Artikel 1:253l BW – Vruchtgenot van ouder bij gezag
Burgerlijk Wetboek (BW) · Boek 1. Personen- en familierecht › Titel 14. Het gezag over minderjarige kinderen › Afdeling 2. Ouderlijk gezag › Paragraaf 1a. Het gezamenlijk gezag van ouders binnen een geregistreerd partnerschap · niet-officieel opschrift
1Elke ouder die het gezag over zijn kind uitoefent, heeft het vruchtgenot van diens vermogen. Indien het kind bij de ouder inwoont en anders dan incidenteel inkomen uit arbeid geniet, is het verplicht naar draagkracht bij te dragen in de kosten van de huishouding van het gezin.
2Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing in geval het gezag van de ouder is beëindigd, tenzij de andere ouder het gezag uitoefent.
3Aan bedoeld vruchtgenot zijn de lasten verbonden, die op vruchtgebruikers rusten.
Rechtspraak over Artikel 1:253l BW
21
2024-10-16
2024-08-27
2023-07-25
2022-10-12
2022-03-30
2021-10-26
Andere artikelen in dit onderdeel
- Artikel 1:253aaGezamenlijk gezag tijdens geregistreerd partnerschap
- Artikel 1:253bGezag na geboorte zonder gezamenlijk gezag
- Artikel 1:253cGezamenlijk gezag op verzoek van ouder
- Artikel 1:253dGezamenlijk gezag na ontbreken gezagsvoorziening
- Artikel 1:253eVerlies van gezag door ouder
- Artikel 1:253fGezag van de overlevende ouder na overlijden
- Artikel 1:253gGezag na overlijden van de alleen gezaghebbende ouder
- Artikel 1:253hWijziging van voogdij ten gunste van overlevende ouder
- Artikel 1:253haMeerderjarigverklaring van minderjarige moeder
- Artikel 1:253iBewind en vertegenwoordiging bij gezamenlijk of alleen gezag
- Artikel 1:253jBewind over vermogen van het kind
- Artikel 1:253kOvereenkomstige toepassing bewindsbepalingen
- Artikel 1:253mUitsluiting van vruchtgenot