Artikel 1:245 BW – Gezag over minderjarigen
Burgerlijk Wetboek (BW) · Boek 1. Personen- en familierecht › Titel 14. Het gezag over minderjarige kinderen › Afdeling 1. Algemeen · niet-officieel opschrift
1Minderjarigen staan onder gezag.
2Onder gezag wordt verstaan ouderlijk gezag dan wel voogdij.
3Ouderlijk gezag wordt door de ouders gezamenlijk of door één ouder uitgeoefend. Voogdij wordt door een ander dan een ouder uitgeoefend.
4Het gezag heeft betrekking op de persoon van de minderjarige, het bewind over zijn vermogen en zijn vertegenwoordiging in burgerlijke handelingen, zowel in als buiten rechte.
5Het gezag van de ouder die dit krachtens artikel 253sa of krachtens een rechterlijke beslissing overeenkomstig artikel 253t samen met een ander dan een ouder uitoefent, wordt aangemerkt als ouderlijk gezag dat door ouders gezamenlijk wordt uitgeoefend, tenzij uit een wettelijke bepaling het tegendeel voortvloeit.
Rechtspraak over Artikel 1:245 BW
48
2026-05-27
2026-03-09
2026-02-20
2025-11-18
2025-02-07
2024-11-18
2024-07-18
Verwijzingen in dit artikel
2
- Artikel 1:253saGezamenlijk gezag van ouder en echtgenoot of partner
- Artikel 1:253tGezamenlijk gezag met niet-ouder