Artikel 4:169 BW – Toestemming van rechthebbende voor bewindvoerder
Burgerlijk Wetboek (BW) · Boek 4. Erfrecht › Titel 5. Onderscheiden soorten van uiterste wilsbeschikkingen › Afdeling 7. Testamentair bewind › Paragraaf 3. De gevolgen van het bewind · niet-officieel opschrift
1De bewindvoerder mag met toestemming van de rechthebbende:
a. de in artikel 167 lid 1 bedoelde handelingen verrichten;
b. geld lenen of de rechthebbende als borg of hoofdelijk schuldenaar verbinden;
c. een overeenkomst tot beëindiging van een geschil aangaan; hij behoeft deze toestemming niet in het geval van artikel 87 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering , of indien het voorwerp van het geschil een waarde van € 700 niet te boven gaat.
2Is het bewind uitsluitend of mede in het belang van een ander dan de rechthebbende of in hun gemeenschappelijk belang ingesteld, dan is ook toestemming van die ander vereist.
3Verleent iemand wiens toestemming is vereist deze niet, dan kan de kantonrechter haar desverzocht door zijn machtiging vervangen. De kantonrechter kan de machtiging verlenen onder zodanige voorwaarden als hij geraden acht.
Rechtspraak over Artikel 4:169 BW
1
2016-06-24
Verwijzingen in dit artikel
1
Artikelen die naar dit artikel verwijzen
2
Andere artikelen in dit onderdeel
- Artikel 4:166Bevoegdheden van rechthebbende naast bewindvoerder
- Artikel 4:167Bevoegdheden van rechthebbende bij testamentair bewind
- Artikel 4:168Gevolgen van onbevoegde rechtshandelingen onder bewind
- Artikel 4:170Bevoegdheden van de bewindvoerder bij gemeenschap
- Artikel 4:171Nadere regeling en wijziging van het bewind
- Artikel 4:172Vertegenwoordiging door de bewindvoerder
- Artikel 4:173Vertegenwoordiging door de bewindvoerder in rechte
- Artikel 4:174Aansprakelijkheid van de rechthebbende voor bewindschulden
- Artikel 4:175Verhaal op onder bewind staande goederen
- Artikel 4:176Uitwinning bij bewind in andermans belang