Artikel 2:95 BW – Verbod op eigen aandelen
Burgerlijk Wetboek (BW) · Boek 2. Rechtspersonen › Titel 4. Naamloze vennootschappen › Afdeling 3. Het vermogen van de naamloze vennootschap · niet-officieel opschrift
1De naamloze vennootschap mag geen eigen aandelen nemen.
2Aandelen die de vennootschap in strijd met het vorige lid heeft genomen, gaan op het tijdstip van het nemen over op de gezamenlijke bestuurders. Iedere bestuurder is hoofdelijk aansprakelijk voor de volstorting van deze aandelen met de wettelijke rente van dat tijdstip af. Zijn de aandelen bij de oprichting geplaatst, dan is dit lid van overeenkomstige toepassing op de gezamenlijke oprichters.
3Neemt een ander een aandeel in eigen naam maar voor rekening van de vennootschap, dan wordt hij geacht het voor eigen rekening te nemen.
Andere artikelen in dit onderdeel
- Artikel 2:93Aansprakelijkheid voor rechtshandelingen namens op te richten vennootschap
- Artikel 2:93aVerklaring van stortingen op aandelen
- Artikel 2:94Rechtshandelingen bij oprichting van de vennootschap
- Artikel 2:94aInbreng anders dan in geld
- Artikel 2:94bBeschrijving van inbreng anders dan in geld
- Artikel 2:94cVernietigbaarheid van verkrijgingen van oprichters
- Artikel 2:94d
- Artikel 2:96Uitgifte van aandelen
- Artikel 2:96aVoorkeursrecht bij uitgifte van aandelen
- Artikel 2:96bUitzondering voor beleggingsmaatschappij met veranderlijk kapitaal
- Artikel 2:97Plaatsing van een lager uitgiftebedrag
- Artikel 2:98Verkrijging van eigen aandelen
- Artikel 2:98aVerkrijging van eigen aandelen in strijd met wet
- Artikel 2:98bVerkrijging van aandelen voor rekening van de vennootschap
- Artikel 2:98cFinanciële steun en leningen bij aandelenverkrijging
- Artikel 2:98dVerkrijging van aandelen door dochtermaatschappijen
- Artikel 2:99Vermindering van het geplaatste kapitaal
- Artikel 2:100Verzet van schuldeisers bij kapitaalvermindering
- Artikel 2:101Opmaken en ter inzage leggen jaarrekening