Artikel 3:226 BW – Recht van gebruik en bewoning
Burgerlijk Wetboek (BW) · Boek 3. Vermogensrecht in het algemeen › Titel 8. Vruchtgebruik · niet-officieel opschrift
1Op een recht van gebruik en een recht van bewoning vinden de regels betreffende vruchtgebruik overeenkomstige toepassing, behoudens de navolgende bepalingen.
2Indien enkel het recht van gebruik is verleend, heeft de rechthebbende de bevoegdheid de aan zijn recht onderworpen zaken te gebruiken en er de vruchten van te genieten, die hij voor zich en zijn gezin behoeft.
3Indien enkel het recht van bewoning is verleend, heeft de rechthebbende de bevoegdheid de aan zijn recht onderworpen woning met zijn gezin te bewonen.
4Hij die een der in dit artikel omschreven rechten heeft, kan zijn recht niet vervreemden of bezwaren, noch de zaak door een ander laten gebruiken of de woning door een ander laten bewonen.
Rechtspraak over Artikel 3:226 BW
77
2026-04-07
2025-10-10
2025-08-27
2025-04-22
2025-04-16
2025-04-02
2025-02-12
2025-01-22
Andere artikelen in dit onderdeel
- Artikel 3:214Belegging van gelden onder vruchtgebruik
- Artikel 3:215Vervreemding en vertering door de vruchtgebruiker
- Artikel 3:216Toekomen van vruchten aan de vruchtgebruiker
- Artikel 3:217Verhuur en verpachting door vruchtgebruiker
- Artikel 3:218Rechtsvorderingen van vruchtgebruiker en hoofdgerechtigde
- Artikel 3:219Stemrecht bij vruchtgebruik
- Artikel 3:220Onderhoud en herstellingen door vruchtgebruiker
- Artikel 3:221Beheer en onderbewindstelling van vruchtgebruik
- Artikel 3:222Voldoening van schulden bij vruchtgebruik op algemeenheid
- Artikel 3:223Overdracht en bezwaring van vruchtgebruik
- Artikel 3:224Medewerking aan afstand van vruchtgebruik
- Artikel 3:225Teruggaveplicht na vruchtgebruik