Artikel 3:219 BW – Stemrecht bij vruchtgebruik
Burgerlijk Wetboek (BW) · Boek 3. Vermogensrecht in het algemeen › Titel 8. Vruchtgebruik · niet-officieel opschrift
Buiten de gevallen, geregeld in de artikelen 88 en 197 van Boek 2 en artikel 123 van Boek 5 , blijft de uitoefening van stemrecht, verbonden aan een goed dat aan vruchtgebruik is onderworpen, de hoofdgerechtigde toekomen, tenzij bij de vestiging van het vruchtgebruik anders is bepaald. Bij een vruchtgebruik als bedoeld in de artikelen 19 en 21 van Boek 4 komt het stemrecht eveneens aan de vruchtgebruiker toe, tenzij bij de vestiging van het vruchtgebruik door partijen of door de kantonrechter op de voet van artikel 23 lid 4 van Boek 4 anders wordt bepaald.
Andere artikelen in dit onderdeel
- Artikel 3:207Gebruik en beheer door vruchtgebruiker
- Artikel 3:208Bestemming en wegnamingsrecht vruchtgebruiker
- Artikel 3:209Verzekeringsplicht van de vruchtgebruiker
- Artikel 3:210Bevoegdheden tot inning en beheer bij vruchtgebruik
- Artikel 3:211Behoud van recht van hoofdgerechtigde
- Artikel 3:212Bevoegdheid tot vervreemding door vruchtgebruiker
- Artikel 3:213Zaaksvervanging bij vruchtgebruik
- Artikel 3:214Belegging van gelden onder vruchtgebruik
- Artikel 3:215Vervreemding en vertering door de vruchtgebruiker
- Artikel 3:216Toekomen van vruchten aan de vruchtgebruiker
- Artikel 3:217Verhuur en verpachting door vruchtgebruiker
- Artikel 3:218Rechtsvorderingen van vruchtgebruiker en hoofdgerechtigde
- Artikel 3:220Onderhoud en herstellingen door vruchtgebruiker
- Artikel 3:221Beheer en onderbewindstelling van vruchtgebruik
- Artikel 3:222Voldoening van schulden bij vruchtgebruik op algemeenheid
- Artikel 3:223Overdracht en bezwaring van vruchtgebruik
- Artikel 3:224Medewerking aan afstand van vruchtgebruik
- Artikel 3:225Teruggaveplicht na vruchtgebruik
- Artikel 3:226Recht van gebruik en bewoning