Artikel 4:164 BW – Einde hoedanigheid bewindvoerder
Burgerlijk Wetboek (BW) · Boek 4. Erfrecht › Titel 5. Onderscheiden soorten van uiterste wilsbeschikkingen › Afdeling 7. Testamentair bewind › Paragraaf 2. De bewindvoerder · niet-officieel opschrift
1De hoedanigheid van bewindvoerder eindigt:
a. bij het einde van het bewind;
b. door tijdsverloop, indien hij voor een bepaalde tijd was benoemd;
c. door zijn dood, het ten aanzien van hem van toepassing verklaren van de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen, zijn faillietverklaring, zijn ondercuratelestelling of door de instelling van een bewind als bedoeld in titel 19 van Boek 1 over een of meer van zijn goederen;
d. in de bij de uiterste wil bepaalde gevallen;
e. door ontslag dat de kantonrechter hem met ingang van een bepaalde dag verleent.
2Het ontslag wordt hem verleend hetzij op eigen verzoek, hetzij wegens gewichtige redenen, zulks op verzoek van een medebewindvoerder, van de rechthebbende, van iemand in wiens belang het bewind is ingesteld of van het openbaar ministerie, dan wel ambtshalve. Hangende het onderzoek kan de kantonrechter voorlopige voorzieningen in het bewind treffen en de bewindvoerder schorsen.
Rechtspraak over Artikel 4:164 BW
15
2025-03-25
2024-11-19
2024-10-15
2022-03-09
2021-09-14
2021-09-14
2021-08-04
Andere artikelen in dit onderdeel
- Artikel 4:157Benoeming en hoedanigheid van de bewindvoerder
- Artikel 4:158Taakverdeling tussen bewindvoerders
- Artikel 4:159Beloning van de bewindvoerder
- Artikel 4:160Beschrijving en inschrijving van het bewind
- Artikel 4:161Rekening en verantwoording door de bewindvoerder
- Artikel 4:162Uitkering van vruchten onder bewind
- Artikel 4:163Aansprakelijkheid van de bewindvoerder
- Artikel 4:165Verplichtingen van de gewezen bewindvoerder