Artikel 2:130 BW – Vertegenwoordiging van de naamloze vennootschap
Burgerlijk Wetboek (BW) · Boek 2. Rechtspersonen › Titel 4. Naamloze vennootschappen › Afdeling 5. Het bestuur van de naamloze vennootschap en het toezicht op het bestuur · niet-officieel opschrift
1Het bestuur vertegenwoordigt de vennootschap, voor zover uit de wet niet anders voortvloeit.
2De bevoegdheid tot vertegenwoordiging komt mede aan iedere bestuurder toe. De statuten kunnen echter bepalen dat zij behalve aan het bestuur slechts toekomt aan een of meer bestuurders. Zij kunnen voorts bepalen dat een bestuurder de vennootschap slechts met medewerking van een of meer anderen mag vertegenwoordigen.
3Bevoegdheid tot vertegenwoordiging die aan het bestuur of aan een bestuurder toekomt, is onbeperkt en onvoorwaardelijk, voor zover uit de wet niet anders voortvloeit. Een wettelijk toegelaten of voorgeschreven beperking van of voorwaarde voor de bevoegdheid tot vertegenwoordiging kan slechts door de vennootschap worden ingeroepen.
4De statuten kunnen ook aan andere personen dan bestuurders bevoegdheid tot vertegenwoordiging toekennen.
Rechtspraak over Artikel 2:130 BW
22
2023-02-22
2022-05-18
2021-09-29
Andere artikelen in dit onderdeel
- Artikel 2:129Taakverdeling tussen bestuur en algemene vergadering
- Artikel 2:129aTaakverdeling binnen het bestuur
- Artikel 2:131Bevoegde rechter bij bestuurdersgeschillen
- Artikel 2:132Benoeming van bestuurders bij naamloze vennootschap
- Artikel 2:132aBeperking van benoeming bij meervoudige functies
- Artikel 2:133Bindende voordracht voor benoeming
- Artikel 2:134Schorsing en ontslag van bestuurders
- Artikel 2:134aMedezeggenschap bij benoeming van bestuurders
- Artikel 2:135Bezoldigingsbeleid van het bestuur