Officiële bronnenwetten.overheid.nl · EUR-Lex
Europaius

Artikel 1:253t BW – Gezamenlijk gezag met niet-ouder

Burgerlijk Wetboek (BW) · Boek 1. Personen- en familierecht › Titel 14. Het gezag over minderjarige kinderen › Afdeling 3A. Gezamenlijk gezag van een ouder tezamen met een ander dan een ouder › Paragraaf 2. Het gezamenlijk gezag van een ouder tezamen met een ander dan een ouder · niet-officieel opschrift

Kort uitgelegd

Dit artikel regelt dat de rechtbank, op gezamenlijk verzoek van de ouder die alleen het gezag heeft en een ander met een nauwe persoonlijke band met het kind, hen samen met het gezag kan belasten. Heeft het kind ook een andere ouder, dan geldt dat de ouder en de ander al een jaar samen de zorg moeten hebben gehad en de verzoekende ouder al drie jaar alleen gezag moet hebben gehad. Het verzoek wordt afgewezen bij gegronde vrees voor verwaarlozing, mede gelet op belangen van een andere ouder, in wettelijk uitgesloten gevallen, en staat niet open voor rechtspersonen. Ook naamswijziging kan worden verzocht, onder voorwaarden.

Begrijpelijke samenvatting. Alleen de tekst van het artikel is juridisch bindend.

1Indien het gezag over een kind bij één ouder berust, kan de rechtbank op gezamenlijk verzoek van de met het gezag belaste ouder en een ander dan de ouder die in een nauwe persoonlijke betrekking tot het kind staat, hen gezamenlijk met het gezag over het kind belasten.
2In het geval dat het kind tevens in familierechtelijke betrekking staat tot een andere ouder wordt het verzoek slechts toegewezen, indien:

a. de ouder en de ander op de dag van het verzoek gedurende ten minste een aaneengesloten periode van een jaar onmiddellijk voorafgaande aan het verzoek gezamenlijk de zorg voor het kind hebben gehad; en

b. de ouder die het verzoek doet op de dag van het verzoek gedurende ten minste een aaneengesloten periode van drie jaren alleen met het gezag belast is geweest.

3Het verzoek wordt afgewezen indien, mede in het licht van de belangen van een andere ouder, gegronde vrees bestaat dat bij inwilliging de belangen van het kind zouden worden verwaarloosd.
4Het gezamenlijk gezag, bedoeld in het eerste lid, kan niet worden toegekend in de gevallen, bedoeld in artikel 253q, eerste lid , en artikel 253r . Het staat niet open voor rechtspersonen.
5Een verzoek als bedoeld in het eerste lid kan vergezeld gaan van een verzoek tot wijziging van de geslachtsnaam van het kind in de geslachtsnaam van de met het gezag belaste ouder of de ander, of van een ouder en de ander in een vrij te bepalen volgorde. Artikel 5, veertiende lid , is van overeenkomstige toepassing. Een zodanig verzoek wordt afgewezen, indien

a. het kind van twaalf jaar of ouder ter gelegenheid van zijn verhoor niet heeft ingestemd met het verzoek;

b. het verzoek, bedoeld in het eerste lid, wordt afgewezen; of

c. het belang van het kind zich tegen toewijzing verzet.

Officiële bron: wetten.overheid.nl · Volledige tekst · Inhoudsopgave

Rechtspraak over Artikel 1:253t BW

189

Verwijzingen in dit artikel

3

Artikelen die naar dit artikel verwijzen

7

Andere artikelen in dit onderdeel

Tekst volgens de officiële bron. Alleen de officiële bekendmaking is rechtsgeldig.