Artikel 2:24a BW – Begrip dochtermaatschappij
Burgerlijk Wetboek (BW) · Boek 2. Rechtspersonen › Titel 1. Algemene bepalingen · niet-officieel opschrift
1Dochtermaatschappij van een rechtspersoon is:
a. een rechtspersoon waarin de rechtspersoon of een of meer van zijn dochtermaatschappijen, al dan niet krachtens overeenkomst met andere stemgerechtigden, alleen of samen meer dan de helft van de stemrechten in de algemene vergadering kunnen uitoefenen;
b. een rechtspersoon waarvan de rechtspersoon of een of meer van zijn dochtermaatschappijen lid of aandeelhouder zijn en, al dan niet krachtens overeenkomst met andere stemgerechtigden, alleen of samen meer dan de helft van de bestuurders of van de commissarissen kunnen benoemen of ontslaan, ook indien alle stemgerechtigden stemmen.
2Met een dochtermaatschappij wordt gelijk gesteld een onder eigen naam optredende vennootschap waarin de rechtspersoon of een of meer dochtermaatschappijen als vennoot volledig jegens schuldeisers aansprakelijk is voor de schulden.
3Voor de toepassing van lid 1 worden aan aandelen verbonden rechten niet toegerekend aan degene die de aandelen voor rekening van anderen houdt. Aan aandelen verbonden rechten worden toegerekend aan degene voor wiens rekening de aandelen worden gehouden, indien deze bevoegd is te bepalen hoe de rechten worden uitgeoefend dan wel zich de aandelen te verschaffen.
4Voor de toepassing van lid 1 worden stemrechten, verbonden aan verpande aandelen, toegerekend aan de pandhouder, indien hij mag bepalen hoe de rechten worden uitgeoefend. Zijn de aandelen evenwel verpand voor een lening die de pandhouder heeft verstrekt in de gewone uitoefening van zijn bedrijf, dan worden de stemrechten hem slechts toegerekend, indien hij deze in eigen belang heeft uitgeoefend.
Rechtspraak over Artikel 2:24a BW
29
2026-01-29
2025-03-26
2025-03-26
2024-06-11
Artikelen die naar dit artikel verwijzen
1
Andere artikelen in dit onderdeel
- Artikel 2:19b
- Artikel 2:19cBestuursverbod bij ontbinding van de rechtspersoon
- Artikel 2:20Verbodenverklaring en ontbinding wegens strijd met openbare orde
- Artikel 2:20aBestuursverbod na verboden verklaring
- Artikel 2:21Ontbinding van rechtspersonen door de rechtbank
- Artikel 2:22Bewind over goederen van rechtspersoon in ontbinding
- Artikel 2:22aVoorlopige beperking van aandeelhoudersbevoegdheden bij ontbindingsverzoek
- Artikel 2:23Benoeming en ontslag van vereffenaars
- Artikel 2:23aBevoegdheden en aansprakelijkheid van de vereffenaar
- Artikel 2:23bVerdeling van het overschot bij vereffening
- Artikel 2:23cHeropening van de vereffening
- Artikel 2:24Bewaring van boeken en bescheiden na ontbinding
- Artikel 2:24bGroep en groepsmaatschappij
- Artikel 2:24cBegrip deelneming
- Artikel 2:24d
- Artikel 2:25Afwijken van boek 2