Artikel 5:44 Awb – Samenloop met strafrechtelijke handhaving
Algemene wet bestuursrecht (Awb) · Hoofdstuk 5. Handhaving › Titel 5.4. Bestuurlijke boete › Afdeling 5.4.1. Algemene bepalingen · niet-officieel opschrift
1Het bestuursorgaan legt geen bestuurlijke boete op indien tegen de overtreder wegens dezelfde gedraging een strafvervolging is ingesteld en het onderzoek ter terechtzitting is begonnen, dan wel een strafbeschikking is uitgevaardigd.
2Indien de gedraging tevens een strafbaar feit is, wordt zij aan de officier van justitie voorgelegd, tenzij bij wettelijk voorschrift is bepaald, dan wel met het openbaar ministerie is overeengekomen, dat daarvan kan worden afgezien.
3Voor een gedraging die aan de officier van justitie moet worden voorgelegd, legt het bestuursorgaan slechts een bestuurlijke boete op indien:
a. de officier van justitie aan het bestuursorgaan heeft medegedeeld ten aanzien van de overtreder van strafvervolging af te zien, of
b. het bestuursorgaan niet binnen dertien weken een reactie van de officier van justitie heeft ontvangen.
Rechtspraak over Artikel 5:44 Awb
101
2026-04-10
2025-06-04
2025-05-06
Andere artikelen in dit onderdeel
- Artikel 5:40Begrip bestuurlijke boete
- Artikel 5:41Verwijtbaarheid als voorwaarde voor boeteoplegging
- Artikel 5:42Overlijden van de overtreder
- Artikel 5:43Una via-beginsel bij bestuurlijke boete
- Artikel 5:45Vervaltermijn bevoegdheid bestuurlijke boete
- Artikel 5:46Hoogte van de bestuurlijke boete
- Artikel 5:47