Artikel 2:135 BW – Bezoldigingsbeleid van het bestuur
Burgerlijk Wetboek (BW) · Boek 2. Rechtspersonen › Titel 4. Naamloze vennootschappen › Afdeling 5. Het bestuur van de naamloze vennootschap en het toezicht op het bestuur · niet-officieel opschrift
1De vennootschap heeft een beleid op het terrein van bezoldiging van het bestuur. Het beleid wordt vastgesteld door de algemene vergadering. In het bezoldigingsbeleid komen ten minste de in artikel 383c tot en met e omschreven onderwerpen aan de orde, voor zover deze het bestuur betreffen. In afwijking van de vorige zin komen in het bezoldigingsbeleid van een vennootschap waarvan aandelen of met medewerking van de vennootschap uitgegeven certificaten zijn toegelaten tot de handel op een gereglementeerde markt als bedoeld in artikel 1:1 van de Wet op het financieel toezicht , met uitzondering van beleggingsmaatschappijen met veranderlijk kapitaal, de in artikel 135a lid 6 omschreven onderwerpen aan de orde.
2Indien de vennootschap krachtens wettelijke bepalingen een ondernemingsraad heeft ingesteld, wordt het voorstel tot vaststelling van het bezoldigingsbeleid niet aan de algemene vergadering aangeboden, dan nadat de ondernemingsraad tijdig voor de datum van oproeping als bedoeld in artikel 114 in de gelegenheid is gesteld hierover een standpunt te bepalen. Het standpunt van de ondernemingsraad wordt, gelijktijdig met het voorstel tot vaststelling van het bezoldigingsbeleid, aan de algemene vergadering aangeboden. De voorzitter of een door hem aangewezen lid van de ondernemingsraad kan het standpunt van de ondernemingsraad in de algemene vergadering toelichten. Het ontbreken van dat standpunt tast de besluitvorming inzake het bezoldigingsbeleid niet aan.
3Voor de toepassing van lid 2 wordt onder de ondernemingsraad mede verstaan de ondernemingsraad van de onderneming van een dochtermaatschappij, mits de werknemers in dienst van de vennootschap en de groepsmaatschappijen in meerderheid binnen Nederland werkzaam zijn. Is er meer dan één ondernemingsraad, dan wordt de bevoegdheid door deze raden gezamenlijk uitgeoefend. Is voor de betrokken onderneming of ondernemingen een centrale ondernemingsraad ingesteld, dan komt de bevoegdheid toe aan de centrale ondernemingsraad.
4De bezoldiging van bestuurders wordt met inachtneming van het beleid, bedoeld in lid 1, vastgesteld door de algemene vergadering, tenzij bij de statuten een ander orgaan is aangewezen.
5Indien in de statuten is bepaald dat een ander orgaan dan de algemene vergadering de bezoldiging vaststelt, legt dat orgaan ten aanzien van regelingen in de vorm van aandelen of rechten tot het nemen van aandelen een voorstel ter goedkeuring voor aan de algemene vergadering. In het voorstel moet ten minste zijn bepaald hoeveel aandelen of rechten tot het nemen van aandelen aan het bestuur mogen worden toegekend en welke criteria gelden voor toekenning of wijziging. Het ontbreken van de goedkeuring van de algemene vergadering tast de vertegenwoordigingbevoegdheid van het orgaan niet aan.
6Het orgaan bedoeld in lid 4 is bevoegd de hoogte van een bonus aan te passen tot een passende hoogte indien uitkering van de bonus naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zou zijn. Onder een bonus wordt voor de toepassing van dit artikel verstaan het niet vaste deel van de bezoldiging waarvan de toekenning geheel of gedeeltelijk afhankelijk is gesteld van het bereiken van bepaalde doelen of van het zich voordoen van bepaalde omstandigheden.
7
[Red: Vervallen.]
8De vennootschap is bevoegd een bonus geheel of gedeeltelijk terug te vorderen voor zover de uitkering heeft plaatsgevonden op basis van onjuiste informatie over het bereiken van de aan de bonus ten grondslag liggende doelen of over de omstandigheden waarvan de bonus afhankelijk was gesteld. De vordering kan namens de vennootschap ook worden ingesteld door de raad van commissarissen, de niet uitvoerende bestuurders indien toepassing is gegeven aan artikel 129a , of door een bijzondere vertegenwoordiger die is aangewezen door de algemene vergadering.
Rechtspraak over Artikel 2:135 BW
10
2014-10-15
2011-07-27
2010-09-22
Verwijzingen in dit artikel
4
- Artikel 2:114Inhoud van de oproeping
- Artikel 2:129aTaakverdeling binnen het bestuur
- Artikel 2:135aVaststelling van het bezoldigingsbeleid
- Artikel 2:383cOpgave van bezoldiging van bestuurders en commissarissen
Artikelen die naar dit artikel verwijzen
7
- Artikel 2:53aToepasselijkheid van bepalingen op coöperaties en onderlinge waarborgmaatschappijen
- Artikel 2:135aVaststelling van het bezoldigingsbeleid
- Artikel 2:135bInhoud van het bezoldigingsverslag
- Artikel 2:160aSamenstelling bezoldigingscommissie raad van commissarissen
- Artikel 2:169Openbaarmaking van transacties met verbonden partijen
- Artikel 2:245Bezoldiging van bestuurders
- Artikel 2:383cOpgave van bezoldiging van bestuurders en commissarissen
Andere artikelen in dit onderdeel
- Artikel 2:129Taakverdeling tussen bestuur en algemene vergadering
- Artikel 2:129aTaakverdeling binnen het bestuur
- Artikel 2:130Vertegenwoordiging van de naamloze vennootschap
- Artikel 2:131Bevoegde rechter bij bestuurdersgeschillen
- Artikel 2:132Benoeming van bestuurders bij naamloze vennootschap
- Artikel 2:132aBeperking van benoeming bij meervoudige functies
- Artikel 2:133Bindende voordracht voor benoeming
- Artikel 2:134Schorsing en ontslag van bestuurders
- Artikel 2:134aMedezeggenschap bij benoeming van bestuurders