Artikel 5:33 BW – Verplaatsing van de oeverlijn en gebruiksrechten
Burgerlijk Wetboek (BW) · Boek 5. Zakelijke rechten › Titel 3. Eigendom van onroerende zaken · niet-officieel opschrift
1Verplaatst zich, nadat de grens is vastgelegd, de oeverlijn van een openbaar water landinwaarts, dan moet de eigenaar van het overspoelde erf het gebruik van het water overeenkomstig de aan dat water op grond van de Omgevingswet toegekende functies dulden.
2Verplaatst zich, nadat de grens is vastgelegd, de oeverlijn van een water dat de eigenaar van het aanliggende erf voor enig doel mag gebruiken, in de richting van het water, dan kan de eigenaar van dat erf vorderen dat hem op de drooggekomen grond een of meer erfdienstbaarheden worden verleend, waardoor hij zijn bevoegdheden ten aanzien van het water kan blijven uitoefenen.
3Het vorige lid is van overeenkomstige toepassing ten behoeve van hem die het water voor enig doel mag gebruiken en daartoe een erfdienstbaarheid op het aan het water liggende erf heeft.
4In geval van grensvastlegging overeenkomstig artikel 32 zijn de vorige leden reeds van toepassing, wanneer de oeverlijn zich na de inschrijving van de vordering verplaatst.
Rechtspraak over Artikel 5:33 BW
3
2020-01-21
Verwijzingen in dit artikel
1
Andere artikelen in dit onderdeel
- Artikel 5:21
- Artikel 5:22Betreden van open erf
- Artikel 5:23Opsporen en wegvoeren van verdwaalde voorwerpen of dieren
- Artikel 5:24Eigendom van onbeheerde onroerende zaken
- Artikel 5:25Eigendom van de zeebodem
- Artikel 5:26Eigendom van de stranden
- Artikel 5:27Vermoeden van eigendom van de Staat
- Artikel 5:28Vermoeden van eigendom openbare zaken
- Artikel 5:29Grensverloop bij water en aanwassing
- Artikel 5:30Vastlegging van de grens bij oeververplaatsing
- Artikel 5:31Vastlegging van de grens
- Artikel 5:32Vordering tot vastlegging van de grens
- Artikel 5:34Bepaling van de oeverlijn
- Artikel 5:35Eigendom van aangroeiend of afnemend duin
- Artikel 5:36Vermoeden van erfgrens