Artikel 4:55 BW – Bekwaamheid tot het maken van uiterste wilsbeschikkingen
Burgerlijk Wetboek (BW) · Boek 4. Erfrecht › Titel 4. Uiterste willen › Afdeling 2. Wie uiterste wilsbeschikkingen kunnen maken en wie daaruit voordeel kunnen · niet-officieel opschrift
1Behalve zij die handelingsbekwaam zijn, kunnen ook minderjarigen die de leeftijd van zestien jaren hebben bereikt, en zij die op een andere grond dan wegens hun lichamelijke of geestelijke toestand onder curatele zijn gesteld, uiterste wilsbeschikkingen maken.
2Hij die wegens zijn lichamelijke of geestelijke toestand onder curatele staat, kan slechts met toestemming van de kantonrechter uiterste wilsbeschikkingen maken. De kantonrechter kan aan zijn toestemming voorwaarden verbinden.
3De bekwaamheid van de erflater wordt beoordeeld naar de staat, waarin hij zich bevond op het ogenblik dat de beschikking werd gemaakt.
Rechtspraak over Artikel 4:55 BW
17
2024-09-17
2021-09-22
2019-07-30
2018-06-27
Andere artikelen in dit onderdeel
- Artikel 4:56Bestaansvereiste bij verkrijging van een making
- Artikel 4:57Uiterste wilsbeschikking ten voordele van voogd
- Artikel 4:58Uiterste wilsbeschikking ten voordele van leermeester
- Artikel 4:59Uitsluiting van verzorgers van voordeel
- Artikel 4:60Uitzonderingen op beperkingen bij uiterste wilsbeschikking
- Artikel 4:61Uitsluiting van bevoordeling van notaris en getuigen
- Artikel 4:62Vernietigbaarheid van uiterste wilsbeschikking