Artikel 1:251 BW – Gezamenlijke uitoefening van ouderlijk gezag
Burgerlijk Wetboek (BW) · Boek 1. Personen- en familierecht › Titel 14. Het gezag over minderjarige kinderen › Afdeling 2. Ouderlijk gezag · niet-officieel opschrift
Kort uitgelegd
Dit artikel bepaalt dat ouders tijdens hun huwelijk het gezag gezamenlijk uitoefenen. Na ontbinding van het huwelijk anders dan door de dood, of na scheiding van tafel en bed, blijven ouders die gezamenlijk het gezag hadden, dit gezag ook daarna gezamenlijk uitoefenen.
Begrijpelijke samenvatting. Alleen de tekst van het artikel is juridisch bindend.
1Gedurende hun huwelijk oefenen de ouders het gezag gezamenlijk uit.
2Na ontbinding van het huwelijk anders dan door de dood of na scheiding van tafel en bed blijven de ouders die gezamenlijk het gezag hebben, dit gezag gezamenlijk uitoefenen.
Rechtspraak over Artikel 1:251 BW
187
2026-05-12
2026-03-27
2026-02-27
2026-02-16
2026-01-27
2026-01-21
2026-01-21
2026-01-20
Artikelen die naar dit artikel verwijzen
1