Artikel 2:94a BW – Inbreng anders dan in geld
Burgerlijk Wetboek (BW) · Boek 2. Rechtspersonen › Titel 4. Naamloze vennootschappen › Afdeling 3. Het vermogen van de naamloze vennootschap · niet-officieel opschrift
a. inbreng van effecten of geldmarktinstrumenten als bedoeld in artikel 1:1 van de Wet op het financieel toezicht , mits die effecten of geldmarktinstrumenten worden gewaardeerd tegen de gewogen gemiddelde koers waartegen zij gedurende drie maanden voorafgaande aan de dag van de inbreng op een gereglementeerde markt als bedoeld in artikel 1:1 van de Wet op het financieel toezicht zijn verhandeld;
b. inbreng anders dan in geld, niet zijnde effecten of instrumenten als bedoeld in onderdeel a, die is gewaardeerd door een onafhankelijke persoon die blijkens zijn opleiding en werkzaamheid deskundig is in het uitvoeren van waarderingen, mits de deskundigenwaardering geschiedt met toepassing van in het maatschappelijk verkeer als aanvaardbaar beschouwde waarderingsmethoden en de waarde van hetgeen wordt ingebracht wordt bepaald op een dag die niet eerder dan zes maanden voor de dag van de inbreng ligt;
c. inbreng anders dan in geld, niet zijnde effecten of geldmarktinstrumenten als bedoeld in onderdeel a, waarvan de waarde wordt afgeleid uit een jaarrekening die is vastgesteld over het laatste boekjaar dat aan de inbreng voorafgaat en overeenkomstig Richtlijn 2006/43/EG van het Europees Parlement en de Raad van 17 mei 2006 betreffende de wettelijke controles van jaarrekeningen en geconsolideerde jaarrekeningen, tot wijziging van de Richtlijnen 78/660/EEG en 83/349/EEG van de Raad en houdende intrekking van Richtlijn 84/253/EEG van de Raad (PbEG L 157) aan een accountantscontrole is onderworpen.
a. alle oprichters hebben besloten af te zien van de opstelling van de deskundigenverklaring;
b. een of meer rechtspersonen op wier jaarrekening titel 9 van toepassing is, of die krachtens de toepasselijke wet voldoen aan de eisen van richtlijn 2013/34/EU van het Europees Parlement en de Raad van 26 juni 2013 betreffende de jaarlijkse financiële overzichten, geconsolideerde financiële overzichten en aanverwante verslagen van bepaalde ondernemingsvormen, tot wijziging van richtlijn 2006/43/EG van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van richtlijnen 78/660/EEG en 83/349/EEG van de Raad (PbEU 2013, L 182), nemen alle uit te geven aandelen tegen inbreng anders dan in geld;
c. elke inbrengende rechtspersoon beschikt ten tijde van de inbreng over niet uitkeerbare reserves, voor zover nodig door het bestuur hiertoe afgezonderd uit de uitkeerbare reserves, ter grootte van het nominale bedrag der door de rechtspersoon genomen aandelen;
d. elke inbrengende rechtspersoon verklaart dat hij een bedrag van ten minste de nominale waarde der door hem genomen aandelen ter beschikking zal stellen voor de voldoening van schulden van de vennootschap aan derden, die ontstaan in het tijdvak tussen de plaatsing van de aandelen en een jaar nadat de vastgestelde jaarrekening van de vennootschap over het boekjaar van de inbreng is gedeponeerd bij het handelsregister, voor zover de vennootschap deze niet kan voldoen en de schuldeisers hun vordering binnen twee jaren na deze deponering schriftelijk aan een van de inbrengende rechtspersonen hebben opgegeven;
e. elke inbrengende rechtspersoon heeft zijn laatste vastgestelde balans met toelichting, met de accountantsverklaring daarbij, gedeponeerd bij het handelsregister en sedert de balansdatum zijn nog geen achttien maanden verstreken;
f. elke inbrengende rechtspersoon zondert een reserve af ter grootte van het nominale bedrag der door hem genomen aandelen en kan dit doen uit reserves waarvan de aard dit niet belet;
g. de vennootschap doet ten kantore van het handelsregister opgave van het onder a bedoelde besluit en elke inbrengende rechtspersoon doet aan hetzelfde kantoor opgave van zijn onder d vermelde verklaring.
Rechtspraak over Artikel 2:94a BW
Verwijzingen in dit artikel
Artikelen die naar dit artikel verwijzen
- Artikel 2:69Inschrijving en aansprakelijkheid van bestuurders bij oprichting
- Artikel 2:94bBeschrijving van inbreng anders dan in geld
- Artikel 2:94cVernietigbaarheid van verkrijgingen van oprichters
- Artikel 2:334bbOvereenkomstige toepassing van oprichtingsbepalingen bij splitsing
- Artikel 2:334vvAttest inzake grensoverschrijdende splitsing
Andere artikelen in dit onderdeel
- Artikel 2:93Aansprakelijkheid voor rechtshandelingen namens op te richten vennootschap
- Artikel 2:93aVerklaring van stortingen op aandelen
- Artikel 2:94Rechtshandelingen bij oprichting van de vennootschap
- Artikel 2:94bBeschrijving van inbreng anders dan in geld
- Artikel 2:94cVernietigbaarheid van verkrijgingen van oprichters
- Artikel 2:94d
- Artikel 2:95Verbod op eigen aandelen
- Artikel 2:96Uitgifte van aandelen
- Artikel 2:96aVoorkeursrecht bij uitgifte van aandelen
- Artikel 2:96bUitzondering voor beleggingsmaatschappij met veranderlijk kapitaal
- Artikel 2:97Plaatsing van een lager uitgiftebedrag
- Artikel 2:98Verkrijging van eigen aandelen
- Artikel 2:98aVerkrijging van eigen aandelen in strijd met wet
- Artikel 2:98bVerkrijging van aandelen voor rekening van de vennootschap
- Artikel 2:98cFinanciële steun en leningen bij aandelenverkrijging