Artikel 3:231 BW – Vordering waarvoor pand of hypotheek wordt gevestigd
Burgerlijk Wetboek (BW) · Boek 3. Vermogensrecht in het algemeen › Titel 9. Rechten van pand en hypotheek › Afdeling 1. Algemene bepalingen · niet-officieel opschrift
1Een recht van pand of hypotheek kan zowel voor een bestaande als voor een toekomstige vordering worden gevestigd. De vordering kan op naam, aan order of aan toonder luiden. Zij kan zowel een vordering op de pand- of hypotheekgever zelf als een vordering op een ander zijn.
2De vordering waarvoor pand of hypotheek wordt gegeven, moet voldoende bepaalbaar zijn.
Rechtspraak over Artikel 3:231 BW
24
2026-04-01
2022-03-23
2019-03-20
2015-07-08
Andere artikelen in dit onderdeel
- Artikel 3:227Begrip pand en hypotheek
- Artikel 3:228Vestiging van pand of hypotheek
- Artikel 3:229Pandrecht op vervangende vorderingen
- Artikel 3:230Ondeelbaarheid van pand en hypotheek
- Artikel 3:233Aansprakelijkheid en kostenvergoeding van de pand- of hypotheekgever
- Artikel 3:234Volgorde van uitwinning bij verpanding door derde
- Artikel 3:235Verbod van vervalbeding