Artikel 3:234 BW – Volgorde van uitwinning bij verpanding door derde
Burgerlijk Wetboek (BW) · Boek 3. Vermogensrecht in het algemeen › Titel 9. Rechten van pand en hypotheek › Afdeling 1. Algemene bepalingen · niet-officieel opschrift
1Indien voor een zelfde vordering zowel goederen van de schuldenaar als van een derde zijn verpand of verhypothekeerd, kan de derde, wanneer de schuldeiser tot executie overgaat, verlangen dat die van de schuldenaar mede in de verkoop worden begrepen en het eerst worden verkocht.
2Zijn voor een zelfde vordering twee of meer goederen verpand of verhypothekeerd en rust op een daarvan een beperkt recht dat de schuldeiser bij de executie niet behoeft te eerbiedigen, dan heeft de beperkt gerechtigde een overeenkomstige bevoegdheid als in het eerste lid is vermeld.
3Indien de schuldeiser weigert aan een op lid 1 of lid 2 gegrond verlangen te voldoen, kan de voorzieningenrechter van de rechtbank op verzoek van de meest gerede partij of, in geval van een hypotheek, van de notaris ten overstaan van wie de verkoop zal geschieden, op deze weigering beslissen. Het verzoek schorst de executie. Tegen een beschikking krachtens dit lid is geen hogere voorziening toegelaten.
Rechtspraak over Artikel 3:234 BW
10
2025-02-25
2023-03-15
2019-06-07
2018-06-01
2015-08-19
2015-02-03
2014-09-04
Andere artikelen in dit onderdeel
- Artikel 3:227Begrip pand en hypotheek
- Artikel 3:228Vestiging van pand of hypotheek
- Artikel 3:229Pandrecht op vervangende vorderingen
- Artikel 3:230Ondeelbaarheid van pand en hypotheek
- Artikel 3:231Vordering waarvoor pand of hypotheek wordt gevestigd
- Artikel 3:233Aansprakelijkheid en kostenvergoeding van de pand- of hypotheekgever
- Artikel 3:235Verbod van vervalbeding