Artikel 3:208 BW – Bestemming en wegnamingsrecht vruchtgebruiker
Burgerlijk Wetboek (BW) · Boek 3. Vermogensrecht in het algemeen › Titel 8. Vruchtgebruik · niet-officieel opschrift
1Van zaken die aan het vruchtgebruik zijn onderworpen, mag de vruchtgebruiker de bestemming die deze bij de aanvang van het vruchtgebruik hadden, niet veranderen zonder toestemming van de hoofdgerechtigde of machtiging van de kantonrechter.
2Tenzij in de akte van vestiging anders is bepaald, is de vruchtgebruiker van een zaak, zowel tijdens de duur van zijn recht als bij het einde daarvan, bevoegd om aan de zaak aangebrachte veranderingen en toevoegingen weg te nemen, mits hij de zaak in de oude toestand terugbrengt.
Artikelen die naar dit artikel verwijzen
1
Andere artikelen in dit onderdeel
- Artikel 3:201Begrip vruchtgebruik
- Artikel 3:202Ontstaan van vruchtgebruik
- Artikel 3:203Duur en einde van het vruchtgebruik
- Artikel 3:204
- Artikel 3:205Boedelbeschrijving door de vruchtgebruiker
- Artikel 3:206Zekerheidstelling door vruchtgebruiker
- Artikel 3:207Gebruik en beheer door vruchtgebruiker
- Artikel 3:209Verzekeringsplicht van de vruchtgebruiker
- Artikel 3:210Bevoegdheden tot inning en beheer bij vruchtgebruik
- Artikel 3:211Behoud van recht van hoofdgerechtigde
- Artikel 3:212Bevoegdheid tot vervreemding door vruchtgebruiker
- Artikel 3:213Zaaksvervanging bij vruchtgebruik
- Artikel 3:214Belegging van gelden onder vruchtgebruik
- Artikel 3:215Vervreemding en vertering door de vruchtgebruiker
- Artikel 3:216Toekomen van vruchten aan de vruchtgebruiker
- Artikel 3:217Verhuur en verpachting door vruchtgebruiker
- Artikel 3:218Rechtsvorderingen van vruchtgebruiker en hoofdgerechtigde
- Artikel 3:219Stemrecht bij vruchtgebruik
- Artikel 3:220Onderhoud en herstellingen door vruchtgebruiker