Artikel 1:253g BW – Gezag na overlijden van de alleen gezaghebbende ouder
Burgerlijk Wetboek (BW) · Boek 1. Personen- en familierecht › Titel 14. Het gezag over minderjarige kinderen › Afdeling 2. Ouderlijk gezag › Paragraaf 1a. Het gezamenlijk gezag van ouders binnen een geregistreerd partnerschap · niet-officieel opschrift
1Indien van de ouders diegene overlijdt die het gezag over hun minderjarige kinderen alleen uitoefent, bepaalt de rechter dat de overlevende ouder of een derde met het gezag over deze kinderen wordt belast.
2De rechter doet dit op verzoek van de raad voor de kinderbescherming, de overlevende ouder of ambtshalve.
3Het verzoek om de overlevende ouder met het gezag te belasten wordt slechts afgewezen, indien de rechter oordeelt dat het belang van de minderjarige zich tegen inwilliging verzet.
4Het derde lid is mede van toepassing indien de overleden ouder een voogd had aangewezen overeenkomstig artikel 292 van dit boek.
Rechtspraak over Artikel 1:253g BW
64
2025-11-27
2025-10-08
2025-07-29
2025-04-28
2025-03-25
2025-02-13
2025-02-10
Verwijzingen in dit artikel
1
Andere artikelen in dit onderdeel
- Artikel 1:253aaGezamenlijk gezag tijdens geregistreerd partnerschap
- Artikel 1:253bGezag na geboorte zonder gezamenlijk gezag
- Artikel 1:253cGezamenlijk gezag op verzoek van ouder
- Artikel 1:253dGezamenlijk gezag na ontbreken gezagsvoorziening
- Artikel 1:253eVerlies van gezag door ouder
- Artikel 1:253fGezag van de overlevende ouder na overlijden
- Artikel 1:253hWijziging van voogdij ten gunste van overlevende ouder
- Artikel 1:253haMeerderjarigverklaring van minderjarige moeder
- Artikel 1:253iBewind en vertegenwoordiging bij gezamenlijk of alleen gezag
- Artikel 1:253jBewind over vermogen van het kind
- Artikel 1:253kOvereenkomstige toepassing bewindsbepalingen
- Artikel 1:253lVruchtgenot van ouder bij gezag
- Artikel 1:253mUitsluiting van vruchtgenot