Artikel 2:131 BW – Bevoegde rechter bij bestuurdersgeschillen
Burgerlijk Wetboek (BW) · Boek 2. Rechtspersonen › Titel 4. Naamloze vennootschappen › Afdeling 5. Het bestuur van de naamloze vennootschap en het toezicht op het bestuur · niet-officieel opschrift
De rechtbank, binnen welker rechtsgebied de vennootschap haar woonplaats heeft, neemt kennis van alle rechtsvorderingen betreffende de overeenkomst tussen de naamloze vennootschap en de bestuurder, daaronder begrepen de vordering bedoeld bij artikel 138 van dit Boek, waarvan het bedrag onbepaald is of € 25.000 te boven gaat. Dezelfde rechtbank neemt kennis van verzoeken als bedoeld in artikel 671b en artikel 671c van Boek 7 betreffende de in de eerste zin genoemde overeenkomst. De zaken, bedoeld in de eerste en tweede volzin, worden niet behandeld en beslist door de kantonrechter.
Rechtspraak over Artikel 2:131 BW
Verwijzingen in dit artikel
Artikelen die naar dit artikel verwijzen
- Artikel 2:50aOvereenkomstige toepassing bestuurdersaansprakelijkheid bij verenigingen
- Artikel 2:149Overeenkomstige toepassing op raad van commissarissen
- Artikel 2:300aTaakvervulling bestuurders en commissarissen van stichting
Andere artikelen in dit onderdeel
- Artikel 2:129Taakverdeling tussen bestuur en algemene vergadering
- Artikel 2:129aTaakverdeling binnen het bestuur
- Artikel 2:130Vertegenwoordiging van de naamloze vennootschap
- Artikel 2:132Benoeming van bestuurders bij naamloze vennootschap
- Artikel 2:132aBeperking van benoeming bij meervoudige functies
- Artikel 2:133Bindende voordracht voor benoeming
- Artikel 2:134Schorsing en ontslag van bestuurders
- Artikel 2:134aMedezeggenschap bij benoeming van bestuurders
- Artikel 2:135Bezoldigingsbeleid van het bestuur