Artikel 6:105 BW – Begroting van toekomstige schade
Burgerlijk Wetboek (BW) · Boek 6. Algemeen gedeelte van het verbintenissenrecht › Titel 1. Verbintenissen in het algemeen › Afdeling 10. Wettelijke verplichtingen tot schadevergoeding · niet-officieel opschrift
Kort uitgelegd
Dit artikel bepaalt dat de rechter de begroting van schade die nog niet is ingetreden, geheel of gedeeltelijk kan uitstellen, of juist vooraf kan begroten na afweging van goede en kwade kansen. Begroot de rechter vooraf, dan kan hij de schuldenaar veroordelen tot betaling ineens of tot periodieke uitkeringen, eventueel met zekerheidstelling, onder door hem te stellen voorwaarden. Bij periodieke uitkeringen kan de rechter in zijn uitspraak bepalen dat wijziging mogelijk is op verzoek van elke partij, bij de rechter die in eerste aanleg over de schadevordering oordeelde, indien zich nadien omstandigheden voordoen die van belang zijn voor de omvang van de vergoedingsplicht en waarmee bij de vaststelling geen rekening is gehouden.
Begrijpelijke samenvatting. Alleen de tekst van het artikel is juridisch bindend.
Rechtspraak over Artikel 6:105 BW
Andere artikelen in dit onderdeel
- Artikel 6:95Omvang van de schadevergoedingsplicht
- Artikel 6:96Vermogensschade en bijkomende kosten
- Artikel 6:97Begroting van schade
- Artikel 6:98Causaal verband bij schadevergoeding
- Artikel 6:99
- Artikel 6:100Verrekening van voordeel met schade
- Artikel 6:101
- Artikel 6:102Hoofdelijkheid bij meerdere aansprakelijke personen
- Artikel 6:103Vorm van schadevergoeding
- Artikel 6:104Winstafdracht bij schadebegroting
- Artikel 6:106Vergoeding van immateriële schade
- Artikel 6:107Vergoeding van letselschade aan derden en naasten
- Artikel 6:107aVerrekening van loondoorbetaling bij letselschade
- Artikel 6:108Schadevergoeding bij overlijden
- Artikel 6:109Matiging van schadevergoeding
- Artikel 6:110Maximering van aansprakelijkheid bij algemene maatregel van bestuur