Artikel 1:251b BW – Gezamenlijk gezag van moeder en erkenner
Burgerlijk Wetboek (BW) · Boek 1. Personen- en familierecht › Titel 14. Het gezag over minderjarige kinderen › Afdeling 2. Ouderlijk gezag · niet-officieel opschrift
a. een voogd met de voogdij over het kind is belast;
b. de voorziening in het gezag over het kind is komen te ontbreken;
c. de ouder die het gezag heeft, dit gezamenlijk met een ander dan een ouder uitoefent; of
d. de erkenner eerder het gezag over het kind heeft uitgeoefend.
a. de moeder en de erkenner hebben verklaard dat het gezag alleen door de moeder wordt uitgeoefend; of
b. de rechtbank vervangende toestemming voor de erkenning heeft verleend als bedoeld in artikel 204, derde en vierde lid .
De ambtenaar van de burgerlijke stand doet onverwijld na de erkenning of, in geval van een erkenning voor de geboorte van het kind, na de aangifte van de geboorte, mededeling aan de griffier van de verklaring, bedoeld onder a, of de erkenning met vervangende toestemming, bedoeld onder b, ter aantekening in het register, bedoeld in artikel 244 .
Rechtspraak over Artikel 1:251b BW
Verwijzingen in dit artikel
- Artikel 1:203Wijze en gevolg van erkenning
- Artikel 1:204Nietigheid van erkenning
- Artikel 1:244Registers van gezag over minderjarigen
Artikelen die naar dit artikel verwijzen
- Artikel 1:247Omvang van het ouderlijk gezag
- Artikel 1:247aVerplicht ouderschapsplan bij gezamenlijk gezag
- Artikel 1:252Aantekening van gezamenlijk gezag in het register