wetboek wordt in afdeling 4 van hoofdstuk III een onderafdeling 11 ingevoegd, bevattende artikel 1314/128, luidend als volgt: "Onderafdeling
- - Voorwaarden betreffende de activiteiten Art. 1314/128.§
- De activiteiten worden aangepast aan de behoeften, bekwaamheden en verlangens van de personen. De dienst zorgt voor een optimale begeleiding op educatief, psychologisch en sociaal vlak, die aangepast is aan hun behoeften met het oog op de sociale, culturele of professionele integratie van de persoon. Daarvoor stelt hij afwisselende en aan iedereen aangepaste activiteiten voor, waarbij de nadruk wordt gelegd op valoriserende activiteiten die bij voorkeur buiten de inrichting worden georganiseerd. §
- De dienst voorziet, uitgezonderd de onder toezicht staande huisvestings- en residentiële nachtdiensten, in de nodige instrumenten om de dagelijkse activiteiten die hij zowel binnen als buiten de instelling organiseert, te beheren. Ze zijn voor iedereen toegankelijk en maken het mogelijk ten minste de volgende elementen te identificeren: 1° de plaats van de activiteit;2° de datum van de activiteit; 3° de deelnemers en het betrokken begeleidingspersoneel.". Art. 74.In deel II, boek V, titel XI, subtitel 3 van hetzelfde Wetboek wordt in afdeling 4 van hoofdstuk III een onderafdeling 12 ingevoegd, bevattende artikel 1314/129, luidend als volgt: "Onderafdeling
- - Voorwaarden betreffende de maaltijden Art. 1314/129.De bewoners krijgen drie maaltijden per dag. Behoudens gewettigde uitzondering moet één van die maaltijden een volledige warme maaltijd zijn. De voeding is gezond en gevarieerd en wordt aan de toestand van de persoon aangepast. Ze leeft de kwaliteitsregels betreffende de voeding van de personen na. De door de huisarts voorgeschreven diëten worden in acht genomen. Voor minstens twee maaltijden per dag zijn twee menu's naar keuze of alternatieven voorzien rekening houdende met de wensen van de bewoners. Er wordt een register bijgehouden waarin minstens de lijst van de menu's van de afgelopen maand voorkomt. Dit register is voortdurend toegankelijk voor de met de controle belaste personeelsleden.". Art. 75.In deel II, boek V, titel XI, subtitel 3 van hetzelfde Wetboek wordt in afdeling 4 van hoofdstuk III een onderafdeling 13 ingevoegd, bevattende artikel 1314/130, luidend als volgt: "Onderafdeling
- - Voorwaarden betreffende de raad van gebruikers Art. 1314/130.Binnen elke dienst dient een uit gebruikers bestaande raad opgericht te worden die ermee belast is alle voorstellen te formuleren m.b.t. de levenskwaliteit en de praktische organisatie van de opvang of van de huisvesting van de gebruikers. De gebruikersraad bestaat uit ten minste drie leden waaronder de voorzitter die uit zijn midden gekozen is. Hij vergadert minstens één keer per kwartaal. De dienst zorgt ervoor dat de lijst van de leden van de raad aan de gebruikers en aan hun wettelijke vertegenwoordigers overgelegd wordt. Een personeelslid zorgt voor de animatie en neemt het secretariaat van de raad van gebruikers waar, maakt de notulen van de vergaderingen op en neemt ze op in een register dat daartoe voorzien wordt. De verantwoordelijken van de dienst verstrekken de raad van gebruikers elke informatie die nuttig is om aan het dienstproject deel te nemen. Tussen de raad van gebruikers en de dienst wordt overleg gepleegd voor de wijzigingen in het huishoudelijk reglement alsook voor de belangrijke wijzigingen van de algemene levensomstandigheden. De dienst bepaalt deelnamemodaliteiten die aangepast worden aan de kenmerken van de gebruikers.". Art. 76.In deel II, boek V, titel XI, subtitel 3 van hetzelfde Wetboek wordt in afdeling 4 van hoofdstuk III een onderafdeling 14 ingevoegd, bevattende artikel 1314/131, luidend als volgt: "Onderafdeling
- - Voorwaarden betreffende de kwaliteit van de prestaties geboden aan de gebruikers Art. 1314/131.De dienst gaat uiterlijk na afloop van het vierde jaar van het doelstellingencontract over tot de evaluatie van de kwaliteit van zijn prestaties, in overleg met de gebruikers, hun naasten en het team zorgverstrekkers. De evaluatie kan intern of met een derde instelling uitgevoerd worden. De methodologie van die evaluatie bepaalt minstens: 1° hoe de dienst systematisch gegevens over de kwaliteit van de aan individuele personen verleende prestaties verzamelt en registreert;2° hoe de dienst de onder 1° vermelde gegevens gebruikt om doelstellingen inzake kwaliteitsverbetering te formuleren en het dienstenproject aan te passen;3° de strategie en het tijdschema die de dienst volgt om de doelstellingen bedoeld in 2° te bereiken;4° hoe en hoe vaak de dienst beoordeelt of de doelstellingen zijn bereikt;5° de verbeteringsacties die de dienst onderneemt wanneer een doelstelling niet wordt bereikt;6° hoe de dienst de door het Agentschap aanbevolen kwaliteiten integreert. De resultaten van de auto-evaluatie worden ter kennis gebracht van de inrichtende macht, alle personeelsleden van de dienst, de gebruikers of, in voorkomend geval, hun wettelijke vertegenwoordigers.". Art. 77.In deel II, boek V, titel XI, subtitel 3 van hetzelfde Wetboek wordt in afdeling 4 van hoofdstuk III een onderafdeling 15 ingevoegd, bevattende artikel 1314/132, luidend als volgt: "Onderafdeling
- - Voorwaarden met betrekking tot de behandeling van de bezwaren Art. 1314/132.De dienst organiseert een proces voor de behandeling van de bezwaren geformuleerd door de gebruikers en hun naasten i.v.m. de prestaties die de dienst hun biedt. Dienst wijst minstens één referent aan onder de personeelsleden. Diens rol en identiteit worden omschreven en minstens bij aanplakking bij het onthaal en verschillende voor alle gebruikers van de dienst zichtbare plaatsen medegedeeld. De voordracht wordt door de raad der gebruikers goedgekeurd.". Art. 78.In deel II, boek V, titel XI, subtitel 3, hoofdstuk III, afdeling 4, van hetzelfde Wetboek worden een onderafdeling 16 ingevoegd, bevattende de artikelen 1314/132/1 tot 1314/132/7, luidend als volgt: "Onderafdeling
- - Voorwaarden betreffende het personeel Art. 1314/132/
- Het personeel van de diensten voldoet aan de kwalificatienormen waarin bijlage 98 voorziet. De dienst stelt de voor eensluidend verklaarde afschriften van de diploma's van de personeelsleden ter beschikking van het Agentschap. Bij hun indienstneming moeten de personeelsleden van de diensten een uittreksel uit het strafregister aan de dienst overleggen dat vrijgesteld is van veroordelingen tot correctionele straffen voor wanbedrijven die onverenigbaar zijn met de functie, of tot criminele straffen. Art. 1314/132/
- De diensten moeten voldoen aan de in de bijlagen 106, 107 en 108 bedoelde personeelsnormen. In een administratieve entiteit, zoals bedoeld in artikel 1314/97, 5°, worden de in bijlage 106 en 107 bedoelde kwantitatieve normen per dienst opgeteld en gecontroleerd door het totaal op te maken van het personeel aangesteld bij de verschillende betrokken diensten. Art. 1314/132/
- In geen geval worden de prestaties van personeelsleden gefinancierd door het RIZIV of elke andere Belgische openbare overheid in aanmerking genomen voor de berekening van de naleving van de begeleidingsnormen. Art. 1314/132/
- De dienst zorgt voortdurend voor een effectieve directie. Als de directeur niet aanwezig is, kan een daartoe gemachtigd personeelslid de nuttige maatregelen nemen in noodgevallen en inspelen zowel op de externe als op de interne aanvragen. Art. 1314/132/
- Naast de in deze afdeling bepaalde begeleidingsnormen wordt de multidisciplinariteit van de teams in de diensten, erkend om meer dan vijftien personen te huisvesten, verzekerd door de aanwezigheid van werknemers die minstens 3 van de 4 volgende kwalificaties hebben: psycholoog of psychopedagoog, opvoeder, maatschappelijk assistent, paramedisch. Art. 1314/132/
- De beheerders voorzien, onder hun verantwoordelijkheid, in de nachtbegeleiding om te zorgen voor de veiligheid van de gebruikers alsook voor hun welzijn en rekening houdend met hun handicap en de indeling van de ruimtes. Behoudens in de onder toezicht staande huisvestingsdiensten bestaat de nachtbegeleiding minstens uit: 1° één personeelslid : 2° twee personeelsleden in de paviljoenstructuren met meer dan dertig personen in het totaal. De nachtbegeleiding wordt permanent verzekerd tussen het vertrek en de terugkeer van de dagploeg. Het personeel dat `s nachts aanwezig is, voldoet aan de kwalificatie en bevoegdheidsvoorwaarden van het educatieve personeel. Art. 1314/132/
- §
- Op grond van het project van de dienst bedoeld in artikel 469/2, § 1, stelt de dienst een personeelsopleidingprogramma op voor minimum drie jaar. Het plan bedoeld in lid 1, dat opgemaakt wordt na een debat tussen de betrokken actoren, bepaalt de nagestreefde doelstellingen. Het omschrijft de banden tussen de globale omgeving van de dienst, de dynamiek van het project van de dienst en de ontwikkeling van de vaardigheden van het personeel. Het bepaalt de criteria, de wijze en de periodiciteit van de evaluatie van bedoelde drie aspecten, alsook de voorzieningen die tot stand gebracht worden voor de voortgezette vorming van het educatieve personeel. Het plan bedoeld in lid 1 voorziet in de permanente vormingsactiviteiten waaraan de opvoeders-groepsleiders, de onderdirecteurs en de directeurs minstens twee dagen per jaar moeten deelnemen. Het plan bedoeld in lid 1 omvat noodzakelijkerwijze modules gericht op de goede behandeling. Wat betreft het personeel van de diensten die onder de plaatselijke besturen en de provincies ressorteren, ligt het in het eerste lid bedoelde vormingsplan in de lijn van het vormingsplan dat werd uitgewerkt op initiatief van de gewestelijke vormingsraad, ingesteld bij het decreet van 6 mei 1999Relevante gevonden documenten type decreet prom. 06/05/1999 pub. 20/04/2000 numac 2000027033 bron ministerie van het waalse gewest Decreet houdende de eerste aanpassing van de algemene uitgavenbegroting van het Waalse Gewest voor het begrotingsjaar 1999 type decreet prom. 06/05/1999 pub. 10/06/1999 numac 1999027458 bron ministerie van het waalse gewest Decreet houdende oprichting van de publiekrechtelijke naamloze vennootschap « Société de garantie régionale wallonne » (Waalse Gewestelijke Waarborgmaatschappij)
- - Voorwaarden betreffende het administratief en boekhoudkundig beheer Art.1314/132/
- Om erkend te worden en vooraleer een gehandicapte persoon op te vangen sluit de dienst een verzekeringspolis: 1° die zijn wettelijke aansprakelijkheid of die van de personen dekt voor wie hij aansprakelijk is indien de begunstigde schade lijdt of veroorzaakt;2° ter dekking van alle schade die door een gerechtigde toegebracht wordt en die zijn burgerlijke aansprakelijkheid niet op het spel zou zetten of van alle schade waarvan hij het slachtoffer zou zijn geweest gedurende zijn verblijf. De verzekeringspolis betreffende 1° moet bepalen dat de begunstigde de hoedanigheid van derde behoudt, en de schade dekken ten belope van minimum 2.478.935,35 euro voor lichamelijke schade en 247.893,53 euro per schadegeval voor materiële schade. De verzekering betreffende 2° dekt het overlijden voor een minimumbedrag van 2.478,94 euro, de permanente ongeschiktheid tegen een minimumbedrag van 12.394,68 euro