Artikel 1:253q BW – Gezag bij onbevoegdheid van een ouder
Burgerlijk Wetboek (BW) · Boek 1. Personen- en familierecht › Titel 14. Het gezag over minderjarige kinderen › Afdeling 3. Gemeenschappelijke bepalingen betreffende de gezagsuitoefening door de · niet-officieel opschrift
1Wanneer een van de ouders die gezamenlijk het gezag over hun minderjarige kinderen uitoefenen, op een der in artikel 246 genoemde gronden daartoe onbevoegd is, oefent de andere ouder alleen het gezag over de kinderen uit. Wanneer de grond van de onbevoegdheid is weggevallen, herleeft van rechtswege het gezamenlijke gezag.
2Wanneer beide ouders die gezamenlijk het gezag over hun minderjarige kinderen uitoefenen, daartoe op een der in artikel 246 genoemde gronden onbevoegd zijn, benoemt de rechtbank een voogd.
3Wanneer een ouder die alleen het gezag uitoefent, op een der in artikel 246 genoemde gronden daartoe onbevoegd is, belast de rechtbank de andere ouder met het gezag, tenzij de rechter oordeelt dat het belang van de minderjarige zich hiertegen verzet. Alsdan benoemt zij een voogd.
4De in het tweede en derde lid bedoelde beslissingen worden gegeven op verzoek van een ouder, bloed- of aanverwanten van de minderjarige, de raad voor de kinderbescherming, de gecertificeerde instelling, bedoeld in artikel 1.1 van de Jeugdwet , een rechtspersoon een daartoe door Onze Minister van Veiligheid en Justitie aanvaarde rechtspersoon als bedoeld in artikel 256, eerste lid , en artikel 302, tweede lid , of ambtshalve.
5Wanneer de grond van de onbevoegdheid ten aanzien van de ouder die het gezag alleen uitoefende, is vervallen, belast de rechtbank deze ouder op zijn verzoek wederom met het gezag tenzij de rechtbank oordeelt dat het belang van de minderjarige zich hiertegen verzet. Op verzoek van de ouders of een van hen kan hij de ouders gezamenlijk met het gezag belasten.
Rechtspraak over Artikel 1:253q BW
92
2026-03-10
2026-03-10
2026-02-26
2026-02-23
2026-01-26
Verwijzingen in dit artikel
4
- Artikel 1:1Burgerlijke rechten en verbod van dienstbaarheden
- Artikel 1:246Onbevoegdheid tot gezag
- Artikel 1:256Ondertoezichtstelling van minderjarige asielzoekers
- Artikel 1:302Voogdij door gecertificeerde instelling
Artikelen die naar dit artikel verwijzen
3
- Artikel 1:253rSchorsing van het gezag bij verhindering of onbekendheid
- Artikel 1:253tGezamenlijk gezag met niet-ouder
- Artikel 1:253vOvereenkomstige toepassing bij gezamenlijk gezag met niet-ouder