Artikel 6:106 BW – Vergoeding van immateriële schade
Burgerlijk Wetboek (BW) · Boek 6. Algemeen gedeelte van het verbintenissenrecht › Titel 1. Verbintenissen in het algemeen › Afdeling 10. Wettelijke verplichtingen tot schadevergoeding · niet-officieel opschrift
Kort uitgelegd
Artikel 6:106 BW regelt het recht op smartengeld, een naar billijkheid vast te stellen vergoeding voor nadeel dat geen vermogensschade is. De benadeelde heeft hier recht op in drie gevallen: wanneer de aansprakelijke persoon het oogmerk had dit nadeel toe te brengen; wanneer de benadeelde lichamelijk letsel opliep, in eer of goede naam is geschaad, of anderszins in zijn persoon is aangetast; of wanneer het nadeel bestaat uit aantasting van de nagedachtenis van een overledene, toegebracht aan diens niet-gescheiden echtgenoot, geregistreerde partner of bloedverwant tot de tweede graad, mits de overledene zelf bij leven recht zou hebben gehad op vergoeding wegens aantasting van eer of goede naam.
Begrijpelijke samenvatting. Alleen de tekst van het artikel is juridisch bindend.
Voor nadeel dat niet in vermogensschade bestaat, heeft de benadeelde recht op een naar billijkheid vast te stellen schadevergoeding:
a. indien de aansprakelijke persoon het oogmerk had zodanig nadeel toe te brengen;
b. indien de benadeelde lichamelijk letsel heeft opgelopen, in zijn eer of goede naam is geschaad of op andere wijze in zijn persoon is aangetast;
c. indien het nadeel gelegen is in aantasting van de nagedachtenis van een overledene en toegebracht is aan de niet van tafel en bed gescheiden echtgenoot, de geregistreerde partner of een bloedverwant tot in de tweede graad van de overledene, mits de aantasting plaatsvond op een wijze die de overledene, ware hij nog in leven geweest, recht zou hebben gegeven op schadevergoeding wegens het schaden van zijn eer of goede naam.
Rechtspraak over Artikel 6:106 BW
Andere artikelen in dit onderdeel
- Artikel 6:95Omvang van de schadevergoedingsplicht
- Artikel 6:96Vermogensschade en bijkomende kosten
- Artikel 6:97Begroting van schade
- Artikel 6:98Causaal verband bij schadevergoeding
- Artikel 6:99
- Artikel 6:100Verrekening van voordeel met schade
- Artikel 6:101
- Artikel 6:102Hoofdelijkheid bij meerdere aansprakelijke personen
- Artikel 6:103Vorm van schadevergoeding
- Artikel 6:104Winstafdracht bij schadebegroting
- Artikel 6:105Begroting van toekomstige schade
- Artikel 6:107Vergoeding van letselschade aan derden en naasten
- Artikel 6:107aVerrekening van loondoorbetaling bij letselschade
- Artikel 6:108Schadevergoeding bij overlijden
- Artikel 6:109Matiging van schadevergoeding
- Artikel 6:110Maximering van aansprakelijkheid bij algemene maatregel van bestuur