Artikel 4:57 BW – Uiterste wilsbeschikking ten voordele van voogd
Burgerlijk Wetboek (BW) · Boek 4. Erfrecht › Titel 4. Uiterste willen › Afdeling 2. Wie uiterste wilsbeschikkingen kunnen maken en wie daaruit voordeel kunnen · niet-officieel opschrift
1Een erflater kan geen uiterste wilsbeschikking maken ten voordele van degene die op het tijdstip van het maken van de beschikking zijn voogd is.
2Hij die voogd van de erflater is geweest, kan uit diens uiterste wilsbeschikkingen geen voordeel genieten, indien de erflater binnen het jaar na zijn meerderjarig worden en voor het afleggen en sluiten van de voogdijrekening is overleden.
3Het in de vorige leden bepaalde is niet toepasselijk op bloedverwanten van de erflater in de opgaande lijn, die zijn voogden zijn of geweest zijn.
Artikelen die naar dit artikel verwijzen
1
Andere artikelen in dit onderdeel
- Artikel 4:55Bekwaamheid tot het maken van uiterste wilsbeschikkingen
- Artikel 4:56Bestaansvereiste bij verkrijging van een making
- Artikel 4:58Uiterste wilsbeschikking ten voordele van leermeester
- Artikel 4:59Uitsluiting van verzorgers van voordeel
- Artikel 4:60Uitzonderingen op beperkingen bij uiterste wilsbeschikking
- Artikel 4:61Uitsluiting van bevoordeling van notaris en getuigen
- Artikel 4:62Vernietigbaarheid van uiterste wilsbeschikking