Artikel 2:88 BW – Stemrecht bij vruchtgebruik op aandelen
Burgerlijk Wetboek (BW) · Boek 2. Rechtspersonen › Titel 4. Naamloze vennootschappen › Afdeling 2. De aandelen · niet-officieel opschrift
1De bevoegdheid tot het vestigen van vruchtgebruik op een aandeel kan bij de statuten niet worden beperkt of uitgesloten.
2De aandeelhouder heeft het stemrecht op de aandelen waarop een vruchtgebruik is gevestigd.
3In afwijking van het voorgaande lid komt het stemrecht toe aan de vruchtgebruiker, indien zulks bij de vestiging van het vruchtgebruik is bepaald en de vruchtgebruiker een persoon is, aan wie de aandelen vrijelijk kunnen worden overgedragen. Indien de vruchtgebruiker een persoon is aan wie de aandelen niet vrijelijk kunnen worden overgedragen, komt hem het stemrecht uitsluitend toe, indien dit bij de vestiging van het vruchtgebruik is bepaald en zowel deze bepaling als - bij overdracht van het vruchtgebruik - de overgang van het stemrecht is goedgekeurd door het vennootschapsorgaan dat bij de statuten is aangewezen om goedkeuring te verlenen tot een voorgenomen overdracht van aandelen, dan wel - bij ontbreken van zodanige aanwijzing - door de algemene vergadering. Van het bepaalde in de vorige zin kan in de statuten worden afgeweken. Bij een vruchtgebruik als bedoeld in de artikelen 19 en 21 van Boek 4 komt het stemrecht eveneens aan de vruchtgebruiker toe, tenzij bij de vestiging van het vruchtgebruik door partijen of door de kantonrechter op de voet van artikel 23 lid 4 van Boek 4 anders wordt bepaald.
4De aandeelhouder die geen stemrecht heeft, en de vruchtgebruiker die stemrecht heeft, hebben de rechten, die door de wet zijn toegekend aan de houders van met medewerking ener vennootschap uitgegeven certificaten van aandelen. De vruchtgebruiker die geen stemrecht heeft, heeft deze rechten, tenzij deze hem bij de vestiging of de overdracht van het vruchtgebruik of bij de statuten der vennootschap worden onthouden.
5Indien de statuten der vennootschap niet anders bepalen, komen ook aan de aandeelhouder toe de uit het aandeel voortspruitende rechten, strekkende tot het verkrijgen van aandelen, met dien verstande dat hij de waarde van deze rechten moet vergoeden aan de vruchtgebruiker, voor zover deze krachtens zijn recht van vruchtgebruik daarop aanspraak heeft.
Rechtspraak over Artikel 2:88 BW
3
Artikelen die naar dit artikel verwijzen
2
Andere artikelen in dit onderdeel
- Artikel 2:82Statutaire keuze en omzetting van aandelen
- Artikel 2:83Bewijs van storting op aandelen
- Artikel 2:84Bevoegdheid tot inning van stortingen bij vereffening
- Artikel 2:85Register van aandelen
- Artikel 2:86
- Artikel 2:86aErkenning van de levering door de vennootschap
- Artikel 2:86bErkenning en betekening van de akte
- Artikel 2:86cLevering van beursgenoteerde aandelen op naam
- Artikel 2:86d
- Artikel 2:87Beperking van de overdraagbaarheid van aandelen
- Artikel 2:87aVerplichte aanbieding en overdracht van aandelen
- Artikel 2:87bOpschorting van rechten bij niet-voldoen aan statutaire eisen
- Artikel 2:89Stemrecht bij verpanding van aandelen
- Artikel 2:89aPandrecht op eigen aandelen
- Artikel 2:90Aansprakelijkheid voor niet volgestorte aandelen
- Artikel 2:91
- Artikel 2:91aKennisgeving bij aandelen aan toonder in één hand
- Artikel 2:92Gelijkheid van aandeelhouders en certificaathouders
- Artikel 2:92aVordering tot overdracht van aandelen
- Artikel 2:92bVerbod op certificaten aan toonder