Artikel 4:168 BW – Gevolgen van onbevoegde rechtshandelingen onder bewind
Burgerlijk Wetboek (BW) · Boek 4. Erfrecht › Titel 5. Onderscheiden soorten van uiterste wilsbeschikkingen › Afdeling 7. Testamentair bewind › Paragraaf 3. De gevolgen van het bewind · niet-officieel opschrift
1Een rechtshandeling die ondanks zijn uit de artikelen 166 en 167 voortvloeiende onbevoegdheid is verricht door of gericht tot de rechthebbende is niettemin geldig, indien de wederpartij het bewind kende noch behoorde te kennen. Niettemin is geen veroordeling mogelijk tot nakoming van een uit de rechtshandeling voortvloeiende verbintenis tot vervreemding of bezwaring van een onder het bewind staand goed.
2De uit het bewind voortvloeiende ongeldigheid van beschikking door de rechthebbende over een goed als bedoeld in artikel 88 van Boek 3 , staat niet in de weg aan de geldigheid van een latere overdracht daarvan indien de derde verkrijger te goeder trouw is. De vorige zin is van overeenkomstige toepassing op de vestiging, overdracht en afstand van een beperkt recht op zulk een goed.
Verwijzingen in dit artikel
2
- Artikel 4:166Bevoegdheden van rechthebbende naast bewindvoerder
- Artikel 4:167Bevoegdheden van rechthebbende bij testamentair bewind
Artikelen die naar dit artikel verwijzen
1
Andere artikelen in dit onderdeel
- Artikel 4:166Bevoegdheden van rechthebbende naast bewindvoerder
- Artikel 4:167Bevoegdheden van rechthebbende bij testamentair bewind
- Artikel 4:169Toestemming van rechthebbende voor bewindvoerder
- Artikel 4:170Bevoegdheden van de bewindvoerder bij gemeenschap
- Artikel 4:171Nadere regeling en wijziging van het bewind
- Artikel 4:172Vertegenwoordiging door de bewindvoerder
- Artikel 4:173Vertegenwoordiging door de bewindvoerder in rechte
- Artikel 4:174Aansprakelijkheid van de rechthebbende voor bewindschulden
- Artikel 4:175Verhaal op onder bewind staande goederen
- Artikel 4:176Uitwinning bij bewind in andermans belang