Artikel 1:253i BW – Bewind en vertegenwoordiging bij gezamenlijk of alleen gezag
Burgerlijk Wetboek (BW) · Boek 1. Personen- en familierecht › Titel 14. Het gezag over minderjarige kinderen › Afdeling 2. Ouderlijk gezag › Paragraaf 1a. Het gezamenlijk gezag van ouders binnen een geregistreerd partnerschap · niet-officieel opschrift
a. indien de rechter bij de beschikking waarbij de uitoefening van het gezag over het kind aan een van de ouders wordt opgedragen op eensluidend verzoek van de ouders of op verzoek van één van hen, mits de ander zich daartegen niet verzet, heeft bepaald dat de ouder die niet het gezag over het kind zal uitoefenen, het bewind over het vermogen van het kind zal voeren;
b. ingevolge artikel 276, tweede lid, van dit boek , bij beëindiging van het gezag;
c. indien hij die een minderjarige goederen schenkt of vermaakt, bij de gift, onderscheidenlijk bij de uiterste wilsbeschikking, heeft bepaald dat een ander het bewind over die goederen zal voeren.
Rechtspraak over Artikel 1:253i BW
Verwijzingen in dit artikel
- Artikel 1:253Herleving van gezamenlijk gezag
- Artikel 1:276Bewind en rekening bij einde ouderlijk gezag
Artikelen die naar dit artikel verwijzen
Andere artikelen in dit onderdeel
- Artikel 1:253aaGezamenlijk gezag tijdens geregistreerd partnerschap
- Artikel 1:253bGezag na geboorte zonder gezamenlijk gezag
- Artikel 1:253cGezamenlijk gezag op verzoek van ouder
- Artikel 1:253dGezamenlijk gezag na ontbreken gezagsvoorziening
- Artikel 1:253eVerlies van gezag door ouder
- Artikel 1:253fGezag van de overlevende ouder na overlijden
- Artikel 1:253gGezag na overlijden van de alleen gezaghebbende ouder
- Artikel 1:253hWijziging van voogdij ten gunste van overlevende ouder
- Artikel 1:253haMeerderjarigverklaring van minderjarige moeder
- Artikel 1:253jBewind over vermogen van het kind
- Artikel 1:253kOvereenkomstige toepassing bewindsbepalingen
- Artikel 1:253lVruchtgenot van ouder bij gezag
- Artikel 1:253mUitsluiting van vruchtgenot