Artikel 1:253sa BW – Gezamenlijk gezag van ouder en echtgenoot of partner
Burgerlijk Wetboek (BW) · Boek 1. Personen- en familierecht › Titel 14. Het gezag over minderjarige kinderen › Afdeling 3A. Gezamenlijk gezag van een ouder tezamen met een ander dan een ouder › Paragraaf 1. Het gezamenlijk gezag van rechtswege van een ouder tezamen met een ander · niet-officieel opschrift
1Over het staande hun huwelijk of geregistreerd partnerschap geboren kind oefenen een ouder en zijn echtgenoot of geregistreerde partner die niet de ouder is, gezamenlijk het gezag uit, tenzij het kind tevens in familierechtelijke betrekking staat tot een andere ouder.
2De bepalingen met betrekking tot het gezamenlijk gezag van gehuwde en gehuwd geweest zijnde ouders zijn van overeenkomstige toepassing, voor wat betreft het in het vorige lid bedoeld geregistreerd partnerschap met uitzondering van het omtrent scheiding van tafel en bed en ontbinding van het huwelijk na scheiding van tafel en bed bepaalde. Na ontbinding van het geregistreerd partnerschap als bedoeld in artikel 80c, eerste lid, onder d , blijven de ouder en zijn geregistreerde partner die niet de ouder is, dit gezag gezamenlijk uitoefenen.
Verwijzingen in dit artikel
1
Artikelen die naar dit artikel verwijzen
7
- Artikel 1:5Geslachtsnaam van het kind
- Artikel 1:80cEinde van het geregistreerd partnerschap
- Artikel 1:245Gezag over minderjarigen
- Artikel 1:253yEinde van het gezamenlijk gezag
- Artikel 1:379Bevoegdheid tot het verzoeken van curatele
- Artikel 1:432Bevoegdheid tot verzoek instelling bewind
- Artikel 1:451Verzoekbevoegdheid tot instelling van mentorschap