Artikel 5:75 BW – Rechten en plichten bij erfdienstbaarheid
Burgerlijk Wetboek (BW) · Boek 5. Zakelijke rechten › Titel 6. Erfdienstbaarheden · niet-officieel opschrift
1De eigenaar van het heersende erf is bevoegd om op zijn kosten op het dienende erf alles te verrichten wat voor de uitoefening van de erfdienstbaarheid noodzakelijk is.
2Hij is eveneens bevoegd om op zijn kosten op het dienende erf gebouwen, werken en beplantingen aan te brengen, die voor de uitoefening van de erfdienstbaarheid noodzakelijk zijn.
3Hij is verplicht het door hem op het dienende erf aangebrachte te onderhouden, voor zover dit in het belang van het dienende erf nodig is; hij is bevoegd het weg te nemen, mits hij het erf in de oude toestand terugbrengt.
4De eigenaar van het dienende erf heeft geen recht van gebruik van de gebouwen, werken en beplantingen, die daarop door de eigenaar van het heersende erf rechtmatig zijn aangebracht.
5In de akte van vestiging kan van de vorige leden worden afgeweken.
6In geval van mandeligheid zijn in plaats van de leden 3 en 4 de uit dien hoofde geldende regels van toepassing.
Rechtspraak over Artikel 5:75 BW
38
2025-09-24
2025-09-10
2025-05-27
2025-03-12
2024-08-28
2024-02-20
2024-01-10
2023-08-30
Andere artikelen in dit onderdeel
- Artikel 5:70Begrip erfdienstbaarheid en retributie
- Artikel 5:71Inhoud van de last bij erfdienstbaarheid
- Artikel 5:72Ontstaan van erfdienstbaarheden
- Artikel 5:73Inhoud en uitoefening van de erfdienstbaarheid
- Artikel 5:74Minst bezwarende wijze van uitoefening
- Artikel 5:76Erfdienstbaarheid bij verdeling van erf
- Artikel 5:77Hoofdelijke verbondenheid bij erfdienstbaarheid
- Artikel 5:78Wijziging of opheffing van erfdienstbaarheid
- Artikel 5:79Opheffing van een erfdienstbaarheid
- Artikel 5:80Wijziging van erfdienstbaarheid
- Artikel 5:81Rechterlijke toewijzing van erfdienstbaarheidvorderingen
- Artikel 5:82Afstand van een erfdienstbaarheid
- Artikel 5:83Vermenging bij heersend en dienend erf
- Artikel 5:84Erfdienstbaarheid en beperkte rechten