Artikel 5:79 BW – Opheffing van een erfdienstbaarheid
Burgerlijk Wetboek (BW) · Boek 5. Zakelijke rechten › Titel 6. Erfdienstbaarheden · niet-officieel opschrift
Kort uitgelegd
Dit artikel bepaalt dat de rechter op vordering van de eigenaar van het dienende erf een erfdienstbaarheid kan opheffen, als de uitoefening ervan onmogelijk is geworden of de eigenaar van het heersende erf er geen redelijk belang meer bij heeft. Dit kan alleen als het niet aannemelijk is dat de mogelijkheid tot uitoefening of dat redelijk belang later nog terugkeert.
Begrijpelijke samenvatting. Alleen de tekst van het artikel is juridisch bindend.
De rechter kan op vordering van de eigenaar van het dienende erf een erfdienstbaarheid opheffen, indien de uitoefening daarvan onmogelijk is geworden of de eigenaar van het heersende erf geen redelijk belang bij de uitoefening meer heeft, en het niet aannemelijk is dat de mogelijkheid van uitoefening of het redelijk belang daarbij zal terugkeren.
Rechtspraak over Artikel 5:79 BW
Andere artikelen in dit onderdeel
- Artikel 5:70Begrip erfdienstbaarheid en retributie
- Artikel 5:71Inhoud van de last bij erfdienstbaarheid
- Artikel 5:72Ontstaan van erfdienstbaarheden
- Artikel 5:73Inhoud en uitoefening van de erfdienstbaarheid
- Artikel 5:74Minst bezwarende wijze van uitoefening
- Artikel 5:75Rechten en plichten bij erfdienstbaarheid
- Artikel 5:76Erfdienstbaarheid bij verdeling van erf
- Artikel 5:77Hoofdelijke verbondenheid bij erfdienstbaarheid
- Artikel 5:78Wijziging of opheffing van erfdienstbaarheid
- Artikel 5:80Wijziging van erfdienstbaarheid
- Artikel 5:81Rechterlijke toewijzing van erfdienstbaarheidvorderingen
- Artikel 5:82Afstand van een erfdienstbaarheid
- Artikel 5:83Vermenging bij heersend en dienend erf
- Artikel 5:84Erfdienstbaarheid en beperkte rechten