Artikel 2:89 BW – Stemrecht bij verpanding van aandelen
Burgerlijk Wetboek (BW) · Boek 2. Rechtspersonen › Titel 4. Naamloze vennootschappen › Afdeling 2. De aandelen · niet-officieel opschrift
1De bevoegdheid tot verpanding van een aandeel aan toonder kan bij de statuten niet worden beperkt of uitgesloten. Op aandelen op naam kan pandrecht worden gevestigd, voor zover de statuten niet anders bepalen.
2De aandeelhouder heeft het stemrecht op de verpande aandelen.
3In afwijking van het voorgaande lid komt het stemrecht toe aan de pandhouder, indien zulks bij de vestiging van het pandrecht is bepaald en de pandhouder een persoon is, aan wie de aandelen vrijelijk kunnen worden overgedragen. Indien de pandhouder een persoon is aan wie de aandelen niet vrijelijk kunnen worden overgedragen, komt hem het stemrecht uitsluitend toe, indien dit bij de vestiging van het pandrecht is bepaald, en de bepaling is goedgekeurd door het vennootschapsorgaan dat bij de statuten is aangewezen om goedkeuring te verlenen tot een voorgenomen overdracht van aandelen, dan wel - bij ontbreken van zodanige aanwijzing - door de algemene vergadering. Treedt een ander in de rechten van de pandhouder, dan komt hem het stemrecht slechts toe, indien het in de vorige zin bedoelde orgaan dan wel, bij gebreke daarvan, de algemene vergadering de overgang van het stemrecht goedkeurt. Van het bepaalde in de voorgaande drie zinnen kan in de statuten worden afgeweken.
4De aandeelhouder die geen stemrecht heeft, en de pandhouder die stemrecht heeft, hebben de rechten die door de wet zijn toegekend aan de houders van met medewerking ener vennootschap uitgegeven certificaten van aandelen. De pandhouder die geen stemrecht heeft, heeft deze rechten, tenzij deze hem bij de vestiging of de overgang van het pandrecht of bij de statuten der vennootschap worden onthouden.
5De bepalingen van de statuten ten aanzien van de vervreemding en overdracht van aandelen zijn van toepassing op de vervreemding en overdracht van de aandelen door de pandhouder of de verblijving van de aandelen aan de pandhouder, met dien verstande dat de pandhouder alle ten aanzien van de vervreemding en overdracht aan de aandeelhouder toekomende rechten uitoefent en diens verplichtingen ter zake nakomt.
6Is het pandrecht overeenkomstig artikel 86c lid 4 gevestigd, dan komen de rechten volgens dit artikel de pandhouder eerst toe nadat het pandrecht door de vennootschap is erkend of aan haar is betekend.
Rechtspraak over Artikel 2:89 BW
3
2021-07-21
Verwijzingen in dit artikel
1
Artikelen die naar dit artikel verwijzen
2
Andere artikelen in dit onderdeel
- Artikel 2:83Bewijs van storting op aandelen
- Artikel 2:84Bevoegdheid tot inning van stortingen bij vereffening
- Artikel 2:85Register van aandelen
- Artikel 2:86
- Artikel 2:86aErkenning van de levering door de vennootschap
- Artikel 2:86bErkenning en betekening van de akte
- Artikel 2:86cLevering van beursgenoteerde aandelen op naam
- Artikel 2:86d
- Artikel 2:87Beperking van de overdraagbaarheid van aandelen
- Artikel 2:87aVerplichte aanbieding en overdracht van aandelen
- Artikel 2:87bOpschorting van rechten bij niet-voldoen aan statutaire eisen
- Artikel 2:88Stemrecht bij vruchtgebruik op aandelen
- Artikel 2:89aPandrecht op eigen aandelen
- Artikel 2:90Aansprakelijkheid voor niet volgestorte aandelen
- Artikel 2:91
- Artikel 2:91aKennisgeving bij aandelen aan toonder in één hand
- Artikel 2:92Gelijkheid van aandeelhouders en certificaathouders
- Artikel 2:92aVordering tot overdracht van aandelen
- Artikel 2:92bVerbod op certificaten aan toonder