Artikel 4:165 BW – Verplichtingen van de gewezen bewindvoerder
Burgerlijk Wetboek (BW) · Boek 4. Erfrecht › Titel 5. Onderscheiden soorten van uiterste wilsbeschikkingen › Afdeling 7. Testamentair bewind › Paragraaf 2. De bewindvoerder · niet-officieel opschrift
1De gewezen bewindvoerder draagt de goederen die hij wegens het bewind beheert af aan degene die na hem tot het beheer daarover bevoegd is. Hij mag de afdracht opschorten tot de voldoening van een hem toekomend saldo.
2De gewezen bewindvoerder blijft voorts al datgene doen, wat niet zonder nadeel voor de rechthebbende of de belanghebbende kan worden uitgesteld, totdat degene die na hem tot het beheer der goederen bevoegd is, dit heeft aanvaard.
3Eindigt de hoedanigheid van bewindvoerder door diens faillissement of ondercuratelestelling dan rust de in lid 2 bedoelde verplichting op de curator, indien deze van het bewind kennis draagt; eindigt de hoedanigheid van bewindvoerder door het ten aanzien van hem van toepassing verklaren van de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen of de onderbewindstelling van een of meer van zijn goederen, dan geldt hetzelfde voor de in die gevallen optredende bewindvoerder. Eindigt de hoedanigheid van bewindvoerder door diens dood, dan zijn de erfgenamen verplicht, indien zij van het bewind kennis dragen, de kantonrechter te verzoeken een andere bewindvoerder te benoemen.
Rechtspraak over Artikel 4:165 BW
1
2025-07-15
Andere artikelen in dit onderdeel
- Artikel 4:157Benoeming en hoedanigheid van de bewindvoerder
- Artikel 4:158Taakverdeling tussen bewindvoerders
- Artikel 4:159Beloning van de bewindvoerder
- Artikel 4:160Beschrijving en inschrijving van het bewind
- Artikel 4:161Rekening en verantwoording door de bewindvoerder
- Artikel 4:162Uitkering van vruchten onder bewind
- Artikel 4:163Aansprakelijkheid van de bewindvoerder
- Artikel 4:164Einde hoedanigheid bewindvoerder