Artikel 8:82 Awb – Griffierecht bij voorlopige voorziening
Algemene wet bestuursrecht (Awb) · Hoofdstuk 8. Bijzondere bepalingen over de wijze van procederen bij de bestuursrechter › Titel 8.3. Voorlopige voorziening en onmiddellijke uitspraak in de hoofdzaak · niet-officieel opschrift
Kort uitgelegd
Artikel 8:82 Awb regelt het griffierecht bij een verzoek om voorlopige voorziening. De griffier heft dit recht bij de verzoeker, gelijk aan het bedrag dat voor de hoofdzaak verschuldigd is of zou zijn. Betaling moet binnen twee weken bijgeschreven of gestort zijn, al kan de voorzieningenrechter een kortere termijn stellen. Het griffierecht wordt terugbetaald als het verzoek wordt ingetrokken omdat het bestuursorgaan de uitvoering van het besluit tijdens de hoofdzaak opschort, of omdat de belanghebbende de gevraagde maatregelen zelf zal nemen. De uitspraak kan bepalen dat het bestuursorgaan het griffierecht geheel of gedeeltelijk vergoedt; ook in andere gevallen kan het bestuursorgaan dit doen.
Begrijpelijke samenvatting. Alleen de tekst van het artikel is juridisch bindend.
a. omdat het bestuursorgaan aan de voorzieningenrechter schriftelijk heeft medegedeeld de uitvoering van het bestreden besluit tijdens de procedure over de hoofdzaak op te schorten, of
b. omdat de belanghebbende tot wie het bestreden besluit is gericht, aan de voorzieningenrechter schriftelijk heeft medegedeeld de gevraagde voorlopige maatregelen te zullen nemen.
Rechtspraak over Artikel 8:82 Awb
Verwijzingen in dit artikel
Artikelen die naar dit artikel verwijzen
Andere artikelen in dit onderdeel
- Artikel 8:81Voorlopige voorziening hangende bezwaar of beroep
- Artikel 8:83Zitting bij de voorlopige voorziening
- Artikel 8:84Uitspraak op verzoek om voorlopige voorziening
- Artikel 8:85Vervallen van de voorlopige voorziening
- Artikel 8:86Onmiddellijke uitspraak in de hoofdzaak
- Artikel 8:87Opheffing of wijziging van een voorlopige voorziening