Artikel 1:253n BW – Beëindiging gezamenlijk gezag
Burgerlijk Wetboek (BW) · Boek 1. Personen- en familierecht › Titel 14. Het gezag over minderjarige kinderen › Afdeling 3. Gemeenschappelijke bepalingen betreffende de gezagsuitoefening door de · niet-officieel opschrift
Kort uitgelegd
De bepaling houdt in dat de rechtbank, op verzoek van niet met elkaar gehuwde ouders of één van hen, het gezamenlijk gezag zoals bedoeld in diverse genoemde artikelen kan beëindigen indien de omstandigheden nadien zijn gewijzigd of indien bij de eerdere beslissing van onjuiste of onvolledige gegevens is uitgegaan. De rechtbank bepaalt vervolgens aan wie van de ouders voortaan het gezag over ieder van de minderjarige kinderen toekomt. Het eerste en derde lid van artikel 251a zijn van overeenkomstige toepassing.
Begrijpelijke samenvatting. Alleen de tekst van het artikel is juridisch bindend.
Rechtspraak over Artikel 1:253n BW
Verwijzingen in dit artikel
- Artikel 1:251Gezamenlijke uitoefening van ouderlijk gezag
- Artikel 1:251aEenhoofdig gezag na echtscheiding
Artikelen die naar dit artikel verwijzen
- Artikel 1:253oWijziging van gezagsbeslissingen
- Artikel 1:253vOvereenkomstige toepassing bij gezamenlijk gezag met niet-ouder