Officiële bronnenwetten.overheid.nl · EUR-Lex
Europaius

Artikel 1:253a BW – Geschillenregeling bij gezamenlijk gezag

Burgerlijk Wetboek (BW) · Boek 1. Personen- en familierecht › Titel 14. Het gezag over minderjarige kinderen › Afdeling 2. Ouderlijk gezag · niet-officieel opschrift

Kort uitgelegd

Dit artikel bepaalt dat ouders met gezamenlijk gezag geschillen hierover kunnen voorleggen aan de rechtbank, die beslist in het belang van het kind. Ook kan de rechtbank een regeling vaststellen over zorg- en opvoedingstaken, eventueel met een tijdelijk contactverbod, de hoofdverblijfplaats, informatieverschaffing en raadpleging van de andere ouder, en informatieverstrekking door derden. Bij niet-nakoming van de verplichting uit artikel 247a wordt de beslissing aangehouden, tenzij het belang van het kind zich daartegen verzet. De rechtbank probeert eerst een vergelijk te bereiken, kan daarna een dwangmiddel opleggen of tenuitvoerlegging toestaan, en behandelt het verzoek binnen zes weken.

Begrijpelijke samenvatting. Alleen de tekst van het artikel is juridisch bindend.

1In geval van gezamenlijke uitoefening van het gezag kunnen geschillen hieromtrent op verzoek van de ouders of van een van hen aan de rechtbank worden voorgelegd. De rechtbank neemt een zodanige beslissing als haar in het belang van het kind wenselijk voorkomt.
2De rechtbank kan eveneens op verzoek van de ouders of een van hen een regeling vaststellen inzake de uitoefening van het ouderlijk gezag. Deze regeling kan omvatten:

a. een toedeling aan ieder der ouders van de zorg- en opvoedingstaken, alsmede met overeenkomstige toepassing van artikel 377a, derde lid , een tijdelijk verbod aan een ouder om met het kind contact te hebben;

b. de beslissing bij welke ouder het kind zijn hoofdverblijfplaats heeft;

c. de wijze waarop informatie omtrent gewichtige aangelegenheden met betrekking tot de persoon en het vermogen van het kind wordt verschaft aan de ouder bij wie het kind niet zijn hoofdverblijfplaats heeft dan wel de wijze waarop deze ouder wordt geraadpleegd;

d. de wijze waarop informatie door derden overeenkomstig artikel 377c, eerste en tweede lid , wordt verschaft.

3Indien op de ouders de verplichting van artikel 247a rust en zij daaraan niet hebben voldaan, houdt de rechter de beslissing op een in het tweede lid bedoeld verzoek ambtshalve aan, totdat aan die verplichting is voldaan. Aanhouding blijft achterwege indien het belang van het kind dit vergt.
4De artikelen 377e en 377g zijn van overeenkomstige toepassing. Daar waar in deze bepalingen gesproken wordt over omgang of een omgangsregeling wordt in plaats daarvan gelezen: een verdeling van de zorg- en opvoedingstaken.
5De rechtbank beproeft alvorens te beslissen op een verzoek als in het eerste of tweede lid bedoeld, een vergelijk tussen de ouders en kan desverzocht en ook ambtshalve, zulks indien geen vergelijk tot stand komt en het belang van het kind zich daartegen niet verzet, een door de wet toegelaten dwangmiddel opleggen, dan wel bepalen dat de beschikking of onderdelen daarvan met toepassing van artikel 812, tweede lid, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering ten uitvoer kunnen worden gelegd.
6De rechtbank behandelt het verzoek binnen zes weken.

Officiële bron: wetten.overheid.nl · Volledige tekst · Inhoudsopgave

Rechtspraak over Artikel 1:253a BW

2 340

Verwijzingen in dit artikel

5

Artikelen die naar dit artikel verwijzen

5

Andere artikelen in dit onderdeel

Tekst volgens de officiële bron. Alleen de officiële bekendmaking is rechtsgeldig.