Artikel 4:160 BW – Beschrijving en inschrijving van het bewind
Burgerlijk Wetboek (BW) · Boek 4. Erfrecht › Titel 5. Onderscheiden soorten van uiterste wilsbeschikkingen › Afdeling 7. Testamentair bewind › Paragraaf 2. De bewindvoerder · niet-officieel opschrift
1De bewindvoerder moet zo spoedig mogelijk een beschrijving opmaken van de goederen waarop het bewind betrekking heeft. Is hij door de rechter benoemd, dan moet hij een afschrift van de beschrijving tegen ontvangstbewijs inleveren ter griffie van de rechtbank van de woonplaats van de rechthebbende. Tot het stellen van zekerheid is hij slechts verplicht, indien dit bij de instelling van het bewind is bepaald.
2Tenzij bij de instelling van het bewind anders is bepaald, moet de bewindvoerder het bewind en zijn benoeming doen inschrijven:
a. in de openbare registers, bedoeld in afdeling 2 van titel 1 van Boek 3 , indien het bewind betrekking heeft op registergoederen;
b. in het register van aandeelhouders, bedoeld in de artikelen 85 en 194 van Boek 2 , indien het bewind betrekking heeft op aandelen op naam in een naamloze vennootschap of een besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid;
c. in het handelsregister indien het bewind betrekking heeft op een onderneming of een aandeel in een vennootschap.
Rechtspraak over Artikel 4:160 BW
4
2025-03-25
2022-03-09
2020-04-16
Andere artikelen in dit onderdeel
- Artikel 4:157Benoeming en hoedanigheid van de bewindvoerder
- Artikel 4:158Taakverdeling tussen bewindvoerders
- Artikel 4:159Beloning van de bewindvoerder
- Artikel 4:161Rekening en verantwoording door de bewindvoerder
- Artikel 4:162Uitkering van vruchten onder bewind
- Artikel 4:163Aansprakelijkheid van de bewindvoerder
- Artikel 4:164Einde hoedanigheid bewindvoerder
- Artikel 4:165Verplichtingen van de gewezen bewindvoerder