Artikel 5:36 BW – Vermoeden van erfgrens
Burgerlijk Wetboek (BW) · Boek 5. Zakelijke rechten › Titel 3. Eigendom van onroerende zaken · niet-officieel opschrift
Dient een muur, hek, heg of greppel, dan wel een niet bevaarbaar stromend water, een sloot, gracht of dergelijke watergang als afscheiding van twee erven, dan wordt het midden van deze afscheiding vermoed de grens tussen deze erven te zijn. Dit vermoeden geldt niet, indien een muur slechts aan één zijde een gebouw of werk steunt.
Rechtspraak over Artikel 5:36 BW
73
2026-02-25
2026-02-18
2026-02-03
2026-01-28
2025-07-15
2025-07-02
2025-05-27
Andere artikelen in dit onderdeel
- Artikel 5:24Eigendom van onbeheerde onroerende zaken
- Artikel 5:25Eigendom van de zeebodem
- Artikel 5:26Eigendom van de stranden
- Artikel 5:27Vermoeden van eigendom van de Staat
- Artikel 5:28Vermoeden van eigendom openbare zaken
- Artikel 5:29Grensverloop bij water en aanwassing
- Artikel 5:30Vastlegging van de grens bij oeververplaatsing
- Artikel 5:31Vastlegging van de grens
- Artikel 5:32Vordering tot vastlegging van de grens
- Artikel 5:33Verplaatsing van de oeverlijn en gebruiksrechten
- Artikel 5:34Bepaling van de oeverlijn
- Artikel 5:35Eigendom van aangroeiend of afnemend duin