Artikel 3:227 BW – Begrip pand en hypotheek
Burgerlijk Wetboek (BW) · Boek 3. Vermogensrecht in het algemeen › Titel 9. Rechten van pand en hypotheek › Afdeling 1. Algemene bepalingen · niet-officieel opschrift
1Het recht van pand en het recht van hypotheek zijn beperkte rechten, strekkende om op de daaraan onderworpen goederen een vordering tot voldoening van een geldsom bij voorrang boven andere schuldeisers te verhalen. Is het recht op een registergoed gevestigd, dan is het een recht van hypotheek; is het recht op een ander goed gevestigd, dan is het een recht van pand.
2Een recht van pand of hypotheek op een zaak strekt zich uit over al hetgeen de eigendom van de zaak omvat.
Rechtspraak over Artikel 3:227 BW
28
2025-02-19
2022-03-23
2021-10-25
Andere artikelen in dit onderdeel
- Artikel 3:228Vestiging van pand of hypotheek
- Artikel 3:229Pandrecht op vervangende vorderingen
- Artikel 3:230Ondeelbaarheid van pand en hypotheek
- Artikel 3:231Vordering waarvoor pand of hypotheek wordt gevestigd
- Artikel 3:233Aansprakelijkheid en kostenvergoeding van de pand- of hypotheekgever
- Artikel 3:234Volgorde van uitwinning bij verpanding door derde
- Artikel 3:235Verbod van vervalbeding